De thermale baden specialisten !!

We mogen het toch wel gezegd hebben, na meer dan vijftien verschillende baden in Peru, Bolivië, Equador en het noorden van Chili (we zijn nog niet verder geraakt), weten we hoe een thermaal bad eruit moet zien. Liefst een groot gezamenlijk zwembad, altijd leuk om nog een beetje sport te doen. Nadien bekomen in een natuurlijk stoombad geënsceneerd in een uitgehouwen grot en tot slot ons zweet afspoelen in een persoonlijke hete pozo (of groot bad).

We moeten eerlijk zijn dat het jammer genoeg niet altijd zo is. Laat staan dat deze baden aan de hygiëne-normen voldoen. Vaak durven we amper leunen tegen de muren, zitten op de bank noch met onze blote voeten rondlopen. Van één ding zijn we wel altijd zeker: dat er in de baden stromend water loopt. “Dus dat zou toch min of meer proper moeten zijn??” denken we. We hebben al vaak genoeg vastgesteld dat we toevallig, iedere keer na een bezoek aan een thermaal bad, toch net iets meer naar het toilet moeten lopen, rennen, crossen, om er toch maar op tijd te raken.

We blijven volharden om jullie ook te voorzien van beeldjes van uit alle thermale baden van in het zuiden zuiden van Amerika.

De (architectuur)werkzoektocht van de twee (bijna verloren gelopen) reizigers

Velen onder jullie denken waarschijnlijk af en toe wel eens … “wat stellen die twee het daar goed, ze blijven maar op reis, ze blijven daar maar hangen aan de andere kant van de wereld, die wereld van de Inca’s en die immense hoogvlaktes, die wereld moet wel heel erg verleidelijk zijn om iemand daar zo lang te houden”.

Jawel, we zijn al meer dan een jaar onderweg. Ook voor ons is dat een heel erg lange tijd. Willen we hier nog lang blijven? Dat is een goeie vraag en daar weten we het antwoord nog niet op. Wat we wel weten, is dat we ooit eens willen terugkeren naar België. Dus niet gevreesd voor al diegenen die ons liefhebben, ooit komen we terug. Maar voordat we terugkeren, willen we toch iets gedaan hebben hier. Het reizen is tof – dat zullen we niet ontkennen – en we genieten (niet elke minuut van de dag, want dat zou een beetje te veel zijn), maar er zijn ook momenten waarop we ons afvragen wat we hier nu eigenlijk doen. Het is interessant en boeiend om hier rond te lopen en met de plaatselijke bevolking te spreken, om het andere eten te ontdekken, andere emoties te ervaren, maar soms willen we iets meer dan dat… En wat is dan dat meer? Opnieuw een goeie vraag die we onszelf niet dagelijks, maar toch heel veel stellen. Wat willen we? Waar (letterlijk en figuurlijk) willen we naartoe?

Eén ding dat we alvast weten is dat we alvorens terug te keren naar huis, hier een werkervaring willen opdoen. Onze architectuurcarrière kent dan nog wel geen lange geschiedenis (Tim was twee jaar assistent aan de universiteit en volbracht twee jaar architectuurstage; voor mij geldt een erfgoedwereldervaring en de tweejarige architectuurstage), toch willen we onze werk gerelateerde kennis op alle mogelijke manieren uitbreiden, naast al de rest natuurlijk. Hoe beter ervaring opdoen dan hier echt de handen uit de mouwen steken?

Awala-Yalimapo, Frans Guyana

We komen er al een eerste keer (eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat dit al in maart 2015 was) mee in aanraking in Frans Guyana. Veel te vroeg naar ons aanvoelen. We waren nog maar net vertrokken, zo’n 4 maanden… Noodgedwongen (omdat alles veeeeel veel te duur is in Frans-Guyana) hebben we toen gelift. Ja ja … toen was het nog zonder de auto en dus een heel andere reismethode. We kunnen het ons bijna niet meer inbeelden. In de Franse ‘kolonie’ (sorry departement…) zijn we slechts één week op bezoek, het was een snelle doorkruising van het land met slechts enkele bezoeken. Eén van onze eerste ontmoetingen was met een wel zeer sympathieke dame, Nadia, die ons niet alleen meenam in de goeie richting, maar ons werkelijk na een grote detour afgezette op de plek waar we moesten zijn. Tijdens de rit babbelde ze honderduit over haar leven, familie, de gecompliceerde relatie met de Métropole (het deel Frankrijk in Europa, soms vergeten we toch allemaal collectief dat Frankrijk nog steeds een koloniale grootmacht is…) en over de regio. Om Nadia te bedanken hebben we haar toen meegenomen op café, hoe kan het ook anders met twee caféliefhebbers als ons zelve. Aan het strand, in een boerengat, werkelijk drie huizen en een paardenkop, vinden we een gezellig nieuw uitgebaat baartje.

De uitbater Hervé, een vlotte sympathieke verkoper, komt een babbeltje slaan. We voelen aan onze kleine teen dat hij graag wat langer met ons wil babbelen. Hij had blijkbaar opgevangen dat we architecten zijn. Hij nodigt ons uit om bij hem te komen eten die avond. De volgende avond zien wij ons dus genoodzaakt om op zijn sympathieke uitnodiging in te gaan en samen met de familie te eten. We komen terecht in een typisch lokaal Guarani gezin.

Hoe wordt een ‘indianen’-gezin hier tot stand gebracht? Een man op vrijersvoeten in zijn twintigerjaren zoekt een jonge inheemse vrouw, vaak een heel stuk jonger. Wanneer hij zijn keuze maakt en haar huwt, is het de traditie dat de man bij de schoonfamilie gaat wonen. In het geval van Hervé, 40 à 45 jaar, is hij vijftien jaar ouder dan zijn vrouw, 28 à 30 jaar, met andere woorden onze leeftijd. Zij hebben al drie kinderen van respectievelijk 10 jaar (een tweeling) en 5 jaar oud.

We starten zoals het hoort met een apéritief, maken grondiger kennis met elkaar want de dag ervoor hadden we slechts kort gebabbeld. Het gebeuren is heel joviaal en sympathiek, maar na een halfuur komt de aap uit te spreekwoordelijke mouw (in Amazoneregio’s weet je nooit…). Hij heeft een stuk bouwgrond, braakliggend, waar hij graag een nieuw hostal wenst op te richten. De regio en meer bepaald het dorp Awala-Yalimapo waar we nu dineren (het noordwestelijke strand van Frans Guyana) staat bekend om de schildpadden die jaarlijks hun eieren op het strand komen leggen. Geen gewone schildpadden, maar beesten die minimum anderhalve meter groot zijn (in één van onze eerste blogs kan je daar de ervaringen over lezen). In de maanden maart en april komen er horden toeristen de stranden onveilig maken tijdens de nachtelijke uren om deze wonderbaarlijke beesten te spotten. De aanwezige toeristen die wij getroffen hebben in dit dorp, zijn dus hoofdzakelijk natuurspotters. Als we dit even veralgemenen, zouden we kunnen stellen dat alle bezoekers van deze regio (en bij uitbreiding Suriname en Guyana) alleen de natuur komen bewonderen, gezien de stedencultuur minimaal zijn. Dit in gedachten, luisteren we naar het idee van Hervé voor zijn hostal.

Hervé wil een unieke plek creëren (“wie ook niet?”). Hij wil zich graag onderscheiden van de andere al aanwezige hostals (in deze regio zijn er al talloze hotels en B&B’s) door ‘De Architectuur’ van zijn project. Hij zou de architectuur van de traditionele hutten op een hoger niveau willen tillen door een moderne herinterpretatie van deze hutten. Deze hutten, in het Frans Carbets, zijn de typische traditionele woningen van de regio, gebouwd volgens een wel heel typische structuur. Onderaan een open structuur die gedeeltelijk dichtgemaakt kan worden, met daarop een palmendak bestaande uit kepers en ‘pannenlatten’, met daaraan gebonden palmbladeren.

Het is duidelijk dat hij geëngageerde architecten zoekt om zijn project vorm te geven. Wij voelen ons meteen verleid en laten er geen gras over groeien. De volgende ochtend om 7u gaan we mee op sitebezoek. Het blijkt een smal langwerpig terrein te zijn (20m x 70m), gelegen tussen de hoofdweg en een rivier achteraan, in het midden ligt een lichte heuvel en aan de lange zijden zijn er hoge boompartijen aanwezig. We begrijpen het enthousiasme van Hervé over zijn terrein, maar er rijzen meteen enkele problemen voor ons. Ten eerste en meteen ook de belangrijkste reden, ligt het terrein bijzonder ver van het strand. De bezoekers, vaak backpackers, zouden een auto moeten huren of een taxi bestellen om midden in de nacht naar het strand te rijden. Het is onmogelijk om er te voet of met de fiets te raken. En dit is toch een van de belangrijkste redenen om hier te komen? Bovendien ligt het terrein nog op een behoorlijke afstand van het dorpje. Dus ook daar is er geen connectie mogelijk. Ten tweede stikt het van de kleine vliegjes op zijn terrein, blijkbaar zijn ze er al altijd dankzij het naburig kreekje. Als bezoekers willen genieten van de rust en de aangename natuur/architectuur, hoe kunnen ze dit doen als ze worden opgegeten door miljoenen vliegjes?

Diezelfde ochtend moeten we snel afscheid nemen, want er staan andere afspraken op Hervé zijn agenda. We denken er nog veeele dagen over na. We staan stil bij het basisconcept van het project, bij zijn terrein, bij de persoon Hervé, we denken na over de locatie, de timing etc. Op het moment van ons bezoeken is het maart en Hervé had al graag begonnen met de eerste steen in augustus. Dat zou een hele verandering zijn van onze reis. Maar de belangrijkste vraag was: zagen we het zitten om enkele maanden door te brengen in Frans Guyana? Kuststrook plus jungle, gemixt met een vreemd onderhuids etnisch conflict. Departement of neo-kolonie die met handen en voeten aan ons buurland geboden is. Na er een paar weken uitgebreid over nagedacht te hebben op de boot in de Amazone, beslisten we toch om alleen digitale tips te geven en vriendelijk te bedanken voor de opdracht.

 

Nueva Union, Noord-Peru               

Enkele maanden is het schijnbaar werkstil tijdens onze reis. We zoeken immers wel verder, maar deze keer op digitale wijze en stellen ons wat weigerachtiger op t.o.v. spontaan opduikende kandidaat bouwheren. Via bouwcontacten in België (dankjewel Frank Van Huffel, Bruno Deraedt en Yvo Beysen) komen we via via in contact met een jonge architect, Pedro Cordova, in Peru, meer bepaald in Tarapoto, een stadje aan de rand van de noordelijke jungle. Hij is zeer enthousiast en wil zeer graag met ons samenwerken.

Het contact gaat een beetje op Peruaans tempo. We mailen verschillende malen op en af, bellen ook enkele malen, maar het is niet gemakkelijk om te communiceren, zowel van onze kant als van zijn kant. Ons Spaans is dan ook nog niet perfect. Het taalprobleem via geschreven tekst of aan de telefoon is toch nog steeds merkbaar. We beslissen dan maar om onze route door Peru zo aan te passen dat we op het eind passeren in Tarapoto om face to face te kunnen bespreken wat mogelijk is en wat niet, welke projecten er op de tafel liggen, hoe er over architectuur gedacht wordt, wie de medewerkers zijn, wie de bouwheren zijn van de projecten …

Zo gezegd, zo gedaan. We spreken af en we worden eind juli met open armen ontvangen. We worden vijf dagen hartelijk ontvangen en opgenomen in de familie Cordova. Het blijkt één grote familie (mama, papa, vier zussen met hun man en kinderen) te zijn in één grote woning waar alles gecombineerd wordt. Op de beneden verdieping is er respectievelijk een klein bureautje voor de zaken van de ouders, de ingang van het leefhuis van de ouders en de ingang naar het eerste verdiep met het architectenbureau en de andere verdiepingen voor de appartementen van de zussen.

In ons vijfdaags verblijf worden we geconfronteerd met alle aspecten van het Peruaanse leven, zowel het thuisleven dat we van heel dicht meemaken, als het werk gerelateerde leven. We worden namelijk gehuisvest bij zijn ouders. Tim en ik zijn jammer genoeg beiden geveld door één of ander virus in ons darmstelsel en moeten noodgedwongen de helft van de dagen doorbrengen in bed. Gelukkig leent één van de zussen van Pedro ons haar kamer en kunnen we op ons gemak uitzieken. Wel op ons gemak … met op de achtergrond de eeuwig luidspelende televisie (24 uur op een dag, 7 op 7). Met de meest onnozele spelprogramma’s, Turkse tele-novelles en nieuwsshows die je je maar kunt inbeelden. Met alle spelende kleintjes van de zussen (minimum vijf) samen met al hun vriendjes natuurlijk die graag heel het huis op stelten zetten. De buren die langskomen en alle mensen die ons graag willen verwelkomen en ga zo maar door.

Naast het sociale leven komt natuurlijk ook de professionele kant van het verhaal. We hebben het geluk gehad om één van de vele projecten, waar onze architect Pedro aan gelinkt is, van de organisatie Los Gorriones VZW te bezoeken. De organisatie is opgericht in 2002 door Yvo Beysen, zijn vrouw Marita en vele andere enthousiastelingen. De VZW heeft in zijn dertienjarig bestaan talloze projecten opgezet en tot een goed einde gebracht. Het is een organisatie die zich inzet om de levensomstandigheden van de kinderen in Peru te verbeteren en dat op verschillende niveaus. Er wordt niet alleen gedacht aan nieuwe speeltui(g/n)en, maar er wordt ook gewerkt aan ondersteunende workshops om thuissituaties te verbeteren, de schoolprestaties op te krikken, samenlevingsprojecten op te zetten en aandacht te hebben voor de gezondheidstoestand. Dankzij de hulp van vele individuen (peters en meters), privé-initiatieven, gemeenschappen, steden, provincies,… wordt een platform gecreëerd die een continue input beoogt, zowel op kleine als op grote schaal. (voor meer informatie over de organisatie zelf, alsook hoe zelf een steentje bij te dragen, zie www.losgorriones.be)

Het project dat wij bezocht hebben bevindt zich in een klein dorpje, Nueva Union, op anderhalf uur rijden van Tarapoto. In de afgelopen jaren zijn er reeds verschillende projecten door Los Gorriones opgezet in Nueva Union (een bed voor elk kind, een speeltuin …). Dit project is een opvolging van de vorige projecten die allemaal uit hun voegen barsten. Zo hebben er bijvoorbeeld vandaag de dag al meer dan 70 kinderen een Belgische meter of peter. Het begon ooit in de living van één van de ouders, maar de living begon te klein te worden en er was dus nood aan een grotere gemeenschappelijke ruimte. Er wordt gezocht naar een oplossing. Een lap grond aan het centrale plein blijkt de ideale locatie, deze plek zal dienst doen als een multifunctioneel gebouw. Het gebouw zal een grote gemeenschappelijke ruimte op de gelijkvloers bezitten, een keuken, een berging en een ontvangstruimte (dokter, verpleegkundige etc.). De mezzanine erboven zal dienst doen als bibliotheek en computerruimte. Achteraan ligt de sanitaire unit aan een kleine open ruimte. Een droom die werkelijkheid wordt voor velen van de organisatie en de inwoners van het dorp.

Op het moment dat wij de bouw bezochten met Pedro (juli 2015) was de ruwbouw net afgewerkt. Op anderhalf jaar tijd is er stevig doorgewerkt. Zowel aan de Belgische zijde om de zaak te financieren, als aan de Peruaanse zijde om de plannen in werkelijkheid om te zetten. Eenmaal aangekomen op de werf worden we direct vergezeld door de plaatselijke verantwoordelijken die het project duidelijk met hart en ziel ondersteunen. Pedro toont met trots het project, de rondleiding gaat doorheen heel het gebouw zoals het hoort en wij blijven wat langer stilstaan bij de bouwdetails, hoe kan het dan ook anders met twee pietjes preciezen.

Wij zijn onder de indruk omtrent hetgeen we te zien krijgen, niet alleen door het project op zich en alle initiatieven die dit tot stand werden gebracht, maar ook door de verre staat van het project. In het begin zag het ernaar uit dat wij onze handen uit de mouwen konden steken om dit project verder te finaliseren. Het leek ons een goed idee dat er Belgen ter plekke waren om dit te vervolledigen, maar we zijn blijkbaar net te laat gearriveerd. Alleen de afwerking van het gebouw ontbreekt nog: zonnepanelen, timmermanswerk, pleisteren en schilderen. Wij hadden het gevoel dat onze bijdrage geen extra meerwaarde zou leveren, vandaar dat het voor ons dan ook logisch leek om ons terug te trekken en de eer te laten aan alle plaatselijke medewerkers.

Dit was één van de Pedro’s projecten waar we op voorhand dachten aan mee te werken. Een andere mogelijkheid was een pilootproject met bamboe. Maar voor dit project waren er voor ons nog te veel factoren die niet bepaald waren (en de Peruaanse timing kennende, zou dat ook nog niet voor de volgende jaren zijn…). Enkele behoorlijk belangrijke onbepaaldheden: waar precies zou worden gebouwd, wie de bouwheer zou zijn, welke functie het gebouw zou hebben, waar het geld vandaan zou moeten komen, welke bamboespecialist ons iets zou kunnen bijleren en vooral… waarom bamboe als materiaal zou gebruikt worden in een regio waar dat nooit gebruikt werd of wordt. Dit allemaal samen zorgde ervoor dat we beseften dat dit een onhaalbaar project was. We hadden gehoopt dat er nog verschillende andere projecten waren, maar Pedro is net als wijzelf een beginnende jonge architect (26 jaar), heeft een aantal projecten lopende, maar weinig projecten die nog extra handen kunnen gebruiken.

Naast de zoektocht naar mogelijke projecten, hebben we natuurlijk ook gepraat over alle thema’s die in aanraking komen met architectuur: hoe er over architectuur wordt gedacht in Peru en meer bepaald door Pedro en zijn collega’s, welke materialen er worden gebruikt (alleen ‘moderne’ materialen zoals beton en gekleurd glas, want oude materialen zoals adobe en pannendaken worden door de nieuwe rijken aanzien als materialen van de armen), hoe praktisch een dag eruit ziet van een architect (er wordt gewerkt van 8u ’s morgens tot 8u ’s avonds, dat zijn inderdaad lange dagen, maar meer dan de helft van de dag wordt er niets gedaan in onze ogen: een half uur weg voor één potje lijm, oeps, iets vergeten, aah oeps eten, aah oeps, een vriend belt, het zal voor morgen zijn… We blijven dan ook de efficiënte Belgen die als ze werken, willen werken) … Het werd dan ook langzaam duidelijk van twee kanten dan we niet op dezelfde golflengte zitten en dat samen werken geen evidentie is, zeker niet als we in gedachten houden dat we van twee verschillende continenten komen. We hebben van beide kanten ontzettende veel bijgeleerd, we hebben gepraat over verschillende projecten, we zijn samen naar enkele werven geweest en we hebben de gezelligste restaurantje van de stad verkend.

 

 

Vilcabamba, Zuid-Ecuador

Een bijzondere ervaring rijker, vervolgen we onze route verder naar het Noorden, naar Ecuador. Na een intense periode van drie maanden reizen (eerst Rik en Nick op bezoek, nadien alle problemen met de auto en tot slot het intense bezoek aan Tarapoto), hadden we nood aan een rustpunt. Eventjes wat langer zijn op eenzelfde plek, daar hadden we ons gedacht op gezet. We beslissen om terzelfdertijd vrijwilligerswerk te doen. Werken voor kost en inwonen, leek ons een goed principe. Gelukkig zijn we niet de enige die hier zo over denken, er zijn behoorlijk veel gelijk denkenden en dus vele internetsites. Wij kozen Workaway. Het heeft een simpel principe: je werkt vijf dagen per week, gemiddeld vijf uur per dag en je krijgt eten en een aangename plek om te slapen.

Hoe de zoektocht te beginnen op deze site vol info? Mijn kleine linkerteen leidde me in de richting van het zuiden van Ecuador en meer bepaald in Vilcabamba, een klein Gringodorpje met een groot aanbod aan werk. We schreven drie verschillende plekken aan en uiteindelijk viel onze keuze op een Belgisch-Brits koppel, Marleen en Chris. Hoe of wat het precies zou zijn of worden, daar hadden we nog totaal geen idee van. De meeste beschrijvingen op de site zijn eerder vaag. Eenmaal aangekomen, worden we hartelijk ontvangen en gaan we samen iets eten om elkaar wat beter te leren kennen. Een paar glazen verder, ziet het er naar uit dat we goed zullen overeen komen. De volgende dag worden we meteen meegenomen naar hun terrein en krijgen we een grote hoop info over hun plannen en ideeën. Hun terrein ligt op een tweetal kilometer van het centrumpje. Een dertigtal meter hoger dan de hoofdbaan gelegen en één hectare groot. In het afgelopen jaar hebben ze reeds het woonhuis opnieuw opgebouwd en sfeervolle een groeten- en fruittuin aangelegd. Het hogere doel van het project is om een Spaans schooltje op te richten voor toeristen (Marleen is licentiate Spaanse) samen met een slaapgelegenheid en een restaurant (Chris is chef-kok).

Probleem: hun terrein ligt dertig meter hoger dan de weg en door de nieuwe hoofdbaanaanleg is, tijdens het laatste regenseizoen een deel van hun terrein weggespoeld. Op dit deel van hun terrein lag de toegangsweg. Er is veel ontwerpwerk aan het project en wij voelen het kriebelen om onze architectuur skills nog eens te gebruiken, maar dus eerst die terreinverzakking… We nestelen we ons in de rol van landmeters en wegenbouwers. We maken terreinprofielen op, rekenen uit hoeveel de weg maximaal mag stijgen en uiteindelijk zetten we de weg uit op het terrein. Een klein werkje van meer dan een week.

De bulldozers laten nog even op zich wachten door juridische discussies, maar wij laten ons niet tegenhouden en we zetten ons aan de tekentafel om de ideeën van Chris en Marleen uit te testen. Het is net zoals vroeger, met potlood en papier want de digitale architectuurwereld hebben we achter gelaten in België. Het is een heen en weer beweging van testen, overleggen, opnieuw tekenen, houtproducenten en adobemakers bezoeken, naar de site gaan en kijken wat er mogelijk is, hertekenen … tot wanneer we na drie weken moeten ophouden en de laatste plannen afwerken. (voor diegenen die geïnteresseerd zijn, enkele plannen: PLAN 2PLAN 4PLAN 9PLAN 10PLAN6 ) De reisweg wacht opnieuw op ons en Melqui staat te kwispelen. (een kleine update, vier maanden later: hoorden we dat de weg reeds is aangelegd en dat de eerste bouwwerken zullen starten)

Maar hoe was het leven zelf in Vilcabamba, naast de uren van werk? Het is een bijzondere en tegelijk een heel bizarre wereld in Vilcabamba. Het is een wereld waar iedere langdurige Ecuadorbezoeker wel eens passeert en waar meer dan de helft zijn hart verliest. Het is een kleine dorpje in het midden van een vallei met een wel zeer merkwaardig klimaat. Het is een microklimaat met altijd mooi, zonnig en warm weer. Eén vallei verder, misschien twee kilometer verder, regent het altijd en hangt er altijd mist.

Toen we aan de Peruviaanse/Ecuadoraanse grens kwamen, zagen we al hoe wispelturig de valleien van Ecuador kunnen zijn. De dag van de grensovergang startte met grijs regenachtig weer, en tijdens onze vele uren van wachten (sommige grensovergangen gaan nu eenmaal niet zo snel, zeker niet als er geen internetverbinding is en amper telefoonconnectie) veranderde het weer volledig, we reden Ecuador binnen badend in de equinoxzon en nauwelijks een uur later passeerden we de ene grondverzakking na de andere in de dikke mist.

Even een situatieschets van deze merkwaardige grensovergang in de verste uithoek van het land. Er is slechts één douanekerel die alle binnenrijdende auto’s moet registreren, een man in legeroutfit, goed gezet en met autoriteit. Hij checkt onze auto met een half oog, slaat een vriendelijk babbeltje met ons alvorens hij aan het paperassenwerk begint. Hij moet ten eerste wachten tot na de middag om te kunnen bellen omdat de windrichting niet goed zit, en als hij dan al kan bellen, moet hij tot drie keer toe al onze gegevens door de telefoon schreeuwen, want zo hoor je het beter aan de andere kant é ;-). Zowel Tim als ikzelf moeten tot bloedens toe op onze lip bijten om niet spontaan in de slappe lach te schieten. We horen hem roepen dat al onze papieren tip top in orde zijn (hij heeft ze niet eens opengeslagen), we zien hem verschillende zaken opschrijven, hij loopt vijf huizen verder om een papier af te drukken (hij heeft geen eigen printer) om uiteindelijk tot bij ons te komen met het juiste papier. Meer dan zes uur later kunnen we eindelijk Ecuador binnen rijden.

 

De rare kwibussen van Vilcabamba. Iedereen die zich hier nestelt, zelfs als is het maar voor korte tijd, moet ofwel een samenzweringstheorie hebben, er vast van overtuigd zijn dat de wereld op een welbepaalde datum zal vergaan of een verjaarde hippie zijn. Een andere definitie van de blanke bevolking die één van de nieuw aangekomen bewoners ons gaf, is dat een groot deel economische vluchtelingen zijn: mensen die op zoek zijn naar een goed klimaat en die hun pensioen goed willen inzetten in de niet al te dure wereld van de Ecuadoraanse-Amerikaanse dollar. Ik moet toegeven dat het toch nog altijd vreemd is om de US-munteenheid in een Spaanssprekend land te gebruiken. Al vijftien jaar zorgt deze munteenheid voor een zekere stabiliteit die het land zeker kan gebruiken, misschien wel één van de meest stabiele landen van Zuid-Amerika.

Het centrale plein (in Ecuador noemt men dit het Parque Central, in Peru noemt dit telkens het Plaza de Armas) is het verzamelpunt van iedereen. Alles gebeurt op of rond het plein, iedereen lijkt elkaar te kennen, toch zeker alle mensen van de gringo-wereld en alle Ecuadorianen. Want als je beter kijkt, zie je een hele duidelijke tweesplitsing tussen de witte geïmmigreerde bevolking en de plaatselijke inheemse bevolking. Een overzicht wat en wie je allemaal kan treffen op dit centrale plein:

  • De Argentijnse artesano’s die in grote getalen aanwezig zijn en die zoals altijd allemaal hetzelfde verkopen: macramé-achtige bandjes, zelfgeplooide metalen oorbellen waar één of andere geneeskrachtige steen in wordt verwerkt. Of als ze al wat origineler zijn, dan maken ze koekjes of chocoladepralines (die om eerlijk te zijn, niet te vreten zijn).
  • Alle “lokale” verkoop mensen met andere woorden residentiele gringo’s. Bijvoorbeeld een Nederlands sprekende Duitser die zelfgemaakt brood verkoopt (aan 2,5 dollar, jawel het zijn Europese prijzen); Franco Organico, die zoals zijn naam al verraadt organische producten verkoopt zoals zelfgemaakte pindaboter; de Franse bakker met de heerlijkste croissants die we het in het afgelopen jaar gegeten hebben …
  • Alle Europese/Amerikaanse getinte restaurantjes die Italiaanse, Japanse, Franse … keuken serveren. We moeten toegeven een heel aangename afwisseling na de rijst met kip of kip met rijst in Peru
  • Op die terrassen komen alle mogelijke theorieën samen, gaande dat de wereld zou vergaan ergens in september als gevolg van een ongelofelijke vloedgolf, door de mens gecreëerd (is blijkbaar niet gebeurd ;-)), tot kerels die beweren dat de Eluminati ALLES onder controle hebben of allerlei alternatieve geneeswijzen die de wereld zou verlossen van alle kwaad.
  • Talloze winkeltjes die alleen maar fluffy toeristische brol verkopen, zoals de immer terugkerende pyjama-streepjes broek, wollen mutsen met altijd hetzelfde model, wierookstokjes en pluchen lama-beesten …
  • Domme Amerikaanse viswijven die een hele middag zagen over hoe zwaar hun leven wel niet is, terwijl hun kuisvrouw het huis op orde legt. Hoe ze moeten leven met hun mannen en hun opstandige puberende dochters. Hoe moeilijk het Spaans toch nog wel steeds is (zelfs als wonen ze hier al meer dan tien jaar, nog steeds kunnen ze niet meer dan ‘Hola’ zeggen) …
  • De muziek die eindelijk eens iets anders is dan het getsjingel getsjangel van Peru met de vals zingende dametjes. Eindelijk is Bob Dylan opnieuw te horen. Zijn lokale optredentjes met aanwezige rockgitaar mogelijk (opnieuw komen bijna alleen de buitenlanders hiernaartoe).
  • Zoals aan elk centraal plein staat er een ‘grote’ kathedraal. Deze wordt wekelijks gebruikt door de inheemse bevolking. Dit is quasi het enige moment dat de inheemse bevolking wordt gemengd met de ‘immigrantegroep’ die het dorp bijna overneemt. Wanneer de Argentijnse artesano’s hun circuskunstjes tentoon spreiden voor de kerkdeuren staat jong en oud van elke nationaliteit naast elkaar. Ze worden plotseling overrompeld door iedereen die na het aflopen van de mis naar buiten komt.
  • De Hare Krishna beweging heeft ook hier een gemeenschap opgericht.
  • Naast al deze stereotype groepen en gemeenschappen zijn er ook een hele reeks verschillende individuen die hun plek proberen te zoeken: personen die kritisch willen zijn ten opzicht van de vele samenzweringstheorieën, maar die tegelijk geen beter alternatief kunnen geven, graatmagere zestigjarige vrouwen die hun nog tieners wanen, de nuchtere zakenman zoals de pizzaman Shanta …

 

We hebben slechts twee uitzonderingen getroffen die pogen verbindingspersoon te vormen tussen alle aanwezigen in het dorp, die proberen zich tussen iedereen in te bewegen: een Peruaanse vrouw die haar zaakje probeert op te richten zoals ze het in Peru zou doen (en niet iets maakt wat de toeristen willen) en een Chileense vrouw die al twintig jaar haar Italiaans-Ecuadoraans zaakje heeft en die probeert iedereen te ontvangen en met iedereen een goede band te hebben. Wij voelden ons, als langdurige nuchtere reizigers zonder samenzweringtheorieën, niet eens zo vreemd hier ;-).

 

TELEVISION, THE DRUG OF THE NATION

Een klassiekertje die echt op zijn plaats is op dit continent waar de televisie steeds een extra gast aan tafel is én het moeilijk is een goed gesprek te vormen met die gast die nooit 2 minuten zwijgt. Het continent waar we er niet in slaagden één deftig informatief programma op tv te zien én toevallig niemand een andere taal spreekt of enige geografische kennis bezit. Waar de hersencapaciteit op inactief gezet wordt door volgepompt worden met nutteloze flitsende beelden, geschreeuw en seksisme én toevallig niemand een kritische mening kan vormen over de politici. Waar kinderen en niets ondernemende moeders vanaf de borst tot ze misschien ooit gescheiden worden, mak gehouden worden door het kleine onschuldige schermpje. Het continent waar na elk doelpunt van de Copa de America Goooooooooooaaaaaaaaaaaaaaal COCACOLA geroepen wordt…

 

TELEVISION, THE DRUG OF THE NATION

 

One Nation under God

Has turned into

One Nation under the influence

Of one drug

 

Television, the drug of the Nation

Breeding ignorance and feeding radiation

 

  1. V., it satellite links

Our United States of unconciousness

Apathetic therapeutic and extremely addictive

The methadone metronome pumping out

A 150 channels 24 hours a day

You can flip through all of them

And still there’s nothing worth watching

 

  1. V. Is the reason why less than ten percent of our

Nation reads books daily

Why most people think Central America

Means Kansas

Socialism means unamerican

And Apartheid is a new headache remedy

 

Absorbed in it’s world it’s so hard to find us

It shapes our minds the most

Maybe the mother of our Nation

Should remind us

That we’re sitting to close to. ..

 

Television, the drug of the Nation

Breeding ignorance and feeding radiation

 

  1. V. Is

The stomping ground for political candidates

Where bears in the woods

Are chased by Grecian Formula’d

Bald eagles

 

  1. V. Is mechanized politic’s

Remote control over the masses

Co-sponsered by environmentally safe gases

Watch for the pbs special

 

It’s the perpetuation of the two party system

Where image takes precedence over wisdom

Where sound bite politics are served to

The fastfood culture

 

Where straight teeth in your mouth

Are more important than the words

That come out of it

Race baiting is the way to get selected

Willie Horton or

Will he not get elected on. ..

 

Television, the drug of the Nation

Breeding ignorance and feeding radiation

 

  1. V. Is it the reflector or the director?

Does it imitate us or do we imitate it

Because a child watches 1500 murders before he’s

Twelve years old and we wonder how we’ve created

A Jason generation that learns to laugh

Rather than abhor the horror

 

  1. V. Is the place where

Armchair generals and quarterbacks can

Experience first hand

The excitement of video warfare

As the theme song is sung in the background

 

Sugar sweet sitcoms

That leave us with a bad actor taste while

Pop stars metamorphosize into soda pop stars

You saw the video

You heard the soundtrack

Well now go buy the soft drink

Well, the only cola that I support

Would be a union C. O. L. A. (Cost of Living Allowance)

On Television.

 

Television, the drug of the Nation

Breeding ignorance and feeding radiation

 

Back again, “New and Improved”,

We return to our irregularly programmed schedule

Hidden cleverly between heavy breasted

Beer and car commericals

 

Cnn espn abc tnt but mostly B. S.

Where oxymoronic language like

“virtually spotless” “fresh frozen”

“light yet filling” and “military intelligence”

Have become standard

 

  1. V. Is the place where phrases are redefined

Like “recession” to “necessary downturn”

“crude oil” on a beach to “mousse”

“Civilian death” to “collateral damages”

And being killed by your own Army

Is now called “friendly fire”

 

  1. V. Is the place where the pursuit

Of happiness has become the pursuit of trivia

Where toothpaste and cars have become s** objects

Where imagination is sucked out of children

By a cathode ray nipple

  1. V. Is the only wet nurse

That would create a cripple

 

Television, the drug of the Nation

Breeding ignorance and feeding radiation

On Television. ..

 

https://www.youtube.com/watch?v=qA5faeCGg-w

 

 

Eentje van eigen bodem die we hier ook al meermaals vruchteloos aan de man probeerden te brengen…

https://www.youtube.com/watch?v=UKftOH54iNU

Waar is de kwaliteit?!

Het ventileren van de frustratie van twee Europese reiziger na zeven maanden op dit continent. (dus vier maand geleden…)

Het gaat er in gesprekken maar al te vaak over dat er problemen zijn met de regering, dat er enkel (per definitie minderwaardige) Chinese producten zijn, dat de rijkdommen al jaren, en nog steeds, het land uit vloeien, dat er (nog steeds) een gigantische ongelijkheid is op basis van etniciteit, dat inwoners zichzelf vaak gelaten als derde wereldland benoemen (terwijl de nationale cijfers soms zo slecht niet zijn), maar waaraan merk je dan het verschil tussen Europa en hier in het dagelijkse leven? In het leven van “Juan met de pet”? Wij lezen het als volgt: de ziekte van deze wereld, de wegwerpconsumptiemaatschappij en het roofkapitalisme, hebben de arme landen hier veel makkelijker onder hun controle en een van de resultaten is een totaal ontbreken van kwaliteit. Neen erger: de onmogelijkheid om tegen de kwantiteit van goedkope productie en goedkope import in te gaan en zelf als individu te proberen kwaliteit te leveren.

Als toerist merk je het direct aan de oppervlakte, als je toch een beetje moeite doet. Alles wat wij als westerse burgers graag als KWALITEIT aankopen uit een basisreflex, blijkt hier afwezig. We geven hieronder niet meer dan enkele kleine voorbeeldjes van eigen ervaring uit de eindeloos hoop ‘brol’.

  • Elektronica: De zoektocht naar SD-kaartjes die groter zijn dan 4GB moeten we al snel staken. Laat staan dat er échte merkvarianten vindbaar zouden zijn. De prijs is echter dezelfde als een 32GB met hoge snelheid.
  • Voeding: Alle voedingswaren bevatten een onmenselijk hoog suikergehalte. Natuuryoghurt lijkt enkel mét suiker te bestaan. Yoghurt zonder suiker, “nog nooit gezien”. “Er moet toch overal die verslavende minimumhoeveelheid suiker aanwezig zijn”, klinkt het allicht bij de voedselconcerns… Bij de bakker op zoek naar brood zonder suiker, “maar dat bestaat helemaal niet juffrouw”. Wanneer we op zoek gaan naar vanillepoeder om zelf vanillepuddingetjes te maken, ontdekken we waarom de gebakjes altijd naar ‘dulce de leche’ smaken: het zakje vanillepoeder smaakt zelfs niet naar vanille. Er zit enkel suiker in en de vanillestokken zijn allicht op reis naar Europa. In deze landen heersen de gelatines in alle kleuren en allen met dezelfde smaak!
  • Huis-, tuin-, en keukengereedschap: Na tot drie maal toe tape te kopen moeten we beslissen dat plakband op dit continent om de één of andere reden niet plakt. Bestek in deze landen van de Andes plooi je tussen twee vingers en wordt weggeblazen met een briesje. Degelijk bestek is te duur en… je zou dat slechts één keer in je leven moeten kopen, dus dat is slecht voor de verkoopcijfers. Hier tref je onder de buitentafels en stoelen, zelfs in de chiquere zaken, enkel plastic gevallen aan, maar dat kan ook moeilijk anders, want plastiek regeert Zuid-Amerika.
  • Alcohol: Of je nu bier drinkt of rum in Peru, je kop doet gegarandeerd pijn de volgende dag. En wij, Belgen, staan er nu toch wel bekend om een pintje te kunnen verzetten. Nu we in Chili zijn, weten we het zeker: de alcohol in Peru is van minderwaardige kwaliteit. Wie drinkt, vergiftigt zichzelf.
  • Verpakkingen: Als je hier chips of cornflakes koopt, lijken de zakken gigantisch. Let op, je koopt de helft lucht!
  • Kledij: Hier heerst polyester en alle kleren uit China zijn maximaal enkel gestikt. Stel je voor dat de kleren langer dan een jaar zouden meegaan.
  • Auto’s en toestellen: De originele Duits-Mexicaanse pakkingen van onze auto worden vervangen door lokale varianten omdat ze wat verouderd waren. Het resultaat is dat we meer olie lekken dan ooit tevoren. ‘Normaal’ zeggen de lokale mechaniekers. Tijdens een uiteenzetting over roulementen waar we toevallig verzeild raakten, worden we zodanig gebombardeerd met verkoopcijfers die tonen dat DIT het beste merk is, dat de vraag naar de levensduur en kwaliteit van het product schijnbaar vergeten wordt.
  • Bouwmaterialen: Het is een algemene regel in Zuid-Amerika dat je geen toiletpapier in het WC gooit. Misschien zitten de te kleine diameters en breekbare PVC van slechte kwaliteit daar wel voor iets tussen. En als ze hier isolatie willen gebruiken doen ze het wel met Isomo en Isoproc platen, want de rest bestaat hier niet.

 

Naast het effect van deze ‘wegwerpproducten’ dirigeren de aanwezige multinationals het dagelijkse bestaan van de inwoners in de landen waardoorheen we reisden. Er is een ETHIEKLOZE GRIP door multinationals waar de regeringen geen halt aan ‘kunnen’ houden.

  • Cocacola is aanwezig in alle vormen. Zelfs de meest verkochte watermerken vallen onder het concern. Hier worden schijnbaar geen vragen bij gesteld.
  • Het is makkelijker internationale chocoladebars te vinden in een dorp dan de olijven, kruiden en honing die 50km verder vers van het veld komen.
  • Wie werkt voor een van de grote mijnbedrijven is gedoemd om twee weken weg van huis 12u per dag te werken in de meest desolate erbarmelijke woonwijken in de woestijn. De regering lijkt zich van hun lot niet aan te trekken. Wie wil werken, moet zich plooien naar de grillen van de rijksten. Zij bepalen de lonen en de leefsituatie, niet de vak(wat?) De situatie is hier vandaag nog zoals in het jaar 1939 in ‘The Grapes of Wrath’ van John Steinbeck.
  • Elke paneel dat een stad aankondigt of je informeert over afstanden, is gesponsord door een gsm-operator.
  • We zien in de straal van 150km rond Lima ‘Gated communities’ als paddenstoelen uit de grond schieten. Onpersoonlijke, lelijke sardienendozen in de levenloze woestijn. Voor elke vorm van ‘rijke klasse’ een eigen wijk. Stel je voor dat je in je perfecte wereld een armere dan jezelf zou tegenkomen. Want wanneer het principe van ‘eigen huis’ met ‘steriele westerse wereld’ en ‘veiligheid’ hand in hand gaan is er makkelijk geld te verdienen, is het niet projectontwikkelaars!?
  • Doordat in Peru quota op apotheken door multinationals tegengehouden worden, lijkt een pil hier wel een snoepje. Op elke straathoek zijn er minimum drie apotheken te vinden, het is toch noodzakelijk dat als er een Mifarma aanwezig is, dat zijn concurrenten ernaast ook aanwezig zijn?
  • Langs de straat zien we rond elke stad gigantische banners voor de lokale bieren: Cusqueña, Arequipeña, Trujillo, Pilsen Callao. Wanneer we echter wat dichter op de flesjes kijken, zien we dat ze allemaal deel uitmaken van hetzelfde bedrijf Backus. Op zijn beurt een zusterbedrijf van AmBev. Die sloeber van een lokale bierproducent…
  • In enkele steden, zoals Trujillo zien we fantastische historische gebouwen perfect onderhouden, dankzij… De banken die er hun filiaal hebben. De treinen van Peru (en bijna alle landen van de Andes) zijn verdwenen, behalve als er grof toeristengeld mee te verdienen valt. En uiteraard zijn deze treinen dan toevallig in privéhanden, bijvoorbeeld de Machu Picchu-trein in het bezit van het Britse Orient Express.

 

Uiteindelijk lijkt dit een volledige maatschappij te infecteren en ontbreekt kwaliteit overal en infecteert het ‘goedkope effect’ als makkelijkste consumptiegoed eender welk niveau van de samenleving en wat daarbij vooral niet gebeurt is constructief vooruitgaan. Het resultaat lijkt een bevolking die opgevoed wordt met een eenvoudig duidelijk zwartwit beeld en zichzelf NIET INFORMEERT.

  • Er is bij iedereen een klaagzang over het niveau van het staatsonderwijs, dat enkel in nieuwe gebouwen investeert, maar geen kwaliteit levert. Een eenvoudig bewijs is het belachelijk lage niveau van Engels terwijl Peru hét toeristenland van Zuid-Amerika bij uitstek is. Privéscholen spelen daar op in, maar meer betalen betekent ook hier lang niet in alle gevallen beter onderwijs.
  • De staatsgeschiedenis lijkt over de gehele lijn vereenvoudigd: de Inca’s zijn goed en de Conquistadores slecht, terwijl je bij het reizen naar de minder prominente regio’s van het land af en toe totaal omgekeerde verhalen hoort.
  • Als de media een spiegel vormt van de werkelijke interesse van de mensen, is het nog erger gesteld dan wij nu uitleggen. De TV staat heel de dag op het hoogste volume aan en pompt mensen vol met lege speechen, nutteloze competitieprogramma’s die liefst het rolmodel zoveel mogelijk benadrukken, of toont live de echografie van het eerste kindje van een TV-vedette. Het is als TV-producer vooral belangrijk continu flashy kleurtjes te laten flitsen en je presentatoren duidelijk te maken dat ze steeds dienen te schreeuwen in hun microfoon en zinnen met meer dan twee werkwoorden uit den boze zijn.
  • Zelfs in banken, advocatenbureaus of notariaten speelt non-stop de nutteloze tv, voor op het moment dat de facebook- of youtubefilmpjes niet meer boeien.
  • We hoorden geen enkele keer, in geen enkele wagen, informatieve radio. De, voor ons steeds identieke, muziek pompt aan eenzelfde ritme vooruit.
  • En als dit niet genoeg is, word je ook nog eens platgebombardeerd door bilboards en shoppingmalls waar het ‘ideale westerse’ leven te koop is. Dit dien je na te streven; Daarom leef je; Daarom verdien je geld; lees je impliciet op de posters met blanke westerse gezichten (nooit zijn inheemse gezichten zichtbaar). Jij moet werken en consumeren. Zeker geen bewust stadsbewoner of burger van je natie willen zijn.
  • Everybody’s Free (to Wear Sunscreen) https://www.youtube.com/watch?v=sTJ7AzBIJoI
  • Onze zoektochten naar leesboeken, zelfs in het Spaans, draaien over het algemeen op een sisser uit. We vernemen dat het meest verkochte boek in Peru het leven van een schlagerzanger is i.p.v. één van de vele topauteurs die Zuid-Amerika rijk is. Wanneer we na een dag zoeken in de hoofdstad van 10 miljoen inwoners, Lima, geen e-reader vinden, vat een verkoper het heel eenvoudig samen: “Ik zeg het met een beetje schroom, maar in Peru leest men niet”, hoe willen wij hier dan een digitale lezer vinden…

 

Het resultaat in grote delen van Peru is voor mij een INCOMPETENTE POLITIEK en een voor zijn minimale brokken vechtende samenleving.            

  • Overheden houden zich alleen bezig met zelfverrijking, mediapromotie en herverkiezing bezig dat ze hopeloos achterlopen bij bijvoorbeeld stadsuitbreiding. Meestal, en dat geldt als commentaar van bewoners in alle landen waardoor wij reeds reisden, staan de huizen/krotten er voordat er iets van wegen of nutsvoorzieningen aangelegd wordt. Binnen de herverkiezingslogica en het ‘snelle effect’ wordt bijvoorbeeld rond Cajamarca eerst een (lelijk) Colosseum gebouwd i.p.v. aan stedenbouw te doen of bijvoorbeeld watervoorzieningen uit te tekenen.
  • Het wegennet van Peru is zo slecht nog niet en dat is DANKZIJ de regering… Die alle wegen in privéconcessies uitbesteed. Goeie wegen met dure péage en die péage gaat rechtstreeks naar bedrijven zoals de IRSA Norte dat een zusterbedrijf is van een groot Braziliaans wegenbouwbedrijf. Dus, daaaaaag geld van de weggebruiker.
  • Wat wij als een minimum beschouwen om op z’n minst een opvangnet te hebben voor de zieken, de andersvaliden of de tijdelijk werkonbekwamen, is hier onbestaande. Het is niet waar de politiek mee bezig is. Tegelijk bestaat hier een mechanisme dat wij niet kennen. Dat van de VERSCHILLENDE MARKTEN: als je hier arm bent, woon je in een arme wijk, koop je je producten in je eigen markt die de helft van de prijs kost (dus ik praat niet over het verschil tussen Colruyt en Lidl), verplaats je je met slechtere en goedkopere bussen (die uit elkaar vallen) en is die kip die je maximaal één keer per week kan eten de kip die gekweekt wordt met injecties en dioxines, en tenslotte opgeblazen wordt met water (het gaat hier om een ander verhaal dan de met water gevulde Pangasiusfilet). Dankzij het ontbreken van een basisvoedselcontrole, maar ook doordat mensen dagelijks hun eigen producten op de markt verkopen, zonder een algemeen veilingsysteem te hebben die prijzen bepaalt, kan deze diversificatie in prijzen hier bestaan. Een diversificatie die bij ons niet meer kan bestaan doordat de grote supermarktensystemen alle prijzen vastleggen voor de kleinhandel. Tegelijk een van de redenen waarom deze landen zonder sociaal vangnet functioneren en de onze dat nooit meer zouden kunnen. (Een van de redenen waarom grote bedrijven en kapitalistische koppen bij ons ook voor het consumenten-creërende sociaal opvangnet zijn.)

 

Daarnaast een samenleving waarin GELATENHEID bij iedereen heerst. Van de armste boer tot de rijke, geletterde universitair, ze zien allemaal geen uitweg en proberen in de eerste plaats hun eigen positie een paar stapjes te verbeteren in de eigen omgeving en zonder een langere termijnvisie. Het lijkt alsof de oplossing altijd eenvoudig, snel en voor de hand liggend moet zijn.

  • Onze garagist uit Lima ziet enkel veiligheid in een ‘watchiman’ of nachtwacht voor de poort van de straat. Hij beklaagt zich over de wegwerpcultuur, maar koopt elke twee maand een nieuwe telefoon die het meteen weer begeeft. Voor hem gaat de cultuur teloor met de verhoogde delinquentie en dé oplossing is natuurlijk de vrouw opnieuw of blijvend aan de haard die de kinderen van dichtbij kan opvoeden en delinquentie zal doen verdwijnen.
  • Onze gids in Cusco gelooft dat enige uitweg voor in Peru blind kapitalisme is. Als je de vrije markt laat heersen komt alles in orde klinkt het uit zijn mond.
  • De brandweermannen zien enkel soelaas in meer controle en dus meer blauw op straat.
  • Wanneer we met een architect het thema ‘traditioneel bouwen is voor de armen en de rijken bouwen met glas en beton’ aansnijden, is het niet zijn taak daar een mening over te hebben. De klant betaalt, hij bouwt wat de klant wil.
  • De gelatenheid bij leerkrachten is groot. Wij zien een kind van 6 jaar op klasuitstap op haar tablet tokkelen. We halen dit voorbeeld van, voor ons, gebrek aan respect aan en krijgen van kennissen te horen dat de leerkracht die hierop zou ingrijpen het met de ouders aan de stok zou krijgen…
  • Architectuurstudenten in Cajamarca die toch op zijn minst in hun ‘fictieve’ projecten het verschil zouden moeten kunnen maken, plaatsen naar het voorbeeld van alle aanwezige openbare gebouwen opnieuw een hekken rond een openbaar park met een megalomaan gebouw dat ze ontwerpen. “Anders is het niet veilig…” Zelfs hier zien we verandering die dit land nodig heeft niet.
  • Jongeren met wie we aan de praat raken, zijn niet bezig met hun maatschappelijke problemen, maar trekken zich terug in een virtuele wereld waar ze zelf centraal in staan, de wereld van de smartphone die zijn gebruikers onkritisch maakt. Het enige achtergrondkleur dat we ooit op een smartphone of computer (bijvoorbeeld van de politie) zien is lichtblauw. Op facebook vind je uiteraard alle info. Men is niet bezig met politiek. Neen, men neemt hier selfies. Zelfs wanneer je niet met iemand gesproken hebt, willen ze samen op de foto om aan hun vriendjes te tonen op ‘fakebook’ de ze buitenlandse ‘vrienden’ hebben. Tijdverdrijf om geen andere vragen te stellen is hier perfect ingeplant dankzij de nieuwe media en beperking van het wereldbeeld tot het zelfbeeld.
  • In de cybercafés zien we steeds tieners gevechtsspelletjes zoals Countersstrike spelen tijdens de schooluren. Niemand reageert. Het is hun kind niet en zij zijn de verantwoordelijke leerkrachten niet…
  • In Arequipa krijgen we het privilege om een feestdag samen met een lokale familie te vieren. Aan tafel zitten toevallig twee nonkel-agenten. Wij zien onze kans schoon om de corruptie bij de politie aan te kaarten. I.p.v. schroom tegenover collega agenten aan te treffen, of toch op zijn minst gefakete schroom… vertellen ze tussen de regels door dat ze het zelf ook doen en dat dit niet eens een slechte zaak is. Ze zorgen ervoor dat de gedupeerde minder betaalt en verrijken zichzelf… Dat het maatschappelijk fout is, dat het de eerste stap is tot een corrupte samenleving waar iedereen met geld zich alles kan permitteren of dat het geld naar de verkeerde bestemmeling gaat, lijkt hier niemand zorgen te baren. Ook de hele familie aan tafel lacht het probleem weg. Elk veegt hier voor zijn eigen deur.

 

Mede hiermee samenhangend: EFFICIËNTIE is onbestaande en inderdaad meneer, het hoeft allemaal niet zo goed georganiseerd te zijn zoals bij ons. Zo goed uitgekiend als bij ons waardoor iedereen ofwel een burn-out of een depressie op de gepaste leeftijd krijgt, maar het mag toch iets meer zijn?

  • In de supermarkt kunnen toch een aantal personen minder werken? Telkens minimum één à twee persoon voor de bonnetjes van brood, charcuterie etc., om de vier rijen een verkoper van een product, een kassierster die afrekent, één of meerdere zakjesvuller(s) want klanten moeten dit toch niet zelf doen (maximum vier artikelen in een plastieken zak), iemand die het ticketje van de kassa controleert en uiteraard aan elke uitgang een security. O ja, dan ben ik nog die groep vergeten die bij ons de grootste is: rekkenvullers, magazijniers, bakkers, beenhouwers…
  • Bij het opruimen van de weg worden 20 werkmannen op een rij gezet. De borstelwagen bestaat hier niet.
  • Wanneer twee wagens over een brug rijden en ze kunnen niet door doordat ze elkaar blokkeren dan is het de normaalste zaak van de wereld dat ze twintig minuten neus aan neus blijven staan. Niemand wil toegeven, want het is een erezaak… Dat ondertussen aan elke kant honderd auto’s niet doorkunnen, is van ondergeschikt belang.
  • Doordat iedereen makkelijk geld wil verdienen, rijdt Peru vol met (teveel) taxi’s want wie een auto bezit is meteen gepromoveerd tot taxidienst als hoofd- of als bijberoep. Minder privétransport is op zich een goed principe om minder files te hebben, maar het betreft geen georganiseerde actie. Niemand grijpt in, want de vrije markt is de heilige koe. Zo krijg je files van lege taxi’s in de stad. Terug naar af dus.
  • Steen per steen op een vrachtwagen leggen. Een palet of een transpalet, wat is dat??
  • Het is de normaalste zaak dat diegene die je bedient in een bar of restaurant de kaart niet kent of nog nooit opgediend heeft. Soms lijkt het of ze zo hard mogelijk hun best doen om ontslagen te worden, of dat is toch onze indruk. Wanneer we vrijwilligerswerk doen, ontdekken we plots dat dit niet enkel schijn is.
  • Net voor ik aan deze tekst begon, deed een symbolische druppel verf de emmer overlopen, waardoor deze tekst er uit moest. We zagen een schilder aan het werk die rond alles heen schilderde. Werkelijk rond alles, niet alleen grote kasten of vastgeschroefde planken! Stopcontact: er rond, plant: er rond, tafel waaraan wij zaten te eten: er rond… Stel je voor dat je dit zelf zou moeten verschuiven? Hij zal het allicht de volgende dag gedaan hebben als iemand alle obstakels verzet heeft…

 

Alles wat hierboven beschreven staat, viel voor in het jaar 2015 en zagen we met onze eigen ogen of kwam uit eerste bron.

Waar zit de schuld van de, in Peru, gedoodverfde conquistadores dan nog? De al te gemakkelijke vingerwijzing in het dagelijks jargon, duidelijk zo meegegeven in het onderwijssysteem, de musea, de televisie. Het lijkt onmogelijk kritiek te geven op het systeem of de machthebbers. Dit is vandaag allicht een van de hoofdredenen van het ontbreken van protest tegen algemene corruptie en onkunde van leiders waardoor een land zich zo mak laat leiden door een aantal corrupte charismatische figuren? Verblind door makkelijke media en verlekkerd op goedkoop scoren. Is het blinde geloof in het volledig vrije kapitalisme niet de basis van het probleem voor een arm land? Je bent een van de zwakste spelers in de wereld: Je wordt leeggeroofd tegen erbarmelijke lonen, rijkdommen worden voor geen geld over de grenzen geloodst tegen de belofte van aangelegde wegen (op de trajecten naar de mijnen), en de politieke leiders zijn ook maar mensen tegenover de riante ‘extraatjes’. Uiteindelijk wordt het afgewerkte brolproduct tegen hoge prijzen weer geïmporteerd.

Waarom stapt hier niet ergens een leider op met echt goeie bedoelingen die de problemen bij naam noemt en iets wil veranderen. Is het systeem hier zo diep verziekt dat alle politiekers elkaar bestoken met persoonlijke kritieken en lege propagandistische veranderingen om uiteindelijk aan de basis niks te veranderen? Wij willen dat niet geloven.

 

Er zijn namelijk VERANDERINGEN zichtbaar: ‘There’s a crack in everything that’s how the light gets in’

  • We zagen in Brazilië elke dag voor het nieuws vijf minuutjes samenvatting over een willekeurig land in de wereld en de Brazilianen wisten iets van de wereld.
  • We zien in Ecuador veel borden omtrent natuur beschermen en zien effectief veel minder afval.
  • In El Alto, en bij uitbreiding heel Bolivië, zien we reclame voor het kopen van eigen producten en er heerst bij de bevolking wel degelijk een trots voor eigen productie.
  • In Noord-Peru zien we per toeval folders die de bevolking oproepen om aan toeristen geen hogere prijzen te vragen dan aan lokalen en effectief, we voelen ons minder geldkoeien.
  • Wij denken dat de ‘Encycliek’ van de paus op deze ultragelovige landen binnen het komende decennium de nodige weerslag zal kennen op ecologisch vlak.
  • In Ecuador zien we verschillende borden die de chauffeurs moeten opleiden. Bijvoorbeeld: ‘rijd rechts, links dient enkel om voorbij te steken’. Rustigere chauffeurs als resultaat.
  • Tegenover de toeristische stormloop met de nodige hopen vuilnis rond Machu Picchu, staat de site in schril contrast. Het is een toonbeeld van orde en netheid. Dit geeft zeker een boodschap mee aan de internationale en nationale bezoekers.

 

Maar klein te beginnen. Hoe kunnen wij als reizigers onze kleine bijdrage leveren?

Zoals aangeraden wordt in de vele reisgidsen: door je mond te houden over politiek en gevoelige zaken. Of vingerwijzend puur vanuit onze Europese blik op alles kritiek te geven. Of, zoals wij het steeds meer aan onszelf verplicht zijn omdat we als reizigers deze continuïteit van zelfde patronen zien, door te reageren, je mond net wel open te doen en vragen te stellen of nuances te geven. We prediken uiteraard geen revolutie, maar proberen aan die personen die er misschien iets mee zullen doen in hun gemeenschap, school, busbedrijfje, pleintje, te duiden wat er volgens onze nederige mening beter zou kunnen op basis van ervaringen in hun continent. Vaak komen vragen hoe het er aan toe gaat in Europa, waar ondanks het turbulente verleden zeer sterk naar opgekeken wordt (veel sterker dan de VS). Daar reageren we zo eerlijk mogelijk op, met de pro’s en contra’s van onze samenleving. Algemeen gaat het over kleine dingen, meestal dagelijkse situaties:

  • Neen dank u, ik hoef geen tien plastiek zakjes voor mijn inkopen, er wordt in de wereld genoeg plastiek gebruikt, we hebben onze herbruikbare tas mee…
  • Een boze blik op wie afval gewoon buiten veegt of eenvoudigweg plastic zakjes door de busruit kegelt
  • Een vraag over onderwijs, waarbij we ons systeem met al onze talen uitleggen en zeggen dat er zeer veel Europeanen zouden springen om drie maanden taallessen te geven als er een goed vrijwilligerssysteem voor bestond.
  • Een gesprek over politiek waarbij wij de kritieken die we in alle landen reeds hoorden projecteren en vertellen waar de problemen volgens ons liggen om tenslotte die gelaten houdingen tegen te spreken door te zeggen dat er na het werken aan onderwijs een basis komt voor die echte verandering. Of we vertellen over de kleine veranderingetjes in de buurlanden.
  • Een uitleg over hoe populistisch mensen hier reageren volgens onze normen waarbij interne partijkritiek onbestaande is. We proberen met handen en voeten uit te leggen dat een verandering van de Grondwet met verlengingen van termijnen of uitbreidingen van machtsdomeinen door een huidige favoriete president, betekent dat elke president meer macht zal krijgen en… dat de grondwet er nu net deels voor bestaat om die burgers te beschermen tegen machthebbers.

 

Tenslotte proberen we enkele personen te activeren om  te lezen. Af en toe opent praten over Eduardo Galeano’s “Vienas Abiertas de America Latina”, of “Open Aderen van Latijns Amerika” zeer interessante gesprekken. Je verandert stanté pédé van toerist naar geïnteresseerde ‘revolutionair’ die met een open blik wenst te praten over de eeuwenoude Zuid-Amerikaanse zaak. Dit gaat echter over een grote minderheid aan Zuid-Amerikanen die op zoek gaan naar de waarheid of via familie, vrienden of een beter onderwijssysteem de kans krijgen verder te kijken dan hun neus lang is. 99% van de personen met wie we reeds een gesprek aanknoopten kent dit belangrijk eigen geschiedeniswerk niet en zal het ook na onze tip nooit lezen. Terwijl we hier vechten tegen de bierkaai om dit boek aan te raden, kan het misschien voor jullie thuis een goeie leestip zijn. Het leest als een sneltrein en je wordt eens voorzien van een niet eurocentrische of Westerse blik op Zuid-Amerika. Het werk is geschreven in de jaren ‘70 en dus gedateerd, maar tegelijk brandend actueel, alsof er na 40 jaar regeringsshifts nog steeds geen moer veranderd is.

Wist je dat … Peruaanse politie

Wist je dat…

De Peruaans politie de belachelijkste politie is die we ooit in ons leven gezien hebben.

De Peruaanse politie het verkeer regelt ook als de verkeerslichten werken? Ze fluiten een beetje en zwaaien een beetje en vaak, i.p.v. het verkeer te versnellen, zorgen ze voor opstoppingen door een auto midden op straat vast te zetten.

De Peruaanse politie je uitlacht als je als voetganger niet oversteekt bij een rood licht. ECHT GEBEURD.

 

Wist je dat…

We meer dan 50 politiecontroles gehad hebben! Dat is vervelend omdat je altijd even vaststaat, maar het ergste is dat ze eigenlijk enkel op zoek zijn naar een fout om zichzelf te verrijken…

Ook wij eraan hebben moeten toegeven en tot tweemaal toe een politieman geld toegestoken hebben omdat ze het uiteraard zelf voorstelden…

 

Wist je dat…

We op een familiefeestje ontdekten dat ook daar nonkel agent zijn acties verdedigt door te zeggen dat hij mensen helpt doordat ze geen volle boete moeten betalen… Wat een goeie man…

 

Het fabelachtige noorden van Peru, daar waar de toeristen nog niet geraakt zijn!

Na alle avonturen in het Zuiden van Peru, het deel(tje) dat iedereen kent van Peru of men er nu geweest bent of niet: iedereen heeft een beeld hoe Machu Picchu eruit ziet, hoe de Inca’s van Cusco de hoofdstad maakten van hun immense rijk of hoe intens blauw het Titicacameer is met de collectie grazende lama’s ernaast.

Maar (bijna) niemand hoorde van steden zoals Cajamarca, Chachapoyas of de Cordillera Blanca met Huaraz als hoofdstad. Zo goed als geen enkele toerist kent de wondere wereld van de ronde huisjes van het fort Kuelap en ga zo maar door. Laat dit een toeristische warmmaker zijn voor iedereen die meer wil ontdekken van de ongekende hoekjes van Peru. Laat dit misschien een reden zijn om ooit eens een reis naar Peru te wagen zonder het toeristische zuiden in te plannen?!

Onze route door Peru neemt rare en vooral onlogische vormen aan. Even een algemeen overzicht zodat iedereen nog een klein beetje weet waar we ons nu eigenlijk bevinden. Zoals jullie al vermoeden zitten we een beetje achter met onze blog. Reizen is een razend drukke bezigheid: voorbereiden, veranderen van plannen, plaatselijke mensen ontmoeten (zij willen graag weten waar je vandaan komt, wat je vindt van hun land, stad etc.), andere reizigers ontmoeten, hun reistips aanhoren en andere geven, nog eens van plannen veranderen, proberen wat geschiedenisboeken te lezen van Zuid-Amerika (voor diegenen die het interesseert: “Open Veins of Latin America” van Eduardo Galeano en “The Pinguin history of Latin America” van Edwin Wiliamson), romans lezen, internet vinden, rijden (ja dat hoort er ook bij), foto’s trekken, vooral veel foto’s wissen, weer van plannen wijzigen, bezoeken brengen aan mechaniekers, vrienden op bezoek hebben, weer veranderen van plannen

Begin mei startten we onze autotour in het zuiden van Peru aan de Grens met Bolivië. We verbleven ongeveer anderhalve maand in het zuiden, waarvan drie weken met de ouders van Tim. Vervolgens zaten we even vast rond Lima: dat lezen jullie in het vervolg van de pageturner. Pas daarna reden we door naar het Noorden, met een uitstap naar de selva of de jungle. Na drie maanden of 90 dagen Peru was ons toeristenvisum verlopen en dan wil je echt wel uit het land zijn. Als persoon betaal je eenvoudigweg een boete voor het aantal dagen dat je langer in het land blijft, maar de auto die nemen ze in beslag. We zijn nu nogal gehecht aan ons beestje, dus we maakten ons snel uit de voeten. Augustus en september hebben we twee fantastische maanden beleefd in Equador (maar die verhalen volgen nog). Begin oktober gingen we opnieuw de grens over naar Peru. Ditmaal gaan we er wat sneller door en houden we alleen halt in de bergen van de Cordillera Blanca en in Lima (bij onze favoriete garagist, voor een klein onderhoud dat meestal een groot wordt).

 

Piura – Lima

De kust van Peru zal nooit geroemd worden omwille van zijn schoonheid. Met zijn oneindige woestijnen van grauw grijs zand, ongezellige lineaire baraknederzettingen en hopen stinkend en rottend afval is het geen plezier om door te rijden. Maar soms, liggen de geheimen onder de oppervlakte. Zo tonen de ontelbare verschillende ruïnes een amalgaan van de grootse culturen, die hier, vóór de Inca’s, hun imperium uitbouwden. De ene ruïne is nog spectaculairder dan de andere en de opgravingen blijven doorgaan. Soms aan een hoog tempo, soms aan een lage conjunctuur. Want alles blijft afhankelijk van Europese en Noord-Amerikaanse archeologenteams, gelinkt aan onze universiteiten. In Peru (en met uitbreiding de rest van Zuid-Amerika) ontbreken hier vaak de centen voor, of is archeologisch onderzoek op nationaal niveau enkel gewaardeerd als het woord Inca er kan aan gelinkt worden.

“Wij zijn één volk dat afstamt van de grootse Inca voorvaders.” Klinkt het op overheidsniveau en dus ook uit de monden van alle gidsen in het toeristische zuiden. Maar hier horen we voor het eerst een spectaculair ander (en genuanceerder) verhaal uit de monden van vele gemotiveerde gidsen, trotse ‘Norteniërs’ (bewoners van het noorden), archeologen en geschiedkundigen.

Een greep uit de (vele) volkeren die we langs de kust kruisten, van noord naar zuid.

Tucume (bij de stad Chiclayo)

De Sicán volkeren (1000 – 1375 n. Chr.) regeerden over heel de noordelijke kust met Tucume als hun hoofdstad. Ze lieten ons deze prachtige ruïne na met 26 piramides en vele andere gebouwen. (voor zij die geïnteresseerd zijn, een interessante documentaire over deze site: https://www.youtube.com/playlist?list=PLA1D1E1905AB0D185)

 

Chan Chan (ten noorden van de stad Trujillo)

De Chímu bevolking regeerde van 850 tot 1500 n. Chr. Zij creëerden in Chan Chan hun hoofdstad met 60.000 inwoners en het is de grootste opgegraven adobestad ter wereld tot nu toe. Alle verschillende delen van de stad (religieus, profaan …) zijn ommuurd met muren van 11 à 12 meter hoog. Wij bezochten slechts één religieuze site met volgende afmetingen …., en zo waren een tiental ‘compounds’, om maar een idee te geven hoe groot deze nederzetting was.

Huaca de la Luna (ten zuiden van de stad Trujillo)

De Moche cultuur leefde van 100 v. Chr. Tot 850 n. Chr. en vormt zo de bevolking voor de Chímu in de noordelijke kustregio. Vermoedelijk is ook de Moche cultuur uitgeroeid door El Niño, het natuurfenomeen dat één keer om de zoveel jaar voorkomt en deze droge regio overspoelt met overvloedige onweersbuien en uit zijn oevers tredende megastromen. Ook vandaag de dag komt El Niño nog om de tiental jaren voor. Eind december wordt een krachtige El Niño aangekondigd. Talloze dorpen worden aangemoedigd om te verhuizen, maar velen leren niet uit de voorgeschiedenis. Huaca de la Luna vormt samen met de Huaca del Sol de twee grootste structuren op de site. Het zijn religieuze tempelstructuren, waarvan slechts een deel is blootgelegd. Per nieuwe koning wordt een nieuwe tempel over de vorige gebouwd. De tempels worden bijgevolg telkens groter en groter. De schatting luidt dat er 60.000.000 adobe stenen hiervoor gebruikt worden.

Sechín (250 km ten noorden van Lima)

De site van Sechín is samen met de site van Caral (zie hieronder) één van de oudste van het land, 1600 v. Chr. De opgravingen hebben slechts een heel beperkt deel van de site blootgelegd. Alleen de religieuze tempel is te bezichtigen. Zoals bij vele van deze kleinere sites is er een mini-museumpje aanwezig met een verhelderende maquette. Het moet gezegd zijn dat deze dorpen hun best doen om de archeologische sites toeristisch aantrekkelijk te maken. Ondanks de primitieve informatie in het museum en vele artefacten die in de nationale musea van Lima liggen, slagen ze er toch in om een algemeen beeld te geven van de verschillende culturen.

 

Caral (100 km ten noorden van Lima)

Een van de spectaculairste sites was tenslotte die van Caral. Ook voor de wereldgeschiedenis is dit de belangrijkste ‘recente’ ontdekking van Peru. Het toont ons de oudste ‘stad’ ter wereld, 2600 v. Chr., tot nu toe ontdekt (dus “dag daaag Mesopotamië”). De site werd ook kort na de ontdekking meteen beschermd door Unesco (2009) en staat nu op de werelderfgoedlijst als één van de belangrijkste te bewaren ruïnes voor de mensheid.

Waarom is die ruïne dan zo onbekend? Hij werd slechts tiental jaar geleden ontdekt en de opgraving zijn nog lang niet afgelopen… Maar dat is uiteraard niet de hoofdreden, want de site, met de meest professionele gidsen van het land, geeft al een heel goed beeld van deze stad en deze cultuur. De site past eenvoudigweg niet in de route van de toeristen die enkel ten zuiden van Lima floreren. De site mist de boot van subsidies, mist dus de boot van enige infrastructuur, mist daarnaast de boot van de grote professionele Peruaanse promotiemolen en krijgt dus maximum 20 toeristen per dag over de vloer. En zo gaat het verhaal voor elk wonder dat we in het mooie noorden van Peru zagen. Maar jullie hoeven dit niet aan de grote klok te hangen: hou deze informatie voor jullie en neem binnen de kortste keren een vliegtuig naar Peru en laat het zuiden van het land onder je liggen en verken het onbezoedelde noorden!

De bovenaardse ervaring van Caral zouden we lyrisch en in een aparte blogpost kunnen beschrijven, maar deze keer doen we het met een reportage die enkele jaren terug door de BBC werd gedraaid! Zie zelf waarom deze locatie zo bijzonder is.

https://www.youtube.com/watch?v=ZMacuGusmeg (Sorry voor de overdreven Angelsaksische stijl, het is onze reportage niet…)

 

Cajamarca – Chachapoyas

In Cajamarca verblijven we bij een op en top couchsurfer, Herbert. We komen toe rond de middag, maken net kennis en we worden direct meegenomen naar zijn taller, zijn architectuuratelier. Voor aankomst wisten we dat ook hij architect was en dat we in zijn bureau zouden slapen, maar dat hij ook lesgaf aan de universiteit van Cajamarca én dat we als gastarchitecten mee in zijn ontwerpatelier zouden staan, was een behoorlijke verrassing. We worden voorgesteld aan een zestigtal studenten uit het 4de jaar als twee internationale gastdocenten die even op bezoek zijn. We voelen ons onwennig met al die starende blikken. Gelukkig is de eeuwig vlotte ex-assistent Tim een bende studenten gewoon en babbelt hij er vlot – in het Spaans – op los. Een aantal studenten stellen enigszins schuchter hun projecten aan ons voor. Ze moesten een centraal busstation ontwerpen voor de stad Cajamarca, nu telt de stad minstens twintig privébedrijfjes met kleine informele haltes. Herbert lichtte ons net voordien in dat we niet te afbrekend mochten wezen, want het was de laatste begeleiding voor de jury van de komende week. Dus radicale veranderingen in het ontwerp zijn niet meer mogelijk. Een moeilijke opdracht want het kritisch zijn, zit ons in de genen. Zo goed als we kunnen, geven we voor de komende vier uur tips en opmerkingen.

De rest van de avond wordt er geklonken op de leuke ervaring. Onze Couchsurfer is een kenner van bijzondere plekjes in zijn stad. Samen met een vriendin van hem zetten we een avondje uit in Cajamarca. Wij waren er ondertussen, na acht maanden reizen op dit continent, van overtuigd dat het onmogelijk was om een gezellig cafétje te vinden. We moesten echter toegeven dat we fout waren. Een paar straten van het centrale plein bellen we aan bij een schijnbaar normaal huis. Niets te zien aan de buitenzijde, gewoon een kleine poort, geen ramen. Voor een Bruggeling gaat onmiddellijk en belletje rinkelen. “Retsins, moest je daar ook niet aanbellen?” Wel, wij hebben de Zuid-Amerikaanse versie ervan gevonden! Een kleine goed gezette patrones komt de deur opendoen en leidt ons vlot door één, twee, drie kleine zaaltjes met telkens een tweetal tafeltjes, een terrasje, een trap op, een trap af, opnieuw een trap op, tot helemaal achterin. En daar vinden we nog één leeg tafeltje. Eenmaal genesteld bestellen we één van de nationale drankjes (ditmaal niet de pisco) maar een goedkopere broer: de aguardiente, een alcoholisch drankje gemaakt van rietsuiker met fruit op smaak gebracht. Een paar literkaraffen later, wisten we onze weg niet meer recht naar huis, zelfs ‘gps-Tim’ moest heel diep denken.

De volgende ochtend deed nog eens écht pijn, jawel, voor ons allemaal. Wat is er beter om een pijnlijk hoofd te genezen? Water! Of: Op relaxuitstap gaan natuurlijk, naar natuurlijke warmwaterbronnen. Herbert tovert nog een bijzonder plekje uit zijn mouw. De vorige dag vergezelden twee andere couchsurferdames ons reeds en op zaterdag moest Herbert niet werken en dus vertrekken we met een gezellige bende van zes. Ons busje stalden we in een veilige parking, dus met ons zessen nemen we een colectivo. Neen, deze colectivo’s werken niet zoals de bussen bij ons, ze vertrekken niet op een vast uur. Je moet wachten tot het busje vol zit. Als je geluk hebt, vertrek je binnen de paar minuten, deze keer was het anders voor ons. Meer dan een uur moesten we wachten voor vertrek. Een beetje slapen in de oncomfortabele zetel dan maar ;-). Na een klein uurtje rijden stappen we af aan een godvergeten huis. Van uit deze locatie slingert een grindpaadje de heuvels in. Een klein wandelingetje had onze vriend ons verzekerd, bij schemer en anderhalf uur later komen we aan bij een duister huis, dat duidelijk al zijn beste tijd heeft gekend. Gelukkig houden we hier niet halt. Eenmaal door het bouwvallig spookhuis is de duisternis volledig gevallen. We strompelen langs een smal bospadje tot we schijnbaar aankomen. Het pad is even smal als voorheen, maar hier kunnen we net in één lijn onze drie tenten opslaan. Eenmaal geïnstalleerd, snel badtenue aan, gaan we op zoek naar het warme water, want op 2600 m wordt het in Peru ’s nacht ook wel koud. Ons thermenresort ziet er als volgt uit: een klein riviertje waar twee watervallen samenkomen, een hele koude en een heeeele warme. Schitterend, onder een volle sterrenhemel, met picnicbroodje in de ene hand en een fles rum in de andere hand brengen we enkele uren door in het heerlijke warme water tot we doorweekt, gerimpeld en welriekend (naar zwavel) het bassin uitstrompelen en na tien meter languit op onze matjes in slaap vallen. Dít is het Walhalla!!!

De tocht van Cajamarca naar Chachapoyas bezit ontzettend veel ongekende bijzonderheden: gaande van de bekende baños del Inca (waar de laatse Inca gevangen werd genomen); tot ongerepte boerenwegeltjes met rondwandelende ezeltjes; veel te hete dorpen door een apart microklimaat; veel (om niet te zeggen veel te veel) nietsdoende werkers (in België treffen we soms twee personen die staan te kijken hoe de derde werkt, hier zijn het er minimum zes die staan te kijken en geen één die werkt); nachtelijke feesten (voor elke heilige van het dorp, telkens toevallig als wij er passeren), onontgonnen historische begraven steden op privé terrein (we moesten natuurlijk eentje drinken met de eigenaar); zelfgemaakte zwembaden naast de rivier; één van de hoogste watervallen van de wereld: de Gocta watervallen (de hoogste van de wereld, Salto Angel, hebben we al mogen bewonderen in Venezuela, zie één van de eerste blogs) …

Het hoogtepunt van deze route is zonder enige twijfel de ruïne van Kuelap. Een gigantische pre-Inca site die midden 19e eeuw herontdekt is. De site is gebouwd over een periode van 600 jaar, tussen 500 en 1100 na Christus en kent drie keer zoveel stenen als de grote piramide van Gizeh in Egypte. Het is een massief fort gebouwd op een uitstekende rots over een lengte van bijna 600 meter, met een maximale breedte van 100 meter. De site telt meer dan 4000 ronde huisjes waar meestal alleen de basis van overschiet. Op deze plek hebben ze één rond huisje heropgebouwd (we mochten wel niet binnenkomen) zoals het vermoedelijk geweest zou zijn en de maquette toont hoe het geheel moet gefunctioneerd hebben. Een drie uur durende gidstour geeft ons alle details over deze magische plek. Niet enkel het bezoek aan het fort was impressionant, ook de weg ernaartoe hield enkele verrassingen in. We komen met ons busje aan in het dorp aan de voet van de ruïne omstreeks 17u. We vragen aan een agent die het verkeer staat te regelen (in een mini-dorp waar er maximum vijf auto’s per uur passeren? Tuurlijk moet hier een agent verschijnen, er staan geen verkeerslichten), hoever het nog rijden is naar de site. “Tien minuutjes” antwoordt hij. Perfect! We beginnen aan de route en we onderzoeken de omgeving. Onze kleine teen zegt dat het logisch zou zijn mocht de site aan de andere kant van de heuvelrug liggen op een mooie uitstekende rots met uitzicht. Om in tien minuten daar te raken, leek ons moeilijk, dus het moest ergens anders zijn. Twee en ene half uur later – en natuurlijk in het donker – komen we met een zure kont inderdaad aan op de plek met het mooiste uitzicht waar wij dachten dat de rit heen zou gaan.

De volgende ochtend opent het landschap zich en hebben we een fabelachtig zicht op de Ruïne en de – nu nog – ongerepte omliggende valleien. Heerlijk om hier twee dagen (gratis) te kamperen met vriendelijke bewakers naast ons deur en dit magisch uitzicht.

Cordillera Blanca

Het tweede deel van deze toeristische tour gaat verder via de Cordillera Blanca, in het noordwesten van Peru. Beter bekend in toeristische gidsen als: de regio rond Huaraz. Het is normaal niet onze bedoeling om toeristische hoogmis te zingen in deze blog, maar deze regio verdient het! De topmaanden om deze regio te bezoeken zijn eigenlijk van juni tot en met september, vanaf oktober start het regenseizoen. Wij hadden het geluk om alleen maar zon en een beetje wolken te treffen.

Wij verkenden deze vallei in omgekeerd richting als de autoloze toerist. De avonturentocht begon aan de kust en ging langzaam naar omhoog langs de dorre Cañon del Pato. Een fabelachtige ruwe, dorre Cañon die op zijn diepste punt meer dan 1000 m in de woestijnbergen insnijdt en op zijn smalste punt rotsen heeft die elkaar op 15 meter na raken. Tijdens de 180km tocht tot aan het centrum van deze bergketen konden we onze ogen niet afhouden van dit wonder der natuur. (Pelwim: Tim kan maar niet stoppen om te refereren naar de vallei tussen Tadzjikistan en Afghanistan… Verifieer zelf maar eens) Later bevestigde ook de Lonely Planet dat dit één van de must sees is, deze route door 36 gammele tunneltjes. Het is een machtig mooie cañon, miljoenen jaren aan een stuk uitgevreten en slechts vlak naast de rivier is het een stukje vruchtbaar. Aangezien onze bolide niet zo snel kan rijden, zoeken we noodgedwongen een rustplek voor de nacht. Dankzij de tips van andere gelijkaardige reizigers vonden we een fantastisch verlaten plekje tussen de weg en de rivier waar niemand ons kon zien. En zo werd de noodzaak opnieuw een waar genoegen!

De volgende dag vervolledigen we onze tour tot aan Caraz, een klein dorpje dat naast Huaraz ook een goeie basis is voor (dag)wandelingen. In één van de weinige cafés die open zijn die avond, want we zijn nu eenmaal buiten hoogseizoen (handig dat er op zo’n moment niet zo veel toeristen zijn, maar aan de andere kant zijn er ook heel veel lekkere en gezellige plekjes gesloten), hadden we het genoegen om te worden bediend door een vriendelijke en niet opdringerige touroperator. Hij gaf ons super goeie tips omtrent welke wandelingen we wel en niet zouden kunnen doen in deze periode. We waren bijna verleid om de vier daagse tocht, Santa Cruz, te ondernemen, maar door gebrek aan sportieve trainingen de laatste weken en in combinatie met de hoogte van 4000 tot 5000 meter, hebben we het toch maar op dagtochten en tweedaagse tochten gehouden. En dat was maar best ook. Tijdens onze eerste tocht, hijgen en puffen we toch iets meer dan gedacht. We hadden een lichte tocht in gedachten. Vier uur later kijken we eens op de telefoon (want gedetailleerd zijn de kaarten hier niet) en zien we dat we 800 meter moesten stijgen, van 3400 naar 4200 meter. De beloning was dan ook groot wanneer we onze middaglunch konden verorberen aan het fantastisch hemelsblauw meer van Laguna Parón.

De laatste wandeling die we ondernemen in de Cordillera Blanca, starten we met het nemen van een colectivo. Om eerlijk te zijn, we missen de immer goeie muziek die altijd aanwezig is in zo’n busje een beetje… NOT! Als proevertje hebben we tijdens onze anderhalf uur durende rit een kort filmpje gemaakt over hoe het eraan toe gaan tijdens zo’n tocht. Beeld je maar eens in dat je oren altijd zo mogen genieten? Eline en Tim en hun favoriet muziek

Het zonnegeluk staat iets minder aan onze zijde tijdens deze tocht, want we treffen alleen maar wolken en mist die dag. Geen erg, we wandelen stevig door om misschien toch met een opklaring de Laguna 69 te treffen. We blijven geloven dat het lukt en mits wat goede wil, konden we zeggen dat er een opening was tijdens onze lunch. Met een koe in onze rug, kijken we naar dit mooie spektakel. Vervolgens dalen we met onze Belgische wandelpartner Steve terug aan hoogtempo.

Hoewel de colectivo’s niet vertrekken op stipte uren, hadden we toch bij nader inzien een erg strak tijdsschema. Om 8u ’s morgens werden we gedropt aan de start, drie uur heen wandelen en een kleine drie uur terugwandelen, de laatste colectivo vertrekt om 14.30u, dat geeft ons een halfuur luchtpauze. Onze conditie blijkt toch nog niet zo slecht, want ruim op tijd bereiken we de eindmeet.

Hoe beter deze dag in de bergen af te sluiten dan met een heerlijk bad? Wel eigenlijk geldt in ons geval: hoe beter elke dag afsluiten dan met enkele hete natuurlijke baden? Ik denk dat we ondertussen thermale-baden-professionals zijn geworden. Onze queeste bestaat er dan ook in om alle baden in de komende gebieden onveilig te maken. Voor ons bestaan geen betere rustplekken: gratis kamperen, ’s avonds een sauna of stoombad en ’s morgens een plons in het zwembad of het privébad. ZO doen wij energie op om te blijven doorgaan!!

Met een busje kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals… (deel 2)

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

Bij de brandweer!

Na 200 km voorzichtig afdalen zonder alternator door de wondermooie vallei van Cañete (120 km ten zuiden van Lima) willen we niet opnieuw de fout lopen bij een slechte mechanieker terecht te komen. Via Damian en Mercedes (de vorige eigenaars van de auto) contacteren we liefhebbers van de volkswagenclub, CAVE Peru. Wat volgt is gastvrijheid van de bovenste plank!

We zoeken een werkende wifi: een queeste in kleine, niet toeristische stadjes. Via Facebook gaat het eerst richting Argentinië, waar Mercedes en Dami wonen. Als bij wonder blijken zij beiden online te zijn en ze geven ons meteen de contactgegevens door van een vriend die hen in Arequipa hielp. Luis belt ons na tien minuten zelf al op, gelukkig voor ons zijn Zuid-Amerikanen nog meer verknocht aan hun telefooncomputer dan bij ons. We leggen de situatie uit en hij belooft ons meteen te helpen. Weliswaar niet rechtstreeks, want Arequipa ligt een slordige 1000 km van Imperial, het kleine werkmansstadje in de vallei van Cañete, waar wij ons bevinden. Vervolgens bellen ons verscheidene onbekende nummers, krijgen we whatsapp-berichten van her en der en leren we velerlei leden van de CAVE Lima kennen, de grootste Volkswagenclub van heel Peru.

Imperial ligt echter nog 120 km van de hoofdstad en ons van op afstand helpen is geen evidentie. We gaan voorzichtig op bezoek bij enkele mechaniekers in dit stadje, waarbij we even tegen de adviezen van de CAVE-mensen ingaan die ons voorstellen te slapen bij vrienden van de Brandweer en de auto naar Lima te slepen de volgende ochtend (ook in Peru een dure aangelegenheid). Met een colectivo rijden we een beetje rond en als bij toeval zitten we in het busje van een man die iedereen in de hele buurt lijkt te kennen. We rijden van mechanieker naar mechanieker en van electrokenner naar electrokenner, maar bij de ene ‘maestro’ gaat ons haar al meer recht staan dan bij de andere. We besluiten bij valavond terug te keren naar ons bolideken en toch wijselijk voor de optie Lima te gaan. Net op dat ogenblik belt John ons, de voorzitter (of ‘presidente’) van de CAVE-Lima. Hij stelt zich vriendelijk en uitgebreid voor en wij zijn uiteraard blij de grootste luchtgekoelde autoriteit van het land aan de lijn te hebben! Na één minuut verandert de toon in zijn stem van vriendelijk naar ongerust. “Waarom zijn we niet op het voorstel van het slepen ingegaan?”, “Waarom hebben we nog niet gebeld naar de lokale contacten bij de brandweer?”, “De stad waarin je staat is echt onveilig!”, “Het is uitgesloten dat je daar buiten blijft staan!”… Wij hadden tot dan toe geen onveilig of onrustig gevoel gehad bij deze chaotische stad van een kleine 200.000 zielen, maar we leerden reeds van jongs af aan om het advies van vriendelijke mensen op te volgen.

We doen dus, wat we eerst niet echt zagen zitten. We bellen Brian, commandant van het lokale brandweerkorps nr. 183, Virgen del Carmen. We krijgen meteen een vriendelijke man aan de lijn die zich zeer correct voorstelt en ons zegt vooral ter plaatse te blijven (midden op het centrale plein). Hij verklaart dat ze ons komen halen zodat we hen met de auto kunnen volgen. Wij verwittigen de commandant dat onze auto allicht niet meer zal starten gezien de platte batterij. Hij besluit dat ook dit geen probleem mag zijn, hij zal een echte brandweerwagen sturen die ons desnoods kan slepen.

Wat volgt, past eerder thuis in een komedie dan in een avonturenfilm. Net na het telefoontje verzamelt zich een menigte met lampionnetjes en krijgen we rondom het plein en bijgevolg rondom de auto de zoveelste stoet die we reeds in Peru zagen. Honderden lichtjes in het donker, schoolkinderen van verschillende leeftijden perfect uitgedost, meerdere fanfares en een duizendtal toeschouwers, die samen niet éénmaal, niet tweemaal, maar tot driemaal toe rond het centrale plein marcheren. En in het midden van die menigte: Melquiades en twee verloren gelopen toeristen die de situatie met open mond gade slaan. Bij elk zwaailicht kijken we om. De seconden lijken wel minuten en de minuten uren. Uiteindelijk zien we na een kwartiertje, na allerlei blauwe lichten, de rode zwaailichten verschijnen! Een mooie typische Amerikaanse brandweerwagen baant zich een weg door de menigte tot aan ons autootje en vanuit de passagierszetel springt een jonge kerel van 24 die ons vrolijk komt begroeten en zich voorstelt als commandant Brian van het Vrijwilligerscorps! Dus hier is een commandant niet persé een norse gezette man met walrussnor, maar kan het ook een jonge snotaap van onze leeftijd zijn!

De auto start gelukkig een laatste keer vlotjes en wij rijden door de mensenmassa in colonne, met de vier pinkers aan, achter de rode mastodont naar de brandweerkazerne!

Bij aankomst ontmoeten we het voltallige brandweercorps! We leren elkaar gedurende vier dagen kennen. Zij zijn ongelooflijk blij om ons enerzijds te kunnen helpen en anderzijds zijn ze tegelijk blij een beetje meer leven in de kazerne te hebben gedurende de lange eenzame nachten waarbij ze op wacht staan. We leren een heel gemotiveerde groep jonge vrijwilligers van dichterbij kennen! Een groep met het hart op de juiste plaats. Het vrijwilligerskorps krijgt namelijk slechts een kleine verloning, maar krijgt wel een verzekering voor de hele familie en steun voor de kinderen die naar school gaan. Ze zijn voornamelijk een grote vriendengroep die elkaar helpt. Ze bestaan uit een bont allegaartje van mijnwerkers, taxichauffeurs en klusjesmannen. Allen onder de hoede van de jonge commandant Brian.

We kunnen enkele dagen op het gemak alles op een rijtje zetten. Ondertussen doen we van alles samen met de brandweerlui: we koken samen, leren elkaar dingen bij via filmpjes en lange verhalen, drinken samen een glaasje (wanneer het kan), kijken samen naar de American Cup (het EK van Zuid-Amerika), wassen hun en onze auto, gaan inkopen doen voor hen en ons, laden (letterlijk) onze batterijen op en fixen kleine dingetjes aan de auto. We zetten ook vanaf het begin de eerste stappen voor het grote autoprobleem en bellen rond naar VW-onderdelen-winkeltjes voor prijzen en beschikbaarheden en uiteindelijk bellen we met een mechanieker die ons aangeraden werd via de voorzitter van de CAVE-club. We beslissen om eens op en af te gaan naar Lima om onderdelen op te pikken en de mechanieker in eigen persoon te ontmoeten. Want ook al is ons Spaans niet slecht, telefoongesprekken blijven een onderneming en wanneer je gunsten van iemand moet bekomen, helpt de lichaamstaal ter plaatse toch ongelooflijk veel.

We rijden zo maar eventjes 3u op en 3u af naar Lima en vinden in één van de ruigere buurtjes van de hoofdstad een VW-oase met een tiental onderdelenwinkeltjes voor luchtgekoelde motoren, met een twintigtal mechaniekers en ‘wanna be’s’ en met zeker 50 ‘Vochos’ (of Kevertjes), verspreid over de chaotisch straat. In het midden van dit alles bevindt zich de ‘Repuestera Rojas’, dé meest complete onderdelenwinkel van de hele stad. Lucy, met wie ik reeds verschillende malen aan de lijn hing, geeft ons de onderdelen mee en wij wachten op IPA, de mechanieker met wie we afgesproken hebben. Hij blijkt geen onbekende te zijn, want iedereen die in en rond de winkel zwermt, lijkt hem te kennen. Maar de vedette laat op zich wachten en na een uurtje beginnen we toch te twijfelen aan zijn woord. We praten al met enkele ‘specialisten’ in de buurt van de winkel om informatie in te winnen hoe de nieuwe alternator zelf te installeren en te controleren of alles correct werkt. Ik sta op het punt te vertrekken, maar Eline houdt me tegen en gelukkig maar, want daar komt het hoofdpersonage van dit verhaal aangerold.

Ipa, El Chino, of volluit Segundo Alfonso Iparraguirre Vásquez stapt uit zijn blauwe Brasilia, een Braziliaanse variant op de Kever. Samen met zijn elektrohulp Pablo, zijn dochter en drie kleindochtertjes plooien ze zich uit het veel te kleine autootje. We converseren 10 minuutjes en alles is geklonken. Voor de prijs van 150 soles of een kleine 50 euro komen hij en zijn hulp de volgende dag naar El Imperial (2u rijden over de Pan Americana), controleert hij samen de repuestos (of onderdelen), zal hij de nieuwe onderdelen installeren en een check-up van de auto doen zodat we vlot naar Lima raken.

Zo gezegd, zo gedaan. De twee vedetten komen de volgende ochtend met een tweetal uur-“Peruaanse oude mannetjes”-vertraging aan bij onze brandweervrienden. Het circus is compleet! We ontdekken dat ze goed werken, dat ze graag een potje babbelen, dat Ipa een goeie leermeester is in de geheimen van de Volkswagen (en die kennis graag deelt) en met plezier hun voeten onder tafel schuiven als Eline kookt.

Wanneer na een paar uurtjes werk blijkt dat de auto weer ‘vlot’ rijdt, maar Ipa ons toch aanraadt om bij hem langs te komen om de motor volledig uit elkaar te halen en te controleren, zeggen we meteen en volmondig JA! We hebben het gevoel dat het sowieso een gezellig onderonsje zal worden bij deze ouwe rot in het vak!

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

In de garage van OPA IPA!

Eenmaal in Lima aangekomen worden we vijf dagen geherbergd in de ‘Taller’ of het aterlier van Segundo Alfonso Iparraguirre Vásquez! Dit wordt van al onze mechaniekbezoeken de meest opmerkelijke, de hartelijkste én de meest leerrijke!

Ipa en Pablo zijn beiden in de zestig en werken onafscheidelijk samen. Aan een gezapig tempo, de bijhorende rigoureusheid en met het noodzakelijke oog voor detail. Ipa begon zijn carrière in de automechaniek aan 16 jaar en vanaf zijn 25ste werkte hij enkel met luchtgekoelde volkswagenmotoren. Ondertussen zou je kunnen zeggen dat hij met pensioen is, maar dat bestaat hier in Peru niet. Wij hebben de indruk dat niemand ooit écht werkt en niemand ooit echt vakantie neemt of stopt met werken.

Voor ons maakt dit niks uit. Het geeft ons de tijd om alles goed te volgen. We helpen ook bij alles mee en doen de ‘domme’ noodzakelijke werkjes, terwijl we onze ogen en oren wijd open houden! Telkens alles eventjes rustig is, nemen we ons ‘Volkswagen voor dummies’-boek of één van de professionele boeken van Ipa ter hand en studeren er naarstig op los! We willen onze auto als onze broekzak kennen, maar moeten toch bekennen dat er in een oude, ‘eenvoudige’, mechanische auto meer elementen aanwezig zijn dan we ooit hadden kunnen vermoeden! Zelfs al reed ik reeds verschillende kilometers met de Maf en de Rachel van mijn mama en papa, toch zijn er nog vele raadsels in dit eenvoudig motortje!

We kochten onze bolide voor een mooie prijs in La Paz, wetende dat er wel eens wat werkjes aan konden zijn, maar samen met Ipa deden we toch wat meer ontdekkingen dan we gehoopt hadden. We namen samen de onderstaande oplijsting onderhanden. (Voor zij die niet geïnteresseerd zijn in de werking van een luchtgekoelde auto: ga door naar de foto’s.)

  • Kleppen van nieuw ringen voorzien
  • Nieuwe tweedehands ventilator gemonteerd
  • Nieuwe alternator en andere poli met ventilatorflappen zodat hij niet nog eens oververhit
  • Externe regulator vervangen door een relais intern in de alternator
  • Alle pakkingen, pakringen en zo moesten nodig eens vervangen worden
  • Een nieuw vliegwiel, want alle tandjes waren afgesleten
  • Er ontbrak heel wat plaatwerk rond de motor die voor een goeie afkoeling moet zorgen
  • De oliekoeler moest nodig uitgekuist worden door jarenlange opstapeling van vuil
  • Er ontbraken 3 van de 7 bouten die de motor op zijn plaats moeten houden: één doordat die moeilijk te verkrijgen is, één omdat de draad in het blok kapot was en één omdat het gat ooit dichtgelast werd
  • De carburator werd uitgekuist en van alle nieuwe accessoires voorzien
  • De ventilatorbak stond permanent slecht en werd beter bevestigd
  • De gaten van de ventilatorbak die bij ons (in koudere regionen) de warme lucht in de cabine voorzien waren dichtgestopt, zoals dat hier vaak gebeurt, maar dat gaat niet ten goede van de afkoeling van de uitlaat en bijgevolg heel de motor, dus we schijfden de gaten open bevestigden nieuwe tubes
  • De bougies waren eens aan vervanging toe
  • Ook de kabels van de distributeur mochten eens vervangen worden
  • De clutch pakte niet meer goed en moest dus bijgesteld en afgewreven worden
  • De starter deed zijn werk niet meer goed, dus Pablo repareerde die
  • Het startwieltje van de starter werd niet meer goed op zijn plek gehouden, dus moesten we een speciale bossing op maat laten maken om die stevig vast te houden en het vliegwiel niet opnieuw te vernielen
  • Ook controleerden we alle kabeltjes nog maar eens om de kortsluitingen van in deel I van dit verhaal te vermijden in de toekomst
  • Daarnaast gebeurde uiteraard ook nog de standaardafstelling van de carburator, ontstekingstijd, kleppen en andere…

Na al deze werken zijn we er van overtuigd dan onze VW opnieuw de econormen in heel de wereld zal halen! Met of zonder verlaagde uitstootchip! (nog steeds mee met de actualiteit!)

Maar dit bezoek was zoveel meer dan een grootschalig medisch onderzoek van Melquiades of een opleiding autoverpleger voor ons. Het was voor ons de kans om met een echt gezin in Lima te wonen. Een gezin dat niet in het rijke centrum van Barranca, Miraflores of San Isidro woont (waar ook wij de toerist gingen uithangen), noch in de kartonnen dozen op de heuvels rond de stad. Ze wonen in een afgesloten straat op de rand van San Juan de Miraflores, onder het gezoem van de zware vrachtwagenmotoren op de PanAmerican Highway, een wijk tussen de laagste middenklasse en de armen van Lima. Het is een troosteloze straat dat zich van de buitenwereld afschermt met hekkens, zoals de helft van de straten in deze stad van tien miljoen inwoners. Vanuit deze uitvalsbasis in één van de vele wijken van Lima, die 15 jaar geleden nog landbouwzones waren, leren we de stad echt kennen.

Een van de snelst groeiende steden van Zuid-Amerika die quasi volledig ongepland ‘wild’-groeit. Een stad die in bijna geen enkele van zijn nieuwe departementen een echt centrum heeft. Een stad zonder echte stadsbewoners die trots zijn op hun stad of stadsdeel, maar een stad met consumenten die zich opsluiten in de ‘gated communities’ die bij hun ‘klasse’ horen, die zich opsluiten in hun auto’s of zich verplaatsen in propvolle bussen van A naar B om zich op hun werk opnieuw op te sluiten. Een stad waar de enige vorm van gemeenschapsleven plaatsvindt in de immer nieuwere en grotere ‘supermalls’, voor zij die het zich kunnen veroorloven, want voor meer dan de helft van de stad is dit een onbekende blingbling-wereld waarvan zij buitengesloten worden.

Een goeie samenvatting van de recente stadsgeschiedenis, zeker voor de architecten, maar eigenlijk voor iedereen die zijn ogen niet wil sluiten voor de Zuid-Amerikaanse wereld, vinden jullie hier: https://www.youtube.com/watch?v=o-9c24to6-8

We wonen in bij Ipa, een van zijn dochters en haar drie kindjes. Ze leven achteraan in het atelier, in kamers die geen enkel contact met buitenlicht of buitenlucht hebben. Hun inkomhal is de garage waarin permanent twee Kevers en de Brazilia van Ipa gestationeerd staan. Nu wordt hun inkomhal nog iets kleiner, want Melquiades en jullie twee favoriete Belgjes wonen even in deze ‘hal’. We plaatsen als het ware een vierde doos in de garage waarin zij wonen.

Ons leven wordt voor even verstrengeld en we leren elkaar beter kennen. Het is een ontmoetingstocht vol ontdekkingen, met verwonderingen en met commentaren in beide richtingen:

  • Een proeven van elkaars maaltijden.
  • Een zoektocht naar onze culturele verschillen en het uitleggen van ons wereldbeeld.
  • Een continue uitleg over Europa, de hoge inkomens, maar tegelijk de daaraan verbonden samenleving vol bindende verplichtingen.
  • Een voorzichtig aftasten van de grenzen van deze macho-mannenwereld, waarin de vrouw maar al te vaak een tweederangslid van het gezin lijkt, die de mannen dient te bedienen alvorens ze zelf aan tafel kan. Eline overschrijdt op delicate wijze de Hermes en Hestiaverhoudingen door naast het koken ook met haar neus op de autotechnische gebeurtenissen te zitten. Onze gastheer laat meer dan eens (non-)verbaal en met ironische opmerkingen verstaan dat dit voor hem een abnormaal gebeuren is. Maar onvermijdelijk krijgt ze een aparte positie in ons samenleven: ze is geen man (gelukkig…), noch een Peruaanse vrouw. Ze is de onafhankelijke Westerse vrouw die niet in het standaardplaatje past.
  • Een zoeken naar een evenwicht tussen de gastvrije wereld van mensen die veel minder hebben dan ons en af en toe toch iets terug doen wat zij zich normaalgezien niet kunnen veroorloven, zoals cornflakes uit de supermarkt of een gerecht met echte Italiaanse pasta.
  • Een eye-opener voor beide zijden waarbij wij heel voorzichtig proberen om het fragiele evenwicht van dit gezin niet te doorbreken.

We koken af en toe samen, maar hebben ook ons eigen tafeltje waar we apart ons ontbijt nemen of ’s avonds nog wat kunnen nakeuvelen tussen de motoronderdelen. We slapen in onze Melqui, met zicht op enkele luchtgekoelde VW’s en hun motoren. We hangen de was uit op het dak zoals echte Limeniërs en zien van daaruit de miljoenen lichtjes en tientallen Jesussen op de heuvels van de stad verschijnen terwijl de nacht valt.

We rijden samen met onze nonkel (Julien, voor de familie… langs achteren is de vergelijking toch treffend hé? Gewoon de Brazilia voor een 2cv inwisselen) de hele stad af, niet enkel om onderdelen op te pikken bij tientallen verschillende winkeltjes, maar tevens om vrienden te bezoeken, op de vele markten van de stad te eten, leden van de verschillende volkswagenclubs te ontmoeten en heerlijke ceviche (rauwe vis gemarineerd in citroen en koriander) te eten in Ipa’s favoriete restaurantje. Na het eten ligt Ipa voluit op de achterbank te snurken en is het onze beurt om met de wondermooie blauwe Brazilia door de miljoenenstad te snorren en onze weg te vinden.

Een van de opmerkelijkste uitstapjes is die naar een technische uiteenzetting. Op een avond zijn we samen met hem uitgenodigd om een uiteenzetting van SKF over roulementen bij te wonen in een van de technische universiteiten van Lima. We zitten gedurende anderhalf uur tussen verkopers en garagisten van Lima en wanneer ons technische vragen gesteld worden wimpelen we die af naar Ipa. Het is interessant om te zien hoe de multinationals van auto-onderdelen een grip op de verkoop proberen te krijgen, maar het echte doel van ons bezoek is duidelijk het buffet tijdens de pauze!

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

In de nationale VW-parade!

Ipa en Pablo zetten hun beste beentje voor om de auto in gereedheid te krijgen voor de nationale volkswagenparade. De vrijdag wordt stevig doorgewerkt en wordt de auto opnieuw  gestart. De afspraak die we vanaf het begin hadden met Ipa, was dat we mee zouden rijden in de parade en wat goeie woordjes voor hem zouden doen bij de andere VW-liefhebbers. Zo geschiedde.

We ontmoeten op de befaamde zondag verschillende van de gezichtsloze stemmen die ons reeds hielpen in Cañete en die ons uiteindelijk in contact brachten met Ipa. Onder hen een zeer actief lid, Kike, en de voorzitter van de club, John. Daarnaast worden we heel de dag aangesproken door een zwerm van leden die ons verhaal reeds volgden via de whatsappgroep van de club of die via via reeds over die gekke reizigers hoorden. Daarnaast slaan we babbeltjes met vele freaks die we in de voorgaande week kruisten aan de verschillende VW-winkeltjes. We zijn toch een klein beetje de vedetten van de dag.

Samen met 300 Volkswagen Kevertjes en 5 busjes crossen we heel de stad Lima door. Een gebeurtenis die de eerste vijf minuten rustig verloopt, maar vervolgens in complete chaos uitbarst. De kevertjes vliegen ons rond de oren in het spitsuur van de miljoenenstad en tot drie keer toe verliezen we bijna de vloot! Na twee uur van het beste stadsmanoevreerwerk komen we aan op het strand van Chorillos, waar we gezellig met iedereen verder keuvelen.

Vervolgens is het tijd voor de obligatoire Zuid-Amerikaanse speeches. En na een uurtje is het dan uiteraard zover. We hadden het al gevoeld aan onze kleine tenen. We worden voorgesteld aan alle leden en krijgen uiteraard de megafoon in onze handen gedrukt. We grijpen de kans aan om iedereen van de club te bedanken voor hun gastvrijheid en onmiddellijke hulp en spreken onze hoop uit dat dit overal zo zou mogen wezen. Daarnaast prijzen we onze mechanieker Ipa de hemel in en bedanken hem nog eens uitvoerig. Een beter gunst konden we hem niet terugdoen.

Na de groepsfoto is de massa geïnteresseerden niet van ons autootje weg te slaan. Ipa kan vol trots tonen aan alle omstaanders wat hij oploste aan onze racemobiel.

(Voor de aandachtige lezers en kijkers: wij bezoeken een tweetal dagen Miraflores, het toeristische centrum van Lima, en daarbij hoorden de aankoop van nieuwe kleren en het knippen van onze weelderige haarbossen.)

Na deze grote week vol vriendschap en avonturen trekt het olijke drietal opnieuw de wijde wereld in, richting het noorden van Peru! Nog eens een welgemeende merci aan iedereen die in deel 2 van dit mechaniekavontuur voorkomt!

Met een busje kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

We verwenden jullie de laatste maanden niet meer aan hetzelfde tempo als voorheen met verhaaltjes. Er staat nochtans behoorlijk wat interessants ‘on hold’ dat dringend afgewerkt moet worden, maar alvorens we met deze verhaaltjes, avonturen, kritische stukjes en andere rariteiten aan de slag kunnen, willen we dat jullie dichter met ons op reis zijn in onze T2-kombi. Jullie leerden Melquiades reeds oppervlakkig kennen in een introductietekstje en mochten reeds meereizen met mijn mama en papa in het busje. Ditmaal komen jullie een stapje dichter bij de onverwachte wendingen in de andere wereld van het Busreizen!

De exacte aanleiding om jullie van dit verhaal te voorzien, was het besef dat buiten Europa vier wielen onder je kont hebben behoorlijk anders is. We reden hier in Ecuador (jaja, daar zijn we al… Eerlijkheid gebied ons te zeggen: daar zijn we al weer uit…) een lekke band. Een half uur later en nauwelijks vier dollar armer, waren we al weer op weg. Het 15-jarig zoontje van een ‘vulcanisador’ repareerde onze band in minder dan tien minuten. Het duurt bij ons langer om een gaatje in een fietsband te stoppen…

Schrijven maar!

 

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

Te midden van de feeëriekste en de meest desolate vergezichten

En dat alles op de eerste rij. Vooral dat laatste is een verandering tijdens onze reis waar we slechts met heel veel moeite van zouden kunnen afkicken. We beseften pas na de ‘buskoopwending’ in onze reis hoe extreem we het beperkte zicht en de onmogelijkheid om foto’s te nemen in lange-afstands-bussen beu waren (laat staan de vreselijk schelle Peruaanse up-tempo-muziek). Hoe we ook nooit eens konden stoppen om foto’s te nemen van de unieke horizonten of eenvoudigweg de haren konden laten wapperen uit het raam. Het niet uit konden schreeuwen wanneer we kreten van verwondering moesten slaan.

Plots bleek dit alles mogelijk, van op de voorbank. Als een 3D-cinema waar je met je neus tegen het scherm aangeplakt zit, met als soundtrack de ‘1001 albums you must hear before you die’ (nogmaals dank aan Designstudio Sammy B.! En… Pel, het is de moeite ze nog eens te horen met uitzondering van alle onmogelijke sitars). Het is als een droom die zich voor je ogen LIVE afspeelt en die je op eender welk moment kan bijsturen. Zo rijden we over de Pan American Highway en nemen we afslagen naar, voor de meeste toeristen, onbereikbare wegen. Ons geluk kan eenvoudigweg niet op. Leg El Paso van Marty Robbins even op en geniet met ons mee terwijl je de foto’s rustig laat voorbijglijden! Luisteren maar!

 

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

Unieke verblijfplaatsen

Gedaan met de mottige hotelletjes wanneer we in te kleine dorpen of niet toeristische steden komen. Wij hebben altijd ons huis op wielen mee en kunnen staan waar het ons belieft. Binnen de veiligheidsnormen van Latijns-Amerika uiteraard! (vrees niet, we hebben ze nog op een rijtje)

De plekjes variëren van het centrale plein (of Plaza de Armas, zoals alle centrale pleinen van Peru heten) van kleine dorpjes, gekke strandlocaties, tussen vriendjes transporterreizigers, tot kleine campingetjes, langs riviertjes of aan, voor andere toeristen, volledig onbereikbare thermische baden. We hangen de was uit waar we maar willen. We nestelen onze neus in een boekje wanneer we daar zin in hebben terwijl we een olijfje prikken en een glaasje Pisco drinken. We hebben diner bij candlelight op eender welke dag van de week. Het grootse in eenvoudige dingen.

 

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

In de ‘donkerste uithoeken’ van de favelawijk El Alto

We schreven jullie reeds enkele blogs over El Alto, La Paz, Bolivia. Over deze bijzondere nieuwe stad, over de organisatie Asarbolsem en over de ontmoeting met Dami, Mercedes en Melquiades. We kunnen niet anders dan Melqui bedanken voor onze ontmoeting met El Alto. Zonder hem was deze stad voor ons allicht eenvoudigweg de ‘favela’ van La Paz gebleven. Zo werd deze stad reeds meer dan eens benoemd door toeristen die we in Peru tegenkwamen. Het blijft voor hen een levensgevaarlijke plek op de ondraaglijk koude Altiplano (of hoogvlakte). Wij zijn blij dat deze stad voor ons en voor jullie wat meer tot leven kwam.

We leerden via onze bus ook de ‘ambachtenkant’ van de stad kennen. We ontmoetten een Volkswagenmechanieker Edgar die de ophanging, handrem, roulementen en remmen van de auto weer op punt kon stellen vóór het grote avontuur. We zwierven door de zanderige straten van El Alto van lasser naar lasser om het rekje van de auto te verstevigen en de stoere voorbumper wat te verhogen om de toekomstige ruwe terreinen aan te kunnen. De achterbumper werd bij een polyester-‘maestro’ weer aan mekaar gezet. In het stadscentrum haalden we allerhande keukenprularia, lieten we de gordijntjes naaien en kochten we een mousse voor ons bed, om kussens te vullen en om de motor stofvrij te houden! We leerden de stad niet enkel kennen, maar ontplooiden ons ook tot echte Zuid-Amerikanen die hun plan kunnen trekken met wat lokaal voorhanden is.

 

Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…

Bij Zuid-Amerika’s meest gevreesde automechaniekers…

Niet elke ontmoeting is rozengeur en maneschijn. We waren op voorhand reeds door vriend en vijand gewaarschuwd voor de grootste bandieten en criminelen die ons pad zouden kruisen: de garagisten van Zuid-Amerika. Bij ons in Europa krijgen ze al eens een slechte naam doordat enkele van hun collega’s veel te hoge prijzen rekenen of onderdelen vervangen die nog enkele tienduizenden kilometers dienst hadden kunnen doen. Wel, hier hebben we de indruk dat het niet de 10 procent is die de overige 90 procent een slechte naam geeft, maar andersom.

We kregen de tip om altijd via contacten (zoals volkswagenclubs) bij een goeie mechanieker terecht te komen, maar soms heb je daar niet al te veel keuze in.

 

Zo ging het lichtje van de batterij branden op enkele kilometers van Puno, op 4000m hoogte, aan de oevers van het majestueuze Titicacameer. Na een eerste controle blijkt de batterij op te laden. Het probleem moet dus wel ergens bij de regulator liggen, is mijn eerste reactie. We besluiten een elektromechanieker te bezoeken aangezien hij dat wel beter zou moeten weten… Maar als backupinfo bereiden we ook snel een mailtje voor naar Jeroen en Charlie (beiden T2-specialisten in België) die ons de volgende dagen beter bijstaan dan vele van de zogenaamde specialisten hier!

Daarnaast kan ik ’s avonds met een koplampje mijn kennis van luchtgekoelde motoren in het Spaans bijschaven. Voor het eerst komt het boek ‘Como mantener tu Volkswagen vivo para Idiotas’ ECHT van pas! Zowel voor de autokennis, als voor de Spaanse termen! Voordien had ik me enkel geamuseerd met het kijken naar de tekeningetjes en de inleidende tekst, maar nu was het eindelijk tijd voor het echte werk: het elektrische circuit van de luchtgekoelde motor! Niveau 3 Spaans aan het UCT mag dan al heel volledig zijn, lessen automechaniek kwamen toevallig niet voor in de cursus van Kim…

 

Dag 2 in Puno:

We krijgen een “goed” adresje ‘El Scientifico’ van een toevallige voorbijganger, iemand die er wat van zou moeten kennen… Hadden we maar naar onze vriendjes geluisterd …

(de volgende alinea’s zijn een beetje autotechnisch…)

We controleren samen met maestrohulpje Ruben de regulator en die blijkt inderdaad niet te werken zoals het hoort. Ik neem een taxi op en af naar het centrum en vind na een uur zoeken in één van de honderden onderdelenwinkeltjes (een vijftal per automerk) gelukkig hetzelfde type regulator. Na mijn terugkeer en het installeren van de nieuwe regulator, werkt geen enkel van de lichtjes in het dashboard meer en begint de elektrohulp noodgedwongen allerlei andere elementen te controleren. Mijn antennes beginnen op scherp te staan. Eén probleem per keer oplossen, lijkt mij de basislogica! We bekijken alles samen en zowel de alternator, de distributeur en de bobina blijken ok te zijn. Hierbij was het grotendeels een kwestie (als gringo) om te tonen dat je weet hoe dit alles er uit moet zien. Hoe weet je een kapot onderdeel te herkennen? Hoe weet je waarop te letten? Blufpoker met behulp van het handboek dus!

Het kon in de ogen van onze vriend niets anders zijn dan de voltage van de alternator die niet voldoende hoog meer was, waardoor de regulator niet oversloeg. Nog eens een uurtje rondhossen met het openbaar transport om een ander type regulator te zoeken. De nieuwe ‘regulator’ is regelbaar, maar blijkt vijf ingangen te hebben i.p.v. vier. Geen enkel probleem volgens onze vriend: het kabeltje gewoon aan de starter hangen. Na installeren lijkt alles verholpen! Hoera! We betalen onze beste vrienden 20 Sol of een slordige 7 euro en zij blijken even gelukkig als ons. We gaan lekker eten en slapen als roosjes in ons autootje.

Dag 3 in Puno:

De volgende ochtend rijden we vol goeie moed de heuvel, bij het uitrijden van de stad, op, maar halverwege begint onze auto tot drie maal toe te schokken als en gek en valt hij uit. Uit de motor komt de geur van gesmolten plastiek. De kabel naar de starter blijkt gefrituurd. We rijden de hele stad door en komen een uurtje later opnieuw bij onze (wat minder dikke) vriend aan. Hij stelde blijkbaar de regulator in op 24V i.p.v. 12V en er werd dus op de één of andere manier een gigantische hoeveelheid stroom door enkele van onze kabels gejaagd. Dat had tot gevolg dat ook onze lichten en onze contactsleutel niet meer werkten… Nog een paar uurtjes werk dus. Hij vraagt niks omdat hij in fout was, maar we geven hem toch nog 10 soles (of 3 euro’s). We slapen iets minder als roosjes deze nacht, want we hebben het gevoel dat die heuvel bij het uitrijden van de stad morgenochtend de echte test zal worden!

Dag 4 in Puno:

Deze ochtend begint spannend. De batterij blijkt plat door het vele testen. We duwen de auto op weg, rijden even rond in het stadje om de motor op te warmen en het batterijtje een beetje op te laden. We nemen vervolgens een goeie aanloop en gaan richting de befaamde heuvel. De auto schokt reeds vroeg op de heuvel en valt uit. Natuurlijk krijgen we er geen leven meer in door de platte batterij. We besluiten meteen een nieuwe batterij te kopen in het stadscentrum, want de oude ging reeds enkele jaren mee.

We installeren snel de nieuwe batterij in het centrum. We rijden 200m en dan loopt het opnieuw grondig mis. Brandgeur en dezelfde kabel opgefikt. We beginnen te vermoeden dat de maestro scientifico een grote prutser is en iets grondig mis deed.

We doen eindelijk wat iedereen ons aanraadde en vragen aan een tiental vw-eigenaars naar hun favoriete mechaniekers en komen via via via via bij Maestro Alfonso terecht. Deze kijkt zijn ogen uit wanneer hij METEEN ziet dat de 5-pins regulator niet dient voor deze auto EN dat onze vriend Ruben, die op een fractie van een seconde de status ‘vriend’ kwijt was, erin geslaagd was de PLUS en de MIN om te draaien. We installeren de juiste regulator en zijn opnieuw bij af: alles werkt, maar de lichtjes in het dashboard blijven aan…

Deze maestro blijkt een doorzetter. Gedurende 4 uur houdt hij elk elektrisch onderdeeltje onder de loep. Stap voor stap. Ongelooflijk rigoureus terwijl achter ons de rij klanten opbouwt. Hij laat zich niet afleiden, ook niet wanneer het donker wordt. Gelukkig maar, want door het vallen van de avond zien we plots vonk vonk vonk vonk (ergens in de motor) bij het starten.

(einde autotechnisch deel)

Voor zij die iets van elektronica kennen: Ja, het probleem was eenvoudigweg begonnen met een kortsluitingetje. En door dat kleine kortsluitingetje zaten we vier dagen vast in Puno. Een kleine week voor mijn mama en papa met ons zouden meereizen en wij hen de verrassing van hun leven zouden bezorgen.

Die avond zijn we de gelukkigste busjeseigenaars van Puno. Wij waren de laatste klanten van de maestro voor het weekend begon! We hadden echter nog een eitje te pellen met onze eerste ‘electricistas’. Geld terugeisen zouden we het hele weekend niet kunnen en we betaalden omgerekend ook slechts 10 euro aan werkuren. Dan maar even ons hart luchten op papier en hopen dat er het hele weekend inderdaad niemand komt werken. In de fotoreeks vind je de boodschap die we in grote rode letters op hun poort achterlieten in de hoop dat zoveel mogelijk mensen het zouden lezen: hier in Peru roddelt men graag, dus misschien draagt de boodschap ver… Vrij vertaald klinkt dit als volgt: “Maestro Ruben en collega’s ‘SCIENTIFICOS’. Jullie hebben een ongelooflijk grove fout begaan. Jullie slaagden er niet enkel in om het probleem niet te lokaliseren. Jullie installeerden niet enkel een regulator die niet in ons type motor hoort. Maar het ergste: jullie installeerden twee kabel omgekeerd! (tot twee maal toe) En jullie verbranden tot tweemaal toe verscheidene kabels. …”

 

De volgende dag kon onze route beginnen naar de wonderbaarlijke landschappen die jullie in de vorige fotoreeksen zagen. En wat volgt zijn een drietal weken zonder noemenswaardige problemen en met slecht twee mechaniekbezoekjes. Peanuts ;)

Na bijna drie weken heerlijk samen reizen met mama Nick en papa Rik, kwam het tweede afscheid van het jaar er aan. En alsof ook Melqui droevig was, begonnen de probleempjes opnieuw… Opnieuw van elektrische aard…

Na een paar daagjes ontspannen in the ‘middle of nowwhere’ in één van de meest desolate valleien van Peru, de Cañete Vallei ten zuiden van Lima, ontdekken we een ‘probleempje’. De batterij laadt niet verder op en aan de verbinding van de alternator is het lekker gek aan het knetteren! Met behulp van een oude man in het onogenlijkste dorpje ontdekken we dat de alternator niet langer werkt, dat de windingen verbrand zijn en dat er daardoor kortsluiting ontstaan is… Dus tot twee maal toe elektrische problemen in een autootje zonder elektronica…

De oplossing is eenduidig en eenvoudig: de alternator loskoppelen en de twee batterijen opladen: de batterijlader is de enige autotechnologie aanwezig in het dorp van twee huizen en een paardenkop. Een geluk bij een ongeluk dus dat we dankzij de prutsers in Puno een tweede batterij kochten. We moeten namelijk een tweehonderdtal km’s overbruggen door een desolate, technologieloze omgeving zonder dat de batterij onderweg oplaadt. We rijden door een van de mooiste regio’s van het land, maar het is moeilijk te genieten wanneer er iets mis is met je derde reispartner. We zitten er stevig door… Zullen die elektrische problemen ooit stoppen? Komen we ooit goeie mechaniekers tegen? Bestaat er iemand die niet enkel tijdelijk oplapwerk levert? Is er iemand op dit continent waardig om automechanieker genoemd te worden? Raken we ooit weg uit dit boerengat om in Lima deftige onderdelen te vinden, want de auto duwen is een beetje te ver?

Dat lezen jullie uiteraard in deel 2 van dit mega spannende page-turner-verhaal met een veel te lange titel!

Wist je dat… Mototaxi’s

Wist je dat…

In de Selva, of jungle, van Peru bijna iedereen zich met moto of mototaxi verplaatst.

Als je in Tarapoto een mototaxi zoekt, hoef je maximum 20 seconden te wachten!

Elke mototaxichauffeur houdt er van om zijn kleine motortje zonder geluidsdemping continu in de hoogste toeren te laten dragen.

Het gevolg is een oorverdovend geluid. Dag en nacht. 24 op 24, 7 op 7!