Na alle avonturen in het Zuiden van Peru, het deel(tje) dat iedereen kent van Peru of men er nu geweest bent of niet: iedereen heeft een beeld hoe Machu Picchu eruit ziet, hoe de Inca’s van Cusco de hoofdstad maakten van hun immense rijk of hoe intens blauw het Titicacameer is met de collectie grazende lama’s ernaast.
Maar (bijna) niemand hoorde van steden zoals Cajamarca, Chachapoyas of de Cordillera Blanca met Huaraz als hoofdstad. Zo goed als geen enkele toerist kent de wondere wereld van de ronde huisjes van het fort Kuelap en ga zo maar door. Laat dit een toeristische warmmaker zijn voor iedereen die meer wil ontdekken van de ongekende hoekjes van Peru. Laat dit misschien een reden zijn om ooit eens een reis naar Peru te wagen zonder het toeristische zuiden in te plannen?!
Onze route door Peru neemt rare en vooral onlogische vormen aan. Even een algemeen overzicht zodat iedereen nog een klein beetje weet waar we ons nu eigenlijk bevinden. Zoals jullie al vermoeden zitten we een beetje achter met onze blog. Reizen is een razend drukke bezigheid: voorbereiden, veranderen van plannen, plaatselijke mensen ontmoeten (zij willen graag weten waar je vandaan komt, wat je vindt van hun land, stad etc.), andere reizigers ontmoeten, hun reistips aanhoren en andere geven, nog eens van plannen veranderen, proberen wat geschiedenisboeken te lezen van Zuid-Amerika (voor diegenen die het interesseert: “Open Veins of Latin America” van Eduardo Galeano en “The Pinguin history of Latin America” van Edwin Wiliamson), romans lezen, internet vinden, rijden (ja dat hoort er ook bij), foto’s trekken, vooral veel foto’s wissen, weer van plannen wijzigen, bezoeken brengen aan mechaniekers, vrienden op bezoek hebben, weer veranderen van plannen …
Begin mei startten we onze autotour in het zuiden van Peru aan de Grens met Bolivië. We verbleven ongeveer anderhalve maand in het zuiden, waarvan drie weken met de ouders van Tim. Vervolgens zaten we even vast rond Lima: dat lezen jullie in het vervolg van de pageturner. Pas daarna reden we door naar het Noorden, met een uitstap naar de selva of de jungle. Na drie maanden of 90 dagen Peru was ons toeristenvisum verlopen en dan wil je echt wel uit het land zijn. Als persoon betaal je eenvoudigweg een boete voor het aantal dagen dat je langer in het land blijft, maar de auto die nemen ze in beslag. We zijn nu nogal gehecht aan ons beestje, dus we maakten ons snel uit de voeten. Augustus en september hebben we twee fantastische maanden beleefd in Equador (maar die verhalen volgen nog). Begin oktober gingen we opnieuw de grens over naar Peru. Ditmaal gaan we er wat sneller door en houden we alleen halt in de bergen van de Cordillera Blanca en in Lima (bij onze favoriete garagist, voor een klein onderhoud dat meestal een groot wordt).
Piura – Lima
De kust van Peru zal nooit geroemd worden omwille van zijn schoonheid. Met zijn oneindige woestijnen van grauw grijs zand, ongezellige lineaire baraknederzettingen en hopen stinkend en rottend afval is het geen plezier om door te rijden. Maar soms, liggen de geheimen onder de oppervlakte. Zo tonen de ontelbare verschillende ruïnes een amalgaan van de grootse culturen, die hier, vóór de Inca’s, hun imperium uitbouwden. De ene ruïne is nog spectaculairder dan de andere en de opgravingen blijven doorgaan. Soms aan een hoog tempo, soms aan een lage conjunctuur. Want alles blijft afhankelijk van Europese en Noord-Amerikaanse archeologenteams, gelinkt aan onze universiteiten. In Peru (en met uitbreiding de rest van Zuid-Amerika) ontbreken hier vaak de centen voor, of is archeologisch onderzoek op nationaal niveau enkel gewaardeerd als het woord Inca er kan aan gelinkt worden.
“Wij zijn één volk dat afstamt van de grootse Inca voorvaders.” Klinkt het op overheidsniveau en dus ook uit de monden van alle gidsen in het toeristische zuiden. Maar hier horen we voor het eerst een spectaculair ander (en genuanceerder) verhaal uit de monden van vele gemotiveerde gidsen, trotse ‘Norteniërs’ (bewoners van het noorden), archeologen en geschiedkundigen.
Een greep uit de (vele) volkeren die we langs de kust kruisten, van noord naar zuid.
Tucume (bij de stad Chiclayo)
De Sicán volkeren (1000 – 1375 n. Chr.) regeerden over heel de noordelijke kust met Tucume als hun hoofdstad. Ze lieten ons deze prachtige ruïne na met 26 piramides en vele andere gebouwen. (voor zij die geïnteresseerd zijn, een interessante documentaire over deze site: https://www.youtube.com/playlist?list=PLA1D1E1905AB0D185)
Chan Chan (ten noorden van de stad Trujillo)
De Chímu bevolking regeerde van 850 tot 1500 n. Chr. Zij creëerden in Chan Chan hun hoofdstad met 60.000 inwoners en het is de grootste opgegraven adobestad ter wereld tot nu toe. Alle verschillende delen van de stad (religieus, profaan …) zijn ommuurd met muren van 11 à 12 meter hoog. Wij bezochten slechts één religieuze site met volgende afmetingen …., en zo waren een tiental ‘compounds’, om maar een idee te geven hoe groot deze nederzetting was.
Huaca de la Luna (ten zuiden van de stad Trujillo)
De Moche cultuur leefde van 100 v. Chr. Tot 850 n. Chr. en vormt zo de bevolking voor de Chímu in de noordelijke kustregio. Vermoedelijk is ook de Moche cultuur uitgeroeid door El Niño, het natuurfenomeen dat één keer om de zoveel jaar voorkomt en deze droge regio overspoelt met overvloedige onweersbuien en uit zijn oevers tredende megastromen. Ook vandaag de dag komt El Niño nog om de tiental jaren voor. Eind december wordt een krachtige El Niño aangekondigd. Talloze dorpen worden aangemoedigd om te verhuizen, maar velen leren niet uit de voorgeschiedenis. Huaca de la Luna vormt samen met de Huaca del Sol de twee grootste structuren op de site. Het zijn religieuze tempelstructuren, waarvan slechts een deel is blootgelegd. Per nieuwe koning wordt een nieuwe tempel over de vorige gebouwd. De tempels worden bijgevolg telkens groter en groter. De schatting luidt dat er 60.000.000 adobe stenen hiervoor gebruikt worden.
Sechín (250 km ten noorden van Lima)
De site van Sechín is samen met de site van Caral (zie hieronder) één van de oudste van het land, 1600 v. Chr. De opgravingen hebben slechts een heel beperkt deel van de site blootgelegd. Alleen de religieuze tempel is te bezichtigen. Zoals bij vele van deze kleinere sites is er een mini-museumpje aanwezig met een verhelderende maquette. Het moet gezegd zijn dat deze dorpen hun best doen om de archeologische sites toeristisch aantrekkelijk te maken. Ondanks de primitieve informatie in het museum en vele artefacten die in de nationale musea van Lima liggen, slagen ze er toch in om een algemeen beeld te geven van de verschillende culturen.
Caral (100 km ten noorden van Lima)
Een van de spectaculairste sites was tenslotte die van Caral. Ook voor de wereldgeschiedenis is dit de belangrijkste ‘recente’ ontdekking van Peru. Het toont ons de oudste ‘stad’ ter wereld, 2600 v. Chr., tot nu toe ontdekt (dus “dag daaag Mesopotamië”). De site werd ook kort na de ontdekking meteen beschermd door Unesco (2009) en staat nu op de werelderfgoedlijst als één van de belangrijkste te bewaren ruïnes voor de mensheid.
Waarom is die ruïne dan zo onbekend? Hij werd slechts tiental jaar geleden ontdekt en de opgraving zijn nog lang niet afgelopen… Maar dat is uiteraard niet de hoofdreden, want de site, met de meest professionele gidsen van het land, geeft al een heel goed beeld van deze stad en deze cultuur. De site past eenvoudigweg niet in de route van de toeristen die enkel ten zuiden van Lima floreren. De site mist de boot van subsidies, mist dus de boot van enige infrastructuur, mist daarnaast de boot van de grote professionele Peruaanse promotiemolen en krijgt dus maximum 20 toeristen per dag over de vloer. En zo gaat het verhaal voor elk wonder dat we in het mooie noorden van Peru zagen. Maar jullie hoeven dit niet aan de grote klok te hangen: hou deze informatie voor jullie en neem binnen de kortste keren een vliegtuig naar Peru en laat het zuiden van het land onder je liggen en verken het onbezoedelde noorden!
De bovenaardse ervaring van Caral zouden we lyrisch en in een aparte blogpost kunnen beschrijven, maar deze keer doen we het met een reportage die enkele jaren terug door de BBC werd gedraaid! Zie zelf waarom deze locatie zo bijzonder is.
https://www.youtube.com/watch?v=ZMacuGusmeg (Sorry voor de overdreven Angelsaksische stijl, het is onze reportage niet…)
Cajamarca – Chachapoyas
In Cajamarca verblijven we bij een op en top couchsurfer, Herbert. We komen toe rond de middag, maken net kennis en we worden direct meegenomen naar zijn taller, zijn architectuuratelier. Voor aankomst wisten we dat ook hij architect was en dat we in zijn bureau zouden slapen, maar dat hij ook lesgaf aan de universiteit van Cajamarca én dat we als gastarchitecten mee in zijn ontwerpatelier zouden staan, was een behoorlijke verrassing. We worden voorgesteld aan een zestigtal studenten uit het 4de jaar als twee internationale gastdocenten die even op bezoek zijn. We voelen ons onwennig met al die starende blikken. Gelukkig is de eeuwig vlotte ex-assistent Tim een bende studenten gewoon en babbelt hij er vlot – in het Spaans – op los. Een aantal studenten stellen enigszins schuchter hun projecten aan ons voor. Ze moesten een centraal busstation ontwerpen voor de stad Cajamarca, nu telt de stad minstens twintig privébedrijfjes met kleine informele haltes. Herbert lichtte ons net voordien in dat we niet te afbrekend mochten wezen, want het was de laatste begeleiding voor de jury van de komende week. Dus radicale veranderingen in het ontwerp zijn niet meer mogelijk. Een moeilijke opdracht want het kritisch zijn, zit ons in de genen. Zo goed als we kunnen, geven we voor de komende vier uur tips en opmerkingen.
De rest van de avond wordt er geklonken op de leuke ervaring. Onze Couchsurfer is een kenner van bijzondere plekjes in zijn stad. Samen met een vriendin van hem zetten we een avondje uit in Cajamarca. Wij waren er ondertussen, na acht maanden reizen op dit continent, van overtuigd dat het onmogelijk was om een gezellig cafétje te vinden. We moesten echter toegeven dat we fout waren. Een paar straten van het centrale plein bellen we aan bij een schijnbaar normaal huis. Niets te zien aan de buitenzijde, gewoon een kleine poort, geen ramen. Voor een Bruggeling gaat onmiddellijk en belletje rinkelen. “Retsins, moest je daar ook niet aanbellen?” Wel, wij hebben de Zuid-Amerikaanse versie ervan gevonden! Een kleine goed gezette patrones komt de deur opendoen en leidt ons vlot door één, twee, drie kleine zaaltjes met telkens een tweetal tafeltjes, een terrasje, een trap op, een trap af, opnieuw een trap op, tot helemaal achterin. En daar vinden we nog één leeg tafeltje. Eenmaal genesteld bestellen we één van de nationale drankjes (ditmaal niet de pisco) maar een goedkopere broer: de aguardiente, een alcoholisch drankje gemaakt van rietsuiker met fruit op smaak gebracht. Een paar literkaraffen later, wisten we onze weg niet meer recht naar huis, zelfs ‘gps-Tim’ moest heel diep denken.
De volgende ochtend deed nog eens écht pijn, jawel, voor ons allemaal. Wat is er beter om een pijnlijk hoofd te genezen? Water! Of: Op relaxuitstap gaan natuurlijk, naar natuurlijke warmwaterbronnen. Herbert tovert nog een bijzonder plekje uit zijn mouw. De vorige dag vergezelden twee andere couchsurferdames ons reeds en op zaterdag moest Herbert niet werken en dus vertrekken we met een gezellige bende van zes. Ons busje stalden we in een veilige parking, dus met ons zessen nemen we een colectivo. Neen, deze colectivo’s werken niet zoals de bussen bij ons, ze vertrekken niet op een vast uur. Je moet wachten tot het busje vol zit. Als je geluk hebt, vertrek je binnen de paar minuten, deze keer was het anders voor ons. Meer dan een uur moesten we wachten voor vertrek. Een beetje slapen in de oncomfortabele zetel dan maar ;-). Na een klein uurtje rijden stappen we af aan een godvergeten huis. Van uit deze locatie slingert een grindpaadje de heuvels in. Een klein wandelingetje had onze vriend ons verzekerd, bij schemer en anderhalf uur later komen we aan bij een duister huis, dat duidelijk al zijn beste tijd heeft gekend. Gelukkig houden we hier niet halt. Eenmaal door het bouwvallig spookhuis is de duisternis volledig gevallen. We strompelen langs een smal bospadje tot we schijnbaar aankomen. Het pad is even smal als voorheen, maar hier kunnen we net in één lijn onze drie tenten opslaan. Eenmaal geïnstalleerd, snel badtenue aan, gaan we op zoek naar het warme water, want op 2600 m wordt het in Peru ’s nacht ook wel koud. Ons thermenresort ziet er als volgt uit: een klein riviertje waar twee watervallen samenkomen, een hele koude en een heeeele warme. Schitterend, onder een volle sterrenhemel, met picnicbroodje in de ene hand en een fles rum in de andere hand brengen we enkele uren door in het heerlijke warme water tot we doorweekt, gerimpeld en welriekend (naar zwavel) het bassin uitstrompelen en na tien meter languit op onze matjes in slaap vallen. Dít is het Walhalla!!!
De tocht van Cajamarca naar Chachapoyas bezit ontzettend veel ongekende bijzonderheden: gaande van de bekende baños del Inca (waar de laatse Inca gevangen werd genomen); tot ongerepte boerenwegeltjes met rondwandelende ezeltjes; veel te hete dorpen door een apart microklimaat; veel (om niet te zeggen veel te veel) nietsdoende werkers (in België treffen we soms twee personen die staan te kijken hoe de derde werkt, hier zijn het er minimum zes die staan te kijken en geen één die werkt); nachtelijke feesten (voor elke heilige van het dorp, telkens toevallig als wij er passeren), onontgonnen historische begraven steden op privé terrein (we moesten natuurlijk eentje drinken met de eigenaar); zelfgemaakte zwembaden naast de rivier; één van de hoogste watervallen van de wereld: de Gocta watervallen (de hoogste van de wereld, Salto Angel, hebben we al mogen bewonderen in Venezuela, zie één van de eerste blogs) …
Het hoogtepunt van deze route is zonder enige twijfel de ruïne van Kuelap. Een gigantische pre-Inca site die midden 19e eeuw herontdekt is. De site is gebouwd over een periode van 600 jaar, tussen 500 en 1100 na Christus en kent drie keer zoveel stenen als de grote piramide van Gizeh in Egypte. Het is een massief fort gebouwd op een uitstekende rots over een lengte van bijna 600 meter, met een maximale breedte van 100 meter. De site telt meer dan 4000 ronde huisjes waar meestal alleen de basis van overschiet. Op deze plek hebben ze één rond huisje heropgebouwd (we mochten wel niet binnenkomen) zoals het vermoedelijk geweest zou zijn en de maquette toont hoe het geheel moet gefunctioneerd hebben. Een drie uur durende gidstour geeft ons alle details over deze magische plek. Niet enkel het bezoek aan het fort was impressionant, ook de weg ernaartoe hield enkele verrassingen in. We komen met ons busje aan in het dorp aan de voet van de ruïne omstreeks 17u. We vragen aan een agent die het verkeer staat te regelen (in een mini-dorp waar er maximum vijf auto’s per uur passeren? Tuurlijk moet hier een agent verschijnen, er staan geen verkeerslichten), hoever het nog rijden is naar de site. “Tien minuutjes” antwoordt hij. Perfect! We beginnen aan de route en we onderzoeken de omgeving. Onze kleine teen zegt dat het logisch zou zijn mocht de site aan de andere kant van de heuvelrug liggen op een mooie uitstekende rots met uitzicht. Om in tien minuten daar te raken, leek ons moeilijk, dus het moest ergens anders zijn. Twee en ene half uur later – en natuurlijk in het donker – komen we met een zure kont inderdaad aan op de plek met het mooiste uitzicht waar wij dachten dat de rit heen zou gaan.
De volgende ochtend opent het landschap zich en hebben we een fabelachtig zicht op de Ruïne en de – nu nog – ongerepte omliggende valleien. Heerlijk om hier twee dagen (gratis) te kamperen met vriendelijke bewakers naast ons deur en dit magisch uitzicht.
Cordillera Blanca
Het tweede deel van deze toeristische tour gaat verder via de Cordillera Blanca, in het noordwesten van Peru. Beter bekend in toeristische gidsen als: de regio rond Huaraz. Het is normaal niet onze bedoeling om toeristische hoogmis te zingen in deze blog, maar deze regio verdient het! De topmaanden om deze regio te bezoeken zijn eigenlijk van juni tot en met september, vanaf oktober start het regenseizoen. Wij hadden het geluk om alleen maar zon en een beetje wolken te treffen.
Wij verkenden deze vallei in omgekeerd richting als de autoloze toerist. De avonturentocht begon aan de kust en ging langzaam naar omhoog langs de dorre Cañon del Pato. Een fabelachtige ruwe, dorre Cañon die op zijn diepste punt meer dan 1000 m in de woestijnbergen insnijdt en op zijn smalste punt rotsen heeft die elkaar op 15 meter na raken. Tijdens de 180km tocht tot aan het centrum van deze bergketen konden we onze ogen niet afhouden van dit wonder der natuur. (Pelwim: Tim kan maar niet stoppen om te refereren naar de vallei tussen Tadzjikistan en Afghanistan… Verifieer zelf maar eens) Later bevestigde ook de Lonely Planet dat dit één van de must sees is, deze route door 36 gammele tunneltjes. Het is een machtig mooie cañon, miljoenen jaren aan een stuk uitgevreten en slechts vlak naast de rivier is het een stukje vruchtbaar. Aangezien onze bolide niet zo snel kan rijden, zoeken we noodgedwongen een rustplek voor de nacht. Dankzij de tips van andere gelijkaardige reizigers vonden we een fantastisch verlaten plekje tussen de weg en de rivier waar niemand ons kon zien. En zo werd de noodzaak opnieuw een waar genoegen!
De volgende dag vervolledigen we onze tour tot aan Caraz, een klein dorpje dat naast Huaraz ook een goeie basis is voor (dag)wandelingen. In één van de weinige cafés die open zijn die avond, want we zijn nu eenmaal buiten hoogseizoen (handig dat er op zo’n moment niet zo veel toeristen zijn, maar aan de andere kant zijn er ook heel veel lekkere en gezellige plekjes gesloten), hadden we het genoegen om te worden bediend door een vriendelijke en niet opdringerige touroperator. Hij gaf ons super goeie tips omtrent welke wandelingen we wel en niet zouden kunnen doen in deze periode. We waren bijna verleid om de vier daagse tocht, Santa Cruz, te ondernemen, maar door gebrek aan sportieve trainingen de laatste weken en in combinatie met de hoogte van 4000 tot 5000 meter, hebben we het toch maar op dagtochten en tweedaagse tochten gehouden. En dat was maar best ook. Tijdens onze eerste tocht, hijgen en puffen we toch iets meer dan gedacht. We hadden een lichte tocht in gedachten. Vier uur later kijken we eens op de telefoon (want gedetailleerd zijn de kaarten hier niet) en zien we dat we 800 meter moesten stijgen, van 3400 naar 4200 meter. De beloning was dan ook groot wanneer we onze middaglunch konden verorberen aan het fantastisch hemelsblauw meer van Laguna Parón.
De laatste wandeling die we ondernemen in de Cordillera Blanca, starten we met het nemen van een colectivo. Om eerlijk te zijn, we missen de immer goeie muziek die altijd aanwezig is in zo’n busje een beetje… NOT! Als proevertje hebben we tijdens onze anderhalf uur durende rit een kort filmpje gemaakt over hoe het eraan toe gaan tijdens zo’n tocht. Beeld je maar eens in dat je oren altijd zo mogen genieten? Eline en Tim en hun favoriet muziek
Het zonnegeluk staat iets minder aan onze zijde tijdens deze tocht, want we treffen alleen maar wolken en mist die dag. Geen erg, we wandelen stevig door om misschien toch met een opklaring de Laguna 69 te treffen. We blijven geloven dat het lukt en mits wat goede wil, konden we zeggen dat er een opening was tijdens onze lunch. Met een koe in onze rug, kijken we naar dit mooie spektakel. Vervolgens dalen we met onze Belgische wandelpartner Steve terug aan hoogtempo.
Hoewel de colectivo’s niet vertrekken op stipte uren, hadden we toch bij nader inzien een erg strak tijdsschema. Om 8u ’s morgens werden we gedropt aan de start, drie uur heen wandelen en een kleine drie uur terugwandelen, de laatste colectivo vertrekt om 14.30u, dat geeft ons een halfuur luchtpauze. Onze conditie blijkt toch nog niet zo slecht, want ruim op tijd bereiken we de eindmeet.
Hoe beter deze dag in de bergen af te sluiten dan met een heerlijk bad? Wel eigenlijk geldt in ons geval: hoe beter elke dag afsluiten dan met enkele hete natuurlijke baden? Ik denk dat we ondertussen thermale-baden-professionals zijn geworden. Onze queeste bestaat er dan ook in om alle baden in de komende gebieden onveilig te maken. Voor ons bestaan geen betere rustplekken: gratis kamperen, ’s avonds een sauna of stoombad en ’s morgens een plons in het zwembad of het privébad. ZO doen wij energie op om te blijven doorgaan!!
Eline prachtig geschreven en wondermooie foto s van jullie. Zorg goed voor elkaar. Groetjes en liefs. Nick
machtige foto´s! De bergen zullen waarschijnlijk tikkeltje hoger zijn dan hier in Tirol!
Wow. Wat’n mooie reis toch. Al weer met ongeloooooflijk veel plezier gelezen. Prachtige beeldjes!
Ik vergeet hier de donkere dagen in een wip en waan me zelf ergens in dat zalig avontuur…
En een heel nuttig artikel voor zij die misschien ook wel een reis naar ginder plannen.
Groetjes vanuit Belgenlandje!