CARRETERA AUSTRAL, of de Route 66 van Zuid-Amerika
The Carretera Austral begins where Chile’s Lakes District ends, snaking south for 1240 km into a land of dense forests, snow-tipped mountains, glacial streams, islands and swift-flowing rivers.
When you hear the term ‘Southern Highway’, you might imagine an orderly, well-paved route through the wilderness. You’d be wrong. Northern Patagonia is home to pioneers who’ve managed to tame the land just enough to make a living in the small settlements that dot the route. The road is still Chile’s most challenging road trip. Though parts of it have been paved over the years, much of the highway is still dirt and gravel, meaning the pertinent question is not ‘Will I hit any potholes?’ but rather ‘Which potholes should I hit to cause the least damage to my car?’
Lonely Planet
“Vroemos vroemos, vroemos vroemos. Verdorie tochos, daar gaan we danos, eindelijk is het zoveros!” Schreeuwt Melquiades uit. “Na meer dan 10.000 km zuidwaarts cruisen, vanuit het meest noordelijke stadje van Ecuador (Ibarra) tot het centrum van Chili. Daar kom ik aan in Patagonië. Ligt Patagonië niet een stukje zuidelijker? Niets is minder waar. The Lake District of de Araucanië regio, ten noorden van Puerto Montt, daar begint het allemaal. Daar starten de goddelijke landschappen van de Patagoonse bossen, de heldere meren, de sneeuwwitte gletsjers, de turquoise rivieren … of dat denken toch mijn baasjes. Ze zijn soms toch een beetje gek of toch op zijn minst gezond gestoord. Ik vraag me oprecht af, wat is er nu zo fantastisch aan de Carretera Austral dat iedereen die ongelofelijk hobbelige bobbelige ruige grindweg wil afleggen? Ze mogen dan in de voorbije maanden al goed voor me gezorgd hebben – om de zoveel kilometer een beetje nieuwe olie, wat extra smeerstof, af en toe eens gekuist worden – toch denken ze nog steeds dat ik onverwoestbaar ben. Er valt niet meer te onderhandelen blijkbaar… Het is te nemen of te laten… We gaan de Carretera Highway op, willen of niet.”

De fameuze – of beter gezegd notoire – Carretera Austral, 1240 km lang, kent een minder glorieus begin. In de jaren ’50 zette Pinochet dit prestigieuze project op poten – van respectievelijk meer dan 300 miljoen Amerikaanse Dollars en enkele mensenlevens – om het zuidelijke deel van het land met alle fjorden over land toegankelijk te maken. Natuurlijk moest die weg ook zijn naam dragen. Gedurende verschillende decennia poogde men om die spectaculaire route op poten te zetten, maar de brute natuur zette daar keer voor keer, telkens weer, een stokje voor. In de onherbergzame natuur van de fjorden is het geen evidentie om een weg aan te leggen, laat staan te onderhouden. Pas in 1996 slaagden men erin om de verschillende delen met elkaar te verbinden. Nu zijn we twintig jaar later en nog steeds zijn overal werkmannen te bespeuren die weggezakte delen herstellen of pogen de grinddelen te vervangen door asfalt.
We starten het avontuur met enthousiaste reizigerskribbels, maar waren toch wat ongerust omtrent de gezondheid van Melquiades. We zullen nadien moeten toegeven: “Deze zware route is het waard!” Zonder enige twijfel één van de mooiste routes waar we al passeerden. Ook Melqui zal dat moeten toegeven!

“Die twee halve garen geven me gelukkig toch nog een beetje rust. We starten via een “gemakkelijke” weg. Ze denken altijd het beste voor me te weten. We nemen niet de traditionele start van de Carretera Austral, die start in Puerto Montt, maar we gaan via het eiland Chiloë (het schijnt dat mijn baasje hier al een tekstje over schreef). Daar vergezelden onze placebo-ouders ons even. Ik moet het toch toegeven, het was wel een beetje zwaar met vier in de auto. Misschien wel een beetje te zwaar. Op een gegeven morgen pikken we ze op aan hun hotelletje en net wanneer we op de snelweg rijden … Knak. Alles doet pijn, Ik voel me geradbraakt. Bij elke grote put of bubbel doet het pijn aan mijn rechtervoorpoot. Gelukkig heeft chauffeur Tim goede oren en merkt hij meteen op dat er iets mis is. Na een snelle analyse blijkt hij de juiste conclusie te trekken: mijn rechtervoorschokdemper is in twee. Verdorie, schokdempers heb ik echt nodig op die Carretera! Anders overleef ik dit avontuur echt niet!! Ik hoop dat ze dat toch goed beseffen!”
Daar start een grote zoekactie om op het piepkleine eiland Chiloë nieuwe schokdempers te vinden. Iedereen die er een beetje uitziet als een mekanieker of alsof hij iets van auto’s weet, wordt door ons aangeklamd. Uiteindelijkvinden we de schokdemper niet in de “hoofdstad” Castro, maar in het kleine dorpje van Quellon, enkele uren alvorens we de ferry op moeten. Daar treffen we twee schokdempers van een 4X4, die mits wat aanpassen, de dienst kunnen doen. FJJEEUWWW… daar kunnen we toch goed vertrekken.
“Om 21u ’s avonds worden we verwacht aan de incheckbalie om op de ferry te rijden. We zijn toch allemaal een beetje zenuwachtig, want het is de eerste keer dat ik over water zal rijden. Een tocht van 24 uur door de Chileense fjorden. Het eerste deel van de tocht gaat over ‘open’ zee, met relatief grote golven. Het schijnt dat we geluk hebben, in de zomer zijn het maar kleine golfjes, in de winter daarentegen kunnen de golven tot tien meter hoog gaan. Ik hoorde van mijn baasjes dat ze heel tevreden zijn met deze kleine golfjes, die niks voorstellen in vergelijking met de stormgolven van de Atlantische Oceaan. Ze slapen als roosjes in mijn kajuit. Ze beseffen amper welke luxe ze hebben met mij, want de andere passagiers moeten met meer dan 300 in één grote muffe zaal liggen/zitten te slapen.”
Alarm om 5u ’s morgens!! Ai ai ai, wat doet dat pijn. We zetten door en willen echt de zonsopgang bewonderen. Het is fenomenaal! Onze mond valt open. Slechts met enkele passagiers staan we op het dek de steeds veranderende kleuren te adoreren. Elke minuut heeft de hemel een ander schilderij voor ons in petto. Langzaam bewegen we door het rustige water, de oevers veranderen stilaan van donkergroene landschappen (die ongetwijfeld monsters verbergen) tot frisse lichtgroene en –blauwe taferelen. De boot stopt op de meest onmogelijke plekjes, aan stranden waar schijnbaar niemand woont en geen wegen heenleiden. Daar stappen mensen op en af, lokalen en toeristen. We vragen ons oprecht af wat ze daar allemaal doen…
Aankomst in Puerto Cisnes om 19u ’s avonds. We houden vast aan het principe dat we ’s nachts niet rijden wanneer het niet absoluut noodzakelijk is. Dus we blijven nog een avondje in Puerto Cisnes. Een minuscuul dorpje dat toch meer verrassingen bezit dan op het eerste zicht gedacht. Een aangenaam aangelegde dijk, een klein dorpscentrumpje en enkele gezellige cafétjes. Santé op het nieuwe avontuur. En de volgende morgen ontdekken we nog een andere verrassing: een zeebaai met warm water op 43° zuiderbreedte!
Na een verkwikkende dag aan het strand, starten we aan de echte Carretera! Na veel inleiding laten we de beelden voor zich spreken.
“Onze eerste stop, aan de Ventisquero Colgante of de ‘hangende gletsjer’, in het Nationale Park Quelat, was dikke kak. Je kon alleen een dagticket kopen en op dat moment was het al 16u. Bovendien hadden de parkwachters het niet echt voor mij. Onder geen beding mocht ik daar de nacht doorbrengen. Grrrrrrrmmm. Ok dan, dachten Eline en Tim, dan toch nog een beetje verder doorrijden naar het dorp van Puyuhuapi. Wie zien we daar langs de kant van de weg? Ik herken die jongeman. Die heeft ook de ferry genomen. We stoppen en nemen de fransman mee. We informeren eens wat zijn plannen zijn. Want hun idee is om naar warmwaterbronnen te gaan. Opnieuw van datteu … Eline en Tim en dienen Guilhem gaan de heerlijke warme waterbaden in, en ik moet braaf housesitten op mezelf en al het gerief dat in mij staat. Geen enkele inspraak heb ik!
Wanneer de avond valt, zo tegen een uur of 21u vertrekken we dan eindelijk naar het dorpje. Dienen fransman weet een goed plekje. Dat denkt hij dan toch. Langs de rivier. Schitterend uitzicht, tussen de hoge gewassen, uitzicht in de verte op de fjorden. Heerlijk uitrusten na de eerste etappe van grind met een man extra. Ik doe mijn ogen dicht terwijl zij koken, laat de slaap over me komen, maar nog net in mijn ooghoeken zie ik iets glinsteren. Oei …oei !! Het water stijgt en stijgt en stijgt. Neen ze merken het niet. Ik probeer ze te waarschuwen maar geen avance, ze merken het niet. De pintjes en de wijntjes stijgen naar het hoofd na de heerlijke spaghetti die ze samen hebben klaargemaakt. Het is 22u/23u. Ik doe mijn best om het te negeren, zij weten het uiteindelijk toch altijd beter. 23.30u. Eline die controleert met scheeldronken ogen toch nog eens het waterpeil. Het water staat nu bijna aan mijn lippen. De anderen kijken ook op en schieten holderdebolder in actie. Want ik kan wel tegen een beetje water, maar de tent van de fransman die staat ook bijna in het water. In 1, 2, 3 wordt alles opgekraamd en ik moet ook sputterend in gang schieten. Naar de straat dan maar.”
Natuurlijk zijn we de volgende dag opnieuw naar de befaamde hangende gletsjer geweest, deze keer een stuk vroeger om de volledige dag van het park te genieten. Eenmaal we beginnen wandelen, weten we van geen ophouden meer. We combineren een drietal wandelingen na zoveel stilzitten. Een beetje verder treffen we nog een andere wandeling die we ook onder handen nemen: een route doorheen de Bosque Encantado om nadien aan te komen bij een ijzig koud grijs appelblauwzeegroen meer. Wow, de Carretera heeft steeds nieuwe verrassingen voor ons.
“Het is onvermijdelijk, we gaan verder de Ruta 7 op. Ik ben amper bekomen van het eerste deel en we vervolgen al onze route. Maar ik trek me op aan de film die we gisterenavond zagen. Die van mijn kleine snelle broertje, Herbie. Als hij nummer 53 is dan ben ik nummer 52, een oudere broer heeft toch meer maturiteit! Ik race zo snel ik kan doorheen de wondere landschappen van Noord-Patagonië.”
Na al die tijd in de auto te zitten en door het landschap te glijden, is het moment gekomen voor wat echte actie. Onze spieren moeten opnieuw geactiveerd worden. We gaan één van de mooiste nationale parken van Chile onveilig maken: Cerro Castillo of de kasteelberg. We rammaseren al ons trekkersgerief uit alle delen van Melqui en proberen snel aan de eerste dag te beginnen. Het plan: een vierdaagse wandeling met de tent. Het geluk staat aan onze kant. Net wanneer we willen vertrekken en wanneer we nog een aantal kilometer moeten liften (de auto moest veilig op een parking achter gelaten worden) komt er een sympathiek Duits koppel, Lars en Suzy, afgewandeld met de vraag of we niet met hen en de parkwachter mee gaan naar het begin van de trek. Perfect! We worden gedurende 40 minuten meegenomen in de 4×4 van de guardiaparque doorheen het eerste deel van de wandeling dat maar een saai stuk weg was. We bewegen door bos, rijden langs moerasachtige stukken, botsen doorheen een stevige rivier, net op tijd waarschuwt hij ons dat we moeten opletten voor ons hoofd. Waarom? Wel één seconde later rijden we door zo’n grote put dat we inderdaad allen met ons hoofd tegen het plafond worden geslingerd.
Eenmaal aangekomen, slaan we onze tent samen met de Duitsers op en doen een zijwandeling naar een afgelegen gletsjer. Goeie opwarming voor de eerste dag. De volgende dag ondernemen we dan de echte tocht. Omhoog klimmen over rotsen en sneeuw!! Jawel, we houden een eerste sneeuwgevecht. Schitterend! Na een tweede stevige dag samen wandelen moeten we afscheid nemen van onze nieuwe vrienden. Zij moeten sneller door en nemen een shortcut terwijl wij meer op ons eigen tempo de volledige wandeling ondernemen.
De tweede nacht kunnen we onze tent opslaan naast één van de mooiste alpenweides met de mooiste ongerepte wijdse vergezichten die je je kan voorstellen. Wanneer we in onze tent liggen en naar buiten kijken, hebben we zicht op een groene grassige vallei met daarnaast een zwarte rotspartij van de Cerro Castillo. Het is nog niet het granieten meesterwerk himself, maar een fiere zijpoot. Onderaan in de vallei horen en zien we een klein stroompje kabbelen. We beslissen dan ook om na die stevige wandeling onszelf te verfrissen in die rivier. Alle badgerief mee! Eenmaal aan het water bega ik de grootste stommiteit en lompigheid die je je maar kan inbeelden. Ik sla in een onhandige beweging om mijn kleren uit te doen, één van mijn schoenen in het water. Het water kolkt en stroomt, op en neer. Ik steek direct mijn voet met nog een sok aan in het ijskoude water om mijn schoen tegen te houden. Gelukkig zit Tim aan de goede kant, heeft hij een snel reactievermogen en duikt in het ijskoude water om mijn wandelbottien te redden! Net een kleine ramp voorkomen. Stel je voor… minstens 15 km over rotspaden met één schoen… We kunnen hem gelukkig laten drogen en tegen de volgende morgen is de schoen wel droog genoeg om op pad te gaan.
Op de derde dag beslissen we dag drie en dag vier van de wandeling te combineren. Dus er staat veel op het programma. Een stevige klim langs een appelblauwzeegroen meer over rotsen met een grote rugzak op de rug, alsook een afdaling van meer dan 1400 meter. We zijn te snel gewoon geraakt aan de luxe om overal en altijd van alle waterbronnen te kunnen drinken, dat we onze flessen niet snel genoeg bijvullen. Op de top van de berg zitten we zonder water, alsook bijna de hele afdaling moeten we het stellen zonder water. Aan de enige passanten die we tegenkomen vragen we waar er water te vinden is. Ze antwoorden dat we binnen een halfuurtje zeker wat moeten vinden. We wandelen en wandelen. We zijn al een uur onderweg en nog steeds geen water te zien. Als op een gegeven moment drie jonge mannen ons voorbijsteken, zien we ons kans schoon en vragen we of ze een beetje water kunnen missen. Zij komen blijkbaar net van bij een waterbron en kunnen ons wel een half litertje geven. Hoe goed smaakt vers water!!!? Even later passeren we een rivier en laten we ons helemaal gaan … Tim duikt bijna helemaal het water helemaal in.
“Na bijna 4 dagen mij te verwaarlozen zie ik mijn vriendjes terug! Timmy is liftend teruggekeerd om mij op te pikken terwijl Elinetje zich doodmoe op een camping nestelt. Wat ben ik blij als we eindelijk weer allen samen zijn! We reizen nog een honderdtal kilometer samen door wondermooie landschappen. En op het laatste stukje hebben ze toch ook nog een beetje medelijden met mij … Ze vinden het toch een beetje te veel van het goede om helemaal tot in Villa O’Higgins te rijden. Ze zijn nog een beetje aan het twijfelen want de echte Carretera Austral die eindigt in Villa O’Higgins! Het echte einde van de wereld… En als ze eenmaal iets in hun hoofd gepland hebben, dan is het moeilijk om het eruit te halen. Maar op dit punt laten ze zich toch verleiden om via het tweede grootste meer van Zuid-America te rijden: via de Lago Carrera (zo heet die aan de Chileense kant terwijl de Argentijnen hetzelfde meer Lago Buenos Aires noemen). Ik spring een gat in de lucht, tot ik hoor hoe de staat van de weg is. Opnieuw grind met bubbels en putten naar believen. Dus ik moet een beetje gas inhouden. We houden nog een laatste keer halt, langs het meer, waar we onze Braziliaanse fietsvrienden per toeval opnieuw treffen. Zij rusten uit na een dag stevig fietsen en samen steken we nog een Chileense Asado aan.”