Velen onder jullie denken waarschijnlijk af en toe wel eens … “wat stellen die twee het daar goed, ze blijven maar op reis, ze blijven daar maar hangen aan de andere kant van de wereld, die wereld van de Inca’s en die immense hoogvlaktes, die wereld moet wel heel erg verleidelijk zijn om iemand daar zo lang te houden”.
Jawel, we zijn al meer dan een jaar onderweg. Ook voor ons is dat een heel erg lange tijd. Willen we hier nog lang blijven? Dat is een goeie vraag en daar weten we het antwoord nog niet op. Wat we wel weten, is dat we ooit eens willen terugkeren naar België. Dus niet gevreesd voor al diegenen die ons liefhebben, ooit komen we terug. Maar voordat we terugkeren, willen we toch iets gedaan hebben hier. Het reizen is tof – dat zullen we niet ontkennen – en we genieten (niet elke minuut van de dag, want dat zou een beetje te veel zijn), maar er zijn ook momenten waarop we ons afvragen wat we hier nu eigenlijk doen. Het is interessant en boeiend om hier rond te lopen en met de plaatselijke bevolking te spreken, om het andere eten te ontdekken, andere emoties te ervaren, maar soms willen we iets meer dan dat… En wat is dan dat meer? Opnieuw een goeie vraag die we onszelf niet dagelijks, maar toch heel veel stellen. Wat willen we? Waar (letterlijk en figuurlijk) willen we naartoe?
Eén ding dat we alvast weten is dat we alvorens terug te keren naar huis, hier een werkervaring willen opdoen. Onze architectuurcarrière kent dan nog wel geen lange geschiedenis (Tim was twee jaar assistent aan de universiteit en volbracht twee jaar architectuurstage; voor mij geldt een erfgoedwereldervaring en de tweejarige architectuurstage), toch willen we onze werk gerelateerde kennis op alle mogelijke manieren uitbreiden, naast al de rest natuurlijk. Hoe beter ervaring opdoen dan hier echt de handen uit de mouwen steken?
Awala-Yalimapo, Frans Guyana
We komen er al een eerste keer (eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat dit al in maart 2015 was) mee in aanraking in Frans Guyana. Veel te vroeg naar ons aanvoelen. We waren nog maar net vertrokken, zo’n 4 maanden… Noodgedwongen (omdat alles veeeeel veel te duur is in Frans-Guyana) hebben we toen gelift. Ja ja … toen was het nog zonder de auto en dus een heel andere reismethode. We kunnen het ons bijna niet meer inbeelden. In de Franse ‘kolonie’ (sorry departement…) zijn we slechts één week op bezoek, het was een snelle doorkruising van het land met slechts enkele bezoeken. Eén van onze eerste ontmoetingen was met een wel zeer sympathieke dame, Nadia, die ons niet alleen meenam in de goeie richting, maar ons werkelijk na een grote detour afgezette op de plek waar we moesten zijn. Tijdens de rit babbelde ze honderduit over haar leven, familie, de gecompliceerde relatie met de Métropole (het deel Frankrijk in Europa, soms vergeten we toch allemaal collectief dat Frankrijk nog steeds een koloniale grootmacht is…) en over de regio. Om Nadia te bedanken hebben we haar toen meegenomen op café, hoe kan het ook anders met twee caféliefhebbers als ons zelve. Aan het strand, in een boerengat, werkelijk drie huizen en een paardenkop, vinden we een gezellig nieuw uitgebaat baartje.
De uitbater Hervé, een vlotte sympathieke verkoper, komt een babbeltje slaan. We voelen aan onze kleine teen dat hij graag wat langer met ons wil babbelen. Hij had blijkbaar opgevangen dat we architecten zijn. Hij nodigt ons uit om bij hem te komen eten die avond. De volgende avond zien wij ons dus genoodzaakt om op zijn sympathieke uitnodiging in te gaan en samen met de familie te eten. We komen terecht in een typisch lokaal Guarani gezin.
Hoe wordt een ‘indianen’-gezin hier tot stand gebracht? Een man op vrijersvoeten in zijn twintigerjaren zoekt een jonge inheemse vrouw, vaak een heel stuk jonger. Wanneer hij zijn keuze maakt en haar huwt, is het de traditie dat de man bij de schoonfamilie gaat wonen. In het geval van Hervé, 40 à 45 jaar, is hij vijftien jaar ouder dan zijn vrouw, 28 à 30 jaar, met andere woorden onze leeftijd. Zij hebben al drie kinderen van respectievelijk 10 jaar (een tweeling) en 5 jaar oud.
We starten zoals het hoort met een apéritief, maken grondiger kennis met elkaar want de dag ervoor hadden we slechts kort gebabbeld. Het gebeuren is heel joviaal en sympathiek, maar na een halfuur komt de aap uit te spreekwoordelijke mouw (in Amazoneregio’s weet je nooit…). Hij heeft een stuk bouwgrond, braakliggend, waar hij graag een nieuw hostal wenst op te richten. De regio en meer bepaald het dorp Awala-Yalimapo waar we nu dineren (het noordwestelijke strand van Frans Guyana) staat bekend om de schildpadden die jaarlijks hun eieren op het strand komen leggen. Geen gewone schildpadden, maar beesten die minimum anderhalve meter groot zijn (in één van onze eerste blogs kan je daar de ervaringen over lezen). In de maanden maart en april komen er horden toeristen de stranden onveilig maken tijdens de nachtelijke uren om deze wonderbaarlijke beesten te spotten. De aanwezige toeristen die wij getroffen hebben in dit dorp, zijn dus hoofdzakelijk natuurspotters. Als we dit even veralgemenen, zouden we kunnen stellen dat alle bezoekers van deze regio (en bij uitbreiding Suriname en Guyana) alleen de natuur komen bewonderen, gezien de stedencultuur minimaal zijn. Dit in gedachten, luisteren we naar het idee van Hervé voor zijn hostal.
Hervé wil een unieke plek creëren (“wie ook niet?”). Hij wil zich graag onderscheiden van de andere al aanwezige hostals (in deze regio zijn er al talloze hotels en B&B’s) door ‘De Architectuur’ van zijn project. Hij zou de architectuur van de traditionele hutten op een hoger niveau willen tillen door een moderne herinterpretatie van deze hutten. Deze hutten, in het Frans Carbets, zijn de typische traditionele woningen van de regio, gebouwd volgens een wel heel typische structuur. Onderaan een open structuur die gedeeltelijk dichtgemaakt kan worden, met daarop een palmendak bestaande uit kepers en ‘pannenlatten’, met daaraan gebonden palmbladeren.
Het is duidelijk dat hij geëngageerde architecten zoekt om zijn project vorm te geven. Wij voelen ons meteen verleid en laten er geen gras over groeien. De volgende ochtend om 7u gaan we mee op sitebezoek. Het blijkt een smal langwerpig terrein te zijn (20m x 70m), gelegen tussen de hoofdweg en een rivier achteraan, in het midden ligt een lichte heuvel en aan de lange zijden zijn er hoge boompartijen aanwezig. We begrijpen het enthousiasme van Hervé over zijn terrein, maar er rijzen meteen enkele problemen voor ons. Ten eerste en meteen ook de belangrijkste reden, ligt het terrein bijzonder ver van het strand. De bezoekers, vaak backpackers, zouden een auto moeten huren of een taxi bestellen om midden in de nacht naar het strand te rijden. Het is onmogelijk om er te voet of met de fiets te raken. En dit is toch een van de belangrijkste redenen om hier te komen? Bovendien ligt het terrein nog op een behoorlijke afstand van het dorpje. Dus ook daar is er geen connectie mogelijk. Ten tweede stikt het van de kleine vliegjes op zijn terrein, blijkbaar zijn ze er al altijd dankzij het naburig kreekje. Als bezoekers willen genieten van de rust en de aangename natuur/architectuur, hoe kunnen ze dit doen als ze worden opgegeten door miljoenen vliegjes?
Diezelfde ochtend moeten we snel afscheid nemen, want er staan andere afspraken op Hervé zijn agenda. We denken er nog veeele dagen over na. We staan stil bij het basisconcept van het project, bij zijn terrein, bij de persoon Hervé, we denken na over de locatie, de timing etc. Op het moment van ons bezoeken is het maart en Hervé had al graag begonnen met de eerste steen in augustus. Dat zou een hele verandering zijn van onze reis. Maar de belangrijkste vraag was: zagen we het zitten om enkele maanden door te brengen in Frans Guyana? Kuststrook plus jungle, gemixt met een vreemd onderhuids etnisch conflict. Departement of neo-kolonie die met handen en voeten aan ons buurland geboden is. Na er een paar weken uitgebreid over nagedacht te hebben op de boot in de Amazone, beslisten we toch om alleen digitale tips te geven en vriendelijk te bedanken voor de opdracht.
Nueva Union, Noord-Peru
Enkele maanden is het schijnbaar werkstil tijdens onze reis. We zoeken immers wel verder, maar deze keer op digitale wijze en stellen ons wat weigerachtiger op t.o.v. spontaan opduikende kandidaat bouwheren. Via bouwcontacten in België (dankjewel Frank Van Huffel, Bruno Deraedt en Yvo Beysen) komen we via via in contact met een jonge architect, Pedro Cordova, in Peru, meer bepaald in Tarapoto, een stadje aan de rand van de noordelijke jungle. Hij is zeer enthousiast en wil zeer graag met ons samenwerken.
Het contact gaat een beetje op Peruaans tempo. We mailen verschillende malen op en af, bellen ook enkele malen, maar het is niet gemakkelijk om te communiceren, zowel van onze kant als van zijn kant. Ons Spaans is dan ook nog niet perfect. Het taalprobleem via geschreven tekst of aan de telefoon is toch nog steeds merkbaar. We beslissen dan maar om onze route door Peru zo aan te passen dat we op het eind passeren in Tarapoto om face to face te kunnen bespreken wat mogelijk is en wat niet, welke projecten er op de tafel liggen, hoe er over architectuur gedacht wordt, wie de medewerkers zijn, wie de bouwheren zijn van de projecten …
Zo gezegd, zo gedaan. We spreken af en we worden eind juli met open armen ontvangen. We worden vijf dagen hartelijk ontvangen en opgenomen in de familie Cordova. Het blijkt één grote familie (mama, papa, vier zussen met hun man en kinderen) te zijn in één grote woning waar alles gecombineerd wordt. Op de beneden verdieping is er respectievelijk een klein bureautje voor de zaken van de ouders, de ingang van het leefhuis van de ouders en de ingang naar het eerste verdiep met het architectenbureau en de andere verdiepingen voor de appartementen van de zussen.
In ons vijfdaags verblijf worden we geconfronteerd met alle aspecten van het Peruaanse leven, zowel het thuisleven dat we van heel dicht meemaken, als het werk gerelateerde leven. We worden namelijk gehuisvest bij zijn ouders. Tim en ik zijn jammer genoeg beiden geveld door één of ander virus in ons darmstelsel en moeten noodgedwongen de helft van de dagen doorbrengen in bed. Gelukkig leent één van de zussen van Pedro ons haar kamer en kunnen we op ons gemak uitzieken. Wel op ons gemak … met op de achtergrond de eeuwig luidspelende televisie (24 uur op een dag, 7 op 7). Met de meest onnozele spelprogramma’s, Turkse tele-novelles en nieuwsshows die je je maar kunt inbeelden. Met alle spelende kleintjes van de zussen (minimum vijf) samen met al hun vriendjes natuurlijk die graag heel het huis op stelten zetten. De buren die langskomen en alle mensen die ons graag willen verwelkomen en ga zo maar door.
Naast het sociale leven komt natuurlijk ook de professionele kant van het verhaal. We hebben het geluk gehad om één van de vele projecten, waar onze architect Pedro aan gelinkt is, van de organisatie Los Gorriones VZW te bezoeken. De organisatie is opgericht in 2002 door Yvo Beysen, zijn vrouw Marita en vele andere enthousiastelingen. De VZW heeft in zijn dertienjarig bestaan talloze projecten opgezet en tot een goed einde gebracht. Het is een organisatie die zich inzet om de levensomstandigheden van de kinderen in Peru te verbeteren en dat op verschillende niveaus. Er wordt niet alleen gedacht aan nieuwe speeltui(g/n)en, maar er wordt ook gewerkt aan ondersteunende workshops om thuissituaties te verbeteren, de schoolprestaties op te krikken, samenlevingsprojecten op te zetten en aandacht te hebben voor de gezondheidstoestand. Dankzij de hulp van vele individuen (peters en meters), privé-initiatieven, gemeenschappen, steden, provincies,… wordt een platform gecreëerd die een continue input beoogt, zowel op kleine als op grote schaal. (voor meer informatie over de organisatie zelf, alsook hoe zelf een steentje bij te dragen, zie www.losgorriones.be)
Het project dat wij bezocht hebben bevindt zich in een klein dorpje, Nueva Union, op anderhalf uur rijden van Tarapoto. In de afgelopen jaren zijn er reeds verschillende projecten door Los Gorriones opgezet in Nueva Union (een bed voor elk kind, een speeltuin …). Dit project is een opvolging van de vorige projecten die allemaal uit hun voegen barsten. Zo hebben er bijvoorbeeld vandaag de dag al meer dan 70 kinderen een Belgische meter of peter. Het begon ooit in de living van één van de ouders, maar de living begon te klein te worden en er was dus nood aan een grotere gemeenschappelijke ruimte. Er wordt gezocht naar een oplossing. Een lap grond aan het centrale plein blijkt de ideale locatie, deze plek zal dienst doen als een multifunctioneel gebouw. Het gebouw zal een grote gemeenschappelijke ruimte op de gelijkvloers bezitten, een keuken, een berging en een ontvangstruimte (dokter, verpleegkundige etc.). De mezzanine erboven zal dienst doen als bibliotheek en computerruimte. Achteraan ligt de sanitaire unit aan een kleine open ruimte. Een droom die werkelijkheid wordt voor velen van de organisatie en de inwoners van het dorp.
Op het moment dat wij de bouw bezochten met Pedro (juli 2015) was de ruwbouw net afgewerkt. Op anderhalf jaar tijd is er stevig doorgewerkt. Zowel aan de Belgische zijde om de zaak te financieren, als aan de Peruaanse zijde om de plannen in werkelijkheid om te zetten. Eenmaal aangekomen op de werf worden we direct vergezeld door de plaatselijke verantwoordelijken die het project duidelijk met hart en ziel ondersteunen. Pedro toont met trots het project, de rondleiding gaat doorheen heel het gebouw zoals het hoort en wij blijven wat langer stilstaan bij de bouwdetails, hoe kan het dan ook anders met twee pietjes preciezen.
Wij zijn onder de indruk omtrent hetgeen we te zien krijgen, niet alleen door het project op zich en alle initiatieven die dit tot stand werden gebracht, maar ook door de verre staat van het project. In het begin zag het ernaar uit dat wij onze handen uit de mouwen konden steken om dit project verder te finaliseren. Het leek ons een goed idee dat er Belgen ter plekke waren om dit te vervolledigen, maar we zijn blijkbaar net te laat gearriveerd. Alleen de afwerking van het gebouw ontbreekt nog: zonnepanelen, timmermanswerk, pleisteren en schilderen. Wij hadden het gevoel dat onze bijdrage geen extra meerwaarde zou leveren, vandaar dat het voor ons dan ook logisch leek om ons terug te trekken en de eer te laten aan alle plaatselijke medewerkers.
Dit was één van de Pedro’s projecten waar we op voorhand dachten aan mee te werken. Een andere mogelijkheid was een pilootproject met bamboe. Maar voor dit project waren er voor ons nog te veel factoren die niet bepaald waren (en de Peruaanse timing kennende, zou dat ook nog niet voor de volgende jaren zijn…). Enkele behoorlijk belangrijke onbepaaldheden: waar precies zou worden gebouwd, wie de bouwheer zou zijn, welke functie het gebouw zou hebben, waar het geld vandaan zou moeten komen, welke bamboespecialist ons iets zou kunnen bijleren en vooral… waarom bamboe als materiaal zou gebruikt worden in een regio waar dat nooit gebruikt werd of wordt. Dit allemaal samen zorgde ervoor dat we beseften dat dit een onhaalbaar project was. We hadden gehoopt dat er nog verschillende andere projecten waren, maar Pedro is net als wijzelf een beginnende jonge architect (26 jaar), heeft een aantal projecten lopende, maar weinig projecten die nog extra handen kunnen gebruiken.
Naast de zoektocht naar mogelijke projecten, hebben we natuurlijk ook gepraat over alle thema’s die in aanraking komen met architectuur: hoe er over architectuur wordt gedacht in Peru en meer bepaald door Pedro en zijn collega’s, welke materialen er worden gebruikt (alleen ‘moderne’ materialen zoals beton en gekleurd glas, want oude materialen zoals adobe en pannendaken worden door de nieuwe rijken aanzien als materialen van de armen), hoe praktisch een dag eruit ziet van een architect (er wordt gewerkt van 8u ’s morgens tot 8u ’s avonds, dat zijn inderdaad lange dagen, maar meer dan de helft van de dag wordt er niets gedaan in onze ogen: een half uur weg voor één potje lijm, oeps, iets vergeten, aah oeps eten, aah oeps, een vriend belt, het zal voor morgen zijn… We blijven dan ook de efficiënte Belgen die als ze werken, willen werken) … Het werd dan ook langzaam duidelijk van twee kanten dan we niet op dezelfde golflengte zitten en dat samen werken geen evidentie is, zeker niet als we in gedachten houden dat we van twee verschillende continenten komen. We hebben van beide kanten ontzettende veel bijgeleerd, we hebben gepraat over verschillende projecten, we zijn samen naar enkele werven geweest en we hebben de gezelligste restaurantje van de stad verkend.
Vilcabamba, Zuid-Ecuador
Een bijzondere ervaring rijker, vervolgen we onze route verder naar het Noorden, naar Ecuador. Na een intense periode van drie maanden reizen (eerst Rik en Nick op bezoek, nadien alle problemen met de auto en tot slot het intense bezoek aan Tarapoto), hadden we nood aan een rustpunt. Eventjes wat langer zijn op eenzelfde plek, daar hadden we ons gedacht op gezet. We beslissen om terzelfdertijd vrijwilligerswerk te doen. Werken voor kost en inwonen, leek ons een goed principe. Gelukkig zijn we niet de enige die hier zo over denken, er zijn behoorlijk veel gelijk denkenden en dus vele internetsites. Wij kozen Workaway. Het heeft een simpel principe: je werkt vijf dagen per week, gemiddeld vijf uur per dag en je krijgt eten en een aangename plek om te slapen.
Hoe de zoektocht te beginnen op deze site vol info? Mijn kleine linkerteen leidde me in de richting van het zuiden van Ecuador en meer bepaald in Vilcabamba, een klein Gringodorpje met een groot aanbod aan werk. We schreven drie verschillende plekken aan en uiteindelijk viel onze keuze op een Belgisch-Brits koppel, Marleen en Chris. Hoe of wat het precies zou zijn of worden, daar hadden we nog totaal geen idee van. De meeste beschrijvingen op de site zijn eerder vaag. Eenmaal aangekomen, worden we hartelijk ontvangen en gaan we samen iets eten om elkaar wat beter te leren kennen. Een paar glazen verder, ziet het er naar uit dat we goed zullen overeen komen. De volgende dag worden we meteen meegenomen naar hun terrein en krijgen we een grote hoop info over hun plannen en ideeën. Hun terrein ligt op een tweetal kilometer van het centrumpje. Een dertigtal meter hoger dan de hoofdbaan gelegen en één hectare groot. In het afgelopen jaar hebben ze reeds het woonhuis opnieuw opgebouwd en sfeervolle een groeten- en fruittuin aangelegd. Het hogere doel van het project is om een Spaans schooltje op te richten voor toeristen (Marleen is licentiate Spaanse) samen met een slaapgelegenheid en een restaurant (Chris is chef-kok).
Probleem: hun terrein ligt dertig meter hoger dan de weg en door de nieuwe hoofdbaanaanleg is, tijdens het laatste regenseizoen een deel van hun terrein weggespoeld. Op dit deel van hun terrein lag de toegangsweg. Er is veel ontwerpwerk aan het project en wij voelen het kriebelen om onze architectuur skills nog eens te gebruiken, maar dus eerst die terreinverzakking… We nestelen we ons in de rol van landmeters en wegenbouwers. We maken terreinprofielen op, rekenen uit hoeveel de weg maximaal mag stijgen en uiteindelijk zetten we de weg uit op het terrein. Een klein werkje van meer dan een week.
De bulldozers laten nog even op zich wachten door juridische discussies, maar wij laten ons niet tegenhouden en we zetten ons aan de tekentafel om de ideeën van Chris en Marleen uit te testen. Het is net zoals vroeger, met potlood en papier want de digitale architectuurwereld hebben we achter gelaten in België. Het is een heen en weer beweging van testen, overleggen, opnieuw tekenen, houtproducenten en adobemakers bezoeken, naar de site gaan en kijken wat er mogelijk is, hertekenen … tot wanneer we na drie weken moeten ophouden en de laatste plannen afwerken. (voor diegenen die geïnteresseerd zijn, enkele plannen: PLAN 2PLAN 4PLAN 9PLAN 10PLAN6 ) De reisweg wacht opnieuw op ons en Melqui staat te kwispelen. (een kleine update, vier maanden later: hoorden we dat de weg reeds is aangelegd en dat de eerste bouwwerken zullen starten)
Maar hoe was het leven zelf in Vilcabamba, naast de uren van werk? Het is een bijzondere en tegelijk een heel bizarre wereld in Vilcabamba. Het is een wereld waar iedere langdurige Ecuadorbezoeker wel eens passeert en waar meer dan de helft zijn hart verliest. Het is een kleine dorpje in het midden van een vallei met een wel zeer merkwaardig klimaat. Het is een microklimaat met altijd mooi, zonnig en warm weer. Eén vallei verder, misschien twee kilometer verder, regent het altijd en hangt er altijd mist.
Toen we aan de Peruviaanse/Ecuadoraanse grens kwamen, zagen we al hoe wispelturig de valleien van Ecuador kunnen zijn. De dag van de grensovergang startte met grijs regenachtig weer, en tijdens onze vele uren van wachten (sommige grensovergangen gaan nu eenmaal niet zo snel, zeker niet als er geen internetverbinding is en amper telefoonconnectie) veranderde het weer volledig, we reden Ecuador binnen badend in de equinoxzon en nauwelijks een uur later passeerden we de ene grondverzakking na de andere in de dikke mist.
Even een situatieschets van deze merkwaardige grensovergang in de verste uithoek van het land. Er is slechts één douanekerel die alle binnenrijdende auto’s moet registreren, een man in legeroutfit, goed gezet en met autoriteit. Hij checkt onze auto met een half oog, slaat een vriendelijk babbeltje met ons alvorens hij aan het paperassenwerk begint. Hij moet ten eerste wachten tot na de middag om te kunnen bellen omdat de windrichting niet goed zit, en als hij dan al kan bellen, moet hij tot drie keer toe al onze gegevens door de telefoon schreeuwen, want zo hoor je het beter aan de andere kant é ;-). Zowel Tim als ikzelf moeten tot bloedens toe op onze lip bijten om niet spontaan in de slappe lach te schieten. We horen hem roepen dat al onze papieren tip top in orde zijn (hij heeft ze niet eens opengeslagen), we zien hem verschillende zaken opschrijven, hij loopt vijf huizen verder om een papier af te drukken (hij heeft geen eigen printer) om uiteindelijk tot bij ons te komen met het juiste papier. Meer dan zes uur later kunnen we eindelijk Ecuador binnen rijden.
De rare kwibussen van Vilcabamba. Iedereen die zich hier nestelt, zelfs als is het maar voor korte tijd, moet ofwel een samenzweringstheorie hebben, er vast van overtuigd zijn dat de wereld op een welbepaalde datum zal vergaan of een verjaarde hippie zijn. Een andere definitie van de blanke bevolking die één van de nieuw aangekomen bewoners ons gaf, is dat een groot deel economische vluchtelingen zijn: mensen die op zoek zijn naar een goed klimaat en die hun pensioen goed willen inzetten in de niet al te dure wereld van de Ecuadoraanse-Amerikaanse dollar. Ik moet toegeven dat het toch nog altijd vreemd is om de US-munteenheid in een Spaanssprekend land te gebruiken. Al vijftien jaar zorgt deze munteenheid voor een zekere stabiliteit die het land zeker kan gebruiken, misschien wel één van de meest stabiele landen van Zuid-Amerika.
Het centrale plein (in Ecuador noemt men dit het Parque Central, in Peru noemt dit telkens het Plaza de Armas) is het verzamelpunt van iedereen. Alles gebeurt op of rond het plein, iedereen lijkt elkaar te kennen, toch zeker alle mensen van de gringo-wereld en alle Ecuadorianen. Want als je beter kijkt, zie je een hele duidelijke tweesplitsing tussen de witte geïmmigreerde bevolking en de plaatselijke inheemse bevolking. Een overzicht wat en wie je allemaal kan treffen op dit centrale plein:
- De Argentijnse artesano’s die in grote getalen aanwezig zijn en die zoals altijd allemaal hetzelfde verkopen: macramé-achtige bandjes, zelfgeplooide metalen oorbellen waar één of andere geneeskrachtige steen in wordt verwerkt. Of als ze al wat origineler zijn, dan maken ze koekjes of chocoladepralines (die om eerlijk te zijn, niet te vreten zijn).
- Alle “lokale” verkoop mensen met andere woorden residentiele gringo’s. Bijvoorbeeld een Nederlands sprekende Duitser die zelfgemaakt brood verkoopt (aan 2,5 dollar, jawel het zijn Europese prijzen); Franco Organico, die zoals zijn naam al verraadt organische producten verkoopt zoals zelfgemaakte pindaboter; de Franse bakker met de heerlijkste croissants die we het in het afgelopen jaar gegeten hebben …
- Alle Europese/Amerikaanse getinte restaurantjes die Italiaanse, Japanse, Franse … keuken serveren. We moeten toegeven een heel aangename afwisseling na de rijst met kip of kip met rijst in Peru
- Op die terrassen komen alle mogelijke theorieën samen, gaande dat de wereld zou vergaan ergens in september als gevolg van een ongelofelijke vloedgolf, door de mens gecreëerd (is blijkbaar niet gebeurd ;-)), tot kerels die beweren dat de Eluminati ALLES onder controle hebben of allerlei alternatieve geneeswijzen die de wereld zou verlossen van alle kwaad.
- Talloze winkeltjes die alleen maar fluffy toeristische brol verkopen, zoals de immer terugkerende pyjama-streepjes broek, wollen mutsen met altijd hetzelfde model, wierookstokjes en pluchen lama-beesten …
- Domme Amerikaanse viswijven die een hele middag zagen over hoe zwaar hun leven wel niet is, terwijl hun kuisvrouw het huis op orde legt. Hoe ze moeten leven met hun mannen en hun opstandige puberende dochters. Hoe moeilijk het Spaans toch nog wel steeds is (zelfs als wonen ze hier al meer dan tien jaar, nog steeds kunnen ze niet meer dan ‘Hola’ zeggen) …
- De muziek die eindelijk eens iets anders is dan het getsjingel getsjangel van Peru met de vals zingende dametjes. Eindelijk is Bob Dylan opnieuw te horen. Zijn lokale optredentjes met aanwezige rockgitaar mogelijk (opnieuw komen bijna alleen de buitenlanders hiernaartoe).
- Zoals aan elk centraal plein staat er een ‘grote’ kathedraal. Deze wordt wekelijks gebruikt door de inheemse bevolking. Dit is quasi het enige moment dat de inheemse bevolking wordt gemengd met de ‘immigrantegroep’ die het dorp bijna overneemt. Wanneer de Argentijnse artesano’s hun circuskunstjes tentoon spreiden voor de kerkdeuren staat jong en oud van elke nationaliteit naast elkaar. Ze worden plotseling overrompeld door iedereen die na het aflopen van de mis naar buiten komt.
- De Hare Krishna beweging heeft ook hier een gemeenschap opgericht.
- Naast al deze stereotype groepen en gemeenschappen zijn er ook een hele reeks verschillende individuen die hun plek proberen te zoeken: personen die kritisch willen zijn ten opzicht van de vele samenzweringstheorieën, maar die tegelijk geen beter alternatief kunnen geven, graatmagere zestigjarige vrouwen die hun nog tieners wanen, de nuchtere zakenman zoals de pizzaman Shanta …
- …
We hebben slechts twee uitzonderingen getroffen die pogen verbindingspersoon te vormen tussen alle aanwezigen in het dorp, die proberen zich tussen iedereen in te bewegen: een Peruaanse vrouw die haar zaakje probeert op te richten zoals ze het in Peru zou doen (en niet iets maakt wat de toeristen willen) en een Chileense vrouw die al twintig jaar haar Italiaans-Ecuadoraans zaakje heeft en die probeert iedereen te ontvangen en met iedereen een goede band te hebben. Wij voelden ons, als langdurige nuchtere reizigers zonder samenzweringtheorieën, niet eens zo vreemd hier ;-).
Schitterend … heel erg bedankt. Wij komen af binnen enkele dagen en zullen op 9 januari ons nieuwe lokaal inhuldigen. Waar jullie ook vertoeven momenteel; wij wensen jullie een schitterend 2016!!! Marita en Yvo Vzw Los Gorriones