Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…
Bij de brandweer!
Na 200 km voorzichtig afdalen zonder alternator door de wondermooie vallei van Cañete (120 km ten zuiden van Lima) willen we niet opnieuw de fout lopen bij een slechte mechanieker terecht te komen. Via Damian en Mercedes (de vorige eigenaars van de auto) contacteren we liefhebbers van de volkswagenclub, CAVE Peru. Wat volgt is gastvrijheid van de bovenste plank!
We zoeken een werkende wifi: een queeste in kleine, niet toeristische stadjes. Via Facebook gaat het eerst richting Argentinië, waar Mercedes en Dami wonen. Als bij wonder blijken zij beiden online te zijn en ze geven ons meteen de contactgegevens door van een vriend die hen in Arequipa hielp. Luis belt ons na tien minuten zelf al op, gelukkig voor ons zijn Zuid-Amerikanen nog meer verknocht aan hun telefooncomputer dan bij ons. We leggen de situatie uit en hij belooft ons meteen te helpen. Weliswaar niet rechtstreeks, want Arequipa ligt een slordige 1000 km van Imperial, het kleine werkmansstadje in de vallei van Cañete, waar wij ons bevinden. Vervolgens bellen ons verscheidene onbekende nummers, krijgen we whatsapp-berichten van her en der en leren we velerlei leden van de CAVE Lima kennen, de grootste Volkswagenclub van heel Peru.
Imperial ligt echter nog 120 km van de hoofdstad en ons van op afstand helpen is geen evidentie. We gaan voorzichtig op bezoek bij enkele mechaniekers in dit stadje, waarbij we even tegen de adviezen van de CAVE-mensen ingaan die ons voorstellen te slapen bij vrienden van de Brandweer en de auto naar Lima te slepen de volgende ochtend (ook in Peru een dure aangelegenheid). Met een colectivo rijden we een beetje rond en als bij toeval zitten we in het busje van een man die iedereen in de hele buurt lijkt te kennen. We rijden van mechanieker naar mechanieker en van electrokenner naar electrokenner, maar bij de ene ‘maestro’ gaat ons haar al meer recht staan dan bij de andere. We besluiten bij valavond terug te keren naar ons bolideken en toch wijselijk voor de optie Lima te gaan. Net op dat ogenblik belt John ons, de voorzitter (of ‘presidente’) van de CAVE-Lima. Hij stelt zich vriendelijk en uitgebreid voor en wij zijn uiteraard blij de grootste luchtgekoelde autoriteit van het land aan de lijn te hebben! Na één minuut verandert de toon in zijn stem van vriendelijk naar ongerust. “Waarom zijn we niet op het voorstel van het slepen ingegaan?”, “Waarom hebben we nog niet gebeld naar de lokale contacten bij de brandweer?”, “De stad waarin je staat is echt onveilig!”, “Het is uitgesloten dat je daar buiten blijft staan!”… Wij hadden tot dan toe geen onveilig of onrustig gevoel gehad bij deze chaotische stad van een kleine 200.000 zielen, maar we leerden reeds van jongs af aan om het advies van vriendelijke mensen op te volgen.
We doen dus, wat we eerst niet echt zagen zitten. We bellen Brian, commandant van het lokale brandweerkorps nr. 183, Virgen del Carmen. We krijgen meteen een vriendelijke man aan de lijn die zich zeer correct voorstelt en ons zegt vooral ter plaatse te blijven (midden op het centrale plein). Hij verklaart dat ze ons komen halen zodat we hen met de auto kunnen volgen. Wij verwittigen de commandant dat onze auto allicht niet meer zal starten gezien de platte batterij. Hij besluit dat ook dit geen probleem mag zijn, hij zal een echte brandweerwagen sturen die ons desnoods kan slepen.
Wat volgt, past eerder thuis in een komedie dan in een avonturenfilm. Net na het telefoontje verzamelt zich een menigte met lampionnetjes en krijgen we rondom het plein en bijgevolg rondom de auto de zoveelste stoet die we reeds in Peru zagen. Honderden lichtjes in het donker, schoolkinderen van verschillende leeftijden perfect uitgedost, meerdere fanfares en een duizendtal toeschouwers, die samen niet éénmaal, niet tweemaal, maar tot driemaal toe rond het centrale plein marcheren. En in het midden van die menigte: Melquiades en twee verloren gelopen toeristen die de situatie met open mond gade slaan. Bij elk zwaailicht kijken we om. De seconden lijken wel minuten en de minuten uren. Uiteindelijk zien we na een kwartiertje, na allerlei blauwe lichten, de rode zwaailichten verschijnen! Een mooie typische Amerikaanse brandweerwagen baant zich een weg door de menigte tot aan ons autootje en vanuit de passagierszetel springt een jonge kerel van 24 die ons vrolijk komt begroeten en zich voorstelt als commandant Brian van het Vrijwilligerscorps! Dus hier is een commandant niet persé een norse gezette man met walrussnor, maar kan het ook een jonge snotaap van onze leeftijd zijn!
De auto start gelukkig een laatste keer vlotjes en wij rijden door de mensenmassa in colonne, met de vier pinkers aan, achter de rode mastodont naar de brandweerkazerne!
Bij aankomst ontmoeten we het voltallige brandweercorps! We leren elkaar gedurende vier dagen kennen. Zij zijn ongelooflijk blij om ons enerzijds te kunnen helpen en anderzijds zijn ze tegelijk blij een beetje meer leven in de kazerne te hebben gedurende de lange eenzame nachten waarbij ze op wacht staan. We leren een heel gemotiveerde groep jonge vrijwilligers van dichterbij kennen! Een groep met het hart op de juiste plaats. Het vrijwilligerskorps krijgt namelijk slechts een kleine verloning, maar krijgt wel een verzekering voor de hele familie en steun voor de kinderen die naar school gaan. Ze zijn voornamelijk een grote vriendengroep die elkaar helpt. Ze bestaan uit een bont allegaartje van mijnwerkers, taxichauffeurs en klusjesmannen. Allen onder de hoede van de jonge commandant Brian.
We kunnen enkele dagen op het gemak alles op een rijtje zetten. Ondertussen doen we van alles samen met de brandweerlui: we koken samen, leren elkaar dingen bij via filmpjes en lange verhalen, drinken samen een glaasje (wanneer het kan), kijken samen naar de American Cup (het EK van Zuid-Amerika), wassen hun en onze auto, gaan inkopen doen voor hen en ons, laden (letterlijk) onze batterijen op en fixen kleine dingetjes aan de auto. We zetten ook vanaf het begin de eerste stappen voor het grote autoprobleem en bellen rond naar VW-onderdelen-winkeltjes voor prijzen en beschikbaarheden en uiteindelijk bellen we met een mechanieker die ons aangeraden werd via de voorzitter van de CAVE-club. We beslissen om eens op en af te gaan naar Lima om onderdelen op te pikken en de mechanieker in eigen persoon te ontmoeten. Want ook al is ons Spaans niet slecht, telefoongesprekken blijven een onderneming en wanneer je gunsten van iemand moet bekomen, helpt de lichaamstaal ter plaatse toch ongelooflijk veel.
We rijden zo maar eventjes 3u op en 3u af naar Lima en vinden in één van de ruigere buurtjes van de hoofdstad een VW-oase met een tiental onderdelenwinkeltjes voor luchtgekoelde motoren, met een twintigtal mechaniekers en ‘wanna be’s’ en met zeker 50 ‘Vochos’ (of Kevertjes), verspreid over de chaotisch straat. In het midden van dit alles bevindt zich de ‘Repuestera Rojas’, dé meest complete onderdelenwinkel van de hele stad. Lucy, met wie ik reeds verschillende malen aan de lijn hing, geeft ons de onderdelen mee en wij wachten op IPA, de mechanieker met wie we afgesproken hebben. Hij blijkt geen onbekende te zijn, want iedereen die in en rond de winkel zwermt, lijkt hem te kennen. Maar de vedette laat op zich wachten en na een uurtje beginnen we toch te twijfelen aan zijn woord. We praten al met enkele ‘specialisten’ in de buurt van de winkel om informatie in te winnen hoe de nieuwe alternator zelf te installeren en te controleren of alles correct werkt. Ik sta op het punt te vertrekken, maar Eline houdt me tegen en gelukkig maar, want daar komt het hoofdpersonage van dit verhaal aangerold.
Ipa, El Chino, of volluit Segundo Alfonso Iparraguirre Vásquez stapt uit zijn blauwe Brasilia, een Braziliaanse variant op de Kever. Samen met zijn elektrohulp Pablo, zijn dochter en drie kleindochtertjes plooien ze zich uit het veel te kleine autootje. We converseren 10 minuutjes en alles is geklonken. Voor de prijs van 150 soles of een kleine 50 euro komen hij en zijn hulp de volgende dag naar El Imperial (2u rijden over de Pan Americana), controleert hij samen de repuestos (of onderdelen), zal hij de nieuwe onderdelen installeren en een check-up van de auto doen zodat we vlot naar Lima raken.
Zo gezegd, zo gedaan. De twee vedetten komen de volgende ochtend met een tweetal uur-“Peruaanse oude mannetjes”-vertraging aan bij onze brandweervrienden. Het circus is compleet! We ontdekken dat ze goed werken, dat ze graag een potje babbelen, dat Ipa een goeie leermeester is in de geheimen van de Volkswagen (en die kennis graag deelt) en met plezier hun voeten onder tafel schuiven als Eline kookt.
Wanneer na een paar uurtjes werk blijkt dat de auto weer ‘vlot’ rijdt, maar Ipa ons toch aanraadt om bij hem langs te komen om de motor volledig uit elkaar te halen en te controleren, zeggen we meteen en volmondig JA! We hebben het gevoel dat het sowieso een gezellig onderonsje zal worden bij deze ouwe rot in het vak!
Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…
In de garage van OPA IPA!
Eenmaal in Lima aangekomen worden we vijf dagen geherbergd in de ‘Taller’ of het aterlier van Segundo Alfonso Iparraguirre Vásquez! Dit wordt van al onze mechaniekbezoeken de meest opmerkelijke, de hartelijkste én de meest leerrijke!
Ipa en Pablo zijn beiden in de zestig en werken onafscheidelijk samen. Aan een gezapig tempo, de bijhorende rigoureusheid en met het noodzakelijke oog voor detail. Ipa begon zijn carrière in de automechaniek aan 16 jaar en vanaf zijn 25ste werkte hij enkel met luchtgekoelde volkswagenmotoren. Ondertussen zou je kunnen zeggen dat hij met pensioen is, maar dat bestaat hier in Peru niet. Wij hebben de indruk dat niemand ooit écht werkt en niemand ooit echt vakantie neemt of stopt met werken.
Voor ons maakt dit niks uit. Het geeft ons de tijd om alles goed te volgen. We helpen ook bij alles mee en doen de ‘domme’ noodzakelijke werkjes, terwijl we onze ogen en oren wijd open houden! Telkens alles eventjes rustig is, nemen we ons ‘Volkswagen voor dummies’-boek of één van de professionele boeken van Ipa ter hand en studeren er naarstig op los! We willen onze auto als onze broekzak kennen, maar moeten toch bekennen dat er in een oude, ‘eenvoudige’, mechanische auto meer elementen aanwezig zijn dan we ooit hadden kunnen vermoeden! Zelfs al reed ik reeds verschillende kilometers met de Maf en de Rachel van mijn mama en papa, toch zijn er nog vele raadsels in dit eenvoudig motortje!
We kochten onze bolide voor een mooie prijs in La Paz, wetende dat er wel eens wat werkjes aan konden zijn, maar samen met Ipa deden we toch wat meer ontdekkingen dan we gehoopt hadden. We namen samen de onderstaande oplijsting onderhanden. (Voor zij die niet geïnteresseerd zijn in de werking van een luchtgekoelde auto: ga door naar de foto’s.)
- Kleppen van nieuw ringen voorzien
- Nieuwe tweedehands ventilator gemonteerd
- Nieuwe alternator en andere poli met ventilatorflappen zodat hij niet nog eens oververhit
- Externe regulator vervangen door een relais intern in de alternator
- Alle pakkingen, pakringen en zo moesten nodig eens vervangen worden
- Een nieuw vliegwiel, want alle tandjes waren afgesleten
- Er ontbrak heel wat plaatwerk rond de motor die voor een goeie afkoeling moet zorgen
- De oliekoeler moest nodig uitgekuist worden door jarenlange opstapeling van vuil
- Er ontbraken 3 van de 7 bouten die de motor op zijn plaats moeten houden: één doordat die moeilijk te verkrijgen is, één omdat de draad in het blok kapot was en één omdat het gat ooit dichtgelast werd
- De carburator werd uitgekuist en van alle nieuwe accessoires voorzien
- De ventilatorbak stond permanent slecht en werd beter bevestigd
- De gaten van de ventilatorbak die bij ons (in koudere regionen) de warme lucht in de cabine voorzien waren dichtgestopt, zoals dat hier vaak gebeurt, maar dat gaat niet ten goede van de afkoeling van de uitlaat en bijgevolg heel de motor, dus we schijfden de gaten open bevestigden nieuwe tubes
- De bougies waren eens aan vervanging toe
- Ook de kabels van de distributeur mochten eens vervangen worden
- De clutch pakte niet meer goed en moest dus bijgesteld en afgewreven worden
- De starter deed zijn werk niet meer goed, dus Pablo repareerde die
- Het startwieltje van de starter werd niet meer goed op zijn plek gehouden, dus moesten we een speciale bossing op maat laten maken om die stevig vast te houden en het vliegwiel niet opnieuw te vernielen
- Ook controleerden we alle kabeltjes nog maar eens om de kortsluitingen van in deel I van dit verhaal te vermijden in de toekomst
- Daarnaast gebeurde uiteraard ook nog de standaardafstelling van de carburator, ontstekingstijd, kleppen en andere…
Na al deze werken zijn we er van overtuigd dan onze VW opnieuw de econormen in heel de wereld zal halen! Met of zonder verlaagde uitstootchip! (nog steeds mee met de actualiteit!)
Maar dit bezoek was zoveel meer dan een grootschalig medisch onderzoek van Melquiades of een opleiding autoverpleger voor ons. Het was voor ons de kans om met een echt gezin in Lima te wonen. Een gezin dat niet in het rijke centrum van Barranca, Miraflores of San Isidro woont (waar ook wij de toerist gingen uithangen), noch in de kartonnen dozen op de heuvels rond de stad. Ze wonen in een afgesloten straat op de rand van San Juan de Miraflores, onder het gezoem van de zware vrachtwagenmotoren op de PanAmerican Highway, een wijk tussen de laagste middenklasse en de armen van Lima. Het is een troosteloze straat dat zich van de buitenwereld afschermt met hekkens, zoals de helft van de straten in deze stad van tien miljoen inwoners. Vanuit deze uitvalsbasis in één van de vele wijken van Lima, die 15 jaar geleden nog landbouwzones waren, leren we de stad echt kennen.
Een van de snelst groeiende steden van Zuid-Amerika die quasi volledig ongepland ‘wild’-groeit. Een stad die in bijna geen enkele van zijn nieuwe departementen een echt centrum heeft. Een stad zonder echte stadsbewoners die trots zijn op hun stad of stadsdeel, maar een stad met consumenten die zich opsluiten in de ‘gated communities’ die bij hun ‘klasse’ horen, die zich opsluiten in hun auto’s of zich verplaatsen in propvolle bussen van A naar B om zich op hun werk opnieuw op te sluiten. Een stad waar de enige vorm van gemeenschapsleven plaatsvindt in de immer nieuwere en grotere ‘supermalls’, voor zij die het zich kunnen veroorloven, want voor meer dan de helft van de stad is dit een onbekende blingbling-wereld waarvan zij buitengesloten worden.
Een goeie samenvatting van de recente stadsgeschiedenis, zeker voor de architecten, maar eigenlijk voor iedereen die zijn ogen niet wil sluiten voor de Zuid-Amerikaanse wereld, vinden jullie hier: https://www.youtube.com/watch?v=o-9c24to6-8
We wonen in bij Ipa, een van zijn dochters en haar drie kindjes. Ze leven achteraan in het atelier, in kamers die geen enkel contact met buitenlicht of buitenlucht hebben. Hun inkomhal is de garage waarin permanent twee Kevers en de Brazilia van Ipa gestationeerd staan. Nu wordt hun inkomhal nog iets kleiner, want Melquiades en jullie twee favoriete Belgjes wonen even in deze ‘hal’. We plaatsen als het ware een vierde doos in de garage waarin zij wonen.
Ons leven wordt voor even verstrengeld en we leren elkaar beter kennen. Het is een ontmoetingstocht vol ontdekkingen, met verwonderingen en met commentaren in beide richtingen:
- Een proeven van elkaars maaltijden.
- Een zoektocht naar onze culturele verschillen en het uitleggen van ons wereldbeeld.
- Een continue uitleg over Europa, de hoge inkomens, maar tegelijk de daaraan verbonden samenleving vol bindende verplichtingen.
- Een voorzichtig aftasten van de grenzen van deze macho-mannenwereld, waarin de vrouw maar al te vaak een tweederangslid van het gezin lijkt, die de mannen dient te bedienen alvorens ze zelf aan tafel kan. Eline overschrijdt op delicate wijze de Hermes en Hestiaverhoudingen door naast het koken ook met haar neus op de autotechnische gebeurtenissen te zitten. Onze gastheer laat meer dan eens (non-)verbaal en met ironische opmerkingen verstaan dat dit voor hem een abnormaal gebeuren is. Maar onvermijdelijk krijgt ze een aparte positie in ons samenleven: ze is geen man (gelukkig…), noch een Peruaanse vrouw. Ze is de onafhankelijke Westerse vrouw die niet in het standaardplaatje past.
- Een zoeken naar een evenwicht tussen de gastvrije wereld van mensen die veel minder hebben dan ons en af en toe toch iets terug doen wat zij zich normaalgezien niet kunnen veroorloven, zoals cornflakes uit de supermarkt of een gerecht met echte Italiaanse pasta.
- Een eye-opener voor beide zijden waarbij wij heel voorzichtig proberen om het fragiele evenwicht van dit gezin niet te doorbreken.
We koken af en toe samen, maar hebben ook ons eigen tafeltje waar we apart ons ontbijt nemen of ’s avonds nog wat kunnen nakeuvelen tussen de motoronderdelen. We slapen in onze Melqui, met zicht op enkele luchtgekoelde VW’s en hun motoren. We hangen de was uit op het dak zoals echte Limeniërs en zien van daaruit de miljoenen lichtjes en tientallen Jesussen op de heuvels van de stad verschijnen terwijl de nacht valt.
We rijden samen met onze nonkel (Julien, voor de familie… langs achteren is de vergelijking toch treffend hé? Gewoon de Brazilia voor een 2cv inwisselen) de hele stad af, niet enkel om onderdelen op te pikken bij tientallen verschillende winkeltjes, maar tevens om vrienden te bezoeken, op de vele markten van de stad te eten, leden van de verschillende volkswagenclubs te ontmoeten en heerlijke ceviche (rauwe vis gemarineerd in citroen en koriander) te eten in Ipa’s favoriete restaurantje. Na het eten ligt Ipa voluit op de achterbank te snurken en is het onze beurt om met de wondermooie blauwe Brazilia door de miljoenenstad te snorren en onze weg te vinden.
Een van de opmerkelijkste uitstapjes is die naar een technische uiteenzetting. Op een avond zijn we samen met hem uitgenodigd om een uiteenzetting van SKF over roulementen bij te wonen in een van de technische universiteiten van Lima. We zitten gedurende anderhalf uur tussen verkopers en garagisten van Lima en wanneer ons technische vragen gesteld worden wimpelen we die af naar Ipa. Het is interessant om te zien hoe de multinationals van auto-onderdelen een grip op de verkoop proberen te krijgen, maar het echte doel van ons bezoek is duidelijk het buffet tijdens de pauze!
Met Melqui kom je op plaatsen waar andere reizigers niet komen, zoals…
In de nationale VW-parade!
Ipa en Pablo zetten hun beste beentje voor om de auto in gereedheid te krijgen voor de nationale volkswagenparade. De vrijdag wordt stevig doorgewerkt en wordt de auto opnieuw gestart. De afspraak die we vanaf het begin hadden met Ipa, was dat we mee zouden rijden in de parade en wat goeie woordjes voor hem zouden doen bij de andere VW-liefhebbers. Zo geschiedde.
We ontmoeten op de befaamde zondag verschillende van de gezichtsloze stemmen die ons reeds hielpen in Cañete en die ons uiteindelijk in contact brachten met Ipa. Onder hen een zeer actief lid, Kike, en de voorzitter van de club, John. Daarnaast worden we heel de dag aangesproken door een zwerm van leden die ons verhaal reeds volgden via de whatsappgroep van de club of die via via reeds over die gekke reizigers hoorden. Daarnaast slaan we babbeltjes met vele freaks die we in de voorgaande week kruisten aan de verschillende VW-winkeltjes. We zijn toch een klein beetje de vedetten van de dag.
Samen met 300 Volkswagen Kevertjes en 5 busjes crossen we heel de stad Lima door. Een gebeurtenis die de eerste vijf minuten rustig verloopt, maar vervolgens in complete chaos uitbarst. De kevertjes vliegen ons rond de oren in het spitsuur van de miljoenenstad en tot drie keer toe verliezen we bijna de vloot! Na twee uur van het beste stadsmanoevreerwerk komen we aan op het strand van Chorillos, waar we gezellig met iedereen verder keuvelen.
Vervolgens is het tijd voor de obligatoire Zuid-Amerikaanse speeches. En na een uurtje is het dan uiteraard zover. We hadden het al gevoeld aan onze kleine tenen. We worden voorgesteld aan alle leden en krijgen uiteraard de megafoon in onze handen gedrukt. We grijpen de kans aan om iedereen van de club te bedanken voor hun gastvrijheid en onmiddellijke hulp en spreken onze hoop uit dat dit overal zo zou mogen wezen. Daarnaast prijzen we onze mechanieker Ipa de hemel in en bedanken hem nog eens uitvoerig. Een beter gunst konden we hem niet terugdoen.
Na de groepsfoto is de massa geïnteresseerden niet van ons autootje weg te slaan. Ipa kan vol trots tonen aan alle omstaanders wat hij oploste aan onze racemobiel.
(Voor de aandachtige lezers en kijkers: wij bezoeken een tweetal dagen Miraflores, het toeristische centrum van Lima, en daarbij hoorden de aankoop van nieuwe kleren en het knippen van onze weelderige haarbossen.)
Na deze grote week vol vriendschap en avonturen trekt het olijke drietal opnieuw de wijde wereld in, richting het noorden van Peru! Nog eens een welgemeende merci aan iedereen die in deel 2 van dit mechaniekavontuur voorkomt!
Amai, simpel is het toch niet he… Cool om zo ook (alweer) onder de locals te vertoeven!
Opnieuw weer een prachtig verhaal , mooie foto’s en leerrijk.
Leuk dat we dit alles mogen volgen. Houd jullie goed en geniet verder maar volop van dit avontuur en van elkaar !
leuk leuk leuk! Weer super verhaal!
Hilarisch!
Whaaa. Wat’n verhalen. Te gek! Zalig.