Als je van zen levens in de Zuidhoek passeert

We passeerden reeds meer dan eens in de ‘verste’ uithoeken van de wereld en deze mag zeker op het bovenste schap van het rariteitenkabinet. Zuid-Amerika is niet meteen het centrum van de wereld. Chili valt- zo vertellen de Chilenen zelfs met trots – bijna van de wereldkaart af. Patagonië is de uithoek van Chili die uit meer water dan land bestaat. Daarnaast is de Carretera Austral één van de langste niet geplaveide wegen doorheen één van de dunst bevolkte regio’s van onze aardbol. Als je van die route dan nog eens afwijkt op kleinere grindwegen, wordt het ongezien dunnetjes. Als dat landweggetje dan nog eens doodloopt in een dorpje aan de rand van een meer. Als dat dorpje dan nog eens een voormalige mijnsite blijkt die reeds tientallen jaren in verval raakte. Dan keert omme den tijd a j’alhier passeert… en kom je aan in ons verhaaltje van Puerto Sanchez.

Het plekje Puerto Sanchez waarover met geen woord gerept wordt in de kilo’s reisgidsen, die Melqui reeds rijk is. Het was een tip daarentegen van Kevin en Jenny die we op onze zwerftocht toevallig ontmoetten. Zo verloopt een tocht doorheen Patagonië voor doorwinterde ‘roamers’. We MOETEN de highlights van’s werelds mooiste natuurregio zien, maar als het net iets anders kan dan de letters van de gids te volgen door je mond open te doen, je oren spits te zetten en van het pad af te wijken, dan… Wel, WIJ hebben tijd ;)

Na wondere fjorden, idyllische thermen, een bezoek aan meerdere gletsjers en verscheidene Patagonische wandelingen, was het tijd voor het UNESCO wereldwonder van de Cuevas de Marmol, the Marble Caves of eenvoudigweg De Marmergrotten. Deze bevinden zich langs het vaste traject van de toeristen. Het is te zeggen, als je de grote marmerkathedraal met de hordes toeristen vanuit Puerto Tranquilo in volgepakte bootjes bezoekt.

Wij hadden daarentegen een afspraak met de visser Luis Alvarez, zoals door onze vrienden aangeraden, om langs de achterdeur op bezoek te gaan. Ook al was het reeds 19u wanneer we aan de andere kant van de baai aankwamen over een kronkelwegje, toch sprongen we bij aankomst meteen het bootje van de visser/gids in. Morgen zou het regenen en nu was de stand van de zon perfect.

Wat      een      keuze! De perfecte lichtinval om het wondere grotencomplex van meer dan 800 meter in al zijn glorie te bewonderen! Wij genoten twee volle uren van dit bezoek, piep even twee minuutjes mee.

Bij terugkeer beseffen we opnieuw dat we een wereld van tijd en alle tijd van de wereld hebben. Dit dorp ruikt naar mysterie en wat langer blijven. Aangezien we echter geen al te ruime planning opgesteld hadden, bijna al ons vers voer opgewerkt hadden (omdat we dicht bij de grens met Argentinië komen), kan het geen kwaad om wat voedsel in te slaan. Dus tijd voor een avondwandeling.

Door het dorpje dralend, praten we tegen het weinige dat beweegt en komen langzaamaan te weten dat vandaag, vrijdag de ‘leverdag’ zou moeten zijn van ALLE levensgoederen. Maar de twee dametjes, van de enige twee dorpswinkeltjes, lijken nog niet terug te zijn met hun goederen vanuit de grote stad (Coyhaique, 40.000 inwoners) honderden kilometers naar het noorden over het grind van de Carretera Austral. Geen eten dus, geen drank dus…

Op een van de hoeken van het ‘2 op 3’ dambordpatroon staat een dametje als enige het gras in de berm water te geven (een rariteit in Chili “Waarom zou iemand nu energie in de netheid van een publieke ruimte steken?”). Ze lijkt er op het eerste zicht toevallig te staan, maar niet veel later wordt ons duidelijk dat zij mogelijks de hoogste sociale kennis van het gehele dorp bezit en hoogstwaarschijnlijk voor deze strategische opstelling gekozen had wanneer ze ons een eerste keer hoorde langskomen.

Zo ontmoeten we Doña Emilia in de rode gloed van de avondzon. Wij vertellen haar dat we op zoek zijn naar wat verse groentjes om te koken. Zij straalt bij het idee dat twee ‘jongeren’ zelf koken, “die buren van haar kopen alles kant en klaar” en heeft wel wat groentjes staan. Wij willen enkele kopen “als dat haar niet ontgrieft”, maar zij wil daar niet van weten voor wat rucola en verse kruiden “die vanzelf in haar hof groeien”. Zij vertelt honderduit en leidt ons rond langs haar indrukwekkende groentetuin, serre en boomgaard vol kippen, rozen, appels, peren, bessen, kerselaars, hierba buena, tijm en duizenden anderen. Alles met natuurlijke bemesting, voegt ze eraan toe. Allemaal geduwd in ‘haar patio’ van 4 bij 10 meter.

Plots begint het bij ons te dagen. We reden dagen, weken, zelfs maanden door dit land en nergens zagen we een moestuin. Het lijkt alsof geen enkele Chileen, eender waar in dit langgerekte land, zijn eigen groentjes kweekt. Ze lijken allen naar de supermarkt of markt hollen. Maar, uitgesproken hier, in de regio waar de mens enkel schapen en geiten kweekt, landbouw volgens verschillende kwatongen te moeilijk zou zijn, bezit iemand plots de rijkste moestuin die we doorheen Chili zagen. We belandden bij een bijzondere vrouw…

Wij ventileren onze verwondering en zij straalt omwille van de erkenning die ze ontvangt. Voor haar buren is Emilia een beetje gek, want waarom zou je nu zoveel energie in verse producten steken in dit moeilijke klimaat als je eten in blik kan kopen.

We worden bij haar binnen uitgenodigd en warmen ons op aan het bijzondere kachelsysteem van zuidelijk Zuid-Amerika. Een houtkacheltje (van de familie van de Buzestove) waarmee men alles doet: koken op verschillende temperaturen naargelang de positie op de zware gietijzeren plaat, bakken in de oven, kookwas opzetten, het huis verwarmen én water opwarmen voor de keuken en douche in het reservoir rond de schoorsteen!

Na het korte bezoek van enkele buren vertelt ze ons bij een warme kop thee het bijzonder verhaal van haar jeugd. Het wordt ons duidelijk hoe haar verleden haar tot zo’n vreemde vogel in de bijt maakt.

Emilia groeide als kind op in deze, toen nog bloeiende, mijnstad Puerto Sanchez. De mijn van de stad ging doorheen zijn korte leven doorheen zowel privé-, als staatshanden. Haar vader werkte als een zelfstandige om het gat in een van de vele toelevering te dichten. Dit stadje bloeide in haar hoogdagen en trok gelukzoekers in alle sectoren aan. Op 13 jarige leeftijd echter verloor Emilia haar vader en ze leek gedoemd aan het einde van de wereld haar leven door te brengen, zoals de meeste van haar huidige buurvrouwen deden.

De handelspartner van haar man, een immigrant uit Syrië, toonde echter meteen zijn loyaliteit. In ruil voor wat hulp in huis mochten de twee oudste kinderen van het gezin in de grote stad bij hem inwonen en studeren wat ze maar konden. Iets wat haar weduwe moeder haar nooit had kunnen bieden. Haar moeder bleef achter met haar jongere broers en zussen. Ze studeerde snit en naad in Coyhaique en woonde vijf jaar in bij de ‘Arabier’, waar ze andere levensvormen, ambachten en kookkunsten leerde kennen. Vervolgens studeerde ze secretariaat in de grote stad Puerto Aysén waar ze los van alle waarden van het kleine dorp als onafhankelijke vrouw leefde. Ze trok uiteindelijk door Argentinië en leerde er meerdere ambachten, tuinieren en de kneepjes van de handel terwijl ze opnieuw in een andere cultuur ondergedompeld werd. In totaal woonde ze twaalf jaar buiten het dorpje Puerto Sanchez en ook al bleef ze binnen de straal van 2000km van haar thuishaven, toch keerde ze als vreemde terug. Zij had de wereld gezien en keerde met zoveel frisse ideeën terug wanneer ze voor haar zieke moeder kwam zorgen. Ze verliet haar dorp niet meer nadat haar moeder stierf, ze is hier graag, en met alle kennis die ze importeerde kon ze haar plekje opbouwen.

Vervolgens weet ze naadloos, als de beste (Arabische) verkoopster, haar opgedane kennis en kunde in haar verhaal te verwerken. Eén ervan was breien en in de lange wintermaanden maakt ze steeds kilo’s breiwerken die ze dan op lokale markten verkoopt. En… toevallig had ze er hier nog wel wat liggen. En… nog toevalliger zat er een modelletje bij dat Eline wel aanstaat.

Wij kochten meteen deze mooie muts en waren aan Emilia verkocht. Het was zo lang geleden dat iemand ons met een natuurlijke flair kon bekoren, we zouden alles van haar gekocht hebben. Een hand in hand gaan van menselijke warmte en verkoperstalent die we al maanden niet meer gezien hadden. We zijn er van overtuigd dat zij buiten stond met voorbedachten rade om ons binnen te lokken, maar dat maakt het net zo mooi. We vragen haar meteen of ze de volgende dag voor ons wil koken en na nog wat keuvelen keren we uiteindelijk terug naar Melquiades in wiens keukentje we een heerlijke pasta met gratis rucola en een dessertje met verse kersjes prepareren.

De volgende dag is het zo ver. We eten de beste empanadas van onze reis! Een krokant en goudgeel deeg dat tussen kruimel-, blader-, en empanadadeeg zweeft met een licht glazuureffectje. Binnenin een variant van de traditionele Chileens – Pino – vleesempanada. Het gehakt wordt vervangen door fijne stukjes vers geitenvlees. De ‘stoverijsaus’ wordt omgetoverd tot een donkere groentesaus met oosterse tinten. Het ei is van een superieur kwaliteit en uiteraard treffen we het obligatoire olijfje, waarvoor ze zich verontschuldigt dat het hier aan het eind van de wereld uit blik komt. Mocht Pablo Neruda ooit zo diep in de Zuidhoek gepasseerd zijn, schreef hij ongetwijfeld de Ode aan Emilia’s Empanades.

Een Ode kan ik, ook na het vele oefenen in mijn vorige post, lang niet op het niveau van Neruda tillen, dus ik hou het maar bij een Vlamsch gedichtje.

 

A je van z’n leven in de Zuidhoek passeert

Deur hopelijk niet al te veel regen en zuiderwinden

Draai dan gerust Emilia’s Gsm-nummer

En ze zal die lekkere empanadaatjes voor je maken

Maar ook hier kleeft aan de klei veel meer leed, dan de wondere omgeving laat uitschijnen. Bij een goeie maaltijd aan grootmoeders tafel naast de stralingswarmte van hout in de buzestove, komen de kleine wrevels omhoog. De buren met de te hoge muur, de winkeltjes met verdrievoudiging van prijzen hier aan het einde van de wereld, de beloftes van de buurtcommités, het schaamteloos misbruiken van werkloosheidsuitkeringen… én dat het vroeger zoveel beter was.

We zijn blij dat we bij haar thuis eten en niet de typische toeristen zijn, die haar kant en klare maaltijden meenemen. Zij is een sterke, goed opgevoede, vindingrijke dame die haar onsterfelijkheid voor de nieuwe passant hoog kan houden. Voor ons wordt ze de tweede dag, na haar heldenverhaal van gisteren, meer mens. Tuurlijk mag ze klagen, het is hier tenslotte niet allemaal zo perfect, zolang ze maar heerlijke empanades blijft maken!

 

Wat moet er van dit soort dorpen worden? De economische activiteit in Puerto Sanchez ligt reeds meer dan twintig jaar stil. Er leven drie vissers in het volledige dorp. De overige werkende mannelijke bevolking bestaat uit mijnwerkers die telkens een week ver van huis zijn naar een andere mijn. Vrouwen en werklozen zitten bijna de hele dag in huis. Bewoners worden hier gehouden door de Chileense regering door gratis duplohuizen (die over vijftien jaar zullen uiteenvallen) en een (overlevings-)uitkering. De kinderen zijn elke dag twee uur onderweg naar de dichtstbijzijnde school met de enige bus die het dorp met de buitenwereld verbindt (want de meeste mensen bezitten geen auto). En voeding is hier driemaal zo duur omdat de dichtstbijzijnde stad 12u rijden is.

Als klap op de vuurpijl daalt het water van het meer, door de aanleg van een dam voor een waterkrachtcentrale op één van de toevoer armen van het Carrerameer. Dit zal uiteraard gevolgen hebben op het waterleven in het meer. Daarnaast zou dit onze vrienden ook nog eens van hun enige inkomstenbron kunnen beroven. Wanneer het water lager komt te staan, zullen de marmergrotten niet verder natuurlijk vormkrijgen en zal het onmogelijk worden de grotten in te varen door hun ondiepe bodems.

Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is….

De hoogspanningsleidingen vanaf deze krachtcentrales (en vele andere) in Patagonië zullen overigens 1200km door het ongerepte landschap van Patagonië klieven tot in Puerto Montt. “Het begin van de beschaving”. Door de bewoners van de provincie Aysén ook wel de LIMIET VAN CHILI genoemd. Zij voelen zich geen deel van Chili. Chili heeft hen nodig om het land te bezetten, maar zij kunnen Chili missen als kiespijn.

Wij werden verliefd op het desolate van deze regio, het serene van Puerto Sanchez as where the poppies grow. Maar ook hier schuilt meer achter de stenen. Als ook hier de tentakels van de beschaving, duizenden kilometers van de dichtstbijzijnde stad, er in slagen zoveel vernieling aan te brengen…

Dan raden we jullie aan om snel de Empanadas van Emiliana te komen proeven.

Highway to the South

CARRETERA AUSTRAL, of de Route 66 van Zuid-Amerika

The Carretera Austral begins where Chile’s Lakes District ends, snaking south for 1240 km into a land of dense forests, snow-tipped mountains, glacial streams, islands and swift-flowing rivers.

When you hear the term ‘Southern Highway’, you might imagine an orderly, well-paved route through the wilderness. You’d be wrong. Northern Patagonia is home to pioneers who’ve managed to tame the land just enough to make a living in the small settlements that dot the route. The road is still Chile’s most challenging road trip. Though parts of it have been paved over the years, much of the highway is still dirt and gravel, meaning the pertinent question is not ‘Will I hit any potholes?’ but rather ‘Which potholes should I hit to cause the least damage to my car?’

Lonely Planet

 

“Vroemos vroemos, vroemos vroemos. Verdorie tochos, daar gaan we danos, eindelijk is het zoveros!” Schreeuwt Melquiades uit. “Na meer dan 10.000 km zuidwaarts cruisen, vanuit het meest noordelijke stadje van Ecuador (Ibarra) tot het centrum van Chili. Daar kom ik aan in Patagonië. Ligt Patagonië niet een stukje zuidelijker? Niets is minder waar. The Lake District of de Araucanië regio, ten noorden van Puerto Montt, daar begint het allemaal. Daar starten de goddelijke landschappen van de Patagoonse bossen, de heldere meren, de sneeuwwitte gletsjers, de turquoise rivieren … of dat denken toch mijn baasjes. Ze zijn soms toch een beetje gek of toch op zijn minst gezond gestoord. Ik vraag me oprecht af, wat is er nu zo fantastisch aan de Carretera Austral dat iedereen die ongelofelijk hobbelige bobbelige ruige grindweg wil afleggen? Ze mogen dan in de voorbije maanden al goed voor me gezorgd hebben – om de zoveel kilometer een beetje nieuwe olie, wat extra smeerstof, af en toe eens gekuist worden – toch denken ze nog steeds dat ik onverwoestbaar ben. Er valt niet meer te onderhandelen blijkbaar… Het is te nemen of te laten… We gaan de Carretera Highway op, willen of niet.”

plan

De fameuze – of beter gezegd notoire – Carretera Austral, 1240 km lang, kent een minder glorieus begin. In de jaren ’50 zette Pinochet dit prestigieuze project op poten – van respectievelijk meer dan 300 miljoen Amerikaanse  Dollars en enkele mensenlevens – om het zuidelijke deel van het land met alle fjorden over land toegankelijk te maken. Natuurlijk moest die weg ook zijn naam dragen. Gedurende verschillende decennia poogde men om die spectaculaire route op poten te zetten, maar de brute natuur zette daar keer voor keer, telkens weer, een stokje voor. In de onherbergzame natuur van de fjorden is het geen evidentie om een weg aan te leggen, laat staan te onderhouden. Pas in 1996 slaagden men erin om de verschillende delen met elkaar te verbinden. Nu zijn we twintig jaar later en nog steeds zijn overal werkmannen te bespeuren die weggezakte delen herstellen of pogen de grinddelen te vervangen door asfalt.

We starten het avontuur met enthousiaste reizigerskribbels, maar waren toch wat ongerust omtrent de gezondheid van Melquiades. We zullen nadien moeten toegeven: “Deze zware route is het waard!” Zonder enige twijfel één van de mooiste routes waar we al passeerden. Ook Melqui zal dat moeten toegeven!

foto algemeen CA

“Die twee halve garen geven me gelukkig toch nog een beetje rust. We starten via een “gemakkelijke” weg. Ze denken altijd het beste voor me te weten. We nemen niet de traditionele start van de Carretera Austral, die start in Puerto Montt, maar we gaan via het eiland Chiloë (het schijnt dat mijn baasje hier al een tekstje over schreef). Daar vergezelden onze placebo-ouders ons even. Ik moet het toch toegeven, het was wel een beetje zwaar met vier in de auto. Misschien wel een beetje te zwaar. Op een gegeven morgen pikken we ze op aan hun hotelletje en net wanneer we op de snelweg rijden … Knak. Alles doet pijn, Ik voel me geradbraakt. Bij elke grote put of bubbel doet het pijn aan mijn rechtervoorpoot. Gelukkig heeft chauffeur Tim goede oren en merkt hij meteen op dat er iets mis is. Na een snelle analyse blijkt hij de juiste conclusie te trekken: mijn rechtervoorschokdemper is in twee. Verdorie, schokdempers heb ik echt nodig op die Carretera! Anders overleef ik dit avontuur echt niet!! Ik hoop dat ze dat toch goed beseffen!”

Daar start een grote zoekactie om op het piepkleine eiland Chiloë nieuwe schokdempers te vinden. Iedereen die er een beetje uitziet als een mekanieker of alsof hij iets van auto’s weet, wordt door ons aangeklamd. Uiteindelijkvinden we de schokdemper niet in de “hoofdstad” Castro, maar in het kleine dorpje van Quellon, enkele uren alvorens we de ferry op moeten. Daar treffen we twee schokdempers van een 4X4, die mits wat aanpassen, de dienst kunnen doen. FJJEEUWWW… daar kunnen we toch goed vertrekken.

“Om 21u ’s avonds worden we verwacht aan de incheckbalie om op de ferry te rijden. We zijn toch allemaal een beetje zenuwachtig, want het is de eerste keer dat ik over water zal rijden. Een tocht van 24 uur door de Chileense fjorden. Het eerste deel van de tocht gaat over ‘open’ zee, met relatief grote golven. Het schijnt dat we geluk hebben, in de zomer zijn het maar kleine golfjes, in de winter daarentegen kunnen de golven tot tien meter hoog gaan. Ik hoorde van mijn baasjes dat ze heel tevreden zijn met deze kleine golfjes, die niks voorstellen in vergelijking met de stormgolven van de Atlantische Oceaan. Ze slapen als roosjes in mijn kajuit. Ze beseffen amper welke luxe ze hebben met mij, want de andere passagiers moeten met meer dan 300 in één grote muffe zaal liggen/zitten te slapen.”

Alarm om 5u ’s morgens!! Ai ai ai, wat doet dat pijn. We zetten door en willen echt de zonsopgang bewonderen. Het is fenomenaal! Onze mond valt open. Slechts met enkele passagiers staan we op het dek de steeds veranderende kleuren te adoreren. Elke minuut heeft de hemel een ander schilderij voor ons in petto. Langzaam bewegen we door het rustige water, de oevers veranderen stilaan van donkergroene landschappen (die ongetwijfeld monsters verbergen) tot frisse lichtgroene en –blauwe taferelen. De boot stopt op de meest onmogelijke plekjes, aan stranden waar schijnbaar niemand woont en geen wegen heenleiden. Daar stappen mensen op en  af, lokalen en toeristen. We vragen ons oprecht af wat ze daar allemaal doen…

Aankomst in Puerto Cisnes om 19u ’s avonds. We houden vast aan het principe dat we ’s nachts niet rijden wanneer het niet absoluut noodzakelijk is. Dus we blijven nog een avondje in Puerto Cisnes. Een minuscuul dorpje dat toch meer verrassingen bezit dan op het eerste zicht gedacht. Een aangenaam aangelegde dijk, een klein dorpscentrumpje en enkele gezellige cafétjes. Santé op het nieuwe avontuur. En de volgende morgen ontdekken we nog een andere verrassing: een zeebaai met warm water op 43° zuiderbreedte!

Na een verkwikkende dag aan het strand, starten we aan de echte Carretera! Na veel inleiding laten we de beelden voor zich spreken.

“Onze eerste stop, aan de Ventisquero Colgante of de ‘hangende gletsjer’,  in het Nationale Park Quelat, was dikke kak. Je kon alleen een dagticket kopen en op dat moment was het al 16u. Bovendien hadden de parkwachters het niet echt voor mij. Onder geen beding mocht ik daar de nacht doorbrengen. Grrrrrrrmmm. Ok dan, dachten Eline en Tim, dan toch nog een beetje verder doorrijden naar het dorp van Puyuhuapi. Wie zien we daar langs de kant van de weg? Ik herken die jongeman. Die heeft ook de ferry genomen. We stoppen en nemen de fransman mee. We informeren eens wat zijn plannen zijn. Want hun idee is om naar warmwaterbronnen te gaan. Opnieuw van datteu … Eline en Tim en dienen Guilhem gaan de heerlijke warme waterbaden in, en ik moet braaf housesitten op mezelf en al het gerief dat in mij staat. Geen enkele inspraak heb ik!

Wanneer de avond valt, zo tegen een uur of 21u vertrekken we dan eindelijk naar het dorpje. Dienen fransman weet een goed plekje. Dat denkt hij dan toch. Langs de rivier. Schitterend uitzicht, tussen de hoge gewassen, uitzicht in de verte op de fjorden. Heerlijk uitrusten na de eerste etappe van grind met een man extra. Ik doe mijn ogen dicht terwijl zij koken, laat de slaap over me komen, maar nog net in mijn ooghoeken zie ik iets glinsteren. Oei …oei !! Het water stijgt en stijgt en stijgt. Neen ze merken het niet. Ik probeer ze te waarschuwen maar geen avance, ze merken het niet. De pintjes en de wijntjes stijgen naar het hoofd na de heerlijke spaghetti die ze samen hebben klaargemaakt. Het is 22u/23u. Ik doe mijn best om het te negeren, zij weten het uiteindelijk toch altijd beter. 23.30u. Eline die controleert met scheeldronken ogen toch nog eens het waterpeil. Het water staat nu bijna aan mijn lippen. De anderen kijken ook op en schieten holderdebolder in actie. Want ik kan wel tegen een beetje water, maar de tent van de fransman die staat ook bijna in het water. In 1, 2, 3 wordt alles opgekraamd en ik moet ook sputterend in gang schieten. Naar de straat dan maar.”

Natuurlijk zijn we de volgende dag opnieuw naar de befaamde hangende gletsjer geweest, deze keer een stuk vroeger om de volledige dag van het park te genieten. Eenmaal we beginnen wandelen, weten we van geen ophouden meer. We combineren een drietal wandelingen na zoveel stilzitten. Een beetje verder treffen we nog een andere wandeling die we ook onder handen nemen: een route doorheen de Bosque Encantado om nadien aan te komen bij een ijzig koud grijs appelblauwzeegroen meer. Wow, de Carretera heeft steeds nieuwe verrassingen voor ons.

“Het is onvermijdelijk, we gaan verder de Ruta 7 op. Ik ben amper bekomen van het eerste deel en we vervolgen al onze route. Maar ik trek me op aan de film die we gisterenavond zagen. Die van mijn kleine snelle broertje, Herbie. Als hij nummer 53 is dan ben ik nummer 52, een oudere broer heeft toch meer maturiteit! Ik race zo snel ik kan doorheen de wondere landschappen van Noord-Patagonië.”

Na al die tijd in de auto te zitten en door het landschap te glijden, is het moment gekomen voor wat echte actie. Onze spieren moeten opnieuw geactiveerd worden. We gaan één van de mooiste nationale parken van Chile onveilig maken: Cerro Castillo of de kasteelberg. We rammaseren al ons trekkersgerief uit alle delen van Melqui en proberen snel aan de eerste dag te beginnen. Het plan: een vierdaagse wandeling met de tent. Het geluk staat aan onze kant. Net wanneer we willen vertrekken en wanneer we nog een aantal kilometer moeten liften (de auto moest veilig op een parking achter gelaten worden) komt er een sympathiek Duits koppel, Lars en Suzy, afgewandeld met de vraag of we niet met hen en de parkwachter mee gaan naar het begin van de trek. Perfect! We worden gedurende 40 minuten meegenomen in de 4×4 van de guardiaparque doorheen het eerste deel van de wandeling dat maar een saai stuk weg was. We bewegen door bos, rijden langs moerasachtige stukken, botsen doorheen een stevige rivier, net op tijd waarschuwt hij ons dat we moeten opletten voor ons hoofd. Waarom? Wel één seconde later rijden we door zo’n grote put dat we inderdaad allen met ons hoofd tegen het plafond worden geslingerd.

Eenmaal aangekomen, slaan we onze tent samen met de Duitsers op en doen een zijwandeling naar een afgelegen gletsjer. Goeie opwarming voor de eerste dag. De volgende dag ondernemen we dan de echte tocht. Omhoog klimmen over rotsen en sneeuw!! Jawel, we houden een eerste sneeuwgevecht. Schitterend! Na een tweede stevige dag samen wandelen moeten we afscheid nemen van onze nieuwe vrienden. Zij moeten sneller door en nemen een shortcut terwijl wij meer op ons eigen tempo de volledige wandeling ondernemen.

De tweede nacht kunnen we onze tent opslaan naast één van de mooiste alpenweides met de mooiste ongerepte wijdse vergezichten die je je kan voorstellen. Wanneer we in onze tent liggen en naar buiten kijken, hebben we zicht op een groene grassige vallei met daarnaast een zwarte rotspartij van de Cerro Castillo. Het is nog niet het granieten meesterwerk himself, maar een fiere zijpoot. Onderaan in de vallei horen en zien we een klein stroompje kabbelen. We beslissen dan ook om na die stevige wandeling onszelf te verfrissen in die rivier. Alle badgerief mee! Eenmaal aan het water bega ik de grootste stommiteit en lompigheid die je je maar kan inbeelden. Ik sla in een onhandige beweging om mijn kleren uit te doen, één van mijn schoenen in het water. Het water kolkt en stroomt, op en neer. Ik steek direct mijn voet met nog een sok aan in het ijskoude water om mijn schoen tegen te houden. Gelukkig zit Tim aan de goede kant, heeft hij een snel reactievermogen en duikt in het ijskoude water om mijn wandelbottien te redden! Net een kleine ramp voorkomen. Stel je voor… minstens 15 km over rotspaden met één schoen… We kunnen hem gelukkig laten drogen en tegen de volgende morgen is de schoen wel droog genoeg om op pad te gaan.

Op de derde dag beslissen we dag drie en dag vier van de wandeling te combineren. Dus er staat veel op het programma. Een stevige klim langs een appelblauwzeegroen meer over rotsen met een grote rugzak op de rug, alsook een afdaling van meer dan 1400 meter. We zijn te snel gewoon geraakt aan de luxe om overal en altijd van alle waterbronnen te kunnen drinken, dat we onze flessen niet snel genoeg bijvullen. Op de top van de berg zitten we zonder water, alsook bijna de hele afdaling moeten we het stellen zonder water. Aan de enige passanten die we tegenkomen vragen we waar er water te vinden is. Ze antwoorden dat we binnen een halfuurtje zeker wat moeten vinden. We wandelen en wandelen. We zijn al een uur onderweg en nog steeds geen water te zien. Als op een gegeven moment drie jonge mannen ons voorbijsteken, zien we ons kans schoon en vragen we of ze een beetje water kunnen missen. Zij komen blijkbaar net van bij een  waterbron en kunnen ons wel een half litertje geven. Hoe goed smaakt vers water!!!? Even later passeren we een rivier en laten we ons helemaal gaan … Tim duikt bijna helemaal het water helemaal in.

“Na bijna 4 dagen mij te verwaarlozen zie ik mijn vriendjes terug! Timmy is liftend teruggekeerd om mij op te pikken terwijl Elinetje zich doodmoe op een camping nestelt. Wat ben ik blij als we eindelijk weer allen samen zijn! We reizen nog een honderdtal kilometer samen door wondermooie landschappen. En op het laatste stukje hebben ze toch ook nog een beetje medelijden met mij … Ze vinden het toch een beetje te veel van het goede om helemaal tot in Villa O’Higgins te rijden. Ze zijn nog een beetje aan het twijfelen want de echte Carretera Austral die eindigt in Villa O’Higgins! Het echte einde van de wereld… En als ze eenmaal iets in hun hoofd gepland hebben, dan is het moeilijk om het eruit te halen. Maar op dit punt laten ze zich toch verleiden om via het tweede grootste meer van Zuid-America te rijden: via de Lago Carrera (zo heet die aan de Chileense kant terwijl de Argentijnen hetzelfde meer Lago Buenos Aires noemen). Ik spring een gat in de lucht, tot ik hoor hoe de staat van de weg is. Opnieuw grind met bubbels en putten naar believen. Dus ik moet een beetje gas inhouden. We houden nog een laatste keer halt, langs het meer, waar we onze Braziliaanse fietsvrienden per toeval opnieuw treffen. Zij rusten uit na een dag stevig fietsen en samen steken we nog een Chileense Asado aan.”

O Chiloë

Een opgewekte bries door de blonde vers geknipte Jommekesbros

De wind wiegt ons, schudt ons, waggelt ons weg en weer

Hoe dichter we naar het zuiden deinen, hoe meer daggeraad in de ontdekkingsdagen

Des te meer we reizen naar de pool des te meer smaakt het naar onze gouw, naar huis, naar thuis.

 

O Chiloë, feeërieke eilandengroep aan het slotstuk van de Panamerikaanse weg

Je laat me voelen, met kerst, hoe lieflijke en vertrouwd een thuis kan zijn

Als, met oudejaar, de tuin van Peter en Oma, waar alles zo groot was en ik veilig spelen kon

Je keert hier terug in dé tijd zegt men, dat is niet alles, mijn tijd keert hier ook terug.

 

O Chiloë, hier dartelt Pipi Langkous uit mijn jeugd

Of leiden de Moomins van Finse kinderen hun vredig bestaan

Of waren het de dromen van mijn ouders over de Bootsman in de Zeekraaibaai?

De vos van David de kabouter volgt elke stap die ik zet, hij waakt.

 

Hier schuilt de Westhoek met Pepe tussen de vrolijke houten huizen aan Noorse Fjorden

Tuur je naar de pieken van Europa vanop de kliffen van Cap Gris Nez

Meng je het zicht aan Lac Léman met de polders richting De Haan

Herinnert elke houten kerk me aan IJsland en onvermijdelijk aan Marraine.

 

Dit is de wandeling naar de boerderij, met schoapn, peirden, koein, kiekens en zwiens

Tussen het West-Vloams klonk af en toe een Spaanse schlager door de speakers in ‘De Kelder’.

Écht eten met muschels, clams, vessche visch, kotteletn, bloewost en patatn

De pastis ontbreekt, maar de montere broer van de Roussillon roséwijn vloeit!

 

O Chiloë, veilige heimat  in het reisbestaan van vele wereldstelsels

Je zorgt voor mij. Vandaag mag de waakzaamheid uit mijn vagebondpels

Alles is plots helder, zuiver, fris en jeugdig logisch

Een troebele geest krijgt plots een korte opknipbeurt.

 

Liefdadig ontvang je ons met oudejaar en

Geeft ons belangeloos eten, handgeklopte mayonaise, feestvreugde en vrienden

Gul openen de deuren van snoeperige sprookhuisjes en

Met onze onvoorwaardelijke ouders eten we in dit thuis op nieuwjaarsdag.

 

Tegen een pastelgroen en -blauwe achtergrond dromen de houten godshuisjes

als bouwpakketjes van de kinderhand die de plakkaatverfkleur koos.

Tegen een fluweelrode zonsondergang dalen we af in een nevelig romantisch schilderij.

O Chiloë, Wakker worden of dromen van thuis.

 

O Chiloë

 

De Eetweek

Ode aan de Odes van Pablo Neruda

 

Weinigen associëren de Chileense poëet Pablo Neruda met gastronomie. We kunnen echter na het bezoek aan zijn favoriete woning in Isla Negra uit de vorige blog met klem beweren dat het culinaire steeds centraal stond in het leven en werk van deze levensgenieter die de Nobelprijs voor Literatuur won in 1971. Hij schreef werken zoals de Ode aan de Aal, Ode aan de Frietjes, Ode aan de Ui en tientallen andere Odes aan voedsel en het sociale gebeuren daarrond. Daarnaast schreef hij voor vrienden verscheidene receptjes zoals mijn favoriet: Ostiones a la parmesana, Oesters gegratineerd met Parmezaan. Zijn levenswijze is zeker geen voorbeeld voor de (zogenaamd) gezonde geheelonthoudende veganisten. Het was een leven vol escapades, lekker dineren met vrienden, en heerlijke alcoholische drankjes in gekleurde glazen.

 

Pablo inspireerde ons om verder te gaan met ons levensgenieten. Maar het onderwerp eten als blogpost is niet enkel aangezet door het bezoek aan het huis van de poëet. Het thema stond reeds enkele maanden in mijn to do’s naar aanleiding van de vragen van beide families thuis zoals: “Wat stond er bij jullie vandaag op het menu?’ (terwijl er heerlijk Langoustines, Sint-Jacobsschelpen, Tapenades, zelfgemaakte broden of Crême Brulées in attachment te vinden zijn) of een andere reeks vragen met als centraal thema “Eten jullie eigenlijk wel een beetje gezond?”. Gezond eten heeft vele gezichten, leerden we gedurende onze reis. Wat voor ons gezond is, lees je in dit eetdagboek van de kerstweek. Dit gedichtje licht alvast een tipje van de sluier:

 

“Chisporrotea en el aceite hirviendo, la alegría del mundo:

las patatas fritas entran en el sartén como nevadas plumas de cisne matutino

y salen semidoradas por el crepitante ámbar de las olivas”

 

“Siddering in de kokende olie, de vreugde des werelds:

De frietjes komen de pan binnen als besneeuwde zwanenveren in de ochtendzon

En ze komen de pan halfgoud uit door het knetterende amber der olijven”

uit Oda a las patatas fritas, Pablo Neruda

 

Uiteraard stuurden jullie ons enkel foto’s van de beste gerechten, dus wij gaan ook niet voor een ordinaire week. Wij grijpen naar de heerlijke kerstweek. Hopelijk regent het daar dit weekend zodat jullie toch wat in de donkere feestdagen-stemming vertoeven bij het verorberen van dit kookdagboekje.

 

Dinsdag 24 december 2015

ONTBIJT naast Lago Villarrica: mokkatje, verse thee, granola, cornflakes, Duits meergranenbrood met pindakaas, melk, appeltjes

TUSSENDOORTJE: Koffietje in gezellige bar

MARKT Valdivia ter voorbereiding van kerstavond: zeeschaaldieren tussen €2-4/kg, zalmfilets aan €7/kg, zalmmootjes van wilde zalm aan €4,5/kg, gerookte forellen aan €4/kg en ga zo maar door. Ons feestmaal wordt goedkoop en heerlijk.

MIDDAGMAAL: De grote lompe zeeleeuwen krijgen alle visresten, dus Tim moet natuurlijk ook iets krijgen: Ceviche! Vis in een citroensapje. Twijfel. Veel eten vanavond, maar toch nog honger. Soepje op de markt voor €1!

KERSTMAAL: We houden het eenvoudig, want we hebben een BBQ ter beschikking. We nodigen een eenzame veganistische reiziger uit, maar die haakt halverwege de maaltijd af. Je zal wel zien waarom… Aperitiefje met olijfjes, tapenade, toastjes, gerookte zalm en schuimwijn (Brut Pinot Noir, Cordillera 2014, Miguel Torres, Valle de Curicó). Voorgerecht à la Eleonora: zalm papillotje met vrolijke pasta, vergezeld met een droge Sauvignon Blanc (Reserva Santa Digna 2015, Miguel Torres, Valle Central). Hoofdgerecht van Tim: gemarineerde ribbetjes met patatjes in de zak en zelfgemaakte lookboter, dit sappig stukje vlees wordt ondersteund door een Carmenère (Premier Reserva 2014, Carmen, Colchagua). De cake als dessert ging er niet meer in.

 

“y a la mesa lleguen recién casados los sabores del mar y de la tierra

para que en ese plato tú conozcas el cielo”

“en aan de tafel komen nu de recent getrouwde smaken van zee en aarde

zodat jij in dit gerecht de hemel leert kennen “

 

uit Oda al caldillo de Congrio, Pablo Neruda

 

Woensdag 25 december 2015

ONTBIJT op deze speciale ochtend mocht al eens iets meer zijn: cappuccino, espresso, brownie en ronde swiss. En kerstcadeautjes! In het teken van de wandelweken die volgen. Lazy Christmas Morning.

MIDDAGMAAL: tussen de werkedag – Melqui verzorgen voor zijn kerstcadeau – door doen we aan heerlijke restverwerking, want uiteraard kookten we te veel voor kerstavond. Allemaal zoals het hoort.

AVONDMAAL bestaat uit één uitgerekte aperitief. Gerookte forel, olijfjes, tapenade, koude patatjes, koude ribbetjes met sausjes en… schuimwijn! Dit keer de oudste inheemse druif, de Uva Pais (Estelado, Brut Rosada 2014, Miguel Torres). En nog een gedichtje als dessert.

 

“Suave y cremosa tartaleta de queso de cabra

—enfatiza el chef—,

bañada en compota de frutos rojos al cedrón,

servido con helado de berries en canela”

 

“Soepele en romige geitenkaastaart

– benadrukt de chef-kok-,

badend in een compote van rode vruchten in cedron,

geserveerd met ijs van besjes in kaneel “

 

uit Chirimoya Postre, Vicente Huidobro

 

Donderdag 26 december 2015

DESSAYUNO: zoals gewoonlijk, maar dan aangevuld met zelfgebakken broodjes in de pan.

ALMUERZO: typisch middagmaal op de markt! Op de eerste verdieping van de markten in Chili bevinden zich bijna altijd een tiental restaurantjes. Wanneer je in de perimeter van 10 meter rond het marktgebouw durft te komen word je – zeker als gringo – aangeklampt met de ‘best mogelijke’ deals. Niet slecht opnieuw: aperitief: Pisco Sour met Grissini’s; voorgerecht: pompoen-merluza gratiné en heerlijke bouillabaisse – of Caldillo – van verse zeevruchten en Zeepaling – Congrio; beiden met een heerlijke ají (pikant sausje) op stokbrood; hoofdgerecht: zalmpje met gebakken patatjes en een witte vette vis met rijst.

En el mar tormentoso de Chile

vive el rosado congrio,

gigante anguila de nevada carne.

Y en las ollas chilenas,

en la costa, nació el caldillo grávido y suculento, provechoso.”

“In de stormachtige zee van Chili

leeft de roze zeepaling,

reuze paling van sneeuwwit visvlees.

En in de Chileense potten en pannen,

aan de kust, werd geboren de bouillabaisse,  dik en sappig, smakelijk “.

 uit Oda al Caldillo de Congrio, Pablo Neruda

TUSSENDOORTJE: we rijden deze weken van noord naar zuid reeds 2000km door de grootste fruithaard ter wereld. Van tropische vruchten in het noorden, door druivenregio’s, via hectaren perziken-, appel-, peren- en pruimenbomen. En vandaag wordt Elinetje nog eens verwend in een van de vele Frutilla- / Fraisen- / Eirdebesen- / Aardbeienregio’s! Een kilootje voor 2 euro!

CENA: het was niet bepaald het plan om ons vol te stoppen, maar er moest aan restverwerking gedaan worden! Witte kool in een heerlijke slaatje met de meest maagdelijke olijfolie op aarde. Nog een restje van gisteren en de overige groenten gaan samen met een ui de soep in!

y nacieron

tus hojas como espadas en el

huerto,

la tierra acumuló su poderío

mostrando tu desnuda

transparencia,

y como en Afrodita el mar

remoto

duplicó la magnolia

levantando sus senos,

la tierra

así te hizo,

 

cebolla,

clara como un planeta,

y destinada

a relucir,

constelación constante,

redonda rosa de agua,

sobre

la mesa

de las pobres gentes.

 

en ze werden geboren

bladeren als zwaarden in de

moestuin,

de aarde hoopt haar macht op

toont je haar naakte

transparantie,

en zoals Aphrodite op zee

afgelegen

de magnolia verdubbelde

haar borsten optillend,

aarde

zo deed jij het,

ui,

helder als een planeet,

bestemd

om te glanzen,

constante constellatie,

ronde roos van water,

op

de tafel

van arme mensen.

 uit Oda a la Cebolla, Pablo Neruda

 

Vrijdag 27 december 2015

DESSAYUNO: droge cornflakes… aangevuld met vruchten, honing, noten en koekjes uiteraard!

TUSSENDOORTJE: Wijnbezoek aan Miguel Torres! Gratis dankzij een kennissen van papa Rik… ‘Jaa?’ hoor ik je denken. ‘Heeft die kennissen tot daar?’ Ontvangen als koningen en de beste wijnreeksen geproefd. Voor de gelegenheid trokken we onze mooiste kleertjes aan… Het is de hoed die het hem doet! Met dank aan André Linthoudt, Toni Batet en Valerine Carvajal voor de organisatie!

Pero no sólo amor,

beso quemante

o corazón quemado

eres, vino de vida,

sino

amistad de los seres, transparencia,

coro de disciplina,

abundancia de flores.

Amo sobre una mesa,

cuando se habla,

la luz de una botella

de inteligente vino.

Niet alleen de liefde,

brandende kus

of verbrand hart

je bent, wijn van het leven,

niet enkel

Vriendschap der wezens, transparantie,

koor van discipline,

overvloed aan bloemen.

Ik hou van op de tafel,

wanneer men praat,

in het licht van een fles

intelligente wijn.

uit Oda al Vino, Pablo Neruda

 

CENA: met goddelijke drank in ons gestel rijden we niet al te ver meer. Tim laat zich gaan en maakt asperges op Vlaamsche wijze met een mimosa van boter en ei, met verse peterselie.

 

Zaterdag 28 december 2015

DESSAYUNO: versgebakken broodjes in de pan met opgevrolijkt roerei

TUSSENDOORTJE: koffietje in een gezellig cafeetje

ALMUERZO: de eenvoudige marktvariant, frietjes met merluza of met verse zalm. Maar bij dat eenvoudig maal kwam een artisanaal biertje.

TUSSENDOOR:

“Waarde collega brouwers, Beste Gents brouwcollectief,

Jullie zagen net de proeverij van vele wijnen, maar geen gegrief

Na een jaar afwezigheid kriebelt het  opnieuw te brouwen,

Verder met jullie aan de beste bieren van België, en dus van de wereld, te bouwen.

Betere en slechtere exemplaren van gerstenat, kruisten ons pad

En dus keer ik terug naar onze gouw, met sterk uitgebreide know-how”

uit Ode aan het Brouwen, Tim Vanhooren

 

CENA: heerlijk licht pastaatje met tomaat, olie en kruiden…

se casa alegremente

con la clara cebolla,

y para celebrarlo

se deja

caer

aceite,

hijo

esencial del olivo,

sobre sus hemisferios

entreabiertos,

agrega

la pimienta

su fragancia,

la sal su magnetismo:

son las bodas

del día

es hora!

vamos!

 

gelukkig getrouwd

met de heldere ui,

en om dit te vieren

laat men

vallen

de olie,

zoon

essentie van olijf,

over de hemisferen

half opengesneden,

voegt

de peper

zijn odeur,

zout haar magnetisme:

als huwelijken

van de dag

Het is tijd!

kom op!

 

 uit Oda al Tomate, Pablo Neruda

 

Zondag 29 december 2015

DESSAYUNO: idem en tandjes poetsen in de natuur

ALMUERZO: lunch in de straat tegen een economische 5 euro. Assortiment zeevruchten-empanadas en een vissoepje en zeegratiné. Maar het slechte nieuws: we moesten die dag nog heel veel rijden… dus geen wijntje, noch biertje…

CENA: de obligatoire ASADO of Chileense barbecue. Die zondagen komen er bij jullie nu ook aan! De foto van die avond ontbreekt, maar we hebben voorbeelden legio!

 

Maandag 30 december 2015

DESSAYUNO: Küchen = typische Duitse Crumbletaart. We bevinden ons nog steeds in de regio van Chili die omstreeks de vorige eeuwwisseling door Duitse kolonisatoren in opdracht van de Chileense overheid op de inheemse bevolking gewonnen werd. En lekkere mokka van versgemalen koffiebonen.

El olor del café siempre es el mismo,

Siempre la misma luna en mi cabeza;

Entre el río de entonces y el de ahora

No distingo ninguna diferencia.

De geur van de koffie is steeds dezelfde,

Telkens diezelfde maan in mijn hoofd;

Tussen de rivier van het dan en het nu

Onderscheid ik geen enkel verschil.

uit Hay un Día Feliz, uit de gedichtenbundel Poemas y Antipoemas, Nicanor Parra

 

ALMUERZO: Restje van de heerlijke Asado, gewoon met zout en olijfolie.

CENA: Gezonde aperitief met zelfgemaakte cocktail-mayonaise en ‘echte’ mosterd. Heerlijke verse pasta in een polderlandschap naast de archeologische site van ‘Monte Verde’ (https://nl.wikipedia.org/wiki/Monte_Verde). Een locatie die er wel eens voor zou kunnen zorgen dat we de prehistorie van de mensheid moeten herzien.

 

Dinsdag 31 december 2015

DESSAYUNO: idem, met heerlijke verse honing

ALMUERZO: saai marktgerecht, waar zelfs Tony Le Duc geen boeiende beelden van zou kunnen schieten, maar met een bitterzoet lokaal honing-kruiden-likeurtje om af te sluiten!

CENA: op het einde van een stevige namiddagwandeling naar een pinguïnkolonie op het eiland van Chiloë lopen we een groepje Chileense vrienden tegen het lijf. Zij twijfelen geen seconde om twee eenzame zielen uit te nodigen naar hun camping om samen een heerlijk OUDEJAAR te vieren met een adoptiefamilie!

 

Woensdag 1 januari 2016 (onze eerste tekst van dit jaar!)

DESSAYUNO: niet nodig…

ALMUERZO: wij adopteren onze placebo-ouders en worden hun chauffeurs op het eiland van Chiloë. In return doen zij wat ouders doen in een feestweek: ze nodigen ons meermaals uit op restaurant. Op deze foto’s de typische lokale Curanto: twee soorten gigamosselen, andere schaaldieren, varkensworst, ribbetjes, spek, verscheidene soorten aardappelen, aardappelbrood, en dumplings, allemaal samen in een GIGANTISCHE STOOFPOT die traditioneel in een put in de grond in bladeren van varens voor uren suddert. Hopelijk blijft de eminente opmars van de bouwwoede op dit fabelachtige sprookjeseiland nog even uit en behouden ze hun tientallen types heerlijke patatten.

 

ik plantte ne keer patatten, patatten, patatten

ik plantte ne keer patatten in mijne grond

wa komt eruit gekropen, gekropen, gekropen

wa komt eruit gekropen uit mijne grond

één twee drie landmeters, landmeters, landmeters

één twee drie landmeters uit mijne grond

en ze slaan daar overal staksjes, staksjes, staksjes

ze slaan daar overal staksjes in mijne grond

en wa groeit er aan die staksjes, die staksjes, die staksjes

wa groeit er aan die staksjes in mijne grond

kranen en bulldozers, bulldozers, bulldozers

kranen en bulldozers in mijne grond

en heel den dag maar scheppen, maar scheppen, maar scheppen

en heel den dag maar scheppen van mijne grond

en honderdduizend toeristen, toeristen, toeristen

en honderdduizend toeristen langs mijne grond

en wat vragen die toeristen, die toeristen, die toeristen

wat vragen die toeristen langs mijne grond

zeg, verkoop je geen patatten, patatten, patatten

verkoop je geen patatten van uwe grond !?

 

uit Ik plantte ne keer patatten,Willem Vermandere

(https://www.youtube.com/watch?v=p6K8j_G_IVc)

 

CENA: met ronde buiken keren we per boot terug naar het hoofdeiland van Chiloë terug. Daar volstaat een slaatje met een pintje op de camping.

 

Januari 2016, genoeg is genoeg, vanaf nu leven we op soep, brood en eenvoudige spaghetti…

Zo zien jullie maar dat we genoeg eten! Waarom we dan niet dikke stoan? Omdat deze week meteen ook diende als vetmestweek voor de grote trekkingsweken die volgen! Weken waarin we onze rugzak voor verscheidene 3- en meerdaagse wandelingen zo licht mogelijk met noodletjes en snelvoer vulden! En poef, daar zie je weer dezelfde magere sprieten op de volgende foto’s!

In de voetsporen van de Chileense dichter: Pablo Neruda

Toen ben ik op de ladder van de aarde geklommen
tussen de wrede ondergroei van verloren wouden
tot jou, Machu Picchu.

Hoge stad van opklimmende stenen,
eindelijk verblijf van wat het aardse
niet in slapende gewaden heeft verborgen.
In jou, als twee parallelle lijnen,
zwaaiden de wieg van bliksem en van mens
in een wind van doornen heen en weer.

Moeder van steen, schuim van de condors.

Hoog rif van menselijke dageraad.

Spade verloren in het eerste zand.

Dit was het verblijf, dit was de plek:
hier klommen brede maïskorrels op
en vielen ze opnieuw als rode hagel omlaag.

Hier kwam de goudgele vezel uit de Vicuña
om verliefden te kleden, grafheuvels, moeders
koning, gebeden en strijders.

Hier rustten ’s nachts mensenvoeten uit
naast de poten van de arend, in de hoge roofzuchtige
holen, en bij dageraad
stapten ze met dondervoeten op ijle nevel,
en ze raakten aarde en stenen
tot ze hen herkenden in nacht of dood.

Pablo Neruda – uit Canto General

 

In zijn immens omvattende verzenbundel Canto General met meer dan 15.000 versregels tracht Pablo Neruda de volledige Zuid-Amerikaanse geschiedenis weer te geven met alle mogelijke (persoonlijke) nuances en lagen van de geschiedenis. Wij op onze beurt leren met mondjesmaat deze verstrengelende geschiedenis kennen. Wij startten bijna anderhalf jaar geleden in het noorden van het continent en dwalen langzaam naar het zuiden. We lezen objectieve en subjectieve geschiedenisboeken, we bekijken de plaatselijke cinema, we keuvelen met iedereen die we tegen het lijf lopen: van onze Venezolaanse wandelvrienden, via de Boliviaanse Altiplanobewoners tot nieuw ontmoette Chileense kennissen. Nu zijn we aangekomen bij één van de iconen van de Chileense geschiedenis: Pablo Neruda. We bezoeken één van zijn drie huizen, de woonst in Isla Negra. Schijnbaar één van zijn favoriete verblijfplaatsen. Met een audiogids worden we door het hele huis geleid. We krijgen informatie over hoe hij leefde in dit huis (hij had een eigen bar waar hij vrienden ontving), wat hij allemaal veranderde, welke feestjes hij gaf (vb. ter gelegenheid van de aankoop van een namaakpaard op ware grote uit zijn jeugdjaren), waar zijn favoriete schrijfplek was, waar hij zijn aperitief nam (in een barbootje naast zijn huis op het droge), …

We geven onszelf een nieuwe queeste: enkele van zijn werken lezen en zijn andere woningen in Valparaiso en Santiago bezoeken, de volgende keer wanneer we er passeren. Jawel aandachtige lezer, u hebt dit goed begrepen. We passeerden eenmaal zuidwaarts in deze centrumregio (januari 2015) en de volgende keer zullen we noordwaarts reizen (april 2015).

De grenzen van Melqui en andere limieten: DEEL II

De grens met Argentinië: vriendelijke, onmogelijke en hypocriete bitchen

 

Na enkele dagen voor, rond en achter de westerndecors van San Pedro de Atacama te treuzelen, verdringen de avonturiersbloedcellen zich opnieuw in onze hersenstam.

 

Met de jazzy sounds van Mack The Knife van Louis Armstrong laten we de zacht bruine saloons achter ons en begeven we ons opnieuw in de ‘Droogste woestijn ter wereld’. Over een ramp van asfalt die gedurende twintig kilometer 2000 hoogtemeters van maanlandschappen doorklieft.

Ons geliefde kliefdier kleeft met zijn vier klauwen aan het hete zwarte asfalt en brengt ons tergend traag maar trouw als steeds tevoren tot de top van deze toverachtige pas naar het land van de Tango.

De metalen gekleurde rivieren, zoutmeren en –woestijnen komen tot ons via ons live tv-scherm en de gps vertelt ons dat Melqui zichzelf overtroffen heeft. Een pas van 4816 meter wordt overwonnen!

 

Net over de pas slapen we in een ‘bolderveld’. Rotsen die gekatapulteerd werden door een of andere nabijgelegen vulkaan en als zonevreemde meteorieten diep in het zand neergepoot werden. En als dit niet het echte verhaal is, dan moeten de Aliens er wel iets mee te maken hebben.

 

De volgende dag rijden we de ontbrekende twintig kilometer tot de grens met Argentinië, Paso de Jama. Zelfzeker stappen we het grensgebouw binnen die de eerste geïntegreerde grenspost van onze reis is. Dat betekent eenvoudigweg dat beide landen in één gebouw verenigd zijn in functie van de efficiëntie van de passage. Dit was echter buiten een Mexicaanse Volkswagen van Belgen en een originele Argentijnse eigenaar gerekend…

Alle loketten lopen van een leien dakje tot een groentje van de douane niet weet wat aan te vangen met onze exotische papieren. Er komen twee jonge goedlachse bebaarde jonge collega’s helpen die haar zeggen: “Laat ze gewoon binnen. Het zijn twee jonge reizigers met goeie bedoelingen en EEN COOLE KOMBI!” Aangetrokken door de commotie komt echter de zuurpruim-nerd-collega zich met het gebeuren moeien en terwijl onze vrienden onze gegevens op één regel na in de computer geklopt hadden, leest hij dat de oorspronkelijke eigenaar op de notariële papieren een ARGENTINO was. Hij spreekt de legendarische woorden die onze wervelkolom vier maanden later nog steeds doen nazinderen: “ ESE AUTO NO VA ENTRAR” – Deze auto komt het land NIET binnen! —- GAME OVER…

Hij graait theatraal al ons papierwerk vast en loopt zelfzeker – in lullige eikeltred – richting de JEFE.

Een uur wachten we in spanning af terwijl ook iedereen achter ons wortelschieten moet. Het hoofd van de douane is een vriendelijke nonkel die ons achter de scenes van de douaneloketten binnenlaat en ons gedurende een halfuur met handen en voeten uitlegt waarom de auto niet binnen kan. Wij blijken voor hem de moeilijkst mogelijke papieren te hebben. Het feit dat de vorige eigenaar een Argentijn was, blijkt de finale doodsteek. Want de douane zou op deze manier een ‘valse import’ toestaan. “Eenmaal de auto binnen zou zijn, zouden wij die bij Damian (de vorige eigenaar) kunnen brengen”, zo zegt hij. Iets wat Damian als Argentijn nooit zou kunnen zonder importtaksen te betalen (meer dan de waarde van de auto). Discussies, argumentaties, tranen, noch theater omtrent onze reisroute richting Brazilië kunnen de situatie redden.

Wanneer we finaal vragen wat we kunnen doen om onze route richting Argentinië voort te zetten zegt hij rustig (en vrij vertaald): Kijk, ik kan jullie echt niet binnen laten omdat ik jullie papieren geanalyseerd heb, maar probeer gerust een andere grens.” Tuurlijk… dat lijkt me exact wat een douanier bij ons zou zeggen! … Niet?

 

Zoals de tocht omhoog een opeenstapeling van hoogtepunten was die tot een crescendo gevoerd werd door Melqui, zo was de afdaling in alle opzichten een beproeving van de mooie mineurs in het betere muziekarrangement. Met de ziel en geest in E-mineur voelde ook Melqui de nood om zijn tristesse te ventileren. Zo goed als dit wonderbaarlijke werk van Duitse Grundlichheit ons dwars op de hoogtelijnen in vervoering bracht, zo bleek dit keer de afdaling te veel voor zijn gestelletje. Remmend op zijn kleine motortje en bij remmend op zijn vier remblokjes en twee remtrommeltjes, dienen we tot tweemaal toe halt te houden omwille van de penetrerende geur van trieste metalen.

 

Als een team dat mekaar goed aanvoelt komen we zonder kleerscheuren tot op zeeniveau zo’n 4800 meter lager. Na wat autoverzorging onder vrienden zorgen we in alle rust voor elkaar in Antofagasta en de Elquivallei. We bereiden met zijn drieën één van de mooiste roadtrips van onze reis voor: 3500 kilometer en anderhalve maand doorheen Chili tot het zuiden van de Carretera Austral. De noodgedwongen verandering in mineur in ons muziekstuk resulteert in een frisse inzetnoot van de volgende strofe.

 

We bereiden met zijn drieën één van de mooiste roadtrips van onze reis voor: 3500 kilometer en anderhalve maand doorheen Chili tot het zuiden van de Carretera Austral. De noodgedwongen verandering in mineur in ons muziekstuk resulteert in een frisse inzetnoot van de volgende strofe.

Mijn cumpleaño: op uitstap naar de Geisers van El Tatio

Vorig jaar (2 december 2014) had ik het genoegen om mijn verjaardag te vieren op het zuidelijkste eiland van de Canarische eilanden: El Hierro. Dit jaar maak ik het een beetje exotischer (of beter gezegd een beetje warmer en kouder tegelijk). We bevinden ons op één van de meest toeristische plekken in het Noorden van Chili: San Pedro de Atacama. Het is een minuscuul dorpje waar alleen restaurantjes, toeristenwinkeltjes en touroperators gevestigd zijn. Gezellig, dat moeten we toegeven maar allemaal veel te perfect afgewerkt. We voelen ons een beetje de vreemde eend in de bijt (dit is niet de eerste keer, noch zal het de laatste keer zijn). We geven Melqui een beetje rust na de zware beproevingen en gedragen ons zoals elke andere willekeurige toerist. We zullen op uitstap gaan met … een touroperator. Het is niet onze eerste dag in Zuid-Amerika, dus we weten al te onderhandelen. We schuimen enkele kantoren af om toch terug te keren naar de eerste operator. We volgen ons gevoel en geven de voorkeur aan sympathieke jonge kerels voor de boeking van de El Tatio Geisers, ongeveer 80 kilometer ten noorden van San Pedro.

 

De volgende ochtend zullen we worden opgehaald aan ons hotel om 4.30u ’s morgens laat een van de kerels ons weten. “Wat is jullie hotel?” –“Hotel Melqui”. –“Ken ik niet”. We moeten de kerel van de touroperator wat overtuigen dat we in ons rollende huis leven en dat we graag daar opgehaald worden. Afspraak luidt: midden op de parkeerplek van de ‘gemeente’. Wij zorgen dat we stipt klaar staan, om 4.30u met onze thermos warme thee in de handen, want hier op 2500 m hoogte heersen ’s nachts woestijntemperaturen, nachtwoestijntemperaturen… Er staat geen enkele andere auto op de parking waar er normaal zeker 500 auto’s kunnen geparkeerd staan. Om de hoek komt er een meisje afgewandeld. Die gaat ongetwijfeld ook naar de geisers, denken we. Het blijkt een Française te zijn met … een Kombi. Neen, het is niet waar. Toch wel. Jawel, ook zij had haar operator ervan kunnen overtuigen om haar te komen zoeken op het plein. Altijd fijn om gelijkgezinden te ontmoeten.

De busrit duurt iets langer dan anderhalf uur op een hobbelig grindpadje. Ze hadden ons verteld dat dit onmogelijk ging zijn met onze Kombi … Dan kennen ze Melqui nog niet. Dit had ze zeker aangekund. Nu ja … wij ontspannen volledig en laten ons nog even gaan, we dommelen in voor een uurtje. Net voor zonsopgang komen we aan, net op tijd. De bussen zijn duidelijk getraind om op dit moment aan te komen. Voor ons wordt duidelijk, het is ’s morgens vroeg dat je de geisers moet komen bewonderen. Net dan valt het perfecte licht op die spuitende warmwaterleveraars. We genieten van de eerste zonnestralen, zeker in de ijzig koude morgen, terwijl we –niet zo helemaal op ons gemak, als één van de horde honderden toeristen – rondwandelen tussen al het spuitend geweld. Onze veel te vlotte en afgelekte gids weet ons enkele weetjes te vertellen: zoals het feit dat we op 4200 meter hoogte zitten (dat verklaart waarom we het zo koud hebben), dat dit het tweede grootste geisersveld is ter wereld (na de geisers in het Nationale Park Yellow Stone in de VS) en – last but not least – dat er warm waterbaden zijn die we kunnen uittesten. Dat moet geen twee keer tegen ons gezegd worden. Hup daar vieren we mijn 29ste verjaardag op meer dan 4000 meter hoogte in een heerlijk bad!! Benieuwd waar ik volgend jaar zal zijn ;-).

De grenzen van Melqui en andere limieten: DEEL I

De ALTIPLANO: wondermooie, maar onmogelijke bitch

Dit beloofde één van de mooiste, maar eveneens meest veeleisende, stukjes van onze – uit de voegen gebarsten – roadtrip te worden. We reden reeds door de Altiplano regio van Peru, maar deze regio waar we ons nu aan wagen, is andere koek.

Wat hetzelfde blijft is het ‘Hoogvlakterecept’: één van de laagste densiteiten aan bebouwing, timide bewoners, magische landschappen en een permanente hoogte van meer dan 3700 m.

Wat er verandert in deze shake: plots verdwijnen de wegen, Melqui heeft niet al te veel kracht (over) boven de 4000 m, de tankstations verdwijnen voor 500 km (en Melqui verbruikt al wat meer op deze hoogte), maar vooral ervaren we de onontdekte wonderen van schijnbaar andere planeten: ongekende zoutvlaktes, bergflanken opgebouwd uit tientallen verschillende steenlagen, meren met duizend en één kleuren en veel andere exotische taferelen.

Dat het geen gemakkelijke onderneming zou worden, was ons vanaf het begin duidelijk. Dus we beslisten een rigoureuze planning op de stellen. Een planning met daarin een strak tijdschema dat meerdere noodscenario’s inhield indien een passage voor ons onmogelijk zou blijken, met daarbij de adequate hoeveelheden drinkwater, kookwater, voedsel en benzine. Dus rigoureus maar tegelijk problemen dekkend en dat bleek nodig. Want een eerste probleem dook sneller op dan verwacht…

 

 

We zouden en moesten met onze nieuwe Partners in Travel (een rode Renault Master met inzittenden Laeti, Lolo en Naïa) het hoogste avontuur van Zuid-Amerika aanpakken! Het Nationaal Park Eduardo Avaroa, in het zuidwesten van Bolivië of voor de Fransen de Sud Lipez. Het park is gelegen tussen de Boliviaanse zoutvlaktes van Uyuni en de maanlandschappen aan de Chileense zijde in San Pedro de Atacama. Dit is dé favoriete verbindingsroute tussen Bolivië en Chili voor elke zichzelf respecterende Backpacker.

Probleem nummer één: onze Backpack heeft vier wielen én we kunnen dus niet zonder zorgen in een Toyota Landcruiser springen met bestuurders die dit gebied zonder gemarkeerde wegen op hun duim kennen, krachtige motoren bezitten (die op 4800 m nog genoeg kracht over hebben) én 4X4’s zijn die over het losse zand kunnen glijden. Kort door de bocht: wagens met net de omgekeerde eigenschappen van een 40 jaar oude VW combi…

Desalniettemin slaan we in. Water, pintjes – om te vieren en te troosten – én laatste verse voedingswaren. Want de ruwe wereld waarin we trekken is geen herberg voor verloren zielen, geesten of lichamen. Onze eigen twee herbergen, de rode LEBIOSUWAGI en zijn wit-groene hippievriend MELQUI, zullen shelter en voeding moeten leveren bij de nachten onder nul en de winden van meer dan 100 km/u. En wat de drankjes betreft, daarvoor heeft deze fanfare van honger naar avontuur gelukkig zijn eigen TAVERNIER mee.

Een laatste info-verzameling bij de doorwinterde Landcruiser-chauffeurs die elk jaar duizenden toeristen op sleeptouw nemen, levert ons honderden waarschuwingen op. We noteren die zo goed en zo kwaad mogelijk op een vodje van een kaart die onze gids moet worden in de wereld zonder toevallige passanten. Na een laatste motorcheck-up aan onze beide sloepjes, zwaaien we ons amalgaam van nieuwe vriendjes uit, draaien we de contactsleutel om én… laten we onze motoren vijf minuutjes opwarmen.

We vertrekken uiteindelijk Echt. De eerste 150 km blijken beter mee te vallen dan de gelezen voorspellingen op één van de vele overlanderblogs en de drie toeristengidsen. Het muziekvolume gaat net een tandje harder op de lichtjes gedegradeerde beton-asfaltweg tot we een afslag van 90 graden naar het zuiden inslaan. We belanden meteen op de beloofde gecorrogeerde zandwegen. Dat zijn wegen met golfjes loodrecht op de rijrichting, gecreëerd door continue wind en op en neer springende wielen. Het resultaat: we horen meteen zeer goed wat niet vast zit in ons bolideke.

We trekken er ons niet te veel van aan: dit is het begin van het avontuur! We cruisen tussen de Alpaca’s en Vicuña’s , tamme en wilde lama-achtigen (of Zuid-Amerikaanse kameelachtigen), spotten roze flamingo’s op 4300 m hoogte en zien in de verte zelfs een gigantische schuchtere Ñandu, of struisvogel, de lange benen nemen!

 

We beslissen bij de ondergaande zon er nog 20 km tegenaan te gooien in de richting van de Valle de Las Rocas. Dit laatste stukje op de kaart had echter halverwege nog een verrassing in petto. Een helling van 20 graden. Het soort helling waar we Melqui op zeeniveau rustig in 1° versnelling opduwen. Het is het soort helling waar ze bij ons een andere oplossing voor zoeken. Bijvoorbeeld een extra bocht aanleggen om de helling twee keer zo lang te maken.

Dit hellingetje zou het tweede obstakel worden dat ons Melquitje fysiek niet kan overbruggen. De combinatie van ijle lucht met de 4800m hoogte, stof die onze luchtfilter doet dichtplakken, ribbels en putten die je bij elke sprong de helft van de aandrijfkracht doen verliezen, een strakke wind over de heuvel pal op onze neus, in combinatie met een mooie maar helemaal niet aerodynamische snoet, zorgt ervoor dat we na twee pogingen met aanloop en het betere duwwerk de top net niet bereiken. De extra drie halve pk’s duwkracht van Eline, Laeti en Lolo mogen niet baten en de drie duwertjes liggen aan het einde van de tweede poging op hun rug naar lucht te happen.

 

 

Tijd om de nacht in te zetten en een klein beetje op onze route terug te keren. Als een mislukking voelt het aan. De moed zakt ons in de schoenen en onze esprit is ook ergens op de stinkende zolen van onze bottienen te zoeken. Bovendien waait een ijskoude wind ons rond te oren. Het zou een onmogelijke gekkentocht worden waarbij wij onze medereizigers niet enkel in het gedrang, maar misschien zelfs in gevaar zouden brengen. Een ongrijpbaar gevoel neemt de overhand. We spreken af dat we het de volgende ochtend nog één keer zullen proberen en als Melqui niet boven raakt, gaan we voor plan B.

 

Terwijl wij mokken wist Lolo gelukkig een professionele reizigersoplossing voor de sippe stemming: Bière!!! De avond wordt ingezet in de buik van LEBIOSUWAGI. Beschermd tegen het ongure weer voelen we ons opperbest. Er wordt voldoende energie opgeslagen om door de mutsafblaaswind richting Melqui te crossen en een diepe diepe slaap in ons wiegende busje door te brengen.

 

De volgende morgen klinkt in mijn hoofd Saturday morning and who’s gonna play with me (Eels). Ik vlieg er bij de eerste zonnestralen in om mechanieker te spelen: verse olie, nieuwe oliefilter, kleppen afstellen, distributeur beetje bijregelen, carburator wat bijstellen en uitkuisen. VROOOOOOM. Melqui klinkt gelukkig en raakt rond de middag NET de heuvel op!!

 

 

We zetten de harde en vooral moeilijke weg verder. Over de zwaarst mogelijke corrogatie (je weet wel, die vreselijk onaangename ribbels in de weg). Door zandvlaktes waar LEBIOSUWAGI het heel wat lastiger op heeft dan MELQUI (ROSIE zou hier zeker op vastgereden zijn, BLOG https://theasianscroll.wordpress.com/2010/09/03/mongolia/). Uiteindelijk, na een viertal uur door elkaar getrild te zijn en het enige spookdorp doorgereden te zijn, komen we aan de volgende uitdaging! 500 m omhoog via een helling van meer dan 15 graden. Het ziet er veelbelovend uit: de eerste kilometer buldert ons motortje in eerste versnelling in hoge toeren omhoog. Maar op deze hoogte van 4700 m moet de weg slechts een klein beetje steiler worden of we lopen opnieuw vast… Wat achteruit, motortje laten rusten, het betere pedalenwerk, duwen en trekken, maar het mag niet baten.

De finale optie dan maar. We leggen onze trekkabel aan LEBIOSUWAGI, want we hebben nog slechts 100 m voor de boeg tot de hoogste top van de weg. Twee ronkende motoren en twee duwertjes. De eerste 50 meter verloopt alles zoals gewenst, maar vervolgens beginnen de voorste wielen van LEBIOSUWAGI te patinneren en na nog vijf meter ruiken we allen de geur van verbrand rubber! Stoppen! De voorwielen van LEBIOSUWAGI verloren verscheidene rubbertekeningen tot op de metaaldraad… EINDE van deze gekkentocht.

 

Met de staart tussen de benen keren we op onze stappen terug. De nodige biertjes brengen troost. Maar het is vooral het besef dat we tot het uiterste van het uiterste gegaan zijn met het volledige team, dat ons een oprecht goed gevoel geeft. Niemand kan ons ooit beschuldigen dat we niet alles uit de kast gehaald hebben om via de Laguna Colorada te rijden! En wat we via onze ‘alternatieve route’ te zien krijgen slaat ons nog steeds met verstomming! Geniet mee van de beelden.

 

 

Na een vlotte tocht, en bijhorende easy grensovergang, over de rest van de hoogvlaktes van Bolivië en Noord-Chili nemen we een aantal dagen rust langs een riviertje in San Pedro de Atacama in ware hippiekampstijl. Daar vieren we tevens Elines verjaardag met een onvergetelijk uitje, maar dat is voor een volgend verhaaltje.

 

Er was eens… Une Mâtinée Blanche

Als een zesjarige die onder het zware wollen winterdeken zichzelf tegenhoudt om van de leuning naar beneden te glijden en snel te gluren wat de Sint dit jaar voor de haard gelegd heeft, lig ik te woelen in mijn bed. Een koude paarse gloed wekt me en heel mijn lichaam vergeet meteen dat we gisteren een glaasje gedronken hebben en behoorlijk laat in bed zaten. Het is half zes, naast mij ligt een blonde deerne nog in haar diepe prinsessenslaap, maar ik – met mijn kinderlijk enthousiasme – lijk haar wakker te maken. Haar rustige ademhaling die koude wolkjes blaast in ons kleine huis lijkt eventjes te stokken en af en toe brengt ze een vrolijk verward ochtendgeluidje voort. Als uit een diepe droom die vermengd wordt met hetzelfde besef van de wakkere wereld die vandaag beter zal zijn dan elke droom die we vannacht samen hadden.

Ik beslis mijn horizontale – tussen droom en waak – wereld te verlaten en klauter uit het bed waarin we reeds zeven maanden slapen. Terwijl de paarse gloed doorheen de rode, groene en gele gordijnen aan intensiteit toeneemt en onbekende kleuren in het interieur werpt, kruip ik in mijn kleren. Vijf lagen onder de  jas, een zwarte legging – voordien van de prinses, maar nu van deze man in theights – onder mijn flodderbroek en dikke geitenwollen sokken in mijn wandelschoenen. De prinses doet alsof ze slaapt en ik speel haar spelletje nog even mee. Ik beweeg als een luiaard op weg van tak naar tak en gluur door het raam. De zon verschuilt zich inderdaad nog achter de horizon, maar de ijzige wereld waarin we staan verwacht haar komst. Als ik van links naar rechts kijk variëren de kleuren boven de horizon van donker-nacht-blauw georneerd met enkele laatste blinkende witten diamantjes, over ochtendblauw tot een geel-blauw-paars spectrum waar je nauwelijks in kan kijken. Alle kleuren worden onder de horizon gereflecteerd zoals op een meer of op een kalme zee, zoals we hem rond de Canarische eilanden beleefden. Zij het dat deze reflectie wat witter is dan het originele licht. De wereld op zijn kop. Het origineel lijkt wel de blauwdruk. De reflectie van een meer. Maar dan wel een heel vreemd meer, want…

Ons huis is ditmaal geen boot. Wanneer ik rustig beweeg in ons huisje van 1,80 op 4,80 m is de beweging quasi onvoelbaar. Wanneer ik echter wat enthousiaster cocathee begin te zetten en door het raampje kijk en mijn fototoestel klaarstoom voor de unieke ochtend wiebelt ons busje met zijn staart. De prinses wordt wakker en wrijft het werk van het – hier zeer actieve – zoutmannetje uit haar ogen. De kracht van de paars-witte gloed door de paars getinte achterruit en de witte buitenaardse reflectie werkt zijn kracht ook meteen op haar uit. Ze veert uit bed, schuift de gordijntjes open en staart in het rond. Haar lichaam heeft danig warm van de dons en het enthousiasme dat ze vergeet dat we in een omgeving van minder dan 0 graden zijn. Ook trekt ze er zich niks van aan dat ze haar pels nog niet aan heeft en voor heel de omgeving in haar poedelnaakie zit.

In die omgeving is echter niemand te bespeuren… rondom rond minstens 60 kilometer van perfect vlakke, horizontale levenloze witte vlakte. Dat het 60 kilometer is, zien we niet, maar we weten het dankzij een half gescheurde kaart die op het dashboard ligt. Helemaal zonder leven is de vlakte echter niet. De prinses beseft dit in een knip, na een blik buiten, en trekt haar garderobe aan. Naast ons staat namelijk een rode Renault Master. De enige die we op heel onze tocht door dit continent van de nieuwe wereld zagen. De rode Master heeft een Franse nummerplaat en begon samen met deze Mexicaanse Volkswagen Combi aan het gekke avontuur om op dit droge meer te rijden.

We nemen snel wat slokken heerlijke cocathee die ons op deze hoogte van om en bij de 3800m extra energie zou moeten geven en zetten voet op het meer. De ondergrond onder onze voeten is niet van deze wereld. Ze is steenhard en sneeuwwit. Wanneer je warm water giet smelt de witte plaat niet als ijs, maar integendeel neemt ze meteen het water op en schijnbaar is de grond meteen weer droog. Wanneer we echter gaan zitten om de zon te groeten op deze nieuwe dag wordt de kont op eender welk schijnbaar kurkdroog deel kletsnat en de agressieve, vijandige corrosieve ondergrond trekt de kleuren uit je kleren. De ondergrond lijkt heel vast, maar om de 100m zie je een putje en daar zie je plots water. Als grote ijsschotsen drijft onze ondergrond op het water dat gemiddeld slecht 80cm diep is. De grond tekent een structuur af van vijf- en zeshoeken die aan de randen witter zijn of door het continue groeien aan deze randen opgeduwd worden als fijne korstjes sneeuwwit kruimeldeeg. Bijna mathematisch hernemen de vlakken van gemiddeld een halve meter op een halve meter de structuur van hun moleculen. Zoutmoleculen, want hier hebben jullie een laatste bijzondere eigenschap van deze ondergrond: je kan de grond verkruimelen en in je soep verwerken. Of, zoals gisteren, wanneer je wijn morst op je broek kan je die gewoon even wrijven over het ‘grond’-‘water’-oppervlak.

We maken onze buren Laetitia, Lolo en Naïa wakker, want op de Salar de Uyuni, het bekendste zoutmeer van de wereld, slaap je allicht slechts één keer in je leven. We weten dat Fransen hun ochtendrust heel hard op prijs stellen, maar voor één keer in ons leven wagen we het er op hen wakker te maken. Vijf minuten later zitten we alle vijf warm ingeduffeld op een rijtje en genieten we van het unieke spektakel die alle mogelijke ochtendkleuren over het magische wit blaast. Onze auto’s genieten mee van het kleurenspektakel en de cactusbergen rondom ons lijken tijdens dit ochtendspektakel te zweven boven deze onmenselijke wereld.

 

De terugtocht hangt vol melancholie…

Onze Melqui glijdt over het meer op de tonen van Eddy Vedder

 

Om in de sfeer te blijven, laten we jullie nog even meereizen op de foto’s van de voorgaande dag op I wish you were here van Pink Floyd. (Youtube) Een heldentocht van 250km over grindwegen en zoutmeren, met in de hoofdrol twee 2X4 heldenauto’s!

 

En uiteraard moesten we ook nog een klein beetje klooien ;) Anders zou 24 uur in alle rust op de Salar toch niet voldoen aan de clichés he!