De ALTIPLANO: wondermooie, maar onmogelijke bitch
Dit beloofde één van de mooiste, maar eveneens meest veeleisende, stukjes van onze – uit de voegen gebarsten – roadtrip te worden. We reden reeds door de Altiplano regio van Peru, maar deze regio waar we ons nu aan wagen, is andere koek.
Wat hetzelfde blijft is het ‘Hoogvlakterecept’: één van de laagste densiteiten aan bebouwing, timide bewoners, magische landschappen en een permanente hoogte van meer dan 3700 m.
Wat er verandert in deze shake: plots verdwijnen de wegen, Melqui heeft niet al te veel kracht (over) boven de 4000 m, de tankstations verdwijnen voor 500 km (en Melqui verbruikt al wat meer op deze hoogte), maar vooral ervaren we de onontdekte wonderen van schijnbaar andere planeten: ongekende zoutvlaktes, bergflanken opgebouwd uit tientallen verschillende steenlagen, meren met duizend en één kleuren en veel andere exotische taferelen.
Dat het geen gemakkelijke onderneming zou worden, was ons vanaf het begin duidelijk. Dus we beslisten een rigoureuze planning op de stellen. Een planning met daarin een strak tijdschema dat meerdere noodscenario’s inhield indien een passage voor ons onmogelijk zou blijken, met daarbij de adequate hoeveelheden drinkwater, kookwater, voedsel en benzine. Dus rigoureus maar tegelijk problemen dekkend en dat bleek nodig. Want een eerste probleem dook sneller op dan verwacht…
We zouden en moesten met onze nieuwe Partners in Travel (een rode Renault Master met inzittenden Laeti, Lolo en Naïa) het hoogste avontuur van Zuid-Amerika aanpakken! Het Nationaal Park Eduardo Avaroa, in het zuidwesten van Bolivië of voor de Fransen de Sud Lipez. Het park is gelegen tussen de Boliviaanse zoutvlaktes van Uyuni en de maanlandschappen aan de Chileense zijde in San Pedro de Atacama. Dit is dé favoriete verbindingsroute tussen Bolivië en Chili voor elke zichzelf respecterende Backpacker.
Probleem nummer één: onze Backpack heeft vier wielen én we kunnen dus niet zonder zorgen in een Toyota Landcruiser springen met bestuurders die dit gebied zonder gemarkeerde wegen op hun duim kennen, krachtige motoren bezitten (die op 4800 m nog genoeg kracht over hebben) én 4X4’s zijn die over het losse zand kunnen glijden. Kort door de bocht: wagens met net de omgekeerde eigenschappen van een 40 jaar oude VW combi…
Desalniettemin slaan we in. Water, pintjes – om te vieren en te troosten – én laatste verse voedingswaren. Want de ruwe wereld waarin we trekken is geen herberg voor verloren zielen, geesten of lichamen. Onze eigen twee herbergen, de rode LEBIOSUWAGI en zijn wit-groene hippievriend MELQUI, zullen shelter en voeding moeten leveren bij de nachten onder nul en de winden van meer dan 100 km/u. En wat de drankjes betreft, daarvoor heeft deze fanfare van honger naar avontuur gelukkig zijn eigen TAVERNIER mee.
Een laatste info-verzameling bij de doorwinterde Landcruiser-chauffeurs die elk jaar duizenden toeristen op sleeptouw nemen, levert ons honderden waarschuwingen op. We noteren die zo goed en zo kwaad mogelijk op een vodje van een kaart die onze gids moet worden in de wereld zonder toevallige passanten. Na een laatste motorcheck-up aan onze beide sloepjes, zwaaien we ons amalgaam van nieuwe vriendjes uit, draaien we de contactsleutel om én… laten we onze motoren vijf minuutjes opwarmen.
We vertrekken uiteindelijk Echt. De eerste 150 km blijken beter mee te vallen dan de gelezen voorspellingen op één van de vele overlanderblogs en de drie toeristengidsen. Het muziekvolume gaat net een tandje harder op de lichtjes gedegradeerde beton-asfaltweg tot we een afslag van 90 graden naar het zuiden inslaan. We belanden meteen op de beloofde gecorrogeerde zandwegen. Dat zijn wegen met golfjes loodrecht op de rijrichting, gecreëerd door continue wind en op en neer springende wielen. Het resultaat: we horen meteen zeer goed wat niet vast zit in ons bolideke.
We trekken er ons niet te veel van aan: dit is het begin van het avontuur! We cruisen tussen de Alpaca’s en Vicuña’s , tamme en wilde lama-achtigen (of Zuid-Amerikaanse kameelachtigen), spotten roze flamingo’s op 4300 m hoogte en zien in de verte zelfs een gigantische schuchtere Ñandu, of struisvogel, de lange benen nemen!
We beslissen bij de ondergaande zon er nog 20 km tegenaan te gooien in de richting van de Valle de Las Rocas. Dit laatste stukje op de kaart had echter halverwege nog een verrassing in petto. Een helling van 20 graden. Het soort helling waar we Melqui op zeeniveau rustig in 1° versnelling opduwen. Het is het soort helling waar ze bij ons een andere oplossing voor zoeken. Bijvoorbeeld een extra bocht aanleggen om de helling twee keer zo lang te maken.
Dit hellingetje zou het tweede obstakel worden dat ons Melquitje fysiek niet kan overbruggen. De combinatie van ijle lucht met de 4800m hoogte, stof die onze luchtfilter doet dichtplakken, ribbels en putten die je bij elke sprong de helft van de aandrijfkracht doen verliezen, een strakke wind over de heuvel pal op onze neus, in combinatie met een mooie maar helemaal niet aerodynamische snoet, zorgt ervoor dat we na twee pogingen met aanloop en het betere duwwerk de top net niet bereiken. De extra drie halve pk’s duwkracht van Eline, Laeti en Lolo mogen niet baten en de drie duwertjes liggen aan het einde van de tweede poging op hun rug naar lucht te happen.
Tijd om de nacht in te zetten en een klein beetje op onze route terug te keren. Als een mislukking voelt het aan. De moed zakt ons in de schoenen en onze esprit is ook ergens op de stinkende zolen van onze bottienen te zoeken. Bovendien waait een ijskoude wind ons rond te oren. Het zou een onmogelijke gekkentocht worden waarbij wij onze medereizigers niet enkel in het gedrang, maar misschien zelfs in gevaar zouden brengen. Een ongrijpbaar gevoel neemt de overhand. We spreken af dat we het de volgende ochtend nog één keer zullen proberen en als Melqui niet boven raakt, gaan we voor plan B.
Terwijl wij mokken wist Lolo gelukkig een professionele reizigersoplossing voor de sippe stemming: Bière!!! De avond wordt ingezet in de buik van LEBIOSUWAGI. Beschermd tegen het ongure weer voelen we ons opperbest. Er wordt voldoende energie opgeslagen om door de mutsafblaaswind richting Melqui te crossen en een diepe diepe slaap in ons wiegende busje door te brengen.
De volgende morgen klinkt in mijn hoofd Saturday morning and who’s gonna play with me (Eels). Ik vlieg er bij de eerste zonnestralen in om mechanieker te spelen: verse olie, nieuwe oliefilter, kleppen afstellen, distributeur beetje bijregelen, carburator wat bijstellen en uitkuisen. VROOOOOOM. Melqui klinkt gelukkig en raakt rond de middag NET de heuvel op!!
We zetten de harde en vooral moeilijke weg verder. Over de zwaarst mogelijke corrogatie (je weet wel, die vreselijk onaangename ribbels in de weg). Door zandvlaktes waar LEBIOSUWAGI het heel wat lastiger op heeft dan MELQUI (ROSIE zou hier zeker op vastgereden zijn, BLOG https://theasianscroll.wordpress.com/2010/09/03/mongolia/). Uiteindelijk, na een viertal uur door elkaar getrild te zijn en het enige spookdorp doorgereden te zijn, komen we aan de volgende uitdaging! 500 m omhoog via een helling van meer dan 15 graden. Het ziet er veelbelovend uit: de eerste kilometer buldert ons motortje in eerste versnelling in hoge toeren omhoog. Maar op deze hoogte van 4700 m moet de weg slechts een klein beetje steiler worden of we lopen opnieuw vast… Wat achteruit, motortje laten rusten, het betere pedalenwerk, duwen en trekken, maar het mag niet baten.
De finale optie dan maar. We leggen onze trekkabel aan LEBIOSUWAGI, want we hebben nog slechts 100 m voor de boeg tot de hoogste top van de weg. Twee ronkende motoren en twee duwertjes. De eerste 50 meter verloopt alles zoals gewenst, maar vervolgens beginnen de voorste wielen van LEBIOSUWAGI te patinneren en na nog vijf meter ruiken we allen de geur van verbrand rubber! Stoppen! De voorwielen van LEBIOSUWAGI verloren verscheidene rubbertekeningen tot op de metaaldraad… EINDE van deze gekkentocht.
Met de staart tussen de benen keren we op onze stappen terug. De nodige biertjes brengen troost. Maar het is vooral het besef dat we tot het uiterste van het uiterste gegaan zijn met het volledige team, dat ons een oprecht goed gevoel geeft. Niemand kan ons ooit beschuldigen dat we niet alles uit de kast gehaald hebben om via de Laguna Colorada te rijden! En wat we via onze ‘alternatieve route’ te zien krijgen slaat ons nog steeds met verstomming! Geniet mee van de beelden.
Na een vlotte tocht, en bijhorende easy grensovergang, over de rest van de hoogvlaktes van Bolivië en Noord-Chili nemen we een aantal dagen rust langs een riviertje in San Pedro de Atacama in ware hippiekampstijl. Daar vieren we tevens Elines verjaardag met een onvergetelijk uitje, maar dat is voor een volgend verhaaltje.
Ik neem hier de draad terug op van die dikke klepper literatuur “den blog van Tim en Eline”, en het toeval wil, net op dit hoofdstuk. Over het gebied waar we juist zelf gepasseerd zijn. (Bedankt voor de namen van de dieren)
Zoals hierboven correct beschreven: wij gingen als de zichzelf respecterende backpacker met een ervaren chauffeur in een 4×4 Toyota Landcruiser… We hebben ons dan ook geregeld afgevraagd: “hier kunnen ze toch nooit met Melqui gepasseerd zijn!?!”. Amai! Wat n gekke onderneming en zotte uitdaging dat jullie aangingen! En proficiat dat jullie erover geraakten! Potverdikke. Na het gebied te zien, en te ervaren hoe moeilijk zelfs een Landcruiser het hier heeft… tijd voor een “respect!”