Het godvergeten park van Perito Moreno, Argentinië

Terwijl elke camping in Torres del Paine (zie volgende blogtekst) overrompeld wordt door honderden en honderden toeristen, waar er slechts één toilet is voor de gigantische horde wandelaars, waar er amper bescherming is tegen de regen, waar kortom quasi geen enkele voorziening te bespeuren valt … daar word je hier, in het nationale park Perito Moreno, overdonderd door de stilte, omvergeblazen door de pracht van de ongerepte de natuur, word je bijna onder de voet gelopen door de duizenden Guanaco’s en tref je de snelst werkende WiFi van Zuid-Amerika aan (tweehonderd kilometer verwijderd van het dichtstbijzijnde dorp) bij de parkwachters.

Op een ijskoude januari-avond, midden in de Patagonische zomer, zitten we ons met een aantal gelijkgezinden op te warmen in het kleine containerkeukentje dat één van de twee campings rijk is. Samen prepareren we een koningsmaal, want iedereen draagt iets uit zijn overlevingspakket bij. Wij zitten aan het eind van onze voorraad. We hadden niet gepland om zolang in dit ‘parkje’ te blijven. Het enige wat ons nog rest zijn droge pasta en noodles. Uithongeren gingen we sowieso niet doen, maar gelukkig konden de anderen ons een beetje helpen bij onze Spartaanse maaltijd. Zij waren beter voorzien en hadden nog voldoende verse voer of groenten uit blik mee. Samen met individuele kookkunsten uit alle uithoeken van de wereld serveerden we ver verwijderd van beschaving heerlijke maaltijden. Gelukkig heeft Melqui vele geheime voorraden en konden we tevens uitblinken in het voorzien van godendranken.

 

Toen we de grens met Argentinië kruisten … jawel lezers, u leest het goed. Onze Melquiades is binnengelaten in Argentinië. Na ons eerste debacle in het noorden van Chile, probeerden we het hier nog een tweede maal, aan de Lago Carrera, twee maand na de zware dobber. We hadden de grens aan Chile Chico goed uitgekozen. De kleine en tevens laatste autogrens tussen Chile en Argentinië. (Er is nog één  grens zuidelijker, aan Villa O’Higgins, het einde van de Carretera Austral, maar moet je talloze kilometers wandelen, de boot nemen, het geluk hebben dat de veerman in een goede bui is en je wil overbrengen en nogmaals een stuk wandelen. Nu kunnen we eenmaal Melqui niet op onze rug nemen, dus beslisten we deze ietwat meer toegankelijke grens te proberen.) Zoals gewoonlijk zijn we wat gestrest maar dat blijkt (achteraf) voor niets nodig. Achter de balie zit een goedlachse oude man die blij is met wat gebabbel tussen zijn saai papierwerk. Wij detecteren zijn nood aan verhalen meteen en doen ons best om zoveel mogelijk te vertellen over onze reis, de man luistert gefascineerd en kijkt amper naar de papieren. Na tien minuten blijkt alles gefikst en hebben we een entréepapiertje op zak. We durven nog geen gelukskreet te slaken, want wie weet … Eenmaal we de douanierspost verlaten en tien kilometer verder rijden tot in het dorpje van Los Antiguos laten we ons helemaal gaan en schreeuwen we het uit: MELQUI EN WIJ DUS OOK ZIJN IN A!R!G!E!N!T!I!N!I!E!

 

Aan de Argentijnse zijde van het meer heerst nog steeds het mediterrane microklimaat zoals in Chile Chico aan de Chileense zijde. Een klein stadswandelingetje is aan de orde. Bij de toeristische dienst horen we dat we nog net het einde van het kersenseizoen treffen. Er zijn talloze Chakra’s (of boomgaarden) om uit te kiezen. We pikken er op het gevoel eentje uit. We worden hartelijk onthaald door een oudere dame die deze boomgaard helemaal in haar eentje managet. We worden uitgenodigd om rond te wandelen op de boomgaard en zoveel kersen te proeven als we willen. Wow, we lopen meer dan een half uur rond, proberen de verschillende bomen want elke boom heeft een eigen stip: rood, geel, wit … Allemaal duiden ze verschillende types aan. De één wat zoeter, de ander wat groter … We hebben geen honger meer. De dame is vrolijk om twee Europeanen te treffen, want binnen enkele maanden vertrekt ze samen met haar dochter naar Europa. In twintig dagen zal ze Europa zien: Parijs, Madrid, Barcelona, Rome, Venetië, Wenen …  ze zal amper tijd hebben om adem te halen, laat staan om de steden te kunnen onthouden. We proberen haar enkele tips te geven die het ene oor in- en het andere opnieuw uitgaan. Maar tegelijkertijd praat ze met ons over de politieke toestand in Argentinië. De verkiezingen, het post-Kirchner tijdperk, in de hoop dat er iets zal verbeteren, maar tegelijk de realiteit onder ogen zien dat er waarschijnlijk niet te veel zal veranderen. Argentinië is zo en zal nog even door enkele families beheerst blijven…

 

Een bijzonder aangename eerste kennismaken met de openheid van de Argentijnen die we steeds opnieuw zouden blijven treffen. De landen mogen dan meer dan tweeduizend kilometer grens met elkaar gemeen hebben, er is een wereld breed verschil tussen de Chilenen en de Argentijnen. Allebei hartelijk, beide op een andere manier.

 

Zo zitten we dus in Los Antiguos, in een streek waar de eigen gemaakte traditionele producten hoogtij vieren. Daar moeten we toch enkele zaken van meenemen! Naast onze driekilodoos kersen, nemen we ook nog een confituur mee van cassis, chocoladepralientjes (wij als Belgen moeten dat toch ook eens proberen, niet slecht, maar we missen toch onze Belgische Olifant) en niet te vergeten flesjes likeur gemaakt van onder meer een lokale variant van kleine kersen.

_DSC7368

We gaan spaarzaam om met onze likeur en daardoor hebben we nog een beetje bij om die koude avond in dat keukentje in het Nationale park op te warmen. We kraken een paar flessen wijn van de andere gasten en wij kunnen het dessert voorzien: likeur met chocolade. Wie deelt ons gezelschap die bibberkoude Patagonische nacht: een bevriend duo Argentijnen dat houdt van wandelen; een koppel gletsjerdeskundigen uit respectievelijk de UK en Slovakije, wonend in Edinburgh; en tot slot een reizend koppel waar de vrouwelijke helft Argentijnse is en de man Pools, ze woonden een paar jaar in Mexico en nu reizen ze over land naar Ushuaïa om daar hun nieuwe thuishaven te zoeken. We voelen ons in ons nopjes met dit internationaal gezelschap waar de voertaal tussen Spaans en Engels wiegt.

Het barakje in het Nationaal Park Perito Moreno dus. Perito Moreno. In de boekjes staat dit park beschreven als een ongekende parel. Het park telt slechts 1200 bezoekers per jaar. Met een klein beetje geduld kan je de fauna van ongewoon dichtbij bewonderen. Wij troffen Guanaco’s, een grijze vos, een gordeldier, een Choyque (kleine ñandu of struisvogels), een das en jammer genoeg geen poema’s. Het is mogelijk om er te treffen. Want op alle borden in het park staat dat je best niet meer na 17u op pad gaat. Dat is het uur waarop de poema’s naar buiten komen. We hebben dat toch geprobeerd, maar zelfs dat mocht niet baten. De schuwe beesten lieten zich niet zien, alleen hun sporen hebben we getroffen.

De reden waarom het park dan zo weinig bezoeker heeft is diens desolate locatie. Zelfs binnen de ‘gangbare’ afstanden van Argentijns Patagonië waarbij je makkelijk 300 km kan rijden zonder één huisje te zien, is dit park nog een buitenbeentje te noemen. Na 250 km over asfalt, vanuit een van de dichtbij gelegen ‘dorpjes’ volgt nog een doodlopende grindweg van een kleine 100 km door de droge Steppe tot aan de eerste Guardiaparque (de parkwachter).

In Los Antiguos lieten we ons al vertellen dat we dit pad onder geen beding mochten oprijden wanneer het regent, dan wordt het een complete modderpoel en kan je enkele dagen vaststaan. Wij hebben geluk, de weersvoorspelling zegt in de volgende dagen geen regen. De parkwachter in het grensstadje vroeg ons een gunst. Als we toch naar het NP Perito Moreno reden, of we geen twee bidons benzine wilden meedoen. Andere reizigers kwamen blijkbaar enige tijd geleden in de problemen, leenden toen een aantal liter benzine van de parkwachters en hadden nieuwe gekocht in dit kleine stadje. Maar dit moest opnieuw bij de oorspronkelijke wachters raken. Tuurlijk, geen probleem. Heerlijk dat onvoorwaardelijke vertrouwen in afgelegen regio’s, zelfs voor gringo’s die uit Europa komen. Melqui kan nog een beetje meer nafte meenemen. Wij rijden al rond met ongeveer 70 liter extra benzine, verdeeld over vier bidons, voor onvoorziene omstandigheden. In tijden van nationale staking, waardoor alle tankstations leeg zijn, zeker in het zuiden van het land, is het geen overbodige luxe om wat meer bij te hebben.

 

Eenmaal aangekomen in het kleine gezellige bureautje van de Guardiaparque worden we met een hartelijkheid onthaald die we nog maar zelden in de rest van Zuid-Amerika gezien hebben. Wow, wat een welkom in een park. Een dame die helemaal in haar eentje het park moet onderhouden, ook in de winter wanneer er niemand langskomt, is bijzonder enthousiast. Gedurende meer dan een uur legt ze ons uit wat we allemaal kunnen doen in het park, welke wandelingen, welke campings, dat we onder geen beding een kampvuur mogen aanmaken en dat er WiFi is op deze locatie. En ja… dat het nationale park compleet gratis is… Ongelofelijk!!

Uiteindelijk na veel gepalaber en getwijfel beslissen we eerst naar de noordelijke camping te rijden. Daar is er beter weer volgens de parkverantwoordelijke. Zo’n uitgeruste camping hebben we nog nooit gezien! We komen toe en kunnen meteen kiezen tussen tien verschillende plekjes om te kamperen met je auto. Allemaal overdekte “hansje en grietje”-huisjes met picknicktafels. De meest perfecte plek, net naast het meer, is al ingenomen. Verdorie toch, maar de volgende plek moet zeker niet onderdoen. Uiteindelijk stationeren en acclimatiseren we op deze plek drie dagen. De eerste dag omdat iedereen die we al tegenkwamen in het park bij ons maté komt drinken en daar de hele middag bleef zitten. De tweede dag omdat we een dagje wilden schrijven aan alle achterstallige blogteksten (we zijn nog steeds bezig…) en de derde dag omdat het met bakken uit de lucht valt.

Uiteindelijk op de vierde dag verlaten we toch eens ons holletje en gaan op verkenningstocht naar de andere kant van het park of toch het toegankelijke deel met de auto. Na anderhalf uur te rijden opnieuw over die hobbelige schattige grindwegen (Melqui is er al aan gewoon), komen we toe op de andere camping. Niemand te bespeuren in het oude U-vormige hacienda gebouw. We piepen toch even binnen en treffen een mini museumpje van vier vierkante meter met allemaal spulletjes uit de vorige eeuw. Oude kaarten, oude telefoontoestellen, tot een elektrische windmolen van 100 jaar oud… allemaal van in de tijd dat een kolonist of militair daar alleen de winter moest doorbrengen, zonder internet. Kan je je dat nog inbeelden?

We parkeren ons rollende huisje alvast op de parking. Er blijkt een klein keukentje beschikbaar te zijn voor de bezoekers met een perfect functionerend gasfornuis. Het stromend water moeten we honderd meter verder zoeken. Elke avond wanneer de koude de vallei begint in te nemen, nestelen we ons, samen met de andere bezoekers in dat kleine keukentje. Daar smeden we plannen voor de volgende dagen, waarheen we willen wandelen, welke tochten wie al heeft gedaan, wisselen we tips uit, koken we samen en klinken we natuurlijk een paar glazen… In deze keukenbarak verdween de rest van de wereld. Mochten we de kwaliteiten van dit park op voorhand geweten hadden, dan hadden we zeker een gigantische voorraad ingeslagen om ons verblijf daar te verlengen. Maar het had een ongelofelijke charme om daar op het einde van de wereld aan het einde van onze voorraad te zitten en er samen op uit te  trekken …

Een gedachte over “Het godvergeten park van Perito Moreno, Argentinië

  1. christel Deconinck 07/06/2016 / 04:28

    hallo, als jullie nog in buenos aires passeren laat het me maar weten, Teresa woont daar.
    dikke zoen,
    tante Chris

Geef een reactie