Wanneer jullie als trouwe volgers onze blog lezen, onze verhalen met de hakbijl doorklieven of fluweelzacht savoureren, jullie zich verbazen over die fantastische landschappen of jullie zich frustreren over die grijze werkweek thuis, vragen jullie zich waarschijnlijk ook af en toe iets anders af. Hoe is het mogelijk dat die twee snotapen zo lang reizen met de verloning van twee stagiair architecten? Hoe kun je nu sparen met zo’n loontje en tegelijk een goed leven leiden? Waar komen die centjes vandaan? Hebben zij stiekem vijf jobs gecombineerd en hun monnikenbestaan verborgen gehouden? Hebben zij een geheime erfenis ontvangen? Hebben zij een bijzonder goede sponsor?
Het is tijd om op die ongestelde – en voor velen waarschijnlijk indiscrete – vragen antwoord te bieden. Jullie verdienen het na al dat werk de waarheid te weten… Hier komen de grote geheimen om met een dwergenloon een reuzenreis te maken!
Eduardo en Arthur hebben veel geld
Alles begint met grote goesting! Zeker weten dat je iets bijzonder wil doen met die bling bling. Je maakt een spaarrekening aan en daar zet je je volledige mindset op in! Elke maand een beetje op zij en daar bovenop alle grote bijdragen van de Sint en de Kerstman (dank aan alle ‘oude mannen’ in disguise).
Eén van de grootste uitgaven is je woonst. Dus daar hoor je te beginnen met de ‘keep it small’-actie. We leefden samen in een bijzonder klein, maar schattig rijhuisje. Ons stulpje in de Zakstraat was geen plek voor grootse gala’s, maar een rommelige overvolle instuif of een frisse winterbarbecue behoorden zeker tot de opties. Onze kosten aan gas, elektriciteit, water en internet waren met €50 per maand minimaal na een korte ‘hop en shop’ actie bij de verschillende leveranciers. Jawel, het is aan de wakkere klant om de goedkoopste acties eruit te halen.
Hoe graag we ook leven als Bourgondiërs (dat is er zeker met de paplepel ingegaan ten huize Vanhooren), we lieten even al die bijzonder lekkere restaurantjes aan de kant staan. We werden zelf grootse chef-koks à la Piet Huysentruyt met ingrediënten uit de Colruyt (“de laagste prijzen”) en niet te vergeten met de wekelijkse verse biologische groenten- en fruitmand van de Wassende Maan. “Waar zijn de specialiteiten?”, zou je kunnen denken. In alle kasten van ons huis. De wijnkelder, die vervangen werd door een kast, werd gevuld met speciale wijntjes van het Wijnhuis in Gent. Een speciaal kaasje hier, eentje daar. “Moeten we ook niet elke dag vlees of vis eten?”, zoals een echte West-Vlaming denkt. Neen, de vegetarische keuken is minstens even lekker en dat vleesje tussendoor smaakt des te meer. Als de vismarchand van Brugse bodem (Rik Vanhooren) ons voorziet van verse vis, dan namen we dat met plezier aan.
Kwamen er minder gasten over de vloer? In tegendeel, we hielden ervan om vriendjes, vriendinnetjes en familie lekker te verwennen ten huize Vanhooren-Tavernier.

Is het geen legendarische uitspraak geworden bij de vrienden van Tim? “Een Vanhoorentje doen?” Of met andere woorden, voor mensen die Tim een beetje minder goed kennen: alles en vooral zoveel mogelijk combineren. Van de ene activiteit naar de andere hollen, noodgedwongen op alle activiteiten te laat komen (een academisch kwartiertje…), overal veel te vroeg moeten vertrekken met de belofte om de volgende keer langer te blijven… Deden we minder activiteiten tijdens die afgelopen jaren? Waarschijnlijk wel, waarschijnlijk hebben we al eens NEEN gezegd tegen de zoveelste skireis. Maar over het algemeen hebben we van alles zoveel mogelijk genoten. Talrijke vriendenweekendjes, uitstapjes, mini-reisjes, goedkoop gaan skiën, bachelorreisjes … Veel thuis waren we eigenlijk niet (achja, dat helpt natuurlijk ook aan je energierekeningen ;-))
Tot slot komt onze grootste “ster” nog in beeld, onze derde telg, onze trouwe viervoeter die ons overal in Europa vervoert, waarheen we ook maar willen, onze Marianne. Misschien dat sommigen het ondertussen al vergeten zijn, maar ook in België hadden en hebben we nog steeds een klein wit bemeubeld camionnetje! Die nu al meer dan anderhalf jaar alleen staat te wezen! Maar wat een vrijheid. Elke zomer of eigenlijk elk verlengd weekend zijn we met plezier er op uit getrokken. Geen dure vliegtuigtickets die maanden op voorhand moeten gekocht worden, geen extravagante hotels, geen exclusieve restaurants … Marianne is ons rollend peperkoekenhuisje die ons van alles voorziet.
Maar ze heeft wel een omgekeerde werkweek, van maandag tot vrijdag staat ze resoluut op stal! Alleen in het weekend voor plezierritjes wordt ze uitgehaald. Onze oude rammelende grootouderfietsen voeren ons tijdens de week overal heen, over dé ‘berg’ van Gent, van her naar der. Goed voor de conditie toch? De mensen van dit continent zouden dit beter ook wat vaker doen, alledaagse sportactiviteiten, maar dat is een andere discussie. Voor ons waren het voor extra centjes op die spaarrekening!

Waar de onlinetips (‘How to save up for travel?’) vooral ingaan op de tips hoe je moet sparen, dus met andere woorden het voorbereidende deel, het deel thuis, is dat niet voldoende voor ons. Want hoe goed je ook kan sparen vóór een reis, dit bepaalt lang niet volledig hoe lang je kan reizen. Dit is niet het einde, maar slechts het begin. Als geitenwollensokkers zoals we door velen aanzien worden (ondertussen weten zij dat we eigenlijk helemaal niet zo hippie zijn na het ontmoeten van dozijnen halve garen op dit continent), doen we het ook tijdens onze reis gewoon graag een beetje anders.

Komen per vliegtuig? Dat is toch absoluut niet nodig! Er zijn ook andere manieren om aan de andere kant van de wereld te raken. Per boot arriveer je ook, zo bewezen we meer dan een jaar geleden. Gaat het even snel? Neen, maar hoeft dat dan ook? Je gaat nu toch eenmaal op reis? Eén van de redenen is toch om meer tijd te hebben om te de wereld te ontdekken, om iets nieuws te leren, om jezelf te verkennen, om meer boeken te lezen, om … ?
Slapen we elke nacht in een driesterrenhotel? Neen en toch ook een beetje ja. In Venezuela, omdat het daar door de devaluerende munteenheid mogelijk was, leefden we als koningen. Even genieten van de luxe om te slapen in een chique hacienda met twee patio’s, loungeruimtes en een heerlijk oude mannen bar. Ook in Ecuador, in één van de meest toeristische dorpjes Vilcabamba, laten we ons verwennen in een hotelletje. Maar daar moeten we gelukkig niet betalen en effectivo (met geld), daar betalen we in natura met onze architectenskills voor kost en inwonen.
Maar dit geldt niet voor alle bestemmingen. In alle andere landen zochten we naar betaalbare oplossingen: slapen in goedkope (en dus soms ook bijzonder gore) hostels, slapen in de hangmat waar het mogelijk is (in de drie Guyana’s en in de boot op de Amazone), slapen bij kennissen van kennissen, slapen bij mensen op de zetel via Couchsurfing, …
Maar de echte reden tot slagen in deze missie was de investering van Melquiades: ons rollende huis in Zuid-Amerika. Tuurlijk is het een ‘dure’ aankoop, maar we hebben hem wel op dit continent gekocht en niet in Europa. We hoorden van vele andere motorhomereizigers dat de kost om een auto naar hier en terug te verschepen evenveel kost als de aankoop van onze Kombi. En als we op het eind onze medereiziger opnieuw zouden kunnen verkopen, is de cirkel helemaal rond.
Wat zijn Melqui’s kwaliteiten? Ondertussen kennen jullie die wel al een beetje ;-). Een korte résumé voor de mensen die het toch wat vergeten zijn. We kunnen rijden en bezoeken naar believen, we zijn niet afhankelijk van busuren, noch van schurdige buschauffeurs (alhoewel dat ik moet toegeven dat Tim op het einde toch aardig meedeed met de plaatselijke gewoontes).
Naast de rijdkwaliteiten, biedt de buik van Melqui voldoende mogelijkheden om feestmaaltijden klaar te maken (zoals jullie konden lezen in de Eetweek die Tim beschreef). Maar tegelijk vragen we ons af “Waarom je op reis bent?” Om altijd zelf te koken? Neen toch! Wij genoten er evenveel van om de plaatselijke specialiteiten te proeven. En waar is de beste plek en het beste moment om dat te doen? In de markt rond lunchtijd. Zijn we bang van hygiënestandaarden? In het begin een beetje, maar zolang alles goed gekookt, gebakken of gefrituurd is, zien we geen problemen.
Maar vooral het bed in Melquiades is van onschatbare waarde. Niet alleen omdat we tijdens onze lange reis nood hadden aan ons eigen plekje, maar ook omdat dit ons ontelbare euro’s winst gaf. In Peru of Bolivië vallen die prijzen nog wel mee, maar eenmaal je verder zuidwaarts gaat, richting het toeristische Patagonië, daar begint het te veranderen. Daar kost elke nacht in de goedkoopste hostel een fortuin, die wij graag uitgeven aan andere zaken …

Voila zo moeilijk is het dus niet om er eventjes op uit te trekken en een beetje geld aan de kant te zetten. Het reizen zelf is al helemaal niet moeilijk! Iedereen die een beetje een avonturiersbloed in zich heeft en geen gat in de hand heeft kan er tussenuit!

Enorm inspirerend…
Ik denk dat iedereen die dit leest, toch wel eventjes denkt: ‘Hmmm… Waarom doe ik dat niet? Was die extra kamer in mijn huis, die grote auto, dat duur trouwfeest … wel nodig? Blijkbaar kon ik ook een jaar op reis!’
Goed gedaan jullie.
Misschien moet je hier wel een miniboekje van maken: ‘Iedereen kan lang op reis!’ – maar dan met een betere titel. Na jullie blog weet ik dat jullie dat sowieso beter kunnen met dat schrijftalent!