Vertoeven de beste vrienden
WAKE UP CALL aan de vermoeide reizigers! Hé jongens en meisjes, jullie hebben het recht niet om moe te zijn!! Jullie mogen nog geen heimwee hebben naar thuis. Er wacht nog heeeel veel natuurpracht op jullie. Hoe konden we er nog maar gedacht hebben om Tierra del Fuego of Vuurland niet te bezoeken?
En dus beslisten we, na het blitse bezoek van Wouter, halsoverkop om alsnog de tocht door het betoverende Vuurland aan te gaan.
Eigenlijk hadden we niet het minste idee wat daar te bezichtigen viel. Maar één ding stond vast: we zouden en moesten koningspinguïns zien!!!!! Jawel, als grootste fan van Fluppie, wou ik zijn broertjes en zusjes in levende lijve zien...
Op een godvergeten donderdagavond komen we om 18u aan in Punta Arenas. De laatste grote stad alvorens de leegte begint. Deze stad telt slechts één camping waarop maximaal zeven tenten passen in een gore minituin, tussen alle achtertuinen van de buren in. De aantrekking van de camping: het kookvuur (van hetzelfde type als bij Emilia) in een keukentje van vier vierkante meter waar iedereen rond en bij elkaar kruipt om de ijzige koude buiten te sluiten. Aan die ene keukentafel waarrond je maar net met zes personen plaats kan nemen en je dan niet meer kan verroeren, daar gebeurt de magie, daar treffen we gelijkgezinden die ook op avontuur naar die grote pinguïns wilden!!!
Met ons favoriete vervoersmiddel steken we de straat van Magallanes over naar het laatste land van de wereld! Jieha nog eens op de boot naar VUURLAND.
Gelijkgezinden, soort zoekt soort, alle onafhankelijke reizigers op weg naar de pinguïns, treffen elkaar meteen op deze tocht. Het is alsof we elkaar ruiken: wij, Sam & Hannah, een jong Koppel Duitsers Paula en Timo, Ed uit New York die er voor het eerst alleen op uit trekt (met alle noodwendige problemen van dien) en de Fransman Loïc met het bijzondere talent om als eerste in het water allerlei wonderen te spotten. Orka’s in de verte en dolfijnen wat dichterbij!
De groep moet nog een beetje wennen aan zijn nieuwe constellatie, we weten nog niet zo goed hoe ons te gedragen. Aangekomen in het mini-dorpje Porvenir, aan de overkant van Punta Arenas, moet een bus gezocht worden. Er is niet zo veel keuze. De ene helft wil toch liften hoewel hier geen auto’s zijn en de anderen willen een veel te dure bus nemen … uiteindelijk gaan we na het nodige zoekwerk gewoon met zijn allen mee met de enige spotgoedkope gemeentebus die het eiland rijk is (en slechts 2 maal per week rijdt).
Na een busrit van twee uur staan we dan in THE MIDDLE OF NOWHERE aan een klein hekje. In de verte zien we twee afgeleefde containers staan. Is dit de befaamde plek waar we de enige koningspinguïns buiten Antarctica moeten zien?? Jawel. Een kwieke dame van middelbare leeftijd leidt ons in, in de wereld van die zwart-witte beestjes. Dit is de enige plek op het continent waar deze koningen langskomen om hun kleintjes (op) te voeden. Ze vertelt ons dat er twee groepen pinguïns zijn. Trippel trippel … ooo ooo ooo… waar zijn die beestjes??
Nietsvermoedend staan ze een beetje te staan aan de overzijde. Want dat is wat ze de hele dag doen: staan, slapen, wacht houden op hun kleintje, een beetje waggelen en roddelen, roddelen, roddelen… Zo lijkt het ons toch… In werkelijkheid is er telkens een van de ouders op jacht naar visvoer. Schitterend om dit natuurwonder van zo dichtbij (vanop 20 meter) in hun natuurlijke habitat te kunnen treffen. Missie geslaagd!
Zoals altijd met snel gemaakte vrienden, scheiden de wegen snel en de groep wordt een beetje kleiner. De acht kleine Chineesjes worden er al snel zeven, wanneer de Fransman nog diezelfde avond terugkeert. De zeven padvinders gaan op pad om een plekje te vinden om te kamperen. Ooo waar zullen we een plekje vinden om te slapen (in een omgeving van kilometers en kilometers prachtig NIETS)? Zoals echte vluchtelingen zetten we ons kamp langs de baene op.
De zeven kleine Chineesjes dunnen de volgende ochtend uit tot vijf. De twee sympathieke Duitsers hebben andere plannen. Maar wij gaan met ons vijven naar het hart van Vuurland! Daar waar er niets meer is. We hadden de avond ervoor een deal gemaakt met de buschauffeur (dat doe je maar beter, aangezien er maar één bus per week passeert) om ons op te pikken, in ruil voor een warme tas koffie. Zo gezegd zo gedaan. De man krijg zijn warm bakje troost en wij hopten op de bus. We passeren langs enkele mini-dorpjes, lege grasvelden, maar ook door enkele quasi volledig omgelegde bossen. Het verschrikkelijke werk van bevers. Deze beestjes zijn hier ooit gekweekt omwille van hun pels, maar aangezien ze in het verre zuiden de vijanden uit Noord-Amerika missen, poepen ze gelik de… bevers en knagen ze alle bomen van Vuurland om.
Tegen de middag worden we afgezet aan Lago Blanco, het middelpunt van Vuurland waar geen enkele normale sterveling iets verloren heeft. Het is er ijzig koud, de wind loeit hard rond onze oren en we wandelen verder tot aan de waterkant. Ed, de vrolijke Amerikaan, verkiest een hutje boven zijn tent, dus hij wandelt de andere kant op. Toen waren ze nog met vier.
Het zonnetje begint door het wolkenpakket te priemen. Een ranchero van een van ’s werelds meest desolate Estancia’s, komt ons welkom heten alvorens hij er weer even snel vandoor sjeest op zijn quad. Deze middag is de meest perfecte die we ons kunnen wensen: aan het einde van de wereld, aan de oevers van het meer, in het zonnetje met een kampvuurtje voor ons alleen. De dames met een boekje in de hand. De jongentjes beleven hun kinderjaren opnieuw en kunnen samen de clown uithangen…
Nu hangt het van onszelf af, geen bussen meer, we moeten liften zonder auto’s. Bij het water smeken we voldoende lang om één lift te versieren tot aan de grens. Met ons vier, Sam & Hannah en ik & Tim, beginnen we vol goede moed aan de dag. Maar het wordt een dag van wandelen en wandelen en wandelen. We hadden het eerst niet geloofd dat we aan het einde van de wereld zaten omdat alles, dankzij het toeval, zo vlot verlopen was. Maar nu kwam echt niemand meer langs… En maar liften en maar liften. Niemand kwam en niemand nam ons dus mee. Op de beats van Kraftwerk’s We are the robots stappen we een hele dag met ons vier. 38 km later, 8 uur later en 5 blaren meer, houden we uiteindelijk halt. Een schitterende dag om vriendschap te smeden.
Hinkend en pijn verbijtend gaan we de volgende dag opnieuw op stap. De twee vrolijke mannen van ons gezelschap gaan op verkenning bij één van de vele estancia’s die Vuurland rijk is om water te halen. “Ze blijven maar weg, vermoedelijk weer praatjes makend met Jan en alleman”. Want geloof het of niet, Sam is een nog vlottere babbelaar dan Tim. Met een brede smile van oor tot oor keren ze terug. De vriendelijke Franse dame van het landgoed biedt eten aan in ruil voor een beetje bessengepluk. Tuurlijk. Er volgt een dag van gezellig kletsen met voormalige Europeanen in een setting die je doet dromen. Midden in een landschap van zacht glooiende weilanden, waar wilde paarden gemend worden door Rancheros en waar die Rancheros in de winter de wind horen fluisteren tot ze er knettergek van worden.
We werden door het meest desolate eiland ter wereld dus maar één dag echt op de proef gesteld. Op het einde van de geanimeerde middag biedt de landheer aan om ons mee te nemen richting de stad. Op dat kruispunt nemen we afscheid van onze nieuwe hartsvrienden, Sam & Hannah. Maar we voelen dat dit geen definitief afscheid is. Toen waren deze twee Chineesjes uiteindelijk opnieuw met zijn tweeën.
Onze duim gaat de lucht en deze weg biedt duizend keer meer auto’s. Vroem vroem, de tijd gaat snel voorbij en we hebben een afspraak. De eerste van een hele reeks. In het hol van Pluto, in Tolhuin, wacht een vriend die we ontmoet hebben in dat fameuze park Perito Moreno. Wat volgt is een hilarische feestavond met twee Fransen die ook toevallig diezelfde avond passeren. De verscheurende eenzaamheid van Vuurland dacht u?
“Neen, we kunnen echt niet meer dan één avond blijven, we hebben een strakke planning.” Ja die trekjes van thuis keren toch snel terug. We hebben slechts één dag om Ushuaïa te bezoeken. De meest zuidelijke stad ter wereld. TOERISTISCH!!! Zeker als je net vanuit het hartje van Vuurland komt. Er valt helemaal niets te beleven behalve het vreemdste dier ter wereld observeren van op de terrassen van de koffiehuizen: de Homo Turistibus. Heerlijk om net binnen die toeristische show van dikke Amerikaanse cruisescheeptoeristen aan te bellen bij vrienden, Betiana en Pavel.
Hup hup hup, het hoofdbezoek van onze reeks laat niet op zich wachten. Onze vrienden zetten ons ’s morgens vroeg af op de bus omdat we toch zeker op tijd willen zijn op onze volgende afspraak. Gilbert Pieters, de voormalige baas van Tims papa, nodigt ons uit om samen te lunchen en dat niet zomaar in Café de Tijger. Het belooft meteen de chicste plek te worden die we gedurende heel onze reis zullen bezoeken. Opnieuw in diezelfde MIDDLE OF NOWHERE, waar we dus al eens passeerden op die befaamde wandeldag van 38km. Ditmaal niet als landlopers met trekschoenen aan, maar met speciaal voor ons geregeld 4×4 privétransport. Fantastisch om te midden van al die natuurkracht, in een behaaglijk interieur, verwend te worden met malse stukjes vlees en een onderhoudend gesprek in onze moedertaal. Onze bezoekenreeks wordt in stijl afgerond met dank aan een van onze trouwe blogvolgers! Dankjewel Gilbert.
Zo zien jullie maar dat het einde van de wereld niet iedereen kan verpletteren met zijn ongenadige eenzaamheid.