Hoe het leven er in El Alto uitzag, was al duidelijk in het verhaaltje van Tim, maar de precieze particulariteiten van één welbepaald ‘huis’ hebben we nog niet toegelicht. Wij leefden tien dagen bij Doña Antonia. Bij het arriveren op een zonnige maar erg koude zondagochtend, hadden we nog geen enkel idee wat we allemaal zouden meemaken …
Op die welbepaalde zondagmorgen, een drietal maanden geleden, worden we om 8u verwacht ergens in een huis op een hoek met de naam ASARBOLSEM, in de wijk Primero de Mayo, in El Alto, La Paz. Bolivia. Geen enkele taxichauffeur die deze plek kent uiteraard, noch de straatnamen die we opgegeven kregen. Gelukkig is ons Spaans al iets geavanceerder dan in het begin van ons avontuur en vragen we aan verschillende passanten onze bestemming. Mooi op tijd (zoals altijd ;-) ) worden we hartelijk ontvangen door Mercedes en Damian, de vorige eigenaars van Melquiades (ons liefste en witste bolleke). Zij zijn op hun beurt te gast bij Doña Antonia Rodriguez, een gewezen minister en heden ten dage de bezieler van de organisatie ASARBOLSEM, een organisatie die de Boliviaanse artisanale arbeid ondersteunt via logement en eerlijke prijzen.
Hoe onze ervaring en ons tiendaags verblijf beschrijven en waar te beginnen? We zitten in één van de vele wijken van El Alto, een heel eind voorbij de luchthaven, dus ver voorbij de ‘veilige toeristenzone’. Het is één van de vele wijken in opbouw, het is een klein bouwblokje van deze gigantische nieuwe stad van één miljoen inwoners. Ik begin bij ons onthaal door Doña Antonia. We merken een schuchtere vriendelijkheid, “wat komen jullie hier doen?”, “zijn jullie zeker dat jullie de auto kopen”, “zijn er nog mensen geïnteresseerd in die auto??” … De vragen lijken op een zeer sympathieke maar onzekere manier te polsen hoe lang het busje hun binnenplein nog zal blokkeren. We vernemen later dat Dami en Mercedes op dat moment al een grote week te gast zijn bij Antonia. Zij zijn daar beland door een verre nonkel van Mercedes die de zoon is van Antonia.
De familie Rodriguez heeft een opvallende eigenschap die ons vanaf de eerste minuut al overvalt. Ze kunnen niets op hun gemak doen. Alles moet altijd gehaast zijn. Doña Antonia vliegt altijd voorbij, ze praat als een wervelwind, alles wordt snel beslist. Ze laat ons bijna geen tijd om te antwoorden op haar vragen en bijgevolg is er ook bijna geen tijd om meer diepgaande gesprekken te hebben. Wanneer we bijvoorbeeld later op de dag in de centrale keuken zitten, loopt de andere zoon van Antonia als een wervelwind zevenendertig keer voorbij. Waarom hij om de vijf minuten naar boven komt en weer naar beneden sprint, is ons nog steeds onduidelijk, want er blijkt in al die haast geen tijd voor vragen. Hij heeft het duidelijk van zijn moeder (de appel en de boom?).
Doña Antonia is duidelijk altijd al de leidende dame geweest en sinds het oprichten van de organisatie ASARBOLSEM heeft ze de touwtjes stevig in handen gehad. Een organisatie met het hart op de juiste plaats. Vanaf midden de jaren tachtig is er een dalende werkzaamheid in de mijnen en de inheemse bevolking ziet zich genoodzaakt om af te zakken naar “de stad”. De laatste twintig/dertig jaar boomt – en kraakt – El Alto onder de steeds toenemende stroom van nieuwe stadsbewoners. Nieuwe huizen worden opgetrokken, nieuwe terreinen worden omheind, nieuwe wijken krijgen vorm, nieuwe werkzaamheden moeten worden gezocht. Doña Antonia groepeert de nieuw aangekomen vrouwen onder één koepel: ze vormen in de eindeloze stadsjungle een kleine gemeenschap die artisanale producten maakt. Parallel komt deze organisatie op voor eerlijke handel, in samenwerking met internationale NGO’s wordt gezocht naar een eerlijke prijs voor eerlijk werk. Deze vrouwen maken hand gebreide pulls, sjaals, handschoenen, wanten, sokken en andere kledingstukken in alpacawol (of voor de niet-wol-kenners: een soort lamawol). Ondertussen zijn ze uitgegroeid tot een omvangrijke gemeenschap, met een centraal huis. Het huis van ASARBOLSEM waar wij tien dagen onze thuis zullen vinden. (http://asarbolsembolivia.blogspot.com/)
De dames kleden zich nog steeds in traditionele klederdracht: zwart bolhoedje, wit geborduurd hemd met daarover een driehoekige sjaal, een klokvormige kleurrijke rok en niet te vergeten de rubberen sandaaltjes, die altijd te klein zijn, met dikke wollen sokken – sandalen op een hoogte van 4100m en een gemiddelde temperatuur van 5°C?!? De dametjes worden minimum één dag per week verwacht in het gemeenschapshuis om alle bestellingen te verdelen of samen te werken. Doña Antonia heeft ondertussen al een uitgebreid netwerk van afnemers opgezet: van Noord-Amerika en Europa tot in Japan. Hoe het werk precies verdeeld wordt, hebben we eens kunnen observeren. Als buitenlanders – of gringo’s zoals ze ons nog steeds graag noemen – zijn we getuige van een manier van werken waar we niet aan gewoon zijn. Er liggen allemaal stapeltjes wol in verschillende kleuren in het rond, schijnbaar willekeurig. Antonia loopt vervolgens rond met tientallen mini blaadjes (hoe deze niet verloren raken, is een wonder). Doña Antonia zwaait de plak en beslist wie wat moet maken, want alle Boliviaanse vrouwtjes zitten maar te poepgaaien en schaapachtig te lachen. Vanaf wanneer er buitenlanders aanwezig zijn, ook Dami en Mercedes die Argentijnen zijn, valt er een directe en onverbiddelijke stilte. Ik vraag me af hoe ze onder elkaar communiceren als er niemand anders bij is. Want wij treffen alleen doña Antonia die luidop aan hoog tempo spreekt, typische mopjes maakt en in naam van iedereen het woord voert.
Maar hoe kwam het nu dat we daar mochten verblijven? Wij hadden helemaal niet gedacht dat het – het worden van een tijdelijke “El Alto bewoner” – mogelijk zou zijn. Dami en Mercedes verbleven daar al een kleine week en kenden bijgevolg al een beetje de huisgewoontes. Zij gingen eens polsen of er eventueel nog plaats was voor ons en hadden al snel door dat het beter zou zijn als zij het zouden aankaarten met alle nuances in de Spaanse taal. We hadden een vermoeden dat het niet gemakkelijk zou worden. Een kwartier later was alles reeds beslecht en we mochten blijven. Hoera! Wat was nu de reden waarom ze eerst aarzelde? “Zijn we wel brave mensen? Zullen we niet elke avond tot een gat in de nacht gaan feesten en ons bezatten?” Op dat moment kenden Dami en Mercedes ons ook nog niet zo goed, maar we zagen er uiteraard als heilige engeltjes uit.
Als brave logées stonden we de eerste morgen op rond 7.30u, omdat we vroeg aan de dag wilden beginnen en om alle auto-werkjes zo snel mogelijk gedaan te krijgen (we zijn en blijven de efficiënte Europeanen…). We wisten nog niet dat elke morgen om 8u – stipt – Antonia zou komen binnenstormen. Ze klopt drie keer als een dulle Griet op één van de deuren van het appartement om haar 47 jarige zoon uit zijn bed te halen. Het was voor ons een uitstekende aankondiging met welke gedreven dame we te maken hadden.
Een paar avonden later – en zonder dat de autowerkjes al te veel gevorderd zijn – splitsen we de werkjes op: Tim & Mercedes gaan om auto-onderdelen en ik & Dami om inkopen. We beslissen dat het een mooie avond is om lekker te koken en om een pintje te drinken. We kopen slechts vier blikjes voor vier volwassenen voor een hele avond. Tijdens de maaltijd komt Antonia binnengewaaid, zoals altijd heel onaangekondigd: “Er mag geen alcohol gedronken worden in dit huis.” Ik dacht eerst nog dat ze een mopje maakte, maar niets was minder waar. We besluiten dan maar in de toekomst braaf buitenshuis te drinken.
Aangezien we te gast zijn in het huis van ASARBOLSEM, willen we graag een handje toesteken. Maar het is niet gemakkelijk om een plekje te vinden waar er nog hulp nodig is. Doña Antonia heeft haar eigen structuur en vooral haar eigen ideeën en regels over hoe de dingen moeten lopen. We blijven aandringen dat we graag ergens willen helpen en uiteindelijk heeft ze een taakje voor ons gevonden. Mercedes en ik mogen de winkel met allerlei tentoongespreide alpaca spulletjes herordenen en vooral kuisen. Een taak die we waarschijnlijk serieuzer nemen dan ze bedoeld had, want we vullen er twee volledige dagen mee. Tijdens onze activiteiten vroegen we ons af wie de winkel ooit bezoekt, want tijdens onze tiendaagse hebben we niemand ooit de winkel zien betreden… Dat heeft grotendeels te maken met de verkoop in grotere oplages, zoals bijvoorbeeld aan Oxfam.
Een paar andere gebeurtenissen die ons gastvrije – maar tegelijkertijd ook beklemmend – verblijf ten huize doña Antonia weergeven. Op een doordeweekse middag kookt Antonia voor de derde keer op rij voor ons: kleine rode patatjes, witte maïs, grote maïskolven, bonen en alpacavlees. Wij zijn dankbaar dat ze voor ons kookt, om de echte Boliviaanse keuken beter te leren kennen, maar tegelijkertijd moeten we toegeven dat we daar misschien niet zo heel veel zin in hebben. Wanneer wij het omgekeerde aanbieden, bijvoorbeeld een vegetarisch gerecht met veel groentjes, weigert ze altijd heel beleefd. Het is duidelijk, ze eet alleen maar de traditionele Boliviaanse maaltijden.
Eén minuut nadat we ons bord leeggegeten hebben, kondigt ze aan dat we nog eens moeten mee-eten met de dames beneden. In de werkplek zitten een achttal dames gezellig bij elkaar op de grond. In het midden ligt een doek met daarop de verschillende potten: rijst, vlees, pikante saus… Zelf hebben ze geen bord noch bestek om mee te eten. Ze leggen hun eten op een veel te klein plastiekje, waar natuurlijk de helft naast valt. Op de koop toe nemen ze het eten met zijn allen uit dezelfde pot en valt nog eens de helft op de grond tussen de pot en hunzelf. Alle vrouwtjes in El Alto, en ook alle traditionele dames die we gezien hebben, dragen een schort boven hun kleed. Deze schorten zijn het best te vergelijken met een schort die onze grootmoeders droegen wanneer ze het eten klaarmaakten, met dat verschil dat na het middagmaal de schort aan de haak ging. Deze dames daarentegen dragen die – vuile met etensresten besmeerde – schort de hele dag door: wanneer ze eten, wanneer ze kletsen, wanneer ze over straat lopen, wanneer ze werken (= wanneer ze breien met alpacawol) …
Wat de oplossing is voor deze netelige situatie, zijnde waar etensresten worden gemengd met pure alpacawol, ontdekten we de volgende morgen. Als een voorbeeldige gast, beslis ik op een willekeurige morgen nadat we al een vijftal dagen te gast zijn bij Antonia, om de keuken en de gemeenschappelijke ruimtes te kuisen, als teken van dankbaarheid. Ik had geen slechtere dag kunnen kiezen. De keuken is nog niet half gedroogd of er komen al vijf dames binnengelopen. Geen idee wat er aan het gebeuren is, Antonia is zelf nog nergens te bespeuren, dus we kunnen alleen maar toekijken wat er zal gebeuren. Alle waskuipen worden buiten op het terras gezet. (Het terras van de organisatie is echt fantastisch, met een geniaal uitzicht over de stad. Als er zon is in El Alto, dan is er echt heel de dag door zon op het terras.) Er worden zakken en zakken handschoenen, wanten, sjaals etc. naar boven gehaald om die allemaal tegelijk op het terras te wassen. De vijf dames, zelfs na de handeling vermoedelijk al 100 keer te hebben uitgevoerd, weten ook nog niet zo goed wat ze nu precies moeten doen. Op dat moment komt redster Antonia op de proppen. Zij dirigeert alle dames: waar de kuipen te zetten, hoeveel water te gebruiken, hoelang te schrobben … Wanneer wij beslissen een handje toe te steken, laat ze ook duidelijk merken wat wij moeten doen én wat we helemaal niet correct doen. Je moet wel degelijk op een heel specifieke manier schrobben. Op het einde voelen we dat een ‘dankjewel’ niet thuis hoort in deze cultuur en dat we dat ook niet mogen verwachten, je voelt je toch steeds een beetje een buitenstaander.
Een andere vorm van Antonia’s communicatie – of niet-communicatie – komt ook naar voor op diezelfde morgen. Iedereen van ons gezelschap is met iets bezig, ook ik ben aan het meehelpen aan de was, maar plotseling zegt Antonia dat ik met haar mee moet. Ik dacht dat ik net zoals de dag ervoor mee moest om haar inkopen te helpen dragen. Maar neen, niets is minder waar. Het is een eerbetoon aan de politie van El Alto die reeds zes jaar bestaat. Er staat een podium waar alle belangrijke personen (o.a. de ambassadeur van het Verenigd Koningrijk) op mogen/moeten staan, ook doña Antonia – en dus ik ook in mijn vuilste werkkleren. Ik zit daar meer dan anderhalf uur op het podium, te kijken naar allerlei fanfares en huldigingen (en te verkleumen van de kou). Ook doña Antonia krijgt een eerbetoon die ze snel in mijn handen duwt. Geen idee wat ik eigenlijk doe op dat podium tussen allemaal belangrijke dames en heren en legerofficieren. Half verkleumd en met blauwe vingers keer ik uiteindelijk terug naar onze thuisbasis waar opnieuw een heerlijke maaltijd van Antonia wacht.
Het werk van Doña Antonia is fantastisch. Zij is er in de afgelopen twintig jaar in geslaagd om een organisatie op poten te zetten die lokale vrouwen de mogelijkheid heeft om hun kwaliteiten te benutten en dit op een faire manier te vergoeden. Het is een organisatie die erin geslaagd is om niet alleen op nationaal niveau bestellingen te leveren, maar ook een internationale afzetmarkt op te zetten. Ze slaagt erin om de niet zo spraakzame traditionele dames te verenigen onder één vlag. Ze is erin geslaagd om in een periode waarin er een massale toeloop was van de dorpen naar de stad, het grote aantal traditionele vrouwen een waardige plek te geven in een ongekende en eerder vijandige wereld van de nieuwe stad, El Alto.
Wij hebben de unieke kans gekregen om van dichterbij kennis te maken met deze organisatie en dus ook met de traditionele dames, die door de band genomen heel erg verlegen zijn en hun mond bijna niet durven te openen bij buitenlanders. We kregen de mogelijkheid om mee te helpen, slechts op kleine manieren, in de organisatie. We hebben geleefd volgens de soms moeilijk interpreteerbare regels van Doña Antonia, of dat hebben we toch gepoogd. Of we op het einde echt een praktische meerwaarde hebben kunnen toevoegen, is voor ons nog steeds onduidelijk maar we hopen dat we ook voor hen een eye-opener konden zijn.















































































