De wondere wereld van Roraima

De tafelberg Roraima is een machtige brok natuur die omgeven is door een band van moglie-achtige jungle en torenhoog uitsteekt boven het zacht glooiende landschap van de Gran Sabana. Het is de inspiratiebron voor de Walt Disney-Pixar tekenfilm ‘UP’, waarin een oude grompot met zijn vliegend huis aan een gigantische bundel gekleurde ballonnetjes noodgedwongen op reis gaat naar de andere kant van de wereld, naar de fictieve ‘paradise falls’ op de berg Roraima, op zoek naar zijn dromen van weleer. Wij trekken als jonge avonturiers ook naar dit wonder der natuur. Niet met ons huis, enkel met onze rugzak. Wel… ondertussen staat onze rugzak een beetje gelijk aan ons huis.

Zoals dat op deze reis af en toe al eens gebeurde, loopt de organisatie van deze klim heel spontaan en rollen we als vanzelf van de ene gebeurtenis in de andere. We zitten op de bus van Ciudad Bolívar naar Santa Elena, een grensstadje met Brazilië. Een busrit van 10 à 12 uur. Over het algemeen wordt over deze lijn ’s nachts gereden, gezien de grote afstanden. Wij wilden deze rit daarentegen overdag doen omdat onze reisgids ons aangegeven had dat dit een wonderbaarlijke rit is met fenomenale zichten. Een eerder toevallige keuze die de rest van dit verhaal mogelijk maakte.

Op verkenning in het busstation om 5u op de zondagochtend van het carnavalsweekend. Eén van de meest chaotische busstations die we in de afgelopen maanden te zien kregen: het is een plein waar minimum 50 bussen staan te wachten, allerlei verschillende maatschappijen in evenveel verschillende kleuren en motieven. De plaats lijkt tegelijk op een groentemarkt omdat er minstens evenveel eet- en sapjeskraampjes staan als bussen. Aan loketten doen ze niet mee in Venezuela en aan uurtabellen nog minder, dus je bent aangewezen op rondvragen en elke verkoper heeft het over andere uren en prijzen… We hadden de tip gekregen om ’s morgens om 5u naar het station te trekken om een ticketje te bemachtigen, voor een bus die normaal pas 12u later zou vertrekken. Jawel, anders zijn deze tickets al uitverkocht (vreemde systemen aan de overkant van de oceaan). Na wat rondvragen komen we erachter dat er ook een bus vertrekt om 6u ‘s morgens. Onze bus blijkt een kleine gele speedo met allerlei vlammenmotieven. (we voegen een foto van de bus toe voor designstudio Sam B.)

Wij slaan nog even de laatste koekjes en wat vocht in, want we weten nog niet echt wat ons te wachten staat voor onze eerste lange busrit van deze reeds 4 maanden durende reis. Het is beter om op alles voorbereid te zijn.

Na ongeveer 30 minuten rijden, houden we voor een eerste keer halt bij een controlepost, de eerste van talloze keren! Een controlepost: dat kan de guardia zijn, de lokale politie, de federale politie, het leger, de douane … Na de derde stop beslissen we te turven: in totaal worden het 19 controleposten waarvan 5 met onderzoek in de bus.

Wat gebeurt er dan bij zo’n bezoek? Mannen (of soms ook vrouwen) in een van de vele kostuums of in legeroutfit (altijd perfect tot in de puntjes) komen binnen in de bus, zeggen meestal geen woord, kijken boos (ze moeten toch hun autoriteit tonen), vragen aan willekeurige personen hun paspoort, vragen aan sommige personen hun bagage te tonen – of omgekeerd: ze nemen een stuk bagage en vragen wie de eigenaar is … Over het algemeen hangt een ongemakkelijke stilte. Af en toe breekt iemand in protest uit.

Veel controles, meer dan in de rest van dit anders al behoorlijk militaristische land. Deze rit verloopt dan ook voor 500 van de 800km door een goud- en drugsregio. Eén van de stops die ons bijbleef: er wordt een jonge man gevraagd zijn identiteitsbewijs te tonen, maar hij heeft dit niet (bij). Hij wordt op staande voet meegenomen naar een klein hokje naast de weg, vermoedelijk ter ondervraging. We zien hem er niet meer uitkomen. De bus vertrekt na vijf minuten zonder hem. Wij zijn wat verbouwereerd over wat we net observeerden, maar we veronderstellen dat we al blij mogen zijn dat er niet te veel aan ons is gevraagd.

Wat kunnen we doen tijdens één van de vele stops en tijdens de vele momenten van wachten? Een babbeltje slaan natuurlijk! We hadden in onze ooghoeken al gezien dat er een groepje vrienden, dat wandelstokken bij zich had, opgestapt was. (Wat zouden ze van plan zijn?). We halen ons beste Spaans boven (op dat moment gaat dat nog niet zo vlot), en vragen ze uit over de vele controleposten. Uiteraard vermelden we langs onze neus weg dat we eigenlijk op doortocht zijn naar Roraima. Wonder boven wonder en heel toevallig, zijn zij ook van plan deze te beklimmen en zit hun gids op de bus.

Wanneer de bus één uurtje later een middagpauze houdt en er even tijd is om wat te knabbelen, gaan we samen met de groep op tsjok. Het is al snel beklonken: we worden uitgenodigd om met hen de Roraima te beklimmen, wat we met plezier aannemen! We worden deel van hun groep: zes Venezolanen uit Caracas samen met twee Belgen. We bestellen cachupa, een dikke maïspannenkoek met een buffelmozarella-achtige kaas.

Eens aan tafel wordt hun onderlinge link duidelijk: vrienden uit de sportclub die elke dag minimum één uur sporten alvorens de dag te beginnen… We wezen gewaarschuwd!! Voor ons was het duidelijk, we waren met ons gat in de boter gevallen om deze tocht te ondernemen: de tocht kostte slechts de helft van de tochten georganiseerd voor toeristen en continu praten met zes Caracassers in het Spaans, een onderdompeling in de Venezolaanse cultuur op alle niveaus.

De volgende dag krijgen we nog een dag rust want er deden een paar van de vrienden mee aan een triatlon. Waarom ook niet… net voor een vijfdaagse bergwandeling een paar kilometer zwemmen, fietsen en lopen? Ons stelde dat enigszins gerust dat er toch een paar lieden niet in topconditie zouden zijn.

De tocht zelf begint met een jeeptour van 30 kilometer om ons naar het laatste bereikbare dorp voor Roraima, Paraitepui, te brengen. We zitten lekker op elkaar gepropt achteraan in de Toyota Landcruiser: wij acht samen met de gids Gumercindo en de drie draagjongens die al het eten en het kookgerief dragen (in de traditionele rieten draagrugzakken). In Paraitepui worden we nog een laatste keer geconfronteerd met administratieve rompslomp: inschrijven in het natuurpark en ingeënt worden tegen een plaatselijke variant van de mazelen. De eerste dag is een makkelijke dag waarop we goed voortmaken: een dag van platte kilometers in de Venezolaanse Gran Sabana. We leren elkaar al een kleine beetje kennen, iedereen babbelt met iedereen, voornamelijk in het Spaans en een allerminimum Engels (om het voor ons wat te verlichten). Het is fantastisch dat zij ons allemaal zo hartelijk opnemen in hun groep. Geen enkele persoon heeft ook maar enig bezwaar gemaakt op onze deelname. Wij vragen hen wat uit over wat ze doen, waarmee ze bezig zijn, wat ze over hun land vinden, hoe ze de politieke situatie inschatten, hoe ze ten opzichte van de Verenigde Staten staan, hoe ten opzichte van hun buurlanden …

Het thema politiek wordt meerdere malen aangehaald (meestal door de mannen), niet alleen tijdens deze tocht, maar tijdens onze volledige maand in Venezuela. Het is onmogelijk om het niet over dit thema te hebben. Iedereen, echt iedereen, wil graag zijn ei kwijt aan een buitenlandse observeerder over hoe hij /zij over de politieke situatie denkt. Het is een uitdaging voor ons om tussen de zwart/wit uitspraken pro/contra Maduro alle grijze tussenlagen te vinden. Het is daarom zo interessant om met deze groep te discussiëren, de groep is gevarieerd pro en contra en er wordt echt fundamenteel dieper ingegaan op de complexe problematiek. We blijven voor het eerst niet aan de oppervlakte van de discussie steken. (In een volgende blog mogen jullie je aan een blik op de politiek verwachten)

Tussen alle gesprekken in – we zouden het bijna vergeten – bewonderen we de fenomenale landschappen van de savanne: groene uitgestrekte glooiende vlaktes met aan het einde van de horizon de hoge platte tafelbergen, die als robuuste eilanden in het landschap staan. Wanneer we deze voor het eerst zien, zijn ze gehuld in een grote witte mist. Onze gids weet ons te vertellen dat sommigen de Roraima, zelfs na 10 keer deze tocht te ondernemen, nog steeds niet zonder mist gezien hebben.

De tweede ochtend ontwaken we om 5u en we worden meteen verwend! We krijgen een helder uitzicht op zowel de volledige Roraima berg als zijn broertje de Kukenan. We zien meteen wat er van ons verwacht wordt op deze tweede dag: een beklimming van meer dan 1300 meter. Tijdens de voormiddag wandelen we steeds dichter naar de muur en zien we de indrukwekkende verticale wand steeds hoger en hoger opdoemen. We passeren het laatste base-camp aan de voet van de berg, een laatste rustpunt voor de werkelijke klim.

We verlaten de Savanne voor een klimwerkje over gele trapstenen, we werken ons door een deel oerwoud, we klauteren door verschillende bosvormen in de groene band rond de berg tot we werkelijk langs de rotsige wand passeren. Het voelt net als the Wall die John Snow samen met de Wildlings moet temmen. Gelukkig doen we dit niet zoals hen, klimmend langs de verticale wand, maar langs de enige normale wandelroute omhoog. Een route langs uitgehouwen trappen, door een waterval – die op dit moment gelukkig behoorlijk droog staat – om tot slot het laatste deel omhoog te klimmen tussen grijze blokken. Wij hebben geen ballonnen gehad om ons naar boven te hijsen, maar onze benen hebben het, enkele uren later, niet begeven EN we waren niet te laatsten van onze sportieve groep! HOERA!

Het landschap boven zou het landschap van een andere planeet kunnen zijn: een gigantische massa grijze rotsen, die 3 miljard jaar oud zijn, met groeven die groter zijn dan één meter. Af en toe is er een grote stenenmassa die er als een alien uitziet. We ervaren met onze eigen zintuigen dat deze wereld gedurende miljoenen jaren volledig afgesloten was van de ‘benedenwereld’.

Voldaan maar uitgeput zoeken we een geschikte slaapplaats voor onze tenten. We zijn op zoek naar een hotel zoals ze dat noemen: terrassen in de rode steenmassa’s die gedurende eeuwen uitgesleten werden door regen en wind. Na onze tent geïnstalleerd te hebben, vernemen we van de gids dat er een jacuzzi aanwezig is waar we ons allen in kunnen baden. In de laatste avondzon wagen we ons aan een bijzonder frisse duik op 2700 meter hoogte. Verfrist en uitgehongerd keren we terug naar onze bivakplek waar we uitkijken naar het warme maal. Lang zullen we echter niet buiten zitten. We stellen vast dat de avond heel snel valt en dat de welgekende mist (die we reeds van beneden zagen) dan toch is teruggekeerd. Ijzig koud en vochtig! De enige oplossing is met acht gezellig dicht bijeen in één tent kruipen. Gezellig keuvelen we verder en we zijn blij dat we onze rum met hen kunnen delen.

Dag 3 van de tocht is een rustdag met verscheidene bezoeken bovenop de tafelberg: verschillende keren zwemmen in de riviertjes en watervallen, wandelen naar de randen van de tafel (proberen geen hoogtevrees te hebben), zichten op de andere Tepui krijgen … We sluiten die dag af (en bereiken mentaal het einde van de Roraimatrip) met een fenomenale zonsondergang. We wandelen naar het hoogste punt van de Roraima: ‘punt Maverick’ (wanneer je onderaan de berg staat, lijkt het silhouet van deze rots op een auto). Daar kunnen we de volledige hoogvlakte van deze berg – en die van de Kukenan – bewonderen. We zien de zon boven de savanne dalen en de contouren van deze machtige tafelbergen steeds scherper afsteken tegen het zachte glooiende landschap. We kletsen na in de laatste avondzon, nemen de laatste groepsfoto, en wanneer de zon werkelijk ondergaat, kijken we uit over de uitgestrekte magische Venezolaanse vlaktes die rood, geel en blauw kleuren.

4 gedachtes over “De wondere wereld van Roraima

  1. Marie 07/04/2015 / 12:20

    Prachtig!

  2. Designstudio Sam B. 21/04/2015 / 15:07

    Olá!

    UP zal nooit meer hetzelfde zijn en voortaan beeld ik me twee mensen extra in op die rots!

    Het ziet er daar allemaal ongelooflijk schoon uit. Bedankt om weer een mooie episode met ons te delen. Maar vooral en bovenal bedankt om de foto van de bus te delen. Ik zit wat met roestplekjes achteraan den Bora en zocht nog een manier om het op te lossen. Gelukkig leerde ik al van een busjesfanaat hoe een roestplek op te lossen, maar dan zit je natuurlijk nog met die lelijke vlek… Een lelijke vlek die vraagt naar een likje verf! Ik begin hier volop na te denken over de Paint en het wou zel eens Venezuelaans geïnspireerd kunnen zijn. Misschien wat geel-groen zo. En wat gradient-letters. … Het wordt iets moois.

    Elke zichzelf respecteerde computergeek met een belachelijk slechte aardrijkskundekennis zoekt natuurlijk op hoe jullie route er precies uitziet. Wel, dat het niet makkelijk is om de weg daar te vinden weet ook Google: “We kunnen geen routebeschrijving berekenen van ‘Ciudad Bolívar, Venezuela’ naar ‘Roraima, Brazilië'”. Jullie zijn officieel slimmer en beter dan alle moderne kennis en algoritmes samen! Levensgenieters-Nerds : 1-0.

    Blijf ons die mooie posts voeden!

    Groetjessss
    Sam

    • elinetavernier 21/04/2015 / 17:15

      Aan het vervolg wordt gewerkt!!
      tot snel!

    • timvanhooren 15/09/2015 / 09:05

      En? mogen we het schilderresultaat van de Bora eens zien….???

Geef een reactie