Guyana eiland of Caribisch vasteland

De weinig gekende Guyana’s zijn een geologische gebied gelegen tussen de Orinoco delta, de Amazone en de Atlantische oceaan. Een regio gekenmerkt door savanne, regenwoud, tafelbergen en watervallen. De drie Guyana’s zoals wij ze vandaag kennen, Brits Guyana, Suriname en Frans Guyane, vormen geografisch één geheel met Spaans Guayana (vandaag Venezuela) en Portugees Guyana (Noord-Brazilië).

Deze landen worden ook gekenmerkt door een zelfde late kolonisatiesgolf met wisselende ‘eigenaars’, voornamelijk Groot-Brittannië en de Nederlanden, die in de 17de, 18de en 19de eeuw in het leeuwendeel van de voedselproductie in Europa voorzagen. De eerste ontdekkingsreizigers zagen niet veel heil – noch goud – in het ontginnen en ontdekken van deze mangrove wildernis. Het was pas een paar eeuwen later, in het begin van de 17e eeuw, dat de Nederlandse kolonisatoren de eerste suiker- en cacaoplantages opstartten. De Hollandse sporen blijven tot op de dag vandaag traceerbaar.

Deze kolonisaties bepalen ook voor 90 procent de demografie van deze regio die bestaat uit een mix van Afrikaans en Oost-Aziatisch. Deze eerste groep geïmporteerd uit Afrika als slaven, zoals in het volledige Caribische gebied. De tweede groep na het afschaffen van de slavernij in midden 19de eeuw. Toen begon de importatie van de makkelijke werkkrachten uit de Aziatische kolonies. Voor de Britten uit Indië en voor de Nederlandse West-Indische Company uit Indonesië.

Zo kwamen de Oost-Indiërs die Colombus ooit zocht in het Westen toch nog in de ‘new world’ aan.

Door deze mix aan culturen, de slavenmuziek, de uitzonderlijke mengeling van Indische Roti met creools zoethartige keuken; door de late onafhankelijkheidsrevoluties en door de talenmix van Engels, Nederlands en Frans hebben deze landen veel meer de neiging zich tot de noordelijke gelegen eilanden te richten dan tot de buurlanden. Ook al liggen ze aan de Atlantische oceaan, toch noemen ze zichzelf maar al te graag Caribisch.

Ze vormen handelsrelaties met de Caribische ex-kolonies, terwijl de banden met de rest van Zuid-Amerika bijna onbestaand zijn. Er zijn bijvoorbeeld heel wat meer vluchten naar de eilanden en de Guyana’s hebben zo goed als geen verbindingsroutes over land met hun buurlanden (geen enkele met Venezuela; en enkel een zandweg – die we verderop beschrijven – en een boottochtje Brazilië), ze spreken als enige landen geen Portugees of Spaans en hebben een Caribische cultuur. Ze zijn geografisch een, bijna hermetisch afgesloten, eiland bovenaan het Zuid-Amerikaanse continent.

Wij begeven ons dan ook op een boeiende tocht door een totaal nieuwe wereld. Een onderneming van 3200km, waarvan 1200km onverhard, over 5 grenzen en met evenveel verschillende talen.

Culinaire verwennerij

Na alle schotels met –telkens opnieuw –  hoofdzakelijk rijst en kip in Venezuela, worden onze smaakpapillen uitgebreid verwend. De drie Guyana’s hebben allen verschillende specialiteiten. Bij de Britten vinden we heerlijke hartige broodjes, quiches, en daarnaast ook zoete taartjes en gebakjes … zoals het een Britse tea time betaamt. We proberen er dan ook verschillende: een ananasflapje, een warm kaasrolletje, een groetendriehoekje …

In Suriname worden we in de watten gelegd met vele Indische invloeden: kilo’s bami-noedels met bijbehorende pindasaus; nazi-rijst bij de vleet; allerlei brochettestokjes van rundsvlees tot scampi’s; bakabanaan, een gefrituurde banaan, met verse pindasaus natuurlijk; en heerlijke zoete poffertjes en hartige pannenkoeken. Maar wat vinden we tot slot aan de rand van alle kraampjes? Een Nederlands Patatkraam! Dat kan natuurlijk niet tippen aan onze Belgische frietkraampjes, maar na vijf maanden reizen kwam het voor ons toch behoorlijk dicht in de buurt van onze heilige huisjes.

Echt thuis voelden we ons qua eten pas in Frans Guyane (technisch gezien Europa, duidelijk weerspiegeld in de Parijse prijzen). We lieten het niet aan ons hartje komen en lieten ons gaan in croissants en Franse baguettes met camembert. Het echte Guyanese eten hebben we echter pas ontdekt dankzij een uit de hand gelopen lift.

Gezien de uit de pan swingende prijzen voor transport, beslissen we te liften doorheen Guyane. We hadden al vernomen van andere reizigers dat dit de enige oplossing blijkt te zijn als je geen honderden euro’s voor luttele kilometers kwijt wil, en bovendien is het er heel erg veilig. Slechts één dag aangekomen in het Franse deel en we belanden bij een wel heel sympathieke dame in de auto. Zij blijkt de zus te zijn van de burgemeester van het dorp waarnaar we op weg zijn. Ze heeft deze zondagmiddag niet veel te doen en neemt ons op sleeptouw doorheen de verschillende dorpen. Eenmaal aangekomen, trakteren we haar een rondje in een net geopende zaakje en keuvelen gezellig verder. Bij het afscheid stelt ze voor om de volgende dag samen te picknicken aan het strand. Zo gezegd, zo geregeld. We treffen haar samen met twee neefjes met een uitgebreide picknickmand vol lekkernijen: een slaatje met zoete aardappel, maniok en gekookte plataan; een vissoep gemaakt op basis van maniok en tot slot ook nog een rode vissoep met witte vis en pepers. Heerlijk!

Band met het moederland

De winnaar hier is natuurlijk Frans Guyane… als hedendaagse moderne ‘kolonie’ van de ‘metropole’ (zoals de Fransen graag hun overzees vasteland noemen, dat land dat wij Frankrijk noemen en waarvan we maar al te vaak vergeten dat het nog steeds één van de weinige echte koloniemachten van de wereld is). De Franse cultuur is overal voelbaar: de vele Renaults, Citroëns en Peugeots laten niet veel aan de verbeelding over; de Franse straatnaambordjes die doen denken aan de Parijse; het onderwijssysteem dat gelinkt is aan het moederland (zo stimuleert de overheid bijvoorbeeld de jongeren om na hun 18e naar Parijs of andere steden in het ‘moederland’ te gaan om daar hun universitair diploma te halen); maar ook de hoge prijzen hebben iets te vertellen, alles wordt namelijk uit Frankrijk geïmporteerd.
Maar vooral het Camp de Transportation in Sint-Laurent de Maroni, laat duidelijk de aanwezigheid van de Fransen voelen. Niet alleen door de fysieke aanwezigheid van dit Franse gevangenkamp, maar het museum op zich, dat gehuisvest is in de voormalige barakken, is naar Europese standaarden. Het museum is zonder twijfel en met grote voorsprong het beste museum dat we in vijf maanden bezocht hebben. De ver afgelegen kolonie was in het begin van de 20e eeuw een perfecte locatie om de gevangenen te huisvesten, ver van het Parijse bed. De barakken worden sinds een tiental jaar gerestaureerd en enkele ervan bieden plaats voor een tentoonstelling. Het geeft een zeer helder overzicht van de ontwikkeling die het bewakersdorpje Sint-Laurent heeft ondergaan tot de levendige samenleving die het vandaag vormt. Bovendien leidt een vlot vertellende gids ons gedurende anderhalf uur rond in het afgesloten deel van het kamp: de isoleercellen, waar ook Papillon een deel van zijn straf heeft uitgezeten alvorens naar Île du Salut te zijn overgebracht, de gemeenschappelijke plekken voor de gevangenen, de primitieve rechtbank, de toiletten waar soms al eens iets anders gebeurde en de locaties van de verplaatsbare guillotine

Zilver gaat naar Suriname. Het is een land dat een bijzonder hechte band heeft met zijn voormalige heerser. Het is een land dat trots verwijst naar Nederland. Een land waar de inwoners met plezier Nederlanders ontvangen, het loopt er dan ook vol met Nederlandse toeristen, vele malen meer dan toeristen van andere landen. Zo Frans Guyane leerkrachten uit het moederland ontvangt zo ontvangt Suriname vele overzeese stagiairs. In Suriname zijn het enkel Nederlandse stagiairs en Belgische, respectievelijk in de geneeskundige en de onderwijssector.

De (hoofd)steden

Georgetown of G-town, zoals alle inwoners de stad noemen, is een stad vol tegenstrijdigheden. Het is de hoofdstad van Brits Guyana, maar het ligt vol Hollandse kanaaltjes. De kanaaltjes, die ooit ontworpen zijn om de stad meer aangename koelte te geven, liggen er nu verlaten en vol afval bij. Enerzijds is er de aanwezigheid van grootse stijlvolle houten bouwwerken, maar anderzijds worden deze totaal niet onderhouden. Zo is het stadhuis bijvoorbeeld zijn einde nabij. Het is een stad die de ruimte bezit om mooie stadsparken aan te leggen, maar deze parken zijn eerder verlaten plekken voor daklozen of allerlei dieren. Het is een stad waar verschillende religies samen naast elkaar bestaan. Je kan de stad moeilijk multicultureel noemen, want er is nauwelijks contact tussen de verschillende religies en elke religie heeft zijn etniciteit en zijn eigen politieke partij die als voornaamste functie heeft zijn eigen groep voor te trekken.

Waar G-town een wijds grid is met grootschalige gebouwen, kanaaltjes en een ongecontroleerde chaos, daar is Paramaribo het schoolvoorbeeld van Hollandse kolonisatiearchitectuur. Het historische centrum van Paramaribo is opgebouwd uit slechts een aantal straten met statige bouwwerken in een typische houten structuur, ons hotelletje is hier een schoolvoorbeeld van.
Fort Zeelandia daarentegen staat als stenen constructie aan de monding van de Suriname rivier als blijvende herdenking aan de koloniale wreedheden van de afgelopen eeuwen. Het voelt voor ons eerder als een Bokrijk-park aan met allerlei stenen en houten constructies. Toch moeten we toegeven dat dit museum, naast dat van Saint-Laurent, één van de betere musea is van deze reis. Het geeft een duidelijk chronologisch overzicht van de geschiedkundige gebeurtenissen in (min of meer – wat geen evidentie is gezien de complexe band met de ex-kolonisatoren) neutrale vertelstijl.
Deze voorgaande bouwwerken vormen het toeristische beeld van de hoofdstad van Suriname, maar wat treffen we meteen naast deze voormalige koloniale gebouwen, naast het fort, naast de houten kathedraal?? Vanaf het ogenblik dat we over de grens met Suriname zijn, valt het ons op hoeveel Chinese winkels en supermarkten er zijn. Onvoorstelbaar, om de vijf gebouwen is er een Chinees met een winkel. En in elke winkel… uiteraard Chinese producten… Ook de bouwmarkt blijkt volledig overheerst te zijn door de Chinezen. We vernemen dat deze Chinese investeerders grote voordelen krijgen van hun eigen ambassade en dat de jonge Surinaamse regering onmachtig is om een minimum aan protectionisme in te voeren. Of onmachtig hier betekent niet in staat zijn omdat het politiek niet makkelijk is ten opzichte van zo’n grootmacht of omdat de kadootjes die ze ongetwijfeld krijgen te mooi zijn om te laten liggen, laten we aan de politieke journalisten over.

Niet alleen in Brits Guyana maar ook in Suriname is er een grote Indische gemeenschap. We konden dit niet alleen merken in de Indische keuken, maar ook in de uitvoering van de religie. Op vrijdag 6 maart wordt het Pagwa-kleurenfeest gevierd. Alle straten in het centrum kleuren vrolijk op met mensen die geschilderd zijn in talloze verschillende kleuren. Willen of niet, gekleurd zal je zijn want iedereen smijt lustig naar iedereen! Zo was het ook voor ons…

In Frans Guyane hebben we slechts enkele plekken bezocht in sneltempo: de grensstad met Suriname Saint-Laurent de Maroni, een klein dorp dat is opgebouwd rond de voormalige gevangenis; Awala-Yalimapo, een idyllisch strand waar grote groene schildpadden hun eieren komen leggen; het lanceercentrum voor satellieten in Kourou; duivelseiland Ile du Salût en een blitsbezoek aan Cayenne.

Politiecontroles en andere ontmoetingen

Ons transportverhaal start onderaan Brits Guyana aan de grens met Brazilië in Bonfim-Lethem. We zijn nog maar goed en wel uit het douanekantoor gewandeld met onze Brazilië-uit-stempel op zak en we worden al aangeklampt door een eerder assertieve man om ons mee te nemen in zijn busje tot aan het volgende immigratiekantoor, om onze Guyana-in-stempel te krijgen. We weten deze man af te wimpelen en gaan met een andere vriendelijkere auto mee. Eenmaal buiten het twee politiekantoor – stempels krijgen ging bijzonder vlot en bagage wordt nauwelijks aangeraakt – komen we dezelfde man opnieuw tegen. Ondertussen is er een tweede chauffeur bijgekomen. Ideaal om de concurrenten tegen elkaar uit te spelen. We regelen een busrit met de eerste man tegen een lagere prijs, het ticket kunnen we pas bij de volgende bushalte kopen.

Een halfuur later komen we bij deze ‘bushalte’ aan, schijnbaar gewoon een oprit van een huis aan de rand van de stad Lethem. We weten nog niet zo goed wat we moeten verwachten: wanneer de bus nu precies vertrekt, met welke auto we nu precies mee moeten, want niemand voelt zich echt geroepen om ons veel info te geven … Even later wordt duidelijk dat we in het aangrenzende huis met een dubbele ondoorzichtige glazen deur onze tickets moeten kopen. De deur gaat open en we staan oog in oog met twee mannen elk met een shotgun. “Hmmm… we wensen graag twee tickets te kopen naar Georgetown”, zeggen we wat verlegen. Beetje onwennig kopen we dus ons ticket. Het blijkt de enige aanwezige busdienst te zijn, dus veel alternatieven hebben we niet. Eenmaal buiten halen we opgelucht adem en valt onze symbolische frank. Natuurlijk staan ze daar met shotguns, we zitten in dé goudregio! Dat kantoortje is vermoedelijk meer dan alleen een kantoortje met busticketjes.

Ons minibusje loopt aardig vol. We zitten in totaal met 17 mensen, en een klein vogeltje in een kooitje, bijeengepropt in een klein Toyota-busje. Tijdens de busrit vernemen we dat dit de Guyanese versie is van het Belgische vinkentellen en dat het vogeltje beter verzorgd wordt dan alle aanwezige goudzoekers samen. Wij worden beetje aanzien als ere-gasten want we mogen helemaal vooraan zitten naast de chauffeur. Het blijkt dezelfde man te zijn aan wie we de ticketjes gekocht hebben. We vertrekken bij ondergaande zon, iedereen lijkt goed genesteld te zijn. Hoelang deze tocht zal duren is niet echt duidelijk, het kan 24 uur of 72 uur worden. Veel hangt af van de staat van de weg en of het regenseizoen is of niet. Daarin hebben we geluk, we zitten in het droge seizoen. De weg is een aarden weg met de nodige putten en bulten. De chauffeur baant zich er vlotjes een weg door, hij heeft deze weg dan ook al menig maal afgelegd in zijn leven. Hij weet duidelijk wanneer het beter is om op of naast de weg te rijden, er zijn namelijk talloze natuurlijke zijwegen ontstaan. Alles gaat goed tot op een gegeven moment hij naast de weg wil raken, over een aarden hoopje moet rijden en vastraakt met het chassis. Ok, hup, iedereen uit de wagen en duwen maar! Alles verloopt gelukkig vlot, na vijf minuten duwen raken we uit onze put. Ondertussen is mijn oog gevallen op iets blinkends op de stoel van de bestuurder. Jawel, de chauffeur rijdt met een revolver onder zijn kont. Het is mogelijk, heel zelden weliswaar, dat er rovers langs de route staan. Dan moet de chauffeur voorbereid zijn é! (We praten hierover met onze bestuurder en hij laat ons weten dat dit écht normaal is in Guyana… We wennen langzaam aan…)

De nacht is ondertussen volledig gevallen. Naast het laveren tussen de overvloedig aanwezige putten, moeten we ook over verschillende brugjes passeren. Deze zijn telkens mooi aangegeven met een ‘narrow bridge’-verkeersbord. Het blijken smalle gammele houten constructies te zijn waar net één auto aan maximum 5 per uur over kan rijden! We maken opnieuw vaart en klang … platte band. Dat kan gebeuren. Omdat ik naast de chauffeur zit, vraag ik zo langs mijn neus weg “hoe vaak komt een platte band voor?”. “Eén keer op vijf” is het antwoord. Die mannen zijn duidelijk ontzettend getraind in het vervangen van een platte band, want 10 minuten later zit één van de twee reservebanden al gemonteerd.

Het wordt al snel duidelijk dat we niet de hele nacht door zullen rijden, maar een noodgedwongen slaappauze zullen hebben. De weg tussen Lethem en Georgetown ligt door een nationaal park. Dit park wordt gesloten tussen 16u en 4u ’s morgens om de plaatselijke fauna te beschermen. Om 23u houden we halt in een klein campement dat duidelijk voorzien is om alle passerende klanten te voorzien van een hangmatplek. Om even voor 4u. worden we gewekt om zeker bij openingstijd aan de ingang van het park te staan voor de controle: iedereen uit de wagen, paspoortcontrole, bagagecontrole, controle van het busje … Alles samen duurt het zeker meer dan een  uur tot alles goedgevonden is.

Voor de onoplettende toerist lijkt zekers niets fout met deze controles. Wat wij ons echter afvragen… Waarom wordt de bagage van de aanwezige vrouwen telkens gecontroleerd en wordt er helemaal niet geraakt aan de bagage van de 6 aanwezige goudzoekers?… Goudzoekers die onderweg verschijnen uit en verdwijnen in de dichte jungle.

Tot een halfuur voor het arriveren in Georgetown, verloopt alles behoorlijk vlot: nog zeker vijf politiecontroles, vijf koffiestops en een ferry overtocht. Aan de banlieues van G-town is er nòg een politiecontrole, ditmaal een controle van de papieren. Na vele luide woorden en dreigementen van onze chauffeur aan het adres van de agenten blijkt de verzekering van de auto verlopen. ‘Verdorie! We waren er bijna!’ We moeten naar het politiekantoor rijden met een taxi als geïmproviseerde combi achter ons. Onze chauffeur is ondertussen verwoed aan het telefoneren, gaat ook zonder gêne buiten de auto telefoneren terwijl de ‘flikken’ wachten, vermoedelijk omdat wij nog in de auto zitten en niet mogen meeluisteren. Wij zijn op dat moment nog de enige gasten in de auto, naast vier goudzoekers die op één of andere manier gelinkt zijn aan het ‘busbedrijf’. Vijf minuten later belt DE baas – vermoeden we – naar onze chauffeur; deze neemt op; stampt op zijn rem; gaat direct langs de kant van de weg staan; loopt met de telefoon naar de politiechef; minder dan 20 seconden wordt er gebeld en het probleem is opgelost. Geen vuiltje aan de lucht. Het is duidelijk, DE baas die heeft zijn connecties.

Oef, wij zijn blij dat we na een rit van 21 uur aankomen in G-town! De chauffeur legt voor de derde keer uit dat zijn organisatie naast bussen ook kamers heeft. Wij houden niet van zijn opdringerigheid maar uit beleefdheid gaan we toch eens een kijkje nemen. Het blijkt een ontzettend muffe kamer te zijn, in een groezelig pand met eindeloze gangetjes voor 4000 Guyanese dollar (+/- 17 euro). Wij bedanken vriendelijk en zeggen dat we nog eens zullen rondkijken iets dichter bij het centrum (lees: iets verder van deze goudmaffia). Eenmaal beneden horen we dat DE baas ons roept. Wij zijn nog een beetje versuft van de busrit en weten nog niet helemaal goed wat ons overkomt. We gaan door een eerste ruimte met de nodige shotguns, een tweede ruimte met nog een bewaker om tot slot in een klein bureautje te komen, net genoeg plaats om een bureau, één zetel en een tv-scherm met er op 10 camerabeelden te plaatsen. Achter het bureau zit een zwart-Indische man met tien gouden ringen aan elke hand, vijftien kilo gouden kettingen rond zijn nek en een revolver naast zijn rechter hand en hij vraagt aan ons: “Waarom bevalt je de kamer niet? Ik kan er 3000 van maken.” “Wel eeuuhhh, we houden er van om nog eens rond te kijken….” stamelden we. We bedankten hem nog eens voor de busservice en snel weg waren we. We zijn ze gelukkig niet meer tegen het lijf gelopen tijdens onze dagen in G-town.

Hartelijkheid

De laatste ontmoetingen in Brits Guyana, overtreffen de onaangename ervaringen van de eerste dagen. Tijdens ons avondmaal op zondagavond in een klein bartje-hoekrestaurantje, aangezien al de andere zaken dicht zijn, raken we aan de praat met vier kerels van middelbare leeftijd die hun weekend komen bezegelen met een pintje. Vier gezellige kerels die geïnteresseerd zijn in wat wij als blanke toeristen in G-town komen doen. We vertellen ons verhaal, onze lange en langzame tocht naar het Zuid-Amerikaanse continent, ons bezoek aan Venezuela, en hoe langer hoe meer raken ze geïntrigeerd. Op onze beurt vragen wij hen natuurlijk uit over alle bijzonderheden van de capital en Guyana in het algemeen. Zij blijken alle vier voor de overheid te werken en blijken behoorlijk trots te zijn op hun land. Trots is iets wat bij de Guyanesen primeert. Vaak vertaalt dit zich in een vijandige houding ten opzichte van blanke Europeanen (“go home”, “what are you doing here”,… hoor je al eens op straat), maar dus niet bij deze sympathieke kerels die ons een positief beeld van hun land willen meegeven.

Zij willen aantonen dat het land bijzonder veel toeristische attracties kent en dat de inwoners eigenlijk wel net heel hartelijke mensen zijn. Wanneer we hun vertellen over de vijandige houdingen van enkele landgenoten zeggen ze dat er nog veel werk is in de opvoeding en laten ze ons begrijpen dat het kolonieverleden nog niet veraf is en dat de bevrijding niet zonder slag of stoot verliep. Wanneer we vragen naar de problemen omtrent de golddiggers die illegaal werken voor ‘legale’ bedrijven die niet gecontroleerd worden, verzekeren ze ons dat dit bijna opgelost is. Het is duidelijk dat ze de problemen willen ontkrachten, maar tegelijk werkt hun enthousiasme aanstekelijk en willen we echt geloven dat het land in de goeie richting gaat.

We nemen de proef op de som, we gaan in op de uitnodiging van Terry om mee te gaan naar een wel heel specifieke bar. We worden verwelkomd door allerlei schaarsgeklede dames, videoschermen die niet veel aan de verbeelding overlaten en door een knappe dame die haar kunsten laat zien in een paaldans. De vrienden van Terry voelen zich duidelijk ook niet op hun gemak om een jong toeristisch koppel mee te nemen naar deze bar en al snel wordt duidelijk dat er op zondag toch niet veel te beleven valt. We lachen er allemaal hartelijk om en we verplaatsen ons naar een ‘normale’ bar met een gezonde mengeling van mannen en vrouwen ;-).

De volgende dag worden we opnieuw getrakteerd op heel wat hartelijkheid, ditmaal op een heel andere manier. We nemen één van de vele minibusjes of collectivos richting Corriverton, de grens met Suriname. Samen met +/- 20 passagiers zitten we gezellig bijeen gepropt voor een uur of drie. Naast ons zit een zwarte man in een chique kostuum, duidelijk op weg naar huis na een dag werken. In tegenstellig tot de meeste Guyanesen, is het Engels van deze man heel erg verstaanbaar. De Engelse taal die normaal gesproken wordt, is niet zoals het ons bekende Britse Engels, maar een verbastering tussen Engels en het Creools, het deed ons een beetje denken aan dat andere Caribische Engels in Tobago en Trinidad. We raken aan de praat met deze sympathieke business man. De busrit wordt opeens een stuk aangenamer. Opnieuw wordt gesproken over het land Guyana en de politieke problemen (de tegenstelling tussen de Afrikaanse bevolking en de Indische bevolking, de religieuze verschillen…). Het is duidelijk dat iedereen in de bus meeluistert naar dit gesprek, maar niemand anders neemt deel. En dát blijkt het grote probleem van dit land: Er wordt tussen de Indische hindoe bevolking en de zwarte Christelijke bevolking niet gepraat over politiek. Elke groep heeft zijn eigen partij en elke partij bevoordeeld de eigen bevolkingsgroep. Zelfs goeie vrienden die over hun verschil in cultuur en religie kunnen praten, halen het politieke thema niet aan; dat doe je enkel met personen van je ‘eigen groep’.

En wij zijn eventjes in deze kleine bus de kleine ‘crack’ die zorgt dat er wel eenmaal luidop gepraat wordt over politiek. Er wordt meegeluisterd, er wordt in stilte meegedacht, er hangt duidelijk een spanning, maar wij en onze gesprekspartner zijn hier blij om… Alles begint volgens ons met erover praten, al moet je als buitenstaander weten dat jij het verschil niet zal maken.

We rijden ondertussen voorbij rondlopende koeien en kunnen een fantastische zonsondergang bewonderen.

Zoals het echte reizigers betaamt, wisten wij helemaal nog niet hoe en waar we onze avond aan de grens zouden doorbrengen alvorens we de volgende dag met de boot tot in Suriname zouden raken. Tijdens het gesprek kwamen we erachter dat Clive, tot drie weken geleden in G-town woonde, maar sinds kort het ouderlijk huis van zijn vrouw bewoont samen met hun twee kinderen Eden en Naima, in ‘dorp 67’. Geen idee waar het ene dorp eindigt en waar het volgende dorp begint, de bebouwing lijkt bijzonder goed op onze welbekende lintbebouwing. Zijn vrouw, Celina, is een biochemiste met Indische roots, samen hebben ze zich bekeerd tot de islam. Zonder meer is dit een grote uitzondering in een samenleving waar verschillende religies schijnbaar goed samenleven, maar eigenlijk naast elkaar leven.

Zoals het door de Islam is voorgeschreven, nodigen zij ons uit om de nacht bij hen door te brengen. We worden heel hartelijk onthaald, we krijgen avondeten en kletsen we op hun terras de avond vol. De volgende morgen worden we nog verwend met vers gemaakte pannenkoeken. Ze staan erop om ons tot aan de grens te brengen en te begeleiden tot wanneer we op de veerboot zitten. Onderweg houden we nog even halt bij een suikerbedrijf. We verlaten Guyana met een compleet ander beeld dan waarmee we aangekomen zijn.

4 gedachtes over “Guyana eiland of Caribisch vasteland

  1. Benno Verhulst 05/05/2015 / 10:46

    Lucky basterds !! Enjoy and stay healthy.

    Wat een prachtig avontuur. Dit is méér dan goud waard. Geniet er van en van elkaar !

    See you later guys.

    Frieda en Benno Verhulst

  2. Sam 05/05/2015 / 16:09

    Wow. Wat’n post.

    Ik merk nog maar eens hoe weinig ik ken van de wereld, aardrijkskunde, geschiedenis. Ik heb hier veel opgestoken en eigenlijk wel wat bijgeleerd. En zo een avontuur weer. Het is daar echt wel spannend wat jullie meemaken. Allerlei filmscenes spoken door mijn hoofd terwijl ik jullie parcours volg.

    Maar dat jullie trip tot de verbeelding spreekt, weet je natuurlijk zelf. En ongetwijfeld zijn jullie hongerig naar nieuws uit België. Het allerbelangrijkste gebeuren hier in België, en bij uitbreiding de Benelux, is ongetwijfeld Het Einde van de sauna in de PF-straat. De sauna is niet meer. Hij raakte vlotjes aan 90° en het plafond is nog steeds intact, indrukwekkend maatwerk met duidelijke sporen van een gediplomeerd houtbewerker. Het deed dan ook toch wat pijn om afscheid te nemen van zoveel moois. Hoe triestig dit ook moge zijn, droog die tranen onmiddellijk, want de sauna was nog niet koud of er werd al nagedacht over een oplossing voor dit probleem… Mijn vroegere huisgenoot zou er alles aan doen nog eens met badpakman in de sauna te kunnen, dus broedt op een vervolgverhaal. Ik hou je op de hoogte!

    Blijf verder schrijven aan mijn favoriete boek!

    Groetjes, Sam

    PS: Handig overzichtkaartje van jullie route.

    • Eline Tavernier 09/05/2015 / 18:41

      Hey hey sammy,

      Zalig, een nieuwe sauna!! Daar kijken wij super hard naar uit nu, in de koude temperaturen van de hoogvlakte van het Titicacameer.
      Wij blijven zeker nieuwe verhaaltjes schrijven!!

      Ciao ciao

      Eline en tim

Geef een reactie