September: naar school!!

Proloog

Het noorden van Ecuador is een bijzonder amalgaam van feeërieke woudlandschappen, kilometers uitgestrekte landbouwgronden, opmerkelijke dorpscentrumpjes tot geanimeerde marktgebeurtenissen. Onze route door dit land neemt zoals altijd letterlijk ‘vreemde kronkels’ aan. We laten de drukke hoofdstad Quito achter ons en dalen enkele tientallen kilometers af in een landschap dat het best te omschrijven valt als een combinatie van een mistige, gure kustregio en de jungle met bijna 100% vochtigheid. De wereld van J.R.R. Tolkien komt tot leven. We zijn volledig in de ban van het donkere woud waarin de zichtbaarheid tot enkele meters beperkt wordt, waar alle vreemde wezens tot leven zullen komen. Misschien komt Legolas achter de bomen tevoorschijn, denken we. In deze wondere elfenwereld beslissen we even halt te houden, niet te lang, want we zouden wel kunnen vertrappeld worden door de grote enten van dit duistere bos. Het dorpje waar we via een klein kronkelend grindpadje terechtkomen, heet Mindo. Zoals alle Zuid-Amerikaanse dorpjes heeft ook dit een rechthoekig grid. In de zeven straten, die het dorp rijk is, slenteren we even rond, bang dat we doordrenkt zullen raken door de miezerige, warme motregen dat langzaam naar beneden zweeft. Wie staat daar plotseling vlotjes praatjes te maken tussen drie knappe Ecuadoraanse vrouwen? Oude bekende, Victor, een sympathieke Zweed met wie we enkele avonturen deelden in Baños tijdens het bezoek van Meester Carton. Vrolijk klinken we samen op de tweede toevallige ontmoeting met een volle bierkruik.

Het was een laatste luchtige toeristendag. Van hier af aan voelen we dat het menens wordt voor ons technisch schoolbezoek. We willen ons goed voorbereiden en scherpen al onze zintuigen aan. We willen zoveel mogelijk oppikken zowel van de omgeving, van de complexe samenleving, als van alle zaken die scheef lopen in dit mooie land.

De zweverige boswereld laten we even voor wat het is en duiken de werkelijkheid in. De grootste binnenlandse markt van Ecuador vindt plaats in Otavalo. Hoe beter met de neus in de werkelijkheid geduwd te worden dan met de doordringende geur van fecaliën. Gelukkig wordt de markt opgesplitst: de artisanale markt, voornamelijk voor de toeristen; de groenten- en fruitmarkt; en de laatste, maar absoluut niet de onbelangrijkste, de beestenmarkt! De beestenmarkt zoals wij die niet meer kennen (of toch zeker ik niet als stadsmeisje). Kleinvee in een eerste deel en daar worden ook de kleine puppy’s aan drie dollar bijgerekend, een tweede afdeling met biggetjes- en varkens en een derde met kalfjes, koeien en paarden. Kortom alles wat je maar wil op een hoop. Over hygiëne praten we al niet meer. De ganzenmenner vond duidelijk zijn weg niet meer naar het juiste deel van de markt, maar gelukkig volgde de kroost gele kuikens hem door de drukke straten.

Eenmaal terug op de baan, treffen we nog meer aspecten van het ‘echte’ leven. Aspecten die we eigenlijk liever niet zien. Waar groenten en gewassen gekweekt worden, zijn er onlosmakelijk sproeistoffen bij gemoeid en dat in alle mogelijke vormen. Grote panelen ter promotie van de efficiëntste en meest chemische sproeimaterialen en meststoffen; sproeimannetjes die een hele dag rondhuppelen met hun sproeireservoirs vol; of op nog grotere schaal met kleine vliegtuigjes die de velden overvloedig voorzien van pesticides.

Als onze ogen niet op de lucht gericht zijn naar de tientallen vliegtuigjes, kijken we in het rond en naast de baan zien we tientallen reclame borden: “Primero” Ecuador. “Ecuador eerst” vrij vertaald in het Nederlands. De eerste op alle mogelijke wijzen en interpretatiemogelijkheden. De eerste in eigen producten (de overheid stimuleert eigen productie in plaats van import), eigen traditie (terwijl verschillende minderheidsgroepen zich gediscrimineerd voelen), eigen makelij (om artisanale ambacht te onderhouden), de eerste in toerisme (het wordt er flink ingepompt dat ze het mooiste land van Zuid-Amerika zijn met de meeste diversiteit), de eerste in … Fantastisch initiatief, maar er is nog werk aan de winkel. (Tim vertelt jullie daar later meer over)

 

Bij de familie

In het noorden van Ecuador transformeren wij onszelf even, en met even bedoelen we 48 uur, in de rol van biologen, leerkrachten, fotografen en verslaggevers. Als (ontdekkings)reizigers houden we van uitdagingen en verandering van plannen. We geven ons volledig over aan een ander vakgebied.

We gaan op bezoek bij een Technische school en Landbouwinstituut in Ecuador, in het kleine dorpje van Las Villegas. Het is geen kant en klaar geregeld bezoek. Er komt een beetje chaos bij kijken, maar daar houden we van. Waarom gaan we nu net daar op bezoek? Het LTI, het Land- en Tuinbouwinstituut in Oedelem houdt een uitwisselingsproject met de school in Las Villegas. Het is natuurlijk niet evident om als Belgische school even op en af te reizen naar Ecuador en dus werd er voor een eerste persoonlijk contact aan alternatieven gedacht. Geert Glorie, leerkracht LTI, en vriend van de Vanhoorens, komt met ons in contact. De eerste ruwe vragen werden reeds een jaar geleden via mail heen en weer gestuurd: de vraag of wij eens kunnen op prospectie gaan, wat foto’s kunnen nemen, kennis willen maken met de betrokken leerkrachten… In functie van een goeie toekomstige samenwerking tussen de scholen.

We steunen altijd uitwisselingsprojecten tussen scholen, welke vorm ze ook aannemen. We hebben zelf ook het geluk gehad om in het middelbaar met scholen in andere landen in aanraking te komen. Tim verkende op die manier IJsland en Rusland, zelf kon ik Zuid-Afrika proeven. We herinneren ons maar al te levendig hoe intens en inspirerend zo’n uitwisseling kan zijn. Het blijft hoe dan ook een fantastische ervaring, of je er nu in levende lijve heengaat of via de hedendaagse digitale wereld communiceert.

Na veel wijzigingen in onze plannen luidt de afspraak finaal zondagmiddag 27 september 2015 om 16u. aan het ronde punt waar een standbeeld staat met een bronzen man met een sigaarstompje in zijn mond (“Doe toch die sigaar uit je mond, Sjohnny”, denk ik dan, een gedicht voorgedragen in de poëzieavond, bijna tien jaar geleden). “Het dorpje is helemaal niet groot, en je herkent direct het plein waar we het over hebben”, zeggen ze. Ok, wij zijn benieuwd. En inderdaad, we herkennen al snel de man met sigaar in de enige Avenue, en één van de drie straten van het dorpje. En wachten maar. Uitkijken wat er allemaal in dit kleine dorpje gebeurt: oude mannetjes zitten op de stoep, de dorpsjeugd klit wat bij elkaar terwijl ze staren naar die twee vreemde gringuitos, kinderen spelen in het midden van de straat, het marktgebouw staat er leeg bij op deze zondagnamiddag, er passeren een paar auto’s, gezellig kletsende dametjes die ons allemaal even vriendelijke welkom heten … en dan zien we twee dames uitgelaten en met veel kabaal op ons afkomen. Wij zijn namelijk twee gemakkelijk te herkennen gasten ;-).

De ontvangst door de twee dames, Carmen en Aura, is van een warme Ecuadoraanse hartelijkheid. Onze eerdere communicatie was steeds met de directeur van de school, maar hij had een bezette agenda deze zondagmiddag en stuurde twee van zijn sympathiekste en babbelachtigste collega’s. We vernemen snel dat Carmen leerkrachte biologie is in de middelbare school en Aura leerkrachte lager onderwijs in de enige andere school van het dorp. Wij laten ons overal naar meeslepen. Geen idee wat er ons te wachten staat. We worden gehuisvest bij Aura en haar familie. Dus we wandelen direct naar hun huis, maken kennis met haar man, die toevallig thuis is alvorens hij opnieuw twee weken van huis gaat werken, twee oudere zoons en één achterkomertje van acht jaar. Iedereen wil graag kennis met ons maken. Niet enkel het gezin, maar ook de andere leden van de familie: tantes, nonkels, neven, nichten, buren, vrienden … We hebben er geen idee van hoeveel totten we gegeven hebben die dag. Elk moment van de dag was er iemand op bezoek in de gemeenschappelijke voorruimte van het huis die dienst doet als living, wasdroogruimte, hangmatplek, garage … ook onze auto werd uiteindelijk binnen gezet, zodat de auto zeker veilig staat in dit grote dorp ;-).

Die zondagavond neemt Carmen ons direct mee op avondwandeling door het dorpscentrum. Het is een bijzondere ervaring om net toe te komen in dit dorp en meteen kennis te maken met het nachtelijke gebeuren (er gebeurt niets ;-)). Tijdens het wandelen vertelt ze honderduit over van alles en nog wat. We horen haar bijzondere familiegeschiedenis. Haar vader kwam vijftig jaar geleden naar deze plek en stichtte het dorp tussen de uitgestrekte landerijen. Gedurende tientallen jaren was het dorp een miniatuurgemeenschap en slechts de laatste jaren kent het dorp een gestage groei. Ondertussen kent het dorp ongeveer 5000 inwoners. De familienaam van Carmen is dus, net als de naam van dit dropje, Las Villegas.

Tussen haar familiegeschiedenis vallen ook verschillende opmerkingen over de school: dat het schoolsysteem steeds verandert; dat zij als leerkrachten steeds harder moeten werken voor hetzelfde loon, dat ze nieuwe opleidingen moeten volgen voor andere vakgebieden die de hunne niet zijn omdat je aan het volledig aantal uren moet komen, dat ze zo goed als geen middelen van de overheid krijgen als technische school, dat de directeur niet altijd zijn leerkrachten ondersteunt doordat iedereen telkens binnen het hiërarchisch schoolsysteem een streepje voor wil op het volgende niveau, dat alle leerkrachten in Ecuador zwijgplicht hebben ten opzichte van de media… Leerkrachten mogen onder geen beding commentaar geven op de radio, tv of krant op het onderwijssysteem. Alleen het hoofd van de scholengemeenschap mag, na overleg met de overheid, een interview afleggen. Ontzetten uit de ambt en gevangenisstraffen worden hierbij niet geschuwd. Dit vormt een bijzonder interessante achtergrond om morgen het schoolbezoek aan te vangen.

 

Op de schoolbanken

We voelen ons bijna als officiële ambassadeurs van het LTI uit Oedelem wanneer we maandagmorgen om 7.30u stipt opgehaald worden door Carmen. Het schoolterrein is slechts enkele bouwblokken verwijderd van onze slaaplocatie, waardoor wij uiteraard veronderstellen te voet te gaan. Niets is minder waar. Alles gebeurt met de trouwe vierwieler, dus we gaan met de auto. Aangekomen op het schoolterrein worden we door leerkrachten en leerlingen vriendelijk welkom geheten. Alle leerkrachten zitten gezellig te kletsen in het mini-leerkrachten lokaal, alvorens de lesdag te starten. Het nieuws gaat al snel de ronde dat de twee Belgen op bezoek zijn. Dit gebeurt namelijk niet elke dag, dus iedereen komt eens zijn neus binnensteken. We maken onder andere kennis met de andere leerkrachten die dit uitwisselingsproject hielpen opstarten: leerkrachte Engels Olga, leerkrachten landbouwkunde Romulu en Edgar; en verantwoordelijke voor het landbouw- en tuindeel Eker.

Carmen neemt ons dan maar snel mee naar het belangrijkste kantoor van de school, dat van de directeur. We keken al even uit naar de ontmoeting met de man met wie we reeds enkele geschreven contacten hadden gehad. De ontmoeting is hartelijk en er wordt geïnformeerd naar de kwaliteit van ons logement en naar onze avonturen tot nu toe. Maar veel tijd voor ons heeft hij echter niet want om 8u stipt start het algemene appel. Alle 400 leerlingen staan in formatie, per afdeling en per klas, tegenover het podium waar de directeur zijn dagelijkse speech houdt. Natuurlijk worden we uitgenodigd op het podium om een woordje te houden. Eeuwig vlotte Tim had in de ene denkminuut net voldoende tijd om te bedenken wat hij zou zeggen: wie we zijn, wat we komen doen, dat we hopen een normale schooldag te zien en op het einde de obligatoire dankwoordjes aan zoveel mogelijk mensen (dit is zeker in Zuid-Amerikaanse landen een uitgebreide traditie, we hebben al goed opgelet).

Ons tweedaags bezoek belooft een bijzonder intens bezoek te worden, dat hebben we al snel door. We worden overal meegenomen, rondgeleid, voorgesteld, uitgenodigd om samen koffie te drinken en het hart te luchten… We wisten echter op dat moment nog niet dat maandagmorgen een hele lange voormiddag zou worden. De eerste rondleiding start met de schoolgebouwen, de leslokalen, de refter, en verscheidene technische leslokalen … Kortom alles wat een technische school tot een technische school maakt. We worden geïnformeerd dat het de laatste schooldagen zijn alvorens de examens starten. We hebben geluk met onze timing van bezoek dus, want een school zonder leerlingen is zoals een Zuid-Amerikaans busstation zonder chaos.

Ik herinner me deze laatste dagen voor de examens als een periode waar nog zoveel mogelijk puntjes op de i worden gezet, waar leerkrachten pogen de laatste moeilijkste oefeningen uiteen te zetten, waar leerlingen alle mogelijke laatste vragen stellen, waar leerlingen al een beetje gespannen lopen … Van dit alles is hier niets merkbaar, noch van de logische orde die bij Belgische scholen altijd aanwezig is. Wanneer in België het belsignaal gepasseerd is, staan de leerlingen in semi-ordentelijke rijen te wachten tot de leerkracht hun komen halen. Eens alle studenten in de klaslokalen zitten, is er niemand meer te bekennen op de speelplaats. Samengevat: heerst er een rust over het schoolgebouw na het kabaal van de speeltijd.

Van deze rust is hier niets te merken. Het uur van lesgeven is begonnen. Maar we zien minstens een derde van de leerlingen rondlopen, voetbal spelen, kletsen met elkaar, computerspelletjes spelen of hun facebookpagina checken …. Wanneer we dus kijken in de klaslokalen, is logischerwijs de helft niet gevuld. We raken er op dat moment, en eigenlijk ook vandaag, nog steeds niet aan uit hoe dit schoolsysteem werkt. We wijten het aan het moment van het jaar, we veronderstellen dat het op een ander moment in het jaar er anders aan toegaat.

Wanneer we hierover enkele subtiele opmerkingen maken, wordt er niet op ingegaan. Even later in de gesprekken wordt er daarentegen wel verwezen naar een ander fundamenteel probleem. De leerlingen hebben geen respect voor de leerkrachten. Leerkrachten kunnen, of beter gezegd mogen, een leerling niet op zijn plaats zetten of een straf uitdelen. Ouders deinzen er namelijk niet voor terug om leerkrachten aan te klagen. Noch kunnen de leerkrachten leerlingen buizen wanneer deze niet voldoende scoren op een test. De regering eist dat alle leerlingen op het einde van het jaar slagen. Hoe moet een leerkracht zijn job volbrengen als alle middelen hem ontnomen worden?

Tussen de klasbezoeken door wordt opnieuw verschillende keren verwezen naar de andere structurele problemen die ze ondervinden bij het lesgeven. De overheid past steeds de leerplannen aan; eigenlijk kopieert ze die telkens van een ander Europees land; dit jaar zijn de Spaanse lesboeken aan de beurt (want die moet je niet vertalen), maar die staan mijlen ver af van de Zuid-Amerikaanse wereld. De werkdruk neemt steeds toe omdat ze meer uren moeten lesgeven dan voorheen. Dit is één van de weinige technische scholen van Ecuador, maar ze wordt door de overheid totaal niet financieel ondersteund, (want de nadruk moet op ASO liggen) zo moeten praktijklessen in groepen van 30 leerlingen doorgaan in een grote zaal met slechts twee werkende machines …

Het eerste deel van de voormiddag wordt besloten met een koffie en empanada (heerlijk gefrituurd hapje gevuld met kaas, gehakt, groentjes …), in de open schoolrefter, met de directeur. Ditmaal heeft hij wat meer tijd uitgetrokken voor ons. Hij wil graag wat langer met ons kennis maken. We keuvelen gezellig over onze eerste indrukken, maar na tien minuten worden we door andere leerkrachten meegesleurd op een nieuw avontuur en zien we ons verplicht dit onderhoud af te sluiten.

 

Naar de quinta

Om 11u worden we meegenomen naar de Quinta. Geen idee waar we naartoe gaan en wat we daar zullen doen. Het blijkt de praktijkboerderij/plantenkwekerij van de school te zijn. Die is gelegen op een grote drie kilometer van de schoolgebouwen. Via een bijzonder ongemakkelijk hobbelig aarden pad is het meer dan twintig minuten rijden met een stevige pick-up. De leerlingen moeten dit dagelijks wandelen, bedenken we ons, fietsen zijn hier niet in de mode. Het inkombord kondigt de Quinta aan. Een grote oprijlaan met aan elke zijde talrijke tropische bomen geeft het geheel een statig elan. In de verte zien we een heel klein gebouwtje en een dertigtal leerlingen met gele laarzen wachten ons op. Benieuwd!

De verantwoordelijke leerkracht Eker geeft een algemene uitleg wie we zijn en wat we komen doen, Tim vult hem aan daar nodig. We worden snel meegenomen in het leslokaal van de praktijkstudenten. Het lijkt een kleine schuur met golfplaten, een klein muurtje eromheen en een aantal tafels en stoelen als interieur. We worden meteen naar het bord geroepen. De leerkrachtenrol gaat Tim duidelijk goed af, maar ik sta hem bij daar waar we even niet op de Spaanse woordenschat komen. We informeren de leerlingen al snel dat wij geen leerkrachten zijn, noch biologen, noch plantendeskundigen. We schakelen over naar zaken die we meer beheersen: eigenschappen van België. Hoe ons land eruit ziet, welke talen we spreken, hoeveel inwoners… We krijgen de leerlingen op sleeptouw. Ze vullen ons aan met vragen over van alles en nog wat: Hoe is het leven in België? Hoe worden de feestdagen gevierd? Wat eten we in België? Hoe gaan de leerlingen naar school? Hoe zit een schooldag in België in elkaar? De verschillen worden snel duidelijk, maar we merken een ongelofelijk grote interesse van de leerlingen om kennis te maken met het leven en de school in België, een onbekend land aan de andere kant van de wereld. Het is een chaotische bedoening, maar wanneer nodig heeft Eker zijn groep leerlingen opnieuw in de hand.

Naar de praktijk. We voelen ons meteen als twee deskundigen in een plantenparadijs. We worden meegenomen op het schoolterrein van zeven hectares vol met nieuw aangeplante bossen, visvijvers, cacaoplantages, bananenvelden, en vooral honderden plantensoorten en gewassen die ons volledig onbekend zijn. Gedurende vier uur (jawel, vier uur non-stop) worden we rondgeleid, ik als de fotografe en Tim als flinke berichtgever van alle info. We proberen zoveel mogelijk informatie op te slaan en te verzamelen om die dan een weekje later door te geven aan het LTI. Opvallend was dat niet alleen de betreffende leerkracht Eker zo honderduit en bijzonder gedetailleerd vertelde over alle planten en bloemen, ook de leerlingen spreken enthousiast en vol kennis (soms bijgestaan door Eker) over hun planten. Als plantkundigen in spe zijn ze tijdens hun driejarige opleiding verantwoordelijk, twee aan twee, om de planten te verzorgen, te kweken, te snoeien …

Uitgeput door alle ontmoetingen, informatie, rondleidingen… worden we om 16u afgezet aan een klein restaurant waar een lunch op ons wacht. Blij om even in het Nederlands op adem te komen. De rest van de dag besteden we aan het neerpennen van alle gegeven informatie en het selecteren uit de honderden genomen foto’s. De centrale keukentafel bij Aura wordt ons tijdelijk bureau. Aura en haar familieleden raken er maar niet aan uit dat wij uren aan een stuk achter onze computer geconcentreerd zitten te werken. Het blijkt een compleet andere manier van doen te zijn. We moeten onze geest opnieuw scherp zien te krijgen, want morgen wacht ons opnieuw een rondleiding.

Ditmaal geen rondleiding op de schoolterreinen maar op het terrein van het bedrijf waar Eker werkt naast de schooluren. De biologie- en plantendeskundige Eker houdt ervan om zelf actief te blijven in de privé-markt. Hij vindt het belangrijk om op de hoogte te blijven van de laatste technologieën. Daar heeft hij de vrijheid om nieuwe testen uit te voeren met verschillende plantensoorten, andere oriëntatie in te zetten, nieuwe combinatie van planten te proberen etc. Deze nieuwe kennis brengt hij over aan de leerlingen tijdens de theorie- en praktijklessen. Deze kennis zorgt ervoor dat de leerlingen een blijvend en diep respect hebben voor Eker. Hij is geen leerkracht die blijft hangen bij de technologieën van twintig jaar geleden, hij is up to date en geeft deze kennis en passie door aan zijn leerlingen. Wij zijn oprecht onder de indruk van de inspanningen die Eker tijdens en naast de schooluren opbrengt in functie van zijn leerlingen.

Dit uitwisselingsproject met het LTI in België vormt dan ook de perfecte manier om zijn kennis, die van de andere leerkrachten en die van de leerlingen uit te breiden. Hij en alle leerkrachten zijn dan ook bijzonder enthousiast om deze unieke mogelijkheid verder uit te werken. Dit uitwisselingsproject biedt niet enkel een grote kans om kennis te maken met technieken in België, en bij uitbreiding Europa, maar ook met alle andere landbouwsoorten, gewassen… en vooral de levenswijze aan de andere kant van de wereld. We kunnen natuurlijk alleen maar hopen dat de leerlingen en leerkrachten in België even enthousiast zijn over deze uitwisseling in alle mogelijke manier en vormen.

4 gedachtes over “September: naar school!!

  1. Luc Duthoo 24/01/2016 / 09:57

    Beste “globetrotters”,

    Opnieuw word ik hier geconfronteerd met een wereld die ons totaal vreemd is en telkens wordt benaderd met een inslag die nog gecommercialiseerd en/of gedirigeerd wordt door welke instanties dan ook.
    Zogezegd vrij en vrolijk laten jullie ons binnenkijken in welke de levensomstandigheden de bezochte landen ogenschijnlijk on-westerse toestanden moeten doormaken. Zowel jullie aanpassingsvermogen als jullie ondertussen wel bekend relativeringskracht laten ons toe de echte verhalen te lezen van alles wat daar werkelijk heerst en leeft.
    Het ga jullie verder goed en tot jullie volgend verhaal.
    Groetjes uit Brugge,
    Luc Duthoo

  2. Sam 24/03/2016 / 18:22

    “Si niños!” sprak Tim del Hooren de klas toe…

    Wat’n belevenissen.. Ik ken echt niemand die dit zou tegen komen op reis aan de andere kant van de wereld!

Geef een reactie