Verjaardagscadeau!

Wat wil kleine Tim het liefst van al voor zijn 29ste verjaardag?

Op de boomstammetjes varen natuurlijk! Maar dan niet van een glijbaan zoals in Bellewaerde! Neen, tegenstroom! Dat lijkt me wel wat!

Zo gezegd, zo gedaan! We waren nu toch toevallig in Venezuela op mijn verjaardag!

De Angel Falls, Salto Angel of Kerepakupai Merú bij de originele inheemse naam, is de hoogste waterval ter wereld met een vrije val van 979 meter. Jawel, superlatieven! Ik wil de grootste hebben voor mijn verjaardag! Neen, of het nu de hoogste, de grootste of de dikste zou zijn (aan compensatiedrang lijd ik niet meteen…).

We vernamen van alle Venezolanen dat de tocht naar deze donderende ‘cascade’ een spectaculair gebeuren zou zijn. “De tocht erheen is minstens even spectaculair als de waterval zelf” en “die plek is zo verlaten dat je er enkel over water komt en soms moet je de boot zelfs duwen” of met nog andere woorden: “Onderweg zijn is even belangrijk als het doel”, “waterpret” en “een beetje avontuur als kers op de taart”. Dat lag verdacht dicht bij het motto van deze reis!

Dat we daarvoor een ongeschreven en niet op voorhand bepaalde – maar langzaamaan natuurlijk aanvoelende – wet moesten verbreken, was dan maar zo. We zouden moeten vliegen! We zochten eventjes naar alternatieven waarbij we vier dagen onderweg zouden zijn, onzeker of we er dan wel of niet zouden geraken, en waarbij we het dubbel aan centjes zouden mogen neertellen ( én waarbij we er niet zouden geraken op mijn verjaardag natuurlijk). Wanneer we echter aan de praat raakten met een Nederlandse wereldreiziger in hart en nieren (André, hij  zou misschien Bart-Jan kennen: Bart-Jan?! Lees jij deze blog?) overhaalde deze ons dat de vlucht als een deel van het geheel gezien moest worden én dat deze Cesna’s écht geen vliegtuigen genoemd mogen worden. “Het zijn auto’s met vleugels aan”.

Ongelijk konden we André de volgende ochtend om 8u niet geven. Na het opgepikt worden om 5u30 door een dodelijk slechte chauffeur, het gebruikelijke onderhandelen en wisselen van dollars op de zwarte markt, wachten in de koffiezaak zonder koffie, het pakketje  geld – dat eruit zag als verpakte drugs (verstandig in Venezuela…) – door de bagagecontrole meekrijgen, de standaard checklist met de controletoren van twee zinnetjes (zelfs ik deed er destijds langer over met flight simulator) en tot slot na het opstijgen en optrekken tot 8000 voet hoogte; las de piloot op zijn dooie gemak de krant…

De autopiloot stond vast en zeker aan… Fout! Deze cesna met verroeste bouten had één knuppel en slechts enkele werkende wijzertjes. Waarom heb je toch ook die wijzertjes nodig die het evenwicht van het toestel aanduiden, of de tilt, of de snelheid? Dat zie je toch gewoon. Het kompas deed het ook niet meer, dus er was een tweede geïnstalleerd aan de ruit. Op deze lazen we al na twee krantbladzijden af dat we 15 graden afgeweken waren.

Even boven de krant uitstaren, beetje corrigeren en doorlezen maar.

We stijgen op boven de buitenwijken van Ciudad Bolívar, vliegen over eindeloze savanne, over een groot stuwmeer en over kronkelende riviertjes en landen tot slot op een van de meest idyllische locaties ter wereld. Canaima: waar 4 watervallen, gevuld door stroompjes en watervalletjes van wonderlijke Tepuis, samen in het gelijknamige meer Canaima donderen. Een meer met palmbomen en witte stranden. De plaats waar wij enkele uurtjes van het heerlijke zoete water genieten, in de zon bakken en in de strandstoel hangen. Daarenboven douchen we onder kletterende watervallen, plonsen we in waterbassins onderaan het gebulder, nemen we een jacuzzi en wandelen we via een ‘geheim pad’ achter een van de watervallen.

De dag kon afgesloten worden met een pintje in “een der meest idyllische bars ter wereld”! De woorden van André. Ware het niet dat niemand zijn hotel of ‘possada’ of kampement uit durfde omwille van een tropische regenbui.

Als enige klanten van de bar werden we op een waar spektakel bediend: bliksemflitsen verlichten het Canaima-meer, de palmbomen en de watervallen.

Kortom, de perfecte dag. Nu nog vroeg in bed duiken en dicht tegen elkaar aankruipen, dachten we.

Wanneer we ons ‘kampement’ – dat op zich al geen ster zou verdienen – naderden bleek deze echter omgetoverd tot de setting voor een Venezolaans verjaardagsfeest. Dreunende ‘beatz’ waren tot in een straal van 500 meter hoorbaar. Onze kamer lag binnen de straal van 20 meter van de ‘soundsystem’. Er was dus slecht één oplossing: “If you can’t beatz them, join them”.

Op je verjaardag opstaan met pijn in de haren. Zoveel verschilt de ochtend van deze verjaardag dus niet van een verjaardag thuis. Tot nu toe dan toch niet.

Na een stevig ontbijt met ‘arepa’ (een maisbroodje) met een roerei, beginnen we aan de tocht waar deze dag om draait. We ontmoeten onze twee Peruaanse medereizigsters en wandelen naar de bovenkant van de watervallen waar twee pemon-indianen, de bootbestuurders en koks, samen met Christiaan, onze gids, een ‘boomstam’ leeghozen, er een motor met reserveonderdelen aan vastschroeven en onze bagage in een dik zwart plastiek wikkelen.

Voor we het goed en wel beseffen, beuken we aan hoge vaart de rivier stroomopwaarts op. Een middagmaal aan 40km/u tegen de stroomversnellingen in, wat wil een mens meer op zijn verjaardag! De tocht duurt om en bij de 3 uur en des te hoger we de rivier opvaren, des te smaller deze wordt en op hoe meer stroomversnellingen en rotsen we getrakteerd worden. Onze bestuurder loodst ons er in alle rust doorheen. Boomstammetjes stroomopwaarts! Eat that, Bellewaerde!

In tegengestelde richting zien we reeds waar we ’s anderendaags op getrakteerd zullen worden: twee boomstammen afgeladen met toeristen ‘sjeezen’ aan een nog hogere snelheid vlak langs onze uitgeholde boom.

Na een tweetal uren worden we op de proef gesteld met nog meer water. De Belgische pijpenstelen hadden er geen gelijken aan! En zoals elk kind weet, hebben de boomstammetjes in Bellewaerde geen dak… met doorweekte en verkleumde soepkiekens tot gevolg! Maar na een uurtje (nat tot op de onderbroek) volgt de grootse bekroning van deze tocht, het kersje op de verjaardagstaart! Het adembenemende zicht op de hoogste waterval ter wereld!

Na het aanmeren volgt nog een drietal uurtjes sport: verder opwaarts wandelen waar de boomstammetjes ons niet konden brengen. Eenmaal boven moet je toch eens in het bassin onder de hoogste waterval zwemmen terwijl het krachtige water je voorbij stroomt! Of niet soms?

Moe maar voldaan en na een heerlijke maaltijd – het kon ons helemaal niks schelen dat het opnieuw rijst met kip was – konden we de oogjes sluiten, omringd door junglegeluiden, in de hangmat tussen de stemmige kaarsjes. Een eerste van vele hangende nachten. De laatste beloning van deze mooie dag.

Geef een reactie