Na de kleine maand rust en werken in Vilcabamba waar we ‘Architects in Residence’ waren, was het tijd voor Something Completely Different. Actieve toeristendagen met hoog bezoek uit Belgenland! Dé Meester Carton (advocaat van beroep) kwam drie weken (eind augustus en begin september) meereizen met jullie twee stratenlopers.
We voelden ons vlak voor de aankomst van Arne als ambassadeurs van Zuid-Amerika die hem een totaalbeeld van Ecuador (en bij uitbreiding het gehele continent) mee moesten en zouden geven. We zouden samen dé vier regio’s van Ecuador doorspitten: de eilanden, la Costa, la Cordillera (of de bergen) en de Selva (jungle dus).
De dag van aankomst begon reeds in de gepaste stijl. Arnes vlucht maakte een grote rondvlucht om rond Ecuadors grootste spektakel en spannendste instabiel element heen te vliegen. De erupterende vulkaan Cotopaxi. Wanneer zijn vlucht eindelijk in Cuenca aankwam, ontvingen wij hem in volle Zuid-Amerikaanse stijl… Een half uur te laat… (jaja, slechts een half uur). Dit maakten we meteen weer goed in volbloed zuiderse stijl door een namiddagje reisvoorbereiding met liters cocktails onder de loodrecht, met evenaarskracht, stralende zon. Zo hadden we allen in één klap de gepaste verbrande toeristenkleur opgedaan!
Bezoekdag één aan dé mooiste stad van Ecuador gleed zo iets vlotter voorbij dan gepland. ’s Avonds was het uiteraard meteen tijd voor een pintje, na heerlijk lamavlees bij Tiesto’s, en ontmoetten we meteen de dolenthousiaste Ecuadoranen. Volledig volgens de professionele planning van de twee reisbegeleiders gaan rond een uur of twee de deuren van de bar vliegensvlug dicht, de muziek uit, de lichten op minimale dimstand… De Ecuadoraanse avondklok is van kracht én buiten patrouilleert een leger flikken! Die avondklok werd in voege gesteld zonder het consulteren van het parlement, omwille van de ‘State of Emergency’… (of het nu een vulkaan is of een terroristische aanslag, elke reden blijkt goed genoeg om beslissingen in een grote boog om de democratie heen te nemen zeker…)
Arne en zijn Ecuadoraans enthousiast vrouwelijk evenbeeld werken stevig op het systeem van de uitbaatster met hun volumeproductie die drie straten verder hoorbaar moet zijn. Na een half uur ‘opgesloten’ te zijn, sluipen we de doodse straten, die zojuist nog bruisten van het leven, door naar onze hostel. Dag één alvast geslaagd!
Na een serieuze toeristen-bezoekdag en het eten van CAVIA is het tijd om de bergen van Ecuador te verkennen en te ontdekken dat Ecuador niet enkel warme stranden en hete jungle is. Ik denk dat wij drie dát nooit zullen vergeten… Het Nationale park Cajas is namelijk adembenemend mooi, maar vooral NAT en KOUD. De nachten in de refuge vol kieren en gaten, en zonder enige vorm van verwarming, staan voor eeuwig in ons geheugen gegrift. De nachten van flink onder 0°C met de wind die door het gebouwtje loeit op 4000m hoogte, deelden we met drie biologen die zo gek waren hier het tweede jaar op rij wateronderzoek te leveren om de opwarming van de aarde in kaart te brengen. Gelukkig waren de gesprekken warm, want verder konden we ons enkel opwarmen aan alcohol, warme chocolademelk en de douche van ongeveer 10°C.
De wandelingen waren uniek, maar de dikke mist doorweekte alle kleren tot op het ondergoed, door de professionele wandelschoenen en technische kledij heen. Onze kleren plakten heerlijk op ons koude vel… ’s Nachts kropen Eline en ik heerlijk in onze twee ‘rupsen’ (AKA Superlight slaapzakken die tot min 15 graden gaan), maar Arnes slaapzakje moesten we bijstaan met zo’n 3kg dekens.
Na twee dagen Cajas en na nog twee dagen bezoekjes op hoge hoogte doorheen regen en mist, beslisten we dat het welletjes geweest was met het slechte weer. Het was duidelijk, point beeing made, in Ecuador schijnt de zon niet altijd. Arne introduceerde ons de lang vergeten moderne technologie en toonde ons dat de meteo in de bergen nog enkele dagen onveranderd zou blijven. De applicatie aan de kust gaf ons daarentegen continu 30-35 graden samen met zon zon zon! Tijd voor een kleine koerswijziging dus…
We cruisen in een drietal uur doorheen 20 verschillende ecosystemen. Van dennenbomen en alpenvlaktes, door dikke mist die bovenaan fris en 1500m lager plakkerig warm aanvoelt, via dikke varens, minstens 100 types fruitbomen tot we, 20 graden warmer en 100 procent vochtiger, tussen de eindeloze monocultuur van de bananenbomen cruisen. Uiteindelijk komen we in bijna Caribische grootstedelijke regio’s terecht waarin de gekleurde bussen en mototaxi’s regeren.
Dit alles via de ‘perfecte’ wegen van Ecuador. Speciaal voor de Ecuadorpromotiestunt met Arne kregen we slechts 100km slechte wegen op ons menu. Waardoor ons statement dat de wegen in Ecuador niet zo goed waren als iedereen beweerde uiteraard niet geloofd werden door de Meester.
Dat lijkt echter jammer genoeg te gelden voor onze volledige Zuid-Amerikaanse kennis… tot Meester Cartons grootste frustratie ontkrachtte dit koppel reizigers allerlei Zuid-Amerika first timer ontdekkingen. Bij het gekke verkeer in Cuenca of Guayaquil konden we het niet laten te zeggen “Maar in de rest van Zuid-Amerika… en vooral Peru… rijden ze pas echt als gekken, hier is het ongelooflijk gereguleerd.” en zo ging het alsmaar door…
Maar in de rest van Zuid-Amerika ligt veel meer afval.
Maar in de rest van Zuid-Amerika kunnen ze nog slechter de weg uitleggen.
Maar in de rest van Zuid-Amerika zijn de markten lang zo proper niet.
Maar in de rest van Zuid-Amerika is alles nog veel goedkoper.
Maar in de rest van Zuid-Amerika zijn de uren van winkels nog veel onregelmatiger.
Maar in de rest van Zuid-Amerika zijn musea veel minder professioneel.
Maar in de rest van Zuid-Amerika zijn de bussen en taxi’s in veel slechtere staat.
Maar in de rest van Zuid-Amerika …
Tot deze puur informatieve mededelingen onze vriend danig de oren uitkwamen. Wanneer we uiteindelijk een bepaald boerendorpje vergeleken met een idyllisch alpendorp gingen we blijkbaar een stapje te ver. We kregen in een vlaag de koude realiteit over ons heen. “Dat lijkt in de verste verte niet op een alpendorp, jongens: golfplaten, grindwegen, honden op straat, inheemse bevolking, rommel, en ga zo maar een uur door…” Ok, toegegeven, ons beeld van de realiteit is al een beetje vervormd.
Time for a change dus, zoals we al zeiden. Een activiteit die zowel voor de kersverse reiziger als de gedeformeerde zwervers nieuw is: Wildlife spotting.
Regio 1 en regio 2 combineren (de folders van Ecuador hebben ons duidelijk gebrainwasht): regio één zijn de eilanden, regio twee de kust. Puerto Lopez en omstreken heeft beiden te bieden. Witte palmstranden met de gekste vogels die voorbijglijden én op anderhalf uur varen eilanden met de nodige uitzonderlijke wilde dieren. Voor de Galapagoseilanden ontbreekt ons de poen, dus het compromis met Meester Carton is de ‘Isla de la Plata’ of in de reizigersmond: ‘The Galapagos for the poor’. Het eiland biedt ons Blue footed boobies (Blauwvoetgenten in het Nederlands), allerlei stormvogels en pelikanen, zeeschildpadden en vissen in honderden kleuren.
Maar het is vooral onderweg naar het eiland dat moeder natuur ons verwent met een groots spektakel. Na een halfuurtje uitvaren speuren we de zee af naar bultrugwalvissen en i.p.v. er eerst in de verte een aantal gade te slaan, zoals je zou verwachten, springt een 30 tonner op nauwelijks 25m van de boot uit het water en levert die een bommetje in het water waar je als kind enkel kon van dromen! De toon is gezet. Gedurende meer dan een uur varen we van school naar school en worden we verwend op een waar natuurspektakel. VINKJE GEZET!
Tijd voor het andere Ecuadoraanse kustcliché: MONTAÑITA. Dé merknaam voor witte stranden, surfen, cocktails, feest en kateren. Allemaal af te vinken!!
Darwin giet ons goed op met $3 cocktailkuipen in het ‘cocktailstraatje’ en de rest komt vanzelf. We ontmoeten oude bekenden en de dagen komen iets trager op gang. Het surfen de volgende morgen doet een beetje pijn en grootse plannen om door de jungle naar watervallen te hiken, draaien op een sisser uit door de ‘veel te vroeg invallende’ nacht waardoor we ons met iets kleinere watervalvariantjes tevreden moeten stellen. Maar ja… hier speelt het leven zich nu eenmaal ’s nachts af! Hupla, nog een keer ;) Mochten we vanavond eens doen alsof we allemaal jarig zijn! Jaja, allemaal…
We zijn al snel verzadigd met zon, zee, strand en stevige cocktails en trekken opnieuw de bergen in, weg van zeetoeristen, eindeloze Argentijnse artesano’s, en Amerikaanse expats die een bijzonder regime van drank en goedkope Colombiaanse drugs er op na houden.
We trekken ditmaal naar de krater van Quilotoa. Een uitgedoofd kratermeer van meer dan twee kilometer diameter op 50km van de superactieve vulkaan Cotopaxi, op een hoogte van om en bij de 4100m. Daar ontdekken we dat van zeeniveau naar meer dan 4000m reizen in één dag toch niet zo gezond is. Ook niet voor doorwinterde reizigers die reeds vele dagen op hoogte doorbrachten. Alcohol en weinig slaap schijnen ook niet te helpen.
Eline en ikzelf liggen een namiddag geveld, terwijl avonturier Carton een eerste heldenwandeling onderneemt. We moeten onze fysieke meerdere erkennen. Eenmaal genezen vullen we drie dagen met adembenemende trektochten in dit unieke landschap.
Na deze tweede unieke hoogte-ervaring moeten wij bij terugkeer aan het kratermeer ontdekken dat onze Melquiades schuin gezakt staat… platte band. Te lang gereden op afgesleten banden, tot op de metalen draden van de band is dus iets te veel van het goede. De reserveband dan maar. Psssss. Nooit gebruikt gedurende jaren. Jaren, zonder bescherming, door weer en wind, zon en regen op het dak laten liggen. Allicht oxidatie op de velg en inderdaad, water in de band.
Met nog vijf dagen Arne-vakantie te gaan, beslissen we Melqui voor het eerst ergens alleen achter te laten, met openbaar transport te reizen en het probleem nadien onder ogen te zien.
Hup, busreizen! Anders zou Arne hét echte reizen door Zuid-Amerika niet meegemaakt hebben natuurlijk!
Maar in de rest van Zuid-Amerika zijn de bussen lang zo professioneel niet… “SHUT UP!”
Met een ongelooflijk efficiënt bussensysteem staan we in minder dan 4u, 250km verder en 2000m lager in Baños, uitvalsbasis voor de laatste van de vier Ecuadoraanse regio’s: de Selva (of jungle).
We laten ons opnieuw overvallen door de feestfactor en de vele leuke ontmoetingen. Ditmaal met Zweden, Britten, Amerikanen, Zwitsers en Ecuadoranen. We Cruisen eveneens 1000m naar beneden op de mountainbike, ondernemen hikes tot aan adembenemende zichten op ‘alweer’ een actieve vulkaan en reinigen ons lichaam van zweet en andere onpuurheden in de baños van Baños.
Om het bezoek aan Ecuador in stijl af te sluiten, bezoeken we tenslotte de hoofdstad Quito en brengen nog een bezoekje aan president Correa, de geliefde en gehate heerser van het land. Arne kon toch onmogelijk zijn reis afsluiten zonder een van de duizenden dagelijkse Zuid-Amerikaanse parades gade te slaan en met eigen ogen te zien hoe efficiënt het staatshoofd elke (!) maandag zwaar ‘werkt’ door te zwaaien naar zijn landgenoten die zich elke week voor het presidentieel paleis verzamelen.
Wij zijn moe maar voldaan wanneer we Arne op een ‘veilige’ taxi richting de luchthaven zetten! Voor ons is het tijd voor rust na deze ‘intensieve’ vakantie samen. Hoewel, het is toch nog tijd voor ons om één van de Zuid-Amerikaans clichés ontkracht te zien na het bezoek van Arne. Op weg terug naar Melqui worden we van onze E-reader beroofd. We zijn er nu 100% van overtuigd: “Het is in Zuid-Amerika gevaarlijker reizen met de bus dan met eigen transport!!”
Nog een special thanks aan intercontinentaal pakjesdozendelivery CARTON EXPRESS voor de post van en naar Belgenland!
Amai, amai, … wat een avonturen !
We denken dikwijls aan jullie.
Dikke zoen van T. Net &
N . Julien
Cool! Reizen met Cartone!
prachtige fotos. hier volop sneeuw, eindelijk, en wij maar dromen van de zon. dikke zoen, t Chris
Mooooi. Schone dingen daar!
PS:
Nat tot door de professionele wandelschoenen heen?
Had er iemand geen Salamons aan dan?