Ruwe parel aan de Stille Oceaan

Buenas tardes en goeie namiddag waardige vrienden,

 

Kom wat dichter, dichter, dichter, NEEN, te dicht.

Welkom in Valparaíso, mysterieuze havenstad, eeuwenoude piratenstad aan de Stille Oceaan.

Ik weet dat jullie enkel geïnteresseerd zijn in de exceptionele steden. Na onze verwennerijen van mooie beelden nemen jullie niet langer genoegen aan gemiddelde gemene delers. Jullie zoeken enkel uitzonderlijke bijzonderheden.

Wees dus niet ontgoocheld bij de eerste aanblik van deze vuile stad, maar doe zoals Maaike en Sam, en geef de plek wat tijd.

Verkijk je niet op het afval, de onafgewerkte gebouwen,

de modder in de straten na elke regenval,

de drukkende bruingrijze mist die over de heuvels hangt,

de duizenden manke straathonden die wij bijna bij naam kennen,

hetzelfde aantal dronken zwervers die we liever niet bij naam kennen,

de rommelige stinkende markt waar ze jullie het dubbel zullen aanrekenen omdat we er samen nu wel heel toeristisch uitzien,

de vreselijk eentonige almuerzo-lokalen met suizende TL-verlichting,

de kartonnen ‘huisjes’ op heuvels waar je met negentig procent zekerheid bestolen wordt of

de honderden afgebrande gebouwen zoals het bouwblok om de hoek, van onze groentewinkel en tweeënveertig families, dat vorige week nog in de vlammen opging door zelf gelegde elektriciteit in deze houten gebouwen.

Want zoals bij zovele geheimen is het niet de buitenkant, maar het innerlijke dat telt.

Dit is geen ordinaire stad waarin wij vier maanden leefden. Dit was ooit de belangrijkste havenstad langs duizenden kilometers lange kust voordat het Panamakanaal gegraven was. Dit was de stad van de rijke kapiteins en handelaars. Dit was de stad van de geile dronken matroos én zijn piratenbroeder. Dit was de stad van plezier na weken op droog zaad. Deze stad had altijd iets in petto voor elke portefeuille en elke smaak, from dusk till dawn.

Dit was “Dé parel van de Stille Oceaan”.

Om ons te laten verleiden door de stad moeten we omhoog langs één van de vijftien stadsliften (ooit waren het er vijf keer zoveel) en kronkeltrappen die ons tussen de gekleurde golfplaten huizen omhoog voert. Jullie zullen zien dat deze stad veel meer gezichten heeft.

Omhoog tikkend of klimmend verschijnt eerst nog meer bouwvalligheid die je van op straat niet zag, met op de achtergrond de haven waarvan je stillaan begint te twijfelen of ze nu echt lelijk is zoals je eerst dacht of er toch niet een toevallige esthetiek in aanwezig is, die een chaotisch harmoniespel speelt met alle kleuren die je omringen.

 

Het benedengebied van deze havenstad, dat nu onder ons tevoorschijn komt, was waar de rijken woonden en al het gepeupel klampte zich zo dicht mogelijk rond de commercie van deze rijke handelaars. Hun huizen bouwden ze met resten uit de havens op de modderige heuvels en de golfplaten beschilderden ze ter roestbescherming met restjes verf die ze naar believen mengden om een oneindig aantal verschillende kleuren te bekomen.

 

We wandelen telkens door andere verborgen trappen en steegjes over de 42 heuvels van Valparaíso, maar wanneer we plots opnieuw over hetzelfde pleintje lopen merken we dat deze stad zich transformeert en dat ze zowel mooi is onder de blauwe middaghemel, als bij het vallen van de avond op een druilerige dag.

Deze stad leeft niet in het verleden, zoals de UNESCO benoeming van het microcentrum jullie zou kunnen doen vermoeden. Meer tegengesteld aan onze thuis-MUSEUM-unesco-stad (waar we zo van houden) kan deze stad niet zijn. Er zit een grote basis aan esthetiek in haar verleden, maar ze is allesbehalve vastgeroest in de tijd. Haar echte schoonheid zit in de jonge culturele revolutie. De stad borrelt van de sociale projecten, straatmuziek en hedendaagse graffitikunst. Waar het ontbreekt aan een algemene conservatievisie, overkoepelend culturele programma’s en eerlijke sociale opvangnetten boomt het net aan privé-initiatieven: krotten worden opgekocht en op eigen houtje – en met veel moeite – heropgebouwd tot gezellige bars, hotels en winkeltjes; op de pleinen organiseren buurtcomités concerten voor de buren (en al wie het horen wil) en nu het winter is verdelen verschillende organisaties voedsel aan de armen. Wat jullie uiteraard vooral gezien hebben is de alomtegenwoordige graffiti.

In de stad lopen vele kleine sloebers rond die graag hun stoere gangsterTAG op alle gebouwen zetten en de bewoners hebben ondertussen door dat het eindeloos overschilderen als vechten tegen de bierkaai is. Ze begonnen gebruik te maken van de erecode onder de graffitiartisten dat je andermans werk niet overschildert. Aan gerenommeerde en nieuwe onbekende artiesten wordt de kans gegeven om tegen betaling van verfpotten, of meer, hun kunnen tentoon te spreiden en de gevels te beschermen. Het wordt een fantastisch amalgaam van schilder- en graffitistijlen op de kleurrijke golfplaten gevels.

Het resultaat van deze chaos is een levendige stad die zich herpakt na periodes van verval. Een stad die even kleurrijk is in haar politieke meningen en muziekgenres als in haar straatbeelden, waar je de ogen goed moet openhouden, want de nieuwe verrassing van vandaag kan in het kleinste hoekje zitten.

Eenmaal de schoonheid van zo dichtbij verkend wordt de stad je wat meer eigen, dus wanneer we nu opnieuw van iets verder kijken, zoals de zeelui van op hun schuiten in de baai, dan zal het beeld je meer bekoren dan mochten we meteen op deze boottocht gegaan zijn.

Nu is het tijd om bij te praten met Pisco-Sours en artisanale bieren, want ook daarvan heeft deze stad kaas gegeten. Als jullie echt willen weten wat deze “Parel van de Stille Oceaan” voor ons betekende zal je toch ook eens op reis moeten gaan. Of… heel binnenkort met ons enkele glazen moeten Chingen!

Geef een reactie